De bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid

Een bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid is verschuldigd ten laste van alle personeelsleden die geheel of gedeeltelijk onderworpen zijn aan de sociale zekerheid der werknemers. De bijdrage varieert naargelang van de grootte van het loon en de gezinstoestand van het personeelslid (alleenstaand of een gezin met twee inkomens) en is een belasting waarvan het bedrag wordt vastgesteld op basis van het jaarlijks nettobelastbaar inkomen van het gezin.

Maandelijks houdt het bestuur op het loon van het personeelslid – na aftrek van de bedrijfsvoorheffing en de werknemersbijdragen – de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid in en vermeldt deze afzonderlijk op de loonafrekening en op de fisale fiche.

Per kwartaal int de RSZ een voorschot op de bijdrage. De berekeningsbasis van dit voorschot is het bruto kwartaalloon dat onderworpen is aan de berekening van de socialezekerheidsbijdragen. De inhouding evenwel gebeurt op het maandloon van de werknemer. Omdat het kwartaalloon pas aan het eind van het betrokken kwartaal nauwkeurig gekend is, kan het bedrag van de inhouding van maand tot maand verschillen.

Jaarlijks doet de Administratie der Directe Belastingen de definitieve afrekening bij de belastingheffing.

De op de socialezekerheidsaangifte te vermelden bijdrage wordt als volgt vastgesteld:

  • Indien het kwartaalloon begrepen is in de schijf van 3.285,29 EUR tot 5.836,14 EUR en indien de echtgenoot eveneens beroepsinkomsten heeft, dan bedraagt de inhouding forfaitair 9,30 EUR per maand.
  • Indien het kwartaalloon begrepen is in de schijf van 5.836,14 EUR tot 6.570,54 EUR en indien het maandloon begrepen is in de schijf van 1.945,38 EUR tot 2.190,18 EUR, dan bedraagt de inhouding 7,60% van het gedeelte boven 1.945,38 EUR. Indien de echtgenoot eveneens beroepsinkomsten heeft, moet de inhouding minstens 9,30 EUR per maand bedragen.
  • Indien het kwartaalloon begrepen is in de schijf van 6.570,55 EUR tot 18.11 6,46 EUR, dan bedraagt de inhouding 18,60 EUR, verhoogd met 1,1% van het gedeelte van het maandloon boven 2.190,18 EUR, indien het maandloon begrepen is in de schijf van 2.190,19 EUR tot 6.038,82 EUR. Indien de echtgenoot eveneens beroepsinkomsten heeft, mag de inhouding maximum 51,64 EUR per maand bedragen.
  • Indien het kwartaalloon hoger is dan 18.116,46 EUR, dan bedraagt de inhouding:
    • 51,64 EUR per maand voor de personen van wie de echtgenoot eveneens beroepsinkomsten heeft;
    • 60,94 EUR per maand voor de alleenstaanden of voor de personen van wie de echtgenoot geen beroepsinkomsten heeft.

Met “echtgenoot die beroepsinkomsten heeft” wordt bedoeld de echtgenoot die, overeenkomstig de reglementering inzake bedrijfsvoorheffing, eigen beroepsinkomsten geniet waarvan het bedrag de grens overschrijdt die is vastgesteld voor de toepassing van de vermindering op de bedrijfsvoorheffing ingevolge andere familiale lasten en die wordt toegekend wanneer de andere echtgenoot eveneens eigen beroepsinkomsten heeft.

Samenwonenden worden gelijkgesteld met gehuwde personen zodat een persoon die wettelijk samenwoont met een andere persoon wordt gelijkgesteld met een echtgenoot.