De verjaringstermijnen van de bijdragen op het loon

Een DmfAPPL moet in principe (de bijkomende termijn voor een FSS buiten beschouwing gelaten) door de werkgever ingediend worden uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op een kwartaal.

De verjaringstermijn van de schuldvorderingen van de RSZ begint te lopen na het verstrijken van de wettelijke aangiftetermijn, met andere woorden vanaf de eerste dag van de tweede maand volgend op een kwartaal. Binnen de verjaringstermijn kunnen de werkgever of zijn mandataris de ingediende aangifte nog wijzigen.

De schuldvorderingen van de RSZ met betrekking tot de socialezekerheidsbijdragen en, de daarmee gelijkgestelde bijdragen verjaren door verloop van 3 jaar, te rekenen van de dag dat ze opeisbaar zijn. De vorderingen tegen de RSZ tot terugbetaling van voormelde onverschuldigde bijdragen verjaren eveneens door verloop van 3 jaar, te rekenen van de dag van de betaling. De schuldvorderingen van de RSZ ten aanzien van de lokale politiezones verjaren slechts na 7 jaar, maar voor de schuldvorderingen vanaf 1-1-2010 wordt de termijn teruggebracht tot 3 jaar.

De verjaringstermijn wordt verlengd tot 7 jaar, wanneer de vorderingen van de RSZ het gevolg zijn van een ambtshalve regularisatie na de vaststelling van bedrieglijke handelingen of van valse of opzettelijk onvolledige verklaringen door de werkgever.

Bij de bedrieglijke onderwerping van een persoon aan de sociale zekerheid van de werknemers beschikt de RSZ over een termijn van 7 jaar vanaf de eerste dag van het trimester dat volgt op het trimester waarop de inbreuk zich heeft voorgedaan, om de bedrieglijke onderwerping nietig te verklaren of om de betrokkene ambtshalve te onderwerpen bij de werkelijke werkgever.

Zowel de werkgever als de RSZ kunnen de verjaring van de vorderingen stuiten bij een ter post aangetekend schrijven, door een dagvaarding voor het gerecht of door een schulderkenning. Bij stuiting van de verjaring begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen vanaf de dag die volgt op de stuiting.