Berekeningswijze

De solidariteitsbijdrage is een maandelijkse forfaitair bedrag per voertuig dat de werkgever ter beschikking stelt van zijn werknemers. De maandelijkse forfaitaire bijdrage mag niet minder bedragen dan 26,01 EUR en wordt als volgt vastgesteld:

  • voor voertuigen die een elektrische aandrijving hebben: 26,01 EUR;
  • voor LPG-voertuigen: [(Y × 9 EUR) – 990] / 12;
  • voor benzinevoertuigen: [(Y x 9 EUR) – 768] / 12;
  • voor dieselvoertuigen: [(Y x 9 EUR) – 600] / 12.
  • Voor hybride wagens gebeurt de berekening op basis van het type motor (diesel, benzine…) waarover de wagen naast de elektrische aandrijving beschikt.

In bovenstaande formules wordt met ‘Y’ telkens het CO2-uitstootgehalte in gram per kilometer bedoeld zoals vermeld in het gelijkvormigheidsattest, in het proces-verbaal van de gelijkvormigheid van het voertuig of in de gegevensbank van de dienst voor de inschrijving van de voertuigen.

Het CO2-uitstootgehalte vermeld op het inschrijvingsbewijs is nochtans bepalend.

De voertuigen waarvoor het CO2-uitstootgehalte in voormelde documenten of databank niet teruggevonden kan worden, worden gelijkgesteld met de voertuigen met een CO2-uitstoot van 182 gr/km indien ze aangedreven worden met een benzinemotor of met de voertuigen met een CO2-uitstootgehalte van 165 gr/km indien ze uitgerust zijn met een dieselmotor.

De solidariteitsbijdrage is verschuldigd voor iedere bedrijfswagen en dit ongeacht of de wagen een ganse maand of slechts een gedeelte van een maand wordt gebruikt. Indien een werknemer tijdens de maand van voertuig verandert en het nieuwe voertuig de eerste wagen vervangt, moet het voertuig dat het meest gebruikt werd in de loop van de maand in rekening worden gebracht. Indien de werknemer met verscheidene bedrijfsvoertuigen rijdt en het betreft geen vervanging, moet er voor elke gebruikte wagen een bijdrage worden betaald.


Het bedrag van de solidariteitsbijdrage is gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex: op 1 januari van elk jaar wordt het bedrag aangepast doordat het basisbedrag wordt vermenigvuldigd met het gezondheidsindexcijfer van de maand september van het jaar voorafgaand aan het jaar tijdens dewelke het nieuwe bedrag van toepassing zal zijn en gedeeld door het gezondheidsindexcijfer van de maand september 2004. Voor het jaar 2017 moeten de basisbedragen vermenigvuldigd worden met 142,46 en vervolgens gedeeld worden door 114,08.

Voorgaande jaren

  • Voor 2012 moeten de bijdragen vermenigvuldigd worden met 132,80 en vervolgens gedeeld door 114,08.
  • Voor 2013 moeten de bijdragen vermenigvuldigd worden met 135,98 en vervolgens gedeeld door 114,08.
  • Voor 2014 moeten de bijdragen vermenigvuldigd worden met 137,45 en vervolgens gedeeld door 114,08.
  • Voor 2015 moeten de bijdragen vermenigvuldigd worden met 137,48 en vervolgens gedeeld door 114,08.
  • Voor 2016 moeten de bijdragen vermenigvuldigd worden met 139,94 en vervolgens gedeeld door 114,08.