Algemeenheden

Op grond van de wet van 27-6-1969 tot herziening van de besluitwet van 28-12-1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders evenals van de wet van 29-6-1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers zijn socialezekerheidsbijdragen verschuldigd voor de bij de provinciale en plaatselijke werkgevers en voor de werknemers die deze tewerkstellen. Deze bijdragen worden berekend op het brutoloon van de werknemer (= loon vóór iedere fiscale aftrek).

De bijdragen van de bedienden en de arbeiders van de lokale en provinciale besturen worden berekend op een brutoloon aan 100%.
In afwijking hiervan wordt voor een kunstenaar het brutoloon waarop socialezekerheidsbijdragen berekend worden, verhoogd met 8% (tot 108%). Door de verhoging van de berekeningsbasis van het brutoloon worden de werkgevers en de werknemersbijdragen op het vakantiegeld onrechtstreeks geïnd samen met het gewone loon. Het vakantiegeld van een kunstenaar wordt uitbetaald met een vakantiecheque van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV). Op het deel van de vakantiecheque dat overeenstemt met het enkelvoudig vakantiegeld, houdt de RJV geen werknemersbijdragen meer in.

De socialezekerheidsbijdragen die op het brutoloon verschuldigd zijn, bestaan uit een persoonlijke bijdrage en een werkgeversbijdrage. De persoonlijke bijdrage wordt ingehouden bij iedere betaling van het loon door het bestuur. Het bestuur is deze bijdrage aan de RSZ verschuldigd samen met de werkgeversbijdrage.

De bijdragepercentages voor de verschillende personeelscategorieën vindt U per werknemerskengetal in de tabel van de bijdragevoeten die elk kwartaal gepubliceerd wordt op de portaalsite van de sociale zekerheid.

Hieronder vindt U voor respectievelijk de contractanten en de vastbenoemden de per-centages van de persoonlijke bijdrage en van de basiswerkgeversbijdrage. Het in de tabel van de bijdragevoeten vermelde percentage van de werkg eversbijdragen is de som van de basiswerkgeversbijdrage, de werkgeversbijdrage van de provinciale en plaatselijke besturen voor de sector beroepsziekten, bepaalde overige bijdragen (loonmatigingsbijdrage, werkgeversbijdrage ter financiering van het Asbestfonds…) en de pensioenbijdragen voor de vastbenoemden.