Het loonbegrip voor het statutair personeel

Het aan socialezekerheidsbijdragen onderworpen loon wordt voor het statutair personeel bepaald in het licht van artikel 30 van het Koninklijk Besluit van 28-11-1969. De bepalingen van dat artikel gelden niet voor contractuele werknemers.

In principe vallen alle toelagen, premies of vergoedingen die statutaire personeelsleden ontvangen onder het aan socialezekerheidsbijdragen onderworpen loon.

Voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen op het loon van de statutairen worden ingevolge artikel 30, §2 van het Koninklijk Besluit van 28-11-1969 evenwel uitgesloten:

  1. de vergoedingen voor het verplicht dragen van werkelijke lasten die niet kunnen worden beschouwd als normaal en die met het ambt onafscheidelijk verbonden zijn (bijvoorbeeld kabinetsvergoeding);
  2. de haard- of standplaatstoelage;
  3. de bedragen en voordelen bedoeld bij de artikelen 19, §2, 19bis en 19ter van het Koninklijk Besluit van 28-11-1969;
  4. de toelagen, premies of vergoedingen waarvan de toekenningsmodaliteiten uiterlijk op 1-8-1990 werden vastgesteld in wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen en die op 1-1-1991 niet onderworpen waren aan de socialezekerheidsbijdragen.
    Vereist wordt dat het weddensupplement vastgesteld is in een besluit, reglement of statuut van het bestuur vóór 2-8-1990 en goedgekeurd werd door de voogdijoverheid.

De voorwaarden, bepaald in artikel 30, § 2, 4°, zijn van toepassing op de vergoedingen en niet op de personeelsleden. Om die reden is een aan een nieuw personeelslid toegekende vergoeding niet onderworpen aan bijdragen indien deze vergoeding vrijgesteld is van bijdragen voor de reeds in dienst zijnde personeelsleden.

Met «toekenningsmodaliteiten» worden bedoeld de voorwaarden die vastgelegd zijn in een lokaal besluit, reglement of statuut en die de toekenning van de toelage, premie, of vergoeding bepalen, zijnde:

  • de berekeningswijze van de toelage, premie, of vergoeding (uurloon, forfaitair jaar- of maandbedrag, percentage van het brutoloon…);
  • de personeelscategorieën waaraan zij wordt toegekend.

Iedere wijziging na 1-8-1990 aan één van die modaliteiten of een aspect ervan moet worden beschouwd als een wijziging van het besluit, reglement of statuut dat deze modaliteiten bepaalt. Aldus zal de betrokken vergoeding beschouwd worden als een nieuwe vergoeding die onderworpen wordt aan socialezekerheidsbijdragen.

Worden niet beschouwd als wijzigingen van de toekenningsvoorwaarden:

  • de verhogingen van deze toelagen, premies en vergoedingen voor zover ze voortvloeien uit de koppeling aan het indexcijfer der consumptieprijzen. Als de verhogingen niet aan deze voorwaarde voldoen, zullen zij onderworpen worden aan de bijdragen.
  • de verhoging van de toelagen, premies en vergoedingen die het gevolg is van de individuele situatie van het personeelslid (ingevolge anciënniteit, bevordering, enz.). Dit is het geval indien de toekenningsmodaliteiten van de toelagen, premies en vergoedingen gekoppeld zijn aan de baremieke wedde van het personeelslid.
  • de betaling van overuren op basis van een schriftelijk reglement dat een bestaande praktijk van vóór 2-8-1990 bevestigt zonder er enige wijziging in aan te brengen.
  • de jaarlijks door het bestuur vastgestelde eindejaarstoelage naar analogie met het Koninklijk Besluit van 23-10-1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt.
  • de zaterdagtoelagen van het personeel van de lokale politie dat opteerde voor behoud van het oude statuut, en van het personeel van de openbare brandweerdiensten (KB van 20-6-1994).

Voor het Vlaamse Gewest heeft de Vlaamse Regering in het rechtspositiebesluit van 7-12-2007 op limitatieve wijze vastgesteld welke toelagen en vergoedingen kunnen of moeten toegekend worden aan het gemeente- en provinciepersoneel. Lokale regelingen die in strijd zijn met de dwingende bepalingen van het besluit, worden geacht niet te bestaan.

Elk weddensupplement dat geregeld werd in het Vlaams rechtspositiebesluit, werd bij de invoering van de Vlaamse rechtspositieregeling onderzocht of de toekennningsmodaliteiten gewijzigd werden en of de vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen voor de statutairen behouden kon blijven.