Overgangsmaatregelen - de vrijwillige vierdagenweek

Het recht op de vrijwillige vierdagenweek, zoals bepaald in de wet van 10-4-1995, was van kracht tot 31-12-2011. De stelsels van de vrijwillige vierdagenweek die op basis van de lokale rechtspositieregeling van kracht waren op 31-12-2011, blijven geldig tot het einde van hun looptijd. De personeelsleden van de provinciale en plaatselijke besturen die genoten van de vrijwillige vierdagenweek, behouden hun rechten. De andere personeelsleden kunnen geen aanvraag meer indienen om te genieten van het stelsel van de vrijwillige vierdagenweek.

De personeelsleden die gebruik maken van de vrijwillige vierdagenweek, ontvangen de wedde voor de verminderde prestaties en een maandelijks weddencomplement van minimum 49,58 EUR en maximum 80,57 EUR dat integraal deel uitmaakt van de wedde. Het weddencomplement is gekoppeld aan de spilindex 117,19. De geïndexeerde bedragen zijn gelijk aan minimum 70,81 EUR en maximum 115,07 EUR.

Socialezekerheidsbijdragen en pensioenbijdragen voor de vastbenoemden zijn verschuldigd op de wedde voor de verminderde prestaties en het weddencomplement.

De maximumduur voor de vrijwillige vierdagenweek wordt vastgesteld op 60 maanden. De periodes vóór 1-9-2012 worden niet aangerekend op de maximumduur.