De bijdrage betreffende de toekenning en de betaling van een vakbondspremie

De provinciale en plaatselijke besturen moeten aan de RSZ een jaarlijkse forfaitaire werkgeversbijdrage storten voor elk personeelslid dat op 31 maart van het referentiejaar tot het personeelsbestand behoorde, ongeacht of hij/zij voltijdse of deeltijdse prestaties levert en ongeacht de administratieve stand of toestand (dienstactiviteit, disponibiliteit, loopbaanonderbreking, onbezoldigd verlof), ongeacht de duur van de tewerkstelling en ongeacht of deze al dan niet aan socialezekerheidsbijdragen onderworpen is.

Maken deel uit van het personeelsbestand:

  • het vastbenoemd personeel;
  • het stagedoend personeel;
  • het contractueel personeel;
  • het geco-personeel;
  • de werknemers, tewerkgesteld op basis van artikel 60, §7 van de OCMW-wet;
  • het niet-gesubsidieerd onderwijzend personeel.

De vakbondspremiebijdrage is niet verschuldigd voor:

  • de personeelsleden die uit dienst zijn getreden vóór 31 maart van het referen-tiejaar of die in dienst getreden zijn na deze datum;
  • de leden van het onderwijzend personeel waarvan de bezoldiging volledig ten laste valt van de Gemeenschap (gesubsidieerd onderwijzend personeel);
  • de secretarissen en de bijzondere rekenplichtigen van een lokale politiezone of van een hulpverleningszone;
  • de vrijwillige brandweerlieden en de vrijwillige ambulanciers die geen brandweerman zijn;
  • de personen die niet de hoedanigheid van personeelslid hebben:
    • de geneesheren in opleiding tot geneesheer-specialist;
    • de bedienaars van de eredienst of afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad;
    • de niet beschermde lokale mandatarissen;
    • de kunstenaars;
    • de onthaalouders.

Het bedrag van de bijdrage beloopt 46,55 EUR per jaar en per personeelslid.

Voor de personeelsleden van de rust- en verzorgingstehuizen, de rustoorden en de ziekenhuizen wordt het bedrag van de aan deze besturen aangerekende vakbondspremiebijdrage verminderd met een tussenkomst in deze bijdragen van het RIZIV die jaarlijks per instelling vastgelegd wordt.

De RSZ verstuurt via de e-box van de werkgever op de portaalsite van de sociale zekerheid ten laatste in de loop van de maand augustus ter informatie een eerste lijst met het aantal personeelsleden die aangegeven werden op 31 maart van het lopende kalenderjaar en die in aanmerking genomen worden voor de berekening van de vakbondspremiebijdrage.
De werkgever die vaststelt dat het aantal personeelsleden in de lijst van de RSZ niet correct is wegens de foutieve aangifte van één of meerdere personeelsleden, kan zijn socialezekerheidsaangifte van het eerste kwartaal alsnog corrigeren.
De RSZ zendt in de maand november een tweede lijst aan de werkgever met de definitieve berekening van de vakbondspremiebijdrage.
Na de definitieve berekening van de vakbondspremiebijdrage kan het bedrag van de bijdrage niet meer gewijzigd worden.
De inning van de bijdrage gebeurt met de factuur van de maand december van het referentiejaar, betaalbaar tegen 5 januari van het daaropvolgende jaar.