De berekening van het aantal jonge werknemers in een kwartaal

Het aantal jonge werknemers is de som van de VTE-breuken, berekend per individuele werknemer. Alle jongeren waarvan de tewerkstelling onderworpen is aan socialezekerheidsbijdragen, worden in aanmerking genomen tot en met de laatste dag van het kwartaal waarin zij 26 jaar worden.

Worden uitgesloten van de berekening;

  • de werknemers die op de eerste dag van het kwartaal ouder zijn dan 26 jaar;
  • de laaggeschoolde jongeren, tewerkgesteld in de social profitsector in uitvoering van het generatiepact.

De VTE-breuken worden dubbel in rekening gebracht voor wat betreft de volgende drie categorieën van jongeren:

a. de personen die van buitenlandse afkomst zijn
Een persoon van buitenlandse afkomst is een persoon die niet de nationaliteit bezit van een Staat die deel uitmaakt van de Europese Unie, of de persoon waarvan ten minste één van de ouders deze nationaliteit niet bezit of niet bezat op het ogenblik van het overlijden, of waarvan ten minste twee van de grootouders niet deze nationaliteit bezitten of bezaten op het ogenblik van hun overlijden.

b. de personen met een handicap
Een persoon met een handicap is een persoon die als dusdanig ingeschreven is bij het “Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap”, en die hiervan het bewijs levert door de mededeling aan de werkgever van een attest van de in-stelling waaruit zijn inschrijving blijkt.

c. de jongeren met een startbaanovereenkomst type twee en type drie.

De berekening op basis van de gegevens in de DmfAPPL

Het personeelsbestand en het aantal jonge werknemers van een bestuur worden berekend op basis van de VTE-breuken van de individuele werknemers op het niveau van de tewerkstelling.

Voor een voltijdse werknemer met volledige prestaties in de loop van het kwartaal is de VTE-breuk van een tewerkstelling gelijk aan 1. Voor een voltijdse werknemer met onvolledige prestaties of voor een deeltijdse werknemer is de VTE-breuk gelijk aan een getal tussen 0 en 1. De afronding van een VTE-breuk gebeurt tot twee cijfers na de komma, waarbij 0,005 naar boven afgerond wordt.

Voor de berekening van het personeelsbestand wordt de VTE-breuk van een tewerkstelling bepaald op basis van de formule (Z1) / (U x E) waarbij

  • Z1 = de som van het aantal uren, aangegeven voor de tewerkstelling, voor
    • de arbeidsdagen (= prestatiecode 1, 41 en 42) met uitsluiting van de dagen gedekt door een verbrekingsvergoeding (= looncodes 130 en 132);
    • de gelijkgestelde dagen (= prestatiecodes 21, 71 en 72);
  • U = het gemiddeld aantal uren per week van de maatpersoon = 38 uren/week;
  • E = het aantal weken in het kwartaal = 13 weken.

Voor de berekening van het aantal jonge werknemers wordt de VTE-breuk van een tewerkstelling bepaald op basis van de formule (Z2) / (U x E) waarbij

  • Z2 = de som van het aantal uren, aangegeven voor de tewerkstelling, voor
    • de arbeidsdagen en de gelijkgestelde dagen (= alle prestatiecodes met uitzondering van de prestatiecodes 30, 31 en 32) met uitsluiting van de dagen gedekt door een verbrekingsvergoeding (= looncodes 130 en 132);
  • U = het gemiddeld aantal uren per week van de maatpersoon = 38 uren/week;
  • E = het aantal weken in het kwartaal = 13 weken.

Als een werknemer met meerdere tewerkstellingen aangegeven wordt, dan wordt de VTE-breuk voor iedere tewerkstelling afzonderlijk berekend. De VTE-breuken van alle tewerkstellingen worden getotaliseerd op het niveau van de werknemer. Het totaal van de VTE-breuken van alle tewerkstellingen van een werknemer kan nooit groter zijn dan 1, en desgevallend wordt de breuk afgerond op 1.

Les contractuels engagés dans le cadre d’une convention de premier emploi qui, jusque et y compris le trimestre au cours duquel ils atteignent l’âge de 26 ans, sont mentionnés dans la zone "mesure de promotion de l’emploi" sont exclus du calcul de l’effectif du personnel. Le double comptage des fractions ETP de certains jeunes travailleurs dans le calcul de l’effectif du personnel dans un trimestre est uniquement pris en considération lorsque les jeunes concernés ont été correctement mentionnés dans la zone "mesure de promotion de l'emploi" de la DmfAPPL.  

Te vervullen formaliteiten

Via de DmfA deelt de werkgever, in het veld 'Maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid' mee met welk type van startbaanovereenkomst de jongere wordt aangeworven en tot welke categorie hij behoort (dus ook met het onderscheid 'gehandicapt' of van 'buitenlandse afkomst' zoals gedefinieerd in de desbetreffende wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, art. 23). In het geval van een overeenkomst specifiek voor leerlingen of stagiairs, moet de werkgever eveneens bij de parameters van de tewerkstellingslijn aanduiden over welk 'type van leerling' het gaat.

Deze aanduidingen zijn verplicht en kunnen een impact hebben op de berekening van de startbaanverplichting, het recht op de doelgroepvermindering en/of de berekening van de verschuldigde bijdragen.

Voor de telling van het aantal jongeren in het lopende kwartaal worden alle jongeren in rekening genomen die op de 1ste dag van het kwartaal nog geen 26 jaar zijn, ongeacht of ze aangeworven zijn met een startbaanovereenkomst of niet. Voor de telling van het aantal werknemers tijdens het 2de kwartaal van het voorafgaande jaar worden enkel de jongeren met een startbaanovereenkomst in mindering gebracht. Het niet-correct invullen van het veld ‘Maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid' heeft dus een rechtstreekse invloed op de berekeningen in het kader van de startbaanverplichting.

Voor de werknemers die wonen en werken in het Vlaamse, Waalse of Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden geen werkkaarten meer afgeleverd. De werkgever of zijn mandataris gaan na tot welke categorie de jongere behoort.