Het portaal van de sociale zekerheid gebruikt cookies om de site gebruiksvriendelijker te maken.

Meer weten × Doorgaan

Vers le contenu de cette page

Het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector

Betrokken werkgevers

De regeling van het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector, zoals bepaald in de wet van 19-7-2012, kan van toepassing gemaakt worden op:

  • de gemeenten, met inbegrip van de gemeentebedrijven en de autonome gemeentebedrijven;
  • de provincies, met inbegrip van de provinciebedrijven en de autonome provinciebedrijven;
  • de OCMW’s;
  • de verenigingen van OCMW’s;
  • de openbare inrichtingen en publiekrechterlijke verenigingen die afhangen van een gemeente of een provincie;
  • de lokale politiezones.

De regeling wordt toepasselijk gemaakt op een provinciaal of plaatselijk bestuur mits het volgen van een procedure. De bevoegde overheid van het betrokken Gewest moet aan de federale minister of de federale staatssecretaris, bevoegd voor Ambtenarenza-ken, een verzoek richten opdat de Koning de bijzondere bepalingen inzake de sociale zekerheid toepasselijk zou maken op de personeelsleden van het betrokken bestuur. Als de (federale) Ministerraad het verzoek van het bestuur tot toetreding tot het stelsel goedkeurt en dit concretiseert in een Koninklijk Besluit, zijn de bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid van toepassing op de personeelsleden die bij het bestuur genieten van het recht op de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar.

De lokale politiezones en sommige plaatselijke besturen van het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn toegetreden tot het stelsel van de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar.

Het stelsel is niet van toepassing op de provinciale en plaatselijke besturen van het Vlaamse Gewest.

Betrokken werknemers

De regeling is geldig voor vastbenoemde personeelsleden. Een vastbenoemde heeft het recht om halftijds te werken vanaf 55 jaar tot aan de datum van de al of niet vervroegde opruststelling.

Een vastbenoemde heeft het recht om halftijds te werken vanaf 50 jaar tot aan de datum van de al of niet vervroegde opruststelling wanneer hij op de begindatum van het verlof cumulatief voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • hij was actief in een zwaar beroep gedurende minstens 5 jaar in de voorafgaande 10 jaar of gedurende minstens 10 jaar in de voorafgaande 15 jaar;
  • het zwaar beroep komt voor op de lijst van de knelpuntberoepen die jaarlijks vastgesteld wordt bij een in Ministerraad overlegd besluit.

Als zwaar beroep wordt beschouwd:

  • het werk in wisselende ploegen;
  • het werk in onderbroken diensten;
  • het werk met prestaties tussen 20 uur en 6 uur.

Het vastbenoemde personeelslid dat wil genieten van het recht om halftijds te werken, moet een aanvraag indienen bij de werkgever.

Toegekende voordelen

Een vastbenoemd personeelslid dat geniet van het recht op halftijds werken, ontvangt:

  • de helft van de wedde;
  • een maandelijkse premie van 295,99 EUR ten laste van de werkgever.

De premie wordt pro rata verminderd, als de helft van de wedde niet volledig betaald wordt.

Op de halftijdse wedde zijn socialezekerheidsbijdragen en pensioenbijdragen verschuldigd. De premie is vrijgesteld van de socialezekerheidsbijdragen en van pensioenbijdragen.

De afwezigheidsperiode wordt beschouwd als verlof en wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit (of met een analoge stand).

Overgangsmaatregelen

Het recht op de halftijdse vervroegde uittreding, zoals bepaald in de wet van 10-4-1995, was van kracht tot 31-12-2011. De stelsels van de halftijdse vervroegde uittreding die op basis van de lokale rechtspositieregeling van kracht waren op 31-12-2011, blijven geldig tot het einde van hun looptijd. De personeelsleden van de provinciale en plaatselijke besturen die genoten van de halftijdse vervroegde uittreding, behouden hun rechten. De andere personeelsleden kunnen geen aanvraag meer indienen om te genieten van het stelsel van de halftijdse vervroegde uittreding.

De vastbenoemden die gebruik maken van de halftijdse vervroegde uittreding, ontvangen een wedde voor de halftijdse prestaties en een maandelijkse premie van minimum 198,32 EUR en maximum 295,99 EUR.

Socialezekerheidsbijdragen en pensioenbijdragen zijn verschuldigd op de halftijdse wedde. De maandelijkse premie is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en pensioenbijdragen.

De vastbenoemden kunnen tot op het ogenblik van hun pensionering genieten van de maatregel, maar kunnen uit het stelsel stappen. Het personeelslid dat uit het stelsel stapt, kan geen aanvraag meer indienen om opnieuw in het stelsel te stappen.