De maatregelen met betrekking tot de RSZ die zijn opgenomen in de programmawet van 30 mei 2026 (BS van 1 juni 2026), zullen verder worden toegelicht in de administratieve instructies voor het 3de kwartaal van 2026. Deze wet voorziet onder meer in de volgende maatregelen:
Deze maatregelen werden reeds opgenomen in de administratieve instructies van het 2de kwartaal 2026.
De eerste alinea wordt voor de duidelijkheid als volgt gewijzigd en aangevuld:
De toepassing van de indexeringsmechanismen wordt tijdens 2 periodes beperkt tot 2% op een begrensd referteloon. Na het bereiken van dit percentage, wordt het volledige referteloon opnieuw geïndexeerd. Om tijdens de periodes van loonmatiging te bepalen of het referteloon het grensbedrag overschrijdt en het referteloon dus onder de loonmatiging valt, wordt het referteloon beoordeeld op het moment waarop het indexeringsmechanisme wordt toegepast. Er moet steeds gewerkt worden met het effectieve indexeringspercentage dat wordt toegepast voor een bepaalde werknemer.
Er moet voor elke werknemer steeds gewerkt worden met het indexeringspercentage van het indexsysteem dat geldt voor de werknemers in de onderneming. In principe is dit het door de sector bepaalde indexpercentage ('toepasselijke indexpercentage' genoemd). Indien een sector of een onderneming het 'toepasselijke indexpercentage' via één of ander mechanisme plafonneert of beperkt voor een werknemer of een groep van werknemers, waardoor niet het volledige percentage op het volledige loon toegepast wordt, dan blijft het in aanmerking te nemen indexpercentage voor de toepassing van de centenindex het 'toepasselijke indexpercentage'.
Voorbeeld: toepasselijke indexpercentage in een sector bedraagt 2% op een loon begrensd tot 5.000,00 EUR
- Werknemer A heeft een loon van 5.000,00 EUR
- Loon na volledige indexering: 5.000,00 x 1,02 = 5.100,00 EUR
- Loon na gematigde indexering: 5.000,00 + (4.000,00 x 1,02) = 5.080,00 EUR
- Te gebruiken in de formule:
- Indexcijfer = 2% ('toepasselijke indexpercentage')
- Gematigd geïndexeerd referteloon = 5.080,00 EUR
- Werknemer B heeft een loon van 10.000,00 EUR
- Loon na volledige indexering: 10.000,00 x 1,02 = 10.200,00 EUR
- Loon na beperkte sectoriële indexering: 10.000,00 + (5.000,00 x 1,02) = 10.100,00 EUR
- Loon na gematigde indexering in het kader van centenindex: 10.000,00 + (4.000,00 x 1,02) = 10.080,00 EUR
- Te gebruiken in de formule:
- Indexcijfer = 2% ('toepasselijke indexpercentage')
- Gematigd geïndexeerd referteloon = 10.080,00 EUR
FAQ-lijst
Een overzicht met voorbeelden en bijkomende toelichtingen is via deze link consulteerbaar.
Pensioenbijdrage 38% voor nieuwe statutairen
Deze regeling is van toepassing op nieuwe statutaire personeelsleden die vanaf 1 juni 2026 in dienst zijn getreden bij federale diensten en instellingen (inclusief HR-Rail, Proximus, Skeyes en Bpost) en een rustpensioen ontvangen ten laste van de staatskas of van het pensioenfonds van de federale politie.
Federale diensten en instellingen binnen toepassingsgebied
- de federale wetgevende vergaderingen en de daarmee verband houdende diensten en instellingen;
- de diensten en instellingen behorend tot het administratief openbaar ambt zoals gedefinieerd in artikel 1 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken;
- het Ministerie van Defensie;
- de hiervoor nog niet bedoelde instellingen van openbaar nut en openbare instellingen onderworpen aan het toezicht van de federale overheid;
- de instellingen bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;
- de hoven en rechtbanken;
- de Hoge Raad voor de Justitie;
- de Raad van State en de andere federale administratieve rechtscolleges;
- het Grondwettelijk Hof;
- de Federale Overheidsdienst Justitie voor de bedienaars van erkende erediensten en de lekenraadgevers waarvan de wedde wordt gedragen door deze dienst;
- de federale politie.
Deze regeling is niet van toepassing op:
- De diensten van de Gemeenschappen en de Gewesten en de instellingen die afhangen van de Gemeenschappen of de Gewesten;
- Alle instellingen die aangesloten zijn bij de pool der parastatalen;
- Lokale besturen.
Worden als nieuwe statutairen gezien:
- Statutairen die voorheen nog niet werkzaam waren bij de federale overheid en die na 31 mei 2026 als statutair personeelslid bij een federale dienst of instelling in dienst treden;
- Ook personen die na 31 mei 2026 bij een federale dienst of instelling een stage aanvatten met het oog op een vaste benoeming worden als nieuwe statutairen gezien.
- Personen die een mandaat opnemen dat inzake pensioenen met een vaste benoeming wordt gelijkgesteld;
- Personeelsleden die via het systeem van interfederale mobiliteit overgedragen worden van een gewestelijke of gemeenschapsdienst of -instelling naar een federale dienst of instelling;
- Contractuele personeelsleden van een federale dienst of instelling die na 31 mei 2026 een statutaire benoeming verkrijgen.
Statutairen die reeds op 31 mei 2026 tewerkgesteld zijn binnen een federale dienst of instelling en via een vorm van mobiliteit of enige andere wijze naar een andere federale dienst of instelling overgaan, worden niet beschouwd als nieuwe statutairen. Hetzelfde geldt voor personeelsleden die vast zijn benoemd bij een federale parastatale instelling die aangesloten is bij Pool der parastatalen en via het systeem van de mobiliteit als vast benoemd personeelslid overgaan naar een federale dienst of instelling. Ook de 'Copernicus-managers' vallen buiten het toepassingsgebied van deze maatregel (werknemerskengetallen 673 en 674).
De bijdrage
De bijdrage wordt berekend op de baremieke wedden en op de andere bezoldigingselementen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van het rustpensioen.
De regeling voorziet in een progressief stijgende minimale werkgeversbijdrage voor het overheidspensioen. Voor alle betrokken statutairen die vanaf 1 juni 2026 in dienst zijn getreden, is deze bijdrage verschuldigd vanaf 1 juli 2026 en stijgt zij geleidelijk volgens de vastgelegde percentages. Voor een statutair die dus in juni 2026 in dienst is getreden, zal het verschuldigde minimale bijdragepercentage vanaf 1 juli 2026 geleidelijk stijgen van 9,50% tot 38,00%.
Werkgevers die reeds een hogere pensioenbijdrage betalen, blijven deze hogere bijdrage verschuldigd zolang deze bijdrage meer bedraagt dan het minimum dat geldt binnen een bepaalde periode.
Minimumbijdragepercentage per periode:
- Vanaf 1/7/2026: 9,50%
- Vanaf 1/1/2027: 19,00%
- Vanaf 1/1/2028: 28,50%
- Vanaf 1/1/2029: 38,00%
DmfA - te vervullen formaliteiten - aangifte nieuwe statutairen in dienst vanaf 1 juni 2026
- Aangifte juni 2026
- Huidige werknemerskengetallen statutairen: 675 - 676
- Gekoppeld aan de huidige pensioenbijdrage: 815
- Aangifte vanaf het 3de kwartaal 2026
- Toepassing van de nieuwe werknemerskengetallen statutairen: 678 - 679
- Gekoppeld aan de nieuwe pensioenbijdrage: 813
Doelgroepvermindering eerste aanwervingen: wijzigingen vanaf 1 juli 2026
- Voor de vermindering voor de aanwerving van een 1ste werknemer wordt een nieuw forfait G21 ingesteld op 2.000,00 EUR en dit onbeperkt in de tijd. Dit verminderingsbedrag geldt ook voor reeds lopende verminderingen.
- Voor de aanwerving van een 4de en een 5de werknemer kan het recht op de vermindering opnieuw geopend worden als aan de algemene voorwaarden wordt voldaan.
- De verminderingen voor de 2de, 3de, 4de en 5de werknemer kunnen gedurende 12 kwartalen toegepast worden binnen een periode van 20 kwartalen.
Overgangsmaatregelen
- Reeds toegekende verminderingen (vóór 1 juli 2026) voor een 2de en een 3de werknemer blijven doorlopen volgens de regels die golden voor 1 juli 2026.
- De oude overgangsmaatregelen voor de 4de, 5de en 6de werknemer blijven eveneens doorlopen. Het recht dat geopend werd voor 1 januari 2024 kan nog steeds verder toegepast worden voor de resterende kwartalen binnen de 20 kwartalen te rekenen vanaf het kwartaal waarin de werkgever voor het eerst recht had op deze doelgroepvermindering.
- Afhankelijk van de begindatum van de opening van het recht is de nieuwe of een overgangsmaatregel dus van toepassing.
Het bovenstaande geldt onder voorbehoud van publicatie van het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad.
Stopzetting van de doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek en stopzetting van de doelgroepvermindering vaste werknemers horeca
Deze doelgroepverminderingen worden vanaf 1 juli 2026 stopgezet. Als het recht op de vermindering collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek vóór 1 juli 2026 werd geopend, kan dit nog verder toegepast worden voor de resterende kwartalen. Voor de doelgroepvermindering vaste werknemers horeca zijn er geen overgangsmaatregelen voorzien.
Beperking van de vrijstelling werkgeversbijdrage boven loonplafond
Vanaf 1 juli 2026 komen betaalde sportbeoefenaars die het recht openen op de doelgroepvermindering betaalde sporters niet meer in aanmerking voor de vrijstelling van de werkgeversbijdrage boven een bepaald loonplafond (86.700,00 EUR - bedrag vanaf het 2de kwartaal 2026). De berekeningsbasis of het plafond voor andere verminderingen zal voor deze betaalde sportbeoefenaars niet verminderd worden bij overschrijding van het grensbedrag.
De uitsluiting gebeurt op basis van een aantal combinaties van werkgeverscategorieën en werknemerskengetallen in het bijdragevoetenbestand.