Uitbreiding studentenarbeid 4-2020 en 1-2021 in sommige sectoren - uitzendarbeid

(30/11/2020)

Gedurende het 4de kwartaal 2020 en het 1ste kwartaal 2021 tellen de uren gepresteerd door een student in bepaalde sectoren (zorg en onderwijs) niet mee voor het bepalen van het maximaal aantal uren dat onder solidariteitsbijdrage kan worden gepresteerd gedurende een jaar (475 uren).

De regering heeft beslist dat een tewerkstelling als uitzendkracht bij een gebruiker die tot een van deze sectoren behoort, gelijkgesteld wordt met een tewerkstelling in deze sector. De gepresteerde uren zullen niet mee opgenomen worden in de teller om te bepalen of het maximum van 475 uren bereikt werd.

De teller zal echter niet onmiddellijk aangepast worden. Bij het consulteren van het aantal uren gepresteerd onder solidariteitsbijdrage is het dus mogelijk dat het maximum reeds bereikt werd. De uren gepresteerd bij een gebruiker in de zorgsector of het onderwijs zullen retroactief geneutraliseerd worden. Van zodra de aanpassingen zichtbaar zijn, zal dit in een update van de tussentijdse mededeling opgenomen worden.

top

Tijdelijke werkloosheid overmacht corona - kunstenaars en tijdelijke medewerkers evenementen – update 27 november 2020

(27/11/2020)

De minister van Werk heeft op 3 november 2020 de beslissing genomen om het openstellen van het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht voor artiesten en andere occasionele werknemers, te verlengen. Het betreft tewerkstellingen in het kader van festivals en andere evenementen, die geannuleerd werden als gevolg van de corona maatregelen genomen door de overheid.

Het is mogelijk om tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona 'evenementen' aan te vragen wanneer men een belofte kan aantonen op een arbeidsovereenkomst  (die dateert van ten laatste 31 oktober 2020) voor een evenement dat had moeten plaatsvinden tussen 14 maart 2020 en 31 maart 2021.

De juiste procedures die moeten gevolgd worden en meer details kan u terug vinden in de  FAQ- lijst tijdelijke werkloosheid corona. De laatste versie die momenteel gepubliceerd is op de website van de RVA, is deze van 25 november 2020.

 

top

Aangifte van kleine statuten (niet-onderworpen stages)

(27/11/2020)

De wet van 21 december 2018 (BS van 17 januari 2019) regelt een veralgemeende verzekerbaarheid voor arbeidsongevallen van niet aan de socialezekerheidsbijdragen onderworpen stagiairs. Dit is in werking getreden op 1 januari 2020 en geldt ook voor de op deze datum lopende opleidings- en stageovereenkomsten. 

Gezien de actuele toestand van de gezondheidscrisis en de zware gevolgen ervan op de organisatie van de lessen en stages in het onderwijs, werd in overleg met de sector overeengekomen om, bij wijze van uitzondering, aan de onderwijsinstellingen een vrijstelling te verlenen wat betreft de Dimona-aangiftes voor het school/academiejaar 2020 (2de semester van het schooljaar 2019-2020) en het school/academiejaar 2020-2021, wat betreft de onbezoldigde stagiairs die arbeid verrichten in het kader van hun schoolopleiding.

De Dimona- aangifte zal opnieuw van toepassing zijn voor deze stagiairs vanaf het school/academiejaar 2021-2022.

top

Aangifte van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht - terugkeer vereenvoudigde procedure - update 27 november 2020

(27/11/2020)

De federale regering heeft op 6 november 2020 beslist om de vereenvoudigde procedure voor tijdelijke werkloosheid van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 opnieuw in te voeren voor alle werkgevers en werknemers.

Vanaf 1 september 2020 was de prestatiecode 77 enkel nog maar geldig voor werknemers tewerkgesteld in een onderneming die 'uitzonderlijk hard getroffen was' of actief in een sector die 'uitzonderlijk hard getroffen was'. Door de nieuwe uitbreiding van de vereenvoudigde procedure tijdelijke werkloosheid overmacht corona, zal vanaf 1 oktober 2020 opnieuw geen onderscheid meer gemaakt worden tussen het al dan niet zwaar getroffen zijn van de werkgever en is de prestatiecode 77 opnieuw algemeen toepasbaar.

Meer details zijn terug te vinden op de website van de RVA, 'Tijdelijke werkloosheid door de coronacrisis Covid-19 – Terugkeer naar de vereenvoudigde procedure vanaf 01.10.2020 '.

De juiste procedures die moeten gevolgd worden en meer details kan u terug vinden in de  FAQ- lijst tijdelijke werkloosheid corona. De laatste versie die momenteel gepubliceerd is op de website van de RVA , is deze van 25 november 2020.

De tussentijdse mededeling over ‘Tijdelijke werkloosheid overmacht quarantaine - gelegenheidswerknemers land- en tuinbouw’ van 28 augustus 2020, blijft integraal gelden (Dimona ‘QUA’ en prestatiecode 70).

top

Premie voor de compensatie van RSZ-bijdragen van het derde kwartaal 2020 - update 27 november 2020 - coronamaatregel

(27/11/2020)

Maatregel voor de werkgevers die verplicht hebben moeten sluiten op basis van de Ministeriële Besluiten van 28/10/2020 en 01/11/2020 of die zwaar zijn getroffen door de coronamaatregelen

Om de financiële gevolgen van de coronacrisis te verlichten heeft de regering nieuwe maatregelen genomen ter ondersteuning van de werkgevers van bepaalde zwaar getroffen sectoren of die verplicht hebben moeten sluiten op basis van de Ministeriële Besluiten van 28 oktober 2020 en 1 november 2020. Er wordt een compensatieregeling uitgewerkt die voorziet dat de betrokken werkgevers een compensatie ontvangen, die overeenstemt met de verschuldigde netto patronale basisbijdragen en de patronale solidariteitsbijdrage studenten, verschuldigd voor het 3de kwartaal 2020.

Deze compensatieregeling wordt toegekend aan ondernemingen die behoren tot de zwaar getroffen sectoren zoals hierna toegelicht.

Maatregelen en procedures voor ondernemingen die diensten en goederen leveren aan ondernemingen in sectoren die hun activiteiten hebben moeten beperken en als gevolg daarvan een aanzienlijke omzetsdaling hebben, worden momenteel opgesteld. Meer informatie hierover volgt later.

 

I Toepassingsgebied van de maatregel

Deze maatregel is van toepassing op werkgevers in sectoren die zwaar getroffen worden door de coronacrisis, op voorwaarde dat zij in het 3de kwartaal van 2020 actief zijn. De openbare sector en de derde betalers zijn uitgesloten.  De categorieën en NACE-codes die in aanmerking worden genomen, zijn enkel voor de privésector.

 

1) Betrokken werkgevers

Momenteel betreft het de werkgevers die onder de volgende sectoren ressorteren:

  • de inrichtingen die behoren tot de horeca (CP 302) en andere eet- en drankgelegenheden, en die uitsluitend behoren tot één van de volgende RSZ-categorieën:
    • 017 en 317, met uitzondering van eet- en drinkgelegenheden en grootkeukens voor verblijf-, school-, leef- en werkgemeenschappen, die zijn uitgesloten.  De uitsluiting heeft betrekking op de volgende NACE-code:
      • 56290   Bedrijfsrestaurants
    • of de werkgevers die volgende NACE-code hebben ongeacht de RSZ-categorie:
      • 55201   Jeugdherbergen en jeugdverblijfcentra
      • 56101   Eetgelegenheden met volledige bediening
      • 56102   Eetgelegenheden met beperkte bediening
      • 56301   Cafés en bars
  • de werkgevers die onder meerdere categoriekengetallen, waaronder de 017 en/of 317, ingeschreven zijn en waarvoor de horeca-activiteiten bijkomstig zijn ten opzichte van de hoofdactiviteit, voor zover de activiteit die valt onder de horeca voor klanten toegankelijk is, met uitzondering van eet- en drinkgelegenheden en grootkeukens voor verblijf-, school-, leef- en werkgemeenschappen, die zijn uitgesloten.  De uitsluiting heeft betrekking op de volgende NACE-code:
    • 56290   Bedrijfsrestaurants
  • de discotheken, dancings en dergelijke die tot minstens één van de volgende RSZ-categorieën behoren
    • 017 en 317 of die volgende NACE-code hebben:
      • 56302   Discotheken, dancings en dergelijke
  • ondernemingen die tot de evenementensector behoren en de volgende NACE-code hebben:
    • 82300   Organisatie van congressen en beurzen
  • bedrijven die tot de sector van de uitvoerende kunsten behoren en die onder minstens één van de volgende RSZ-categorieën vallen
    • 262, 362, 562, 662, 762 en 862, in combinatie met één van de volgende NACE-codes
      • 90011   Beoefening van uitvoerende kunsten door zelfstandig werkende artiesten
      • 90012   Beoefening van uitvoerende kunsten door artistieke ensembles
      • 90021   Promotie en organisatie van uitvoerende kunstevenementen
      • 90022   Ontwerp en bouw van podia
      • 90023   Gespecialiseerde beeld-, verlichtings- en geluidstechnieken
      • 90029   Overige ondersteunende activiteiten voor de uitvoerende kunsten
      • 90031   Scheppende kunsten, m.u.v. ondersteunende diensten
      • 90032   Ondersteunende activiteiten voor scheppende kunsten
      • 90041   Exploitatie van schouwburgen, concertzalen en dergelijke
      • 90042   Exploitatie van culturele centra en multifunctionele zalen ten behoeve van culturele activiteiten
  • De uitbaters van kermisattracties met de volgende NACE-code:
    • 93211   Exploitatie van kermisattracties
  • De pret- en dierenparken, de historische sites en monumenten en musea die vallen onder de RSZ-categorie
    • 095, of die één van de volgende NACE-codes hebben:
      • 91020   Musea
      • 91030   Exploitatie van monumenten en dergelijke toeristenattracties
      • 91041   Botanische tuinen en dierentuinen
      • 93212   Exploitatie van pret- en themaparken
      • 93292   Exploitatie van recreatiedomeinen
  • De ondernemingen die tot de sector van de filmvertoning behoren en die de volgende NACE-code hebben:
    • 59140   Vertoning van films
  • Bedrijven die tot de sportsector behoren en die onder één van de volgende RSZ-categorieën vallen
    • 070, 076 en 176 of die één van de volgende NACE-codes hebben in alle andere RSZ-categorieën dan de categorie 223:
      • 77210   Verhuur en lease van sport- en recreatieartikelen
      • 93110   Exploitatie van sportaccommodaties
      • 93121   Activiteiten van voetbalclubs
      • 93122   Activiteiten van tennisclubs
      • 93123   Activiteiten van overige balsportclubs
      • 93124   Activiteiten van wielerclubs
      • 93125   Activiteiten van vechtsportclubs
      • 93126   Activiteiten van watersportclubs
      • 93127   Activiteiten van paardensportclubs
      • 93128   Activiteiten van atletiekclubs
      • 93129   Activiteiten van overige sportclubs
      • 93130   Fitnesscentra
      • 93191   Activiteiten van sportbonden en -federaties
      • 93192   Zelfstandig werkende sportbeoefenaaars
      • 93199   Overige sportactiviteiten, n.e.g.
  • De ondernemingen die tot de toeristische sector behoren, enkel voor de activiteiten die vallen onder die van de reisbureaus, en die en de volgende NACE-code hebben:
    • 79110   Reisbureaus
    • 79120   Reisorganisatoren
    • 79901   Toeristische informatiediensten
    • 79909   Overige reserveringsactiviteiten
  • De casino's die de volgende NACE-code hebben, met uitzondering van zij die al in de categorieën 017 en 317 van de horeca staan:
    • 92000   Loterijen en kansspelen
  • De welzijnscentra die vallen onder de RSZ-categorie
    • 223
  • De autorijscholen die de volgende NACE-code hebben:
    • 85531   Autorijscholen
  • De onderneming die behoren tot de kappers- en schoonheidszorgsectoren en die vallen onder de RSZ-categorie
    • 123 of die de volgende NACE-code hebben:
      • 96092   Plaatsen van tatouages en piercings
  • De ondernemingen die behoren tot de sector van de dierenverzorging en die de volgende NACE-codes hebben:
    • 96093   Diensten in verband met de verzorging van huisdieren, m.u.v. veterinaire diensten
    • 96094   Africhten van huisdieren
    • 96095   Pensions voor huisdieren
  • De garages en handel in voertuigen en de carwash bedrijven die de volgende NACE-code hebben:
    • 45113   Detailhandel in auto's en lichte bestelwagens (≤ 3,5 ton)
    • 45193   Detailhandel in andere motorvoertuigen (> 3,5 ton)
    • 45194   Handel in aanhangwagens, opleggers en caravans
    • 45206   Wassen en poetsen van motorvoertuigen
    • 45320   Detailhandel in onderdelen en accessoires van motorvoertuigen
  • De ondernemingen die tot de kleinhandel behoren en die de volgende NACE-codes hebben:
    • 47191   Detailhandel in niet-gespecialiseerde winkels waarbij voedings- en genotmiddelen niet overheersen (verkoopoppervlakte van minder dan 2500 m²)
    • 47192   Detailhandel in niet-gespecialiseerde winkels waarbij voedings- en genotmiddelen niet overheersen (verkoopoppervlakte vanaf 2500 m²)
    • 47260   Detailhandel in tabaksproducten in gespecialiseerde winkels
    • 47410   Detailhandel in computers, randapparatuur en software in gespecialiseerde winkels
    • 47430   Detailhandel in audio- en videoapparatuur in gespecialiseerde winkels
    • 47512   Detailhandel in huishoudtextiel en beddengoed in gespecialiseerde winkels
    • 47519   Detailhandel in overig textiel in gespecialiseerde winkels
    • 47540   Detailhandel in elektrische huishoudapparaten in gespecialiseerde winkels
    • 47591   Detailhandel in huismeubilair in gespecialiseerde winkels
    • 47592   Detailhandel in verlichtingsartikelen in gespecialiseerde winkels
    • 47593   Detailhandel in glas-, porselein- en aardewerk en in niet-elektrische huishoudelijke artikelen in gespecialiseerde winkels
    • 47594   Detailhandel in muziekinstrumenten in gespecialiseerde winkels
    • 47599   Detailhandel in andere huishoudelijke artikelen in gespecialiseerde winkels, n.e.g.
    • 47630   Detailhandel in audio- en video-opnamen in gespecialiseerde winkels
    • 47640   Detailhandel in sport- en kampeerartikelen in gespecialiseerde winkels
    • 47650   Detailhandel in spellen en speelgoed in gespecialiseerde winkels
    • 47711   Detailhandel in damesbovenkleding in gespecialiseerde winkels
    • 47712   Detailhandel in herenbovenkleding in gespecialiseerde winkels
    • 47713   Detailhandel in baby- en kinderbovenkleding in gespecialiseerde winkels
    • 47714   Detailhandel in onderkleding, lingerie en strand- en badkleding in gespecialiseerde winkels
    • 47715   Detailhandel in kledingaccessoires in gespecialiseerde winkels
    • 47716   Detailhandel in dames-, heren-, baby- en kinderboven- en onderkleding en kledingaccessoires in gespecialiseerde winkels (algemeen assortiment)
    • 47721   Detailhandel in schoeisel in gespecialiseerde winkels
    • 47722   Detailhandel in lederwaren en reisartikelen in gespecialiseerde winkels
    • 47750   Detailhandel in cosmetica en toiletartikelen in gespecialiseerde winkels
    • 47770   Detailhandel in uurwerken en sieraden in gespecialiseerde winkels
    • 47782   Detailhandel in fotografische en optische artikelen en in precisie-instrumenten in gespecialiseerde winkels
    • 47783   Detailhandel in wapens en munitie in gespecialiseerde winkels
    • 47785   Detailhandel in fietsen in gespecialiseerde winkels
    • 47786   Detailhandel in souvenirs en religieuze artikelen in gespecialiseerde winkels
    • 47787   Detailhandel in nieuwe kunstvoorwerpen in gespecialiseerde winkels
    • 47788   Detailhandel in babyartikelen (algemeen assortiment)
    • 47789   Overige detailhandel in nieuwe artikelen in gespecialiseerde winkels, n.e.g.
    • 47791   Detailhandel in antiquiteiten in winkels
    • 47792   Detailhandel in tweedehandskleding in winkels
    • 47793   Detailhandel in andere tweedehandsgoederen in winkels, m.u.v. tweedehandskleding
    • 47820   Markt- en straathandel in textiel, kleding en schoeisel
    • 47890   Markt- en straathandel in andere artikelen
    • 47990   Overige detailhandel, niet in winkels en exclusief markt- en straathandel
  • De werkgevers die tot de sector van de toeristische logies behoren, met uitzondering van zij die al in de categorieën 017 en 317 van de horeca of onder categorieën 074 en 174 opgenomen zijn, en die de volgende NACE-codes hebben:
    • 55202   Vakantieparken
    • 55203   Gites, vakantiewoningen en -appartementen
    • 55204   Gastenkamers
    • 55209   Vakantieverblijven en andere accommodatie voor kort verblijf, n.e.g.
    • 55300   Kampeerterreinen en kampeerauto- en caravanterreinen
    • 55900   Overige accommodatie
  • De werkgevers die behoren tot de sector van de buitenschoolse opleiding en de verenigingen, en die uitsluitend tot één van de volgende RSZ-categorieën behoren
    • 262, 362, 762, of 862 (socio-cultureel) in combinatie met de volgende NACE-codes
      • 85207   Alfabetiseringsprogramma's ten behoeve van volwassenen
      • 85510   Sport- en recreatieonderwijs
      • 85520   Cultureel onderwijs
      • 85532   Vlieg- en vaaronderricht
      • 85591   Onderwijs voor sociale promotie
      • 85592   Beroepsopleiding
      • 85593   Sociaal-cultureel vormingswerk
      • 85599   Overige vormen van onderwijs
      • 94200   Vakverenigingen
      • 94991   Verenigingen op het vlak van jeugdwerk
      • 94992   Verenigingen en bewegingen voor volwassenen

 

2) Activiteitsvoorwaarde in het 3de kwartaal 2020

Een werkgever die actief is in het 3de kwartaal 2020 is een werkgever die

  • hetzij zijn DmfA-aangifte voor dat kwartaal ingediend heeft met minstens één aangegeven werknemer
  • hetzij ten minste één arbeidsrelatie in Dimona open heeft voor een klassieke werknemer (OTH), een student (STU),  een gelegenheidswerknemer (EXT) en/of een flexi-werknemer (FLX)

Komen niet in aanmerking, de werkgevers

  • die failliet verklaard zijn
  • van wie het RSZ-nummer vóór 1 oktober 2020 werd geschrapt.

 

II Berekening van de compensatie voor het 3de kwartaal 2020

De premie stemt overeen met het bedrag van de verschuldigde netto patronale basisbijdragen en de patronale solidariteitsbijdrage, verschuldigd voor de studenten voor het 3de kwartaal 2020 en wordt toegekend in twee fasen:

  • eerst wordt een voorlopig bedrag berekend op basis van de gegevens van het 1ste kwartaal 2020,
  • nadien volgt een afrekening op basis van de definitieve gegevens voor het 3de kwartaal 2020.

 

1) Voorwaarden en begrippen

Om de premie te kunnen genieten, moeten de werkgevers in het 3de kwartaal 2020 actief zijn.

De nieuwe werkgevers die slechts vanaf het 2de kwartaal 2020 actief zijn, zullen de premie bij de definitieve berekening (zie punt 3) kunnen genieten.

Onder netto patronale basisbijdragen wordt begrepen de patronale basisbijdrage, met inbegrip van de loonmatigingsbijdrage, verminderd met de structurele verminderingen en de doelgroepverminderingen. Het feit dat het bedrag van de premie, waarop de werkgever recht heeft, beperkt is of soms zelfs gelijk is aan nul, is in de meeste gevallen te wijten aan het feit dat hij een beperkt aantal werknemers tewerkstelt voor wie hij al een RSZ-vermindering kreeg die volledig of gedeeltelijk de RSZ-basisbijdragen compenseert, of dat hij alleen maar werknemers in een flexi-job of interimwerknemers tewerkstelt.

Zijn niet in het toepassingsgebied opgenomen:

  • de werknemersbijdragen
  • de bijzondere werkgeversbijdragen, waaronder:
    • de bijdrage bestemd voor het stelsel voor jaarlijkse vakantie der handarbeiders;
    • de bijdrage 1,60% of 1,69%
    • de bijdrage risicogroepen
    • de bijdragen bestemd voor het Fonds voor Sluiting van ondernemingen
    • de bijdragen bestemd voor een Fonds voor Bestaanszekerheid
    • de bijdragen voor de 2de pensioenpijler
    • de bijzondere bijdrage op de flexijobs

Onder de patronale solidariteitsbijdrage, verschuldigd voor de studenten, wordt begrepen, het gedeelte van de solidariteitsbijdrage ten laste van de werkgever (5,42%).

De werkgevers die meerdere RSZ-categorieën hebben waarvan minstens één behoort tot het toepassingsgebied, zullen slechts de premie kunnen genieten voor de werknemers die onder de werkgeverscategorieën vallen die door de maatregel beoogd worden.

 

2) Berekening van de voorlopige premie

De voorlopige premie zal maar berekend worden voor de werkgevers die in het 1ste kwartaal 2020 actief waren en het in het 3de kwartaal 2020 nog steeds zijn.

Een werkgever die in het 1ste kwartaal actief was, is een werkgever die voor dat kwartaal zijn DmfA-aangifte ingediend heeft.

Voor de berekening van de voorlopige premie, is een werkgever die in het 3de kwartaal 2020 actief is, een werkgever die

  • hetzij zijn DmfA-aangifte voor dat kwartaal ingediend heeft op het ogenblik van de berekening van de voorlopige premie met minstens één aangegeven werknemer
  • hetzij ten minste één arbeidsrelatie in Dimona open heeft voor een klassieke werknemer (OTH), een student (STU), een gelegenheidswerknemer (EXT) en/of een flexi-werknemer (FLX).

Komen niet in aanmerking voor de berekening van de premie, de werkgevers

  • die failliet verklaard zijn
  • van wie het RSZ-nummer vóór 1 oktober 2020 werd geschrapt
  • de nieuwe werkgevers die slechts vanaf het 2de kwartaal 2020 actief zijn

De voorlopige premie wordt berekend op basis van een 'foto' van de Dmfa-aangifte van het 1ste kwartaal 2020 op een nog te bepalen datum in de loop van de maand november. De wijzigingen van de DmfA-aangifte die na die datum uitgevoerd worden, zullen niet in aanmerking worden genomen.

Het totaalbedrag van de voorlopige premie zal gelijk zijn aan

  • het bedrag van de netto patronale bijdragen van het 1ste kwartaal 2020, zoals uitgelegd onder punt 1)
  • vermeerderd met het bedrag van de patronale solidariteitsbijdrage, verschuldigd voor de studenten betreffende het 1ste kwartaal 2020 en zoals uitgelegd onder punt 1).

 

3) Berekening van de definitieve premie

De definitieve premie zal maar berekend worden voor de werkgevers die in het 3de kwartaal 2020 actief waren.

Voor de berekening van de definitieve premie, is een werkgever die in het 3de kwartaal 2020 actief is, een werkgever die voor dat kwartaal zijn DmfA-aangifte ingediend heeft met minstens één aangegeven werknemer.

De definitieve premie wordt berekend op basis van een 'foto' van de Dmfa-aangifte van het 3de kwartaal 2020 op datum van 15 januari 2021. De wijzigingen van de DmfA-aangifte die na die datum uitgevoerd worden, zullen niet in aanmerking worden genomen. 

De definitieve premie zal in 2 stappen berekend worden:

  • Stap 1: berekening van het bedrag van de premie op basis van de aangiften van het 3de kwartaal 2020
         Het totaalbedrag van de premie zal gelijk zijn aan
    • het bedrag van de netto patronale bijdragen van het 3de kwartaal 2020, zoals uitgelegd onder punt 1)
    • vermeerderd met het bedrag van de patronale solidariteitsbijdrage, verschuldigd voor de studenten betreffende het 3de kwartaal 2020 en zoals uitgelegd onder punt 1).
  • Stap 2: vergelijking van de premie, berekend op de gegevens van het 3de kwartaal 2020, zoals opgenomen in punt 1), met het bedrag van de voorlopige premie zoals opgenomen onder punt 2).

Wanneer het bedrag van de premie, berekend op basis van de gegevens van het 3de kwartaal, hoger is dan het bedrag van de voorlopige premie, berekend op basis van de gegevens van het 1ste kwartaal 2020, zal de werkgever een bijkomende premie krijgen die overeenstemt met het bedrag van het verschil.

Wanneer het bedrag van de premie, berekend op basis van de gegevens van het 3de kwartaal, lager is dan het bedrag van de voorlopige premie, berekend op basis van de gegevens van het 1ste kwartaal 2020, zal het bedrag van de voorlopige premie verworven zijn en niet meer in vraag worden gesteld.

Een werkgever die in het 3de kwartaal 2020 actief is en die aan bovenstaande voorwaarden voldoet, zal recht hebben op het bedrag van de voorlopige premie, berekend op basis van het 1ste kwartaal 2020, zelfs als het te betalen bedrag van zijn aangifte van het 3de kwartaal 2020 gelijk is aan 0,00 EUR, bijvoorbeeld doordat het personeel door overmacht gedurende het volledige 3de kwartaal 2020 werkloos was.

De nieuwe werkgevers die slechts vanaf het 2de kwartaal 2020 actief zijn, zullen een premie krijgen die is berekend op basis van de gegevens van het 3de kwartaal 2020.

 

III. Procedure

Stap 1 : vaststellen of de werkgever in aanmerking komt voor deze compensatieregeling

De RSZ zal deze week en ter informatie vaststellen welke werkgevers in aanmerking komen voor  deze compensatieregeling. Via een online toepassing zullen alle werkgevers zelf kunnen nakijken of ze in aanmerking komen voor de premie.

Deze informatie wordt gegeven onder het voorbehoud van de definitieve goedkeuring van het wetsontwerp dat deze aangelegenheid regelt. Het recht op de premie wordt definitief vastgesteld zodra de wet van kracht wordt.

Als een werkgever volgens de online check niet in aanmerking komt voor de premie maar hij denkt dat dit toch het geval is, kan hij dat laten weten via het onlineformulier.

 

Stap 2: mededeling van het bedrag van de voorlopige premie

Zodra de wet van kracht wordt, worden de werkgevers die in aanmerking komen voor de voorlopige premie, op de hoogte gebracht van het bedrag van de premie via een elektronisch bericht in hun e-box.

In de loop van november berekent de RSZ de voorlopige premie en stort die op RSZ-rekening van de werkgever. De premie zal aangewend worden om in de eerste plaats de resterende schulden voor het 3de kwartaal 2020 af te lossen, en vervolgens, eventueel op de overige verschuldigde bedragen en dit met aanwending op de oudste schuld, overeenkomstig artikel 25 van de wet van 27 juni 1969.  Indien er na toerekening een saldo overblijft, kan de werkgever om de uitbetaling ervan verzoeken.  Wanneer de werkgever niet om uitbetaling verzoekt, zal het saldo aangewend worden voor de eerstvolgende nog te vervallen bedragen die aan de RSZ verschuldigd zijn.

 

Stap 3 : Mededeling van het bedrag van de definitieve premie

In januari 2021 zal de RSZ op basis van de definitieve gegevens van het 3de kwartaal 2020 nagaan of de werkgever nog in aanmerking komt voor een aanvullende premie. De aanvullende premie zal in de loop van januari 2021 worden gestort op de RSZ- rekening van de betrokken werkgever.  De aanwending hiervan volgt dezelfde regels als hiervoor toegelicht.

De werkgevers die in aanmerking komen voor de aanvullende premie worden op de hoogte gebracht van het bijkomende bedrag via een elektronisch bericht in hun e-box.   

 

 

top

Uitbreiding studentenarbeid 4-2020 en 1-2021 in sommige sectoren - update 25 november 2020 - coronamaatregel

(25/11/2020)

De wet inzake verschillende sociale maatregelen ingevolge de COVID-19-pandemie van 4 november 2020, is op 13 november 2020 in het Belgisch Staatsblad verschenen. Daarin staat de maatregel opgenomen die het mogelijk maakt jobstudenten in te zetten om de door de coronacrisis verhoogde werkdruk in bepaalde sectoren tegen te gaan, door de uren die een student presteert in de zorgsector of in het onderwijs, tijdens het 4de kwartaal 2020 en het 1ste kwartaal 2021 niet mee te laten tellen voor het contingent van 475 uren per jaar (dus voor respectievelijk 2020 en 2021). Het in de mededeling van 5 november 2020 opgenomen toepassingsgebied voor de openbare zorginstellingen werd in laatste instantie voor de stemming nog gewijzigd en verschilt dus met dat van de gepubliceerde wetgeving.

Wat de zorgsector betreft gaat het om de studenten die werken in volgende sectoren (geactualiseerd):

  • PC 318 (gezins- en bejaardenhulp - werkgeverscategorie 211 en 611)
  • PC 319 (opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten - werkgeverscategorie 062, 162, 462 en 962)
  • PC 330 (gezondheidsinrichtingen en -diensten - werkgeverscategorie 025 , 125, 311, 330, 422, 430, 511, 512, 522, 711, 722, 735,  812, 822, 830 en 911)
  • PC 331 (Vlaamse welzijns- en gezondheidssector - werkgeverscategorie 122 en 322)
  • PC 332 (Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector -- werkgeverscategorie 022 en 222)
  • openbare zorginstellingen met volgende NACE-codes:
    • 86101 - algemene ziekenhuizen, muv geriatrische en gespecialiseerde ziekenhuizen
    • 86102 - geriatrische ziekenhuizen
    • 86103 - gespecialiseerde ziekenhuizen
    • 86104 - psychiatrische ziekenhuizen
    • 86109 - overige hospitalisatiediensten
    • 86210 - huisartspraktijken
    • 86901 - activiteiten medische laboratoria
    • 86903 - ziekenvervoer
    • 86904 - activiteiten op het vlak van geestelijke gezondheidszorg, m.u.v. psychiatrische ziekenhuizen en verzorgingstehuizen
    • 86905 - ambulante revalidatieactiviteiten
    • 86906 - verpleegkundige activiteiten
    • 86909 - overige menselijke gezondhgeidszorg n.e.g.
    • 87101 - rust- en verzorgingstehuizen
    • 87109 - overige verpleeginstellingen  met huisvesting
    • 87901 - integrale jeugdhulp met huisvesting
    • 87301 - rusthuizen voor ouderen.

Dit wil zeggen dat voor de student die met een studentenovereenkomst kan worden tewerkgesteld, ook indien zijn contingent reeds opgebruikt is in de voorafgaande kwartalen van 2020 of de uren voor het 4de kwartaal 2020 al volledig gereserveerd zouden  zijn, toch de solidariteitsbijdrage kan toegepast worden voor prestaties in deze sectoren.

De gewone aangifteregels blijven gelden, dus een Dimona 'STU' voor de tewerkstelling aanvangt en achteraf een aangifte DmfA van de gepresteerde uren. Een Dimona met aanduiding van uren blijft dus verplicht, maar 'reserveren' om zeker te zijn dat de student nog voldoende uren beschikbaar heeft die in aanmerking komen voor de solidariteitsbijdrage is dus niet nodig voor het 4de kwartaal 2020 en het 1ste kwartaal 2021, aangezien alle tijdens deze kwartalen in de genoemde sectoren gepresteerde uren in aanmerking komen voor de solidariteitsbijdrage.

De onlineteller waarbij het resterende aantal uren in het contingent kan worden geconsulteerd, zal worden aangepast tegen 13 november 2020. De maatregel is momenteel nog niet zichtbaar in de toepassing Student@work zodat attesten nog niet aangepast zijn.

De onlineteller blijft dus ongewijzigd voor een tewerkstelling gedurende het 4de kwartaal 2020 en het  1ste kwartaal 2021 in deze sectoren.

top