Federaal aanvullend pensioen openbare sector - inlichtingen

 

Om te kunnen komen tot een juiste berekening van de federale regeling 2de pensioenpijler voor de contractuelen, moet één maal per jaar een aantal gegevens meegedeeld worden. Deze gegevens worden meegegeven:

  • in de aangifte van het 3de kwartaal 2019 voor degenen die al in dienst zijn in het 3de kwartaal 2019
  • in het 1ste kwartaal van aangifte voor nieuwe indiensttredingen
  • telkens in het 1ste kwartaal van de daarop volgende jaren, behalve in het geval van onbezoldigde afwezigheid dat kwartaal.

Volgende gegevens worden gevraagd:

  • refertejaar en -maand: jaar en maand waarop de aangegeven loonelementen betrekking hebben
  • maandwedde: geïndexeerde baremieke maandwedde van de 1ste maand van tewerkstelling binnen het kalenderjaar
  • maandelijks weddesupplement en bonificatie: som van de weddesupplementen, bonificaties en premie voor competentieontwikkeling (1/12de van het bedrag op jaarbasis) van de 1ste maand van tewerkstelling binnen het kalenderjaar
  • maandelijkse haard- en standplaatsvergoeding: haard- en standplaatsvergoeding van de 1ste maand van tewerkstelling binnen het kalenderjaar.

 

Wat als de 1ste maand een onbezoldigde afwezigheid betreft?

In het geval van hervatting van het werk na een periode van afwezigheid is het de referentiebezoldiging (= maandwedde + maandelijks weddesupplement en bonificatie + maandelijkse haard- en standplaatsvergoeding) die betrekking heeft op de maand van hervatting van het werk. De' maand van hervatting' is de eerste bezoldigde maand van het jaar, nadat tijdens de volledige voorgaande maand(en) sprake was van een onbezoldigde afwezigheid.

Het betreft hierbij de volgende types loopbaanonderbreking 100%:

  • algemeen stelsel
  • voor ouderschapsverlof
  • voor medische bijstand
  • voor palliatieve zorgen

maar: ook de volgende onbezoldigde afwezigheden:

  • ouderschapsverlof 100 %
  • ziekteverlof met tussenkomst ZIV
  • pleegouderverlof privésector
  • verlof voor opdracht.

Daarnaast zijn er 3 uitzonderingen van onbezoldigde afwezigheden, waarbij de maand van hervatting niet van toepassing is en waarbij de referentiebezoldiging toch gelinkt blijft aan de maand januari of, bij gebrek daaraan, de maand van indiensttreding. Het betreft:

  • moederschapsverlof
  • adoptieverlof privésector
  • vaderschaps- of geboorteverlof