Risicogroepen

Om initiatieven te bevorderen voor personen die behoren tot de risicogroepen, wordt er aan de werkgevers een inspanning gevraagd gelijkwaardig aan minstens 0,10 % van de loonmassa.

Daartoe sluiten de werkgevers een CAO af op het niveau van de sector of van de onderneming. Bij gebrek aan een dergelijke CAO, is aan de RSZ een overeenstemmende bijdrage verschuldigd.

Betrokken werkgevers

In principe zijn alle werkgevers die verzekeringsplichtig personeel tewerkstellen, betrokken bij deze maatregelen.

Zijn echter uitgesloten:

  • het Rijk, met inbegrip van de rechterlijke macht, de Raad van State, het leger en de federale politie;
  • de Gemeenschappen en de Gewesten;
  • de instellingen van openbaar nut en de openbare instellingen, met uitzondering van de openbare kredietinstellingen en de autonome overheidsbedrijven bedoeld in artikel 1, § 4 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;
  • de gesubsidieerde vrije onderwijsinstellingen, met inbegrip van het universitair onderwijs;
  • de diensten voor school- en beroepsoriëntering en de vrije psycho-medico-sociale centra;
  • de wateringen en de polders;
  • de beschutte werkplaatsen en revalidatiecentra die afhangen van een Gemeenschaps- of Gewestfonds of -instelling voor de sociale integratie van personen met een handicap of van zijn rechtsopvolgers, zoals bedoeld in art. 1, 2° van het koninklijk besluit van 19 februari 2013.

Draagwijdte van de inspanning

Een nieuwe of voortgezette CAO, gesloten in een paritair orgaan of gesloten voor een onderneming of een groep van ondernemingen, concretiseert de inspanning van de werkgevers.

Deze CAO moet worden gesloten overeenkomstig de wetgeving inzake de CAO's, en moet worden neergelegd op de griffie van de Dienst der Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg uiterlijk op 1 oktober van het jaar waarop ze betrekking heeft.

Een financieel overzicht en een evaluatieverslag over de gesloten CAO moeten op dezelfde griffie neergelegd worden, uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend op dat waarop de CAO betrekking heeft.

Meer inlichtingen over de wijze waarop een CAO afgesloten kan worden, de inhoud en de vorm van het evaluatieverslag en het financieel overzicht, kunt u bij diezelfde dienst verkrijgen.

Bedrag van de bijdrage

Wie niet, of slechts voor een deel van zijn personeel, onder een dergelijke CAO valt, moet aan de RSZ een bijdrage betalen van 0,10% van de lonen van de werknemers die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst en die niet door een CAO beoogd zijn.

In afwijking hiervan is geen bijdrage verschuldigd voor het eerste en tweede kwartaal van 2005, en bedraagt de bijdrage 0,20% voor het derde en vierde kwartaal van 2005.

De bijdrage wordt berekend op de brutolonen van de werknemers (aan 108% voor de handarbeiders) die verbonden zijn door een arbeidovereenkomst. Zij beïnvloedt de loonmatigingsbijdrage niet.

Te vervullen formaliteiten

Geen bijzondere formaliteiten.

Wie vrijgesteld is van deze bijdrage omdat hij onder de toepassing valt van een goedgekeurde CAO, moet daarvoor geen bewijzen aan de RSZ overmaken. De Rijksdienst ontvangt deze gegevens rechtstreeks van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Bijkomende informatie - Bijdrage voor risicogroepen

In DMFA wordt de bijdrage voor risicogroepen aangegeven per werknemerslijn in blok 90001 “bijdrage verschuldigd voor de werknemerslijn” met werknemerskengetal 852 met type 0.

De berekeningsbasis moet vermeld worden.

Aangezien deze bijdrage berekend wordt op basis van het globale loon van werknemers die tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst, is deze bijdrage niet verschuldigd voor leerlingen en stagiairs zelfs als ze onderworpen zijn aan alle stelsels van de sociale zekerheid.
=> Als de werkgever niet is vrijgesteld van deze bijdrage en als de zone 00055 “type leerling” is ingevuld voor een werknemer moet werknemerskengetal 852 0 niet aangegeven worden voor een werknemer die onder de gewone werknemerscode is aangegeven.

Als DMFA wordt ingediend via web moet het betrokken vakje worden aangevinkt als de bijdrage verschuldigd is.

Bijkomende informatie - Bijkomende bijdrage bij onvoldoende opleidingsinspanningen

De RSZ verstuurt een debetbericht aan de betrokken werkgevers op basis van een lijst gepubliceerd in het Staatsblad van sectoren die niet voldoende opleidingsinspanningen hebben verricht.

Op basis van verschillende besluiten van de Raad van State en het Grondwettelijk Hof werden de ministeriele besluiten van 13/04/2011, 12/01/2012 en 17/04/2013 opgeheven.
De RSZ is in mei 2016 overgegaan tot annulatie van de opgestelde debetberichten voor onvoldoende opleidingsinspanningen voor de jaren 2008, 2009 en 2010 en eind augustus 2016 voor die betreffende het jaar 2011. De betrokken werkgevers en hun erkend sociaal secretariaat werden hierover geïnformeerd.