Woon-werkverplaatsing, bedrijfsvoertuigen en mobiliteitsvergoeding

Terugbetaling woon-werkverplaatsing

De bedragen die gelden als terugbetaling van de kosten die de werknemer maakt om zich van zijn woonplaats naar de werkplaats te begeven en terug, zijn uitgesloten uit het loonbegrip. Evenwel meent de RSZ dat er socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn op deze bedragen indien de raming ervan gebeurt op forfaitaire basis. Voor de berekening van de bijdragen mag men deze forfaitaire bedragen verminderen met de werkelijk gemaakte kosten waarvan het bedrag kan worden bewezen.

 

Gebruik bedrijfsvoertuig

Ook het voordeel dat een werknemer geniet als zijn werkgever hem een voertuig ter beschikking stelt, zowel voor de woon-werkverplaatsing als voor ander privégebruik, is uitgesloten uit het loonbegrip. Op dit voordeel is echter een forfaitaire solidariteitsbijdrage verschuldigd afhankelijk van het CO2-uitstootgehalte en het type van brandstof van het voertuig.

 

Mobiliteitsvergoeding

Vanaf 1 januari 2018 krijgen sommige werknemers die gebruik maken van een bedrijfsvoertuig, de mogelijkheid deze in te ruilen voor een mobiliteitsvergoeding. Naar bijdragen toe geldt hetzelfde systeem als bij de bedrijfswagen: de mobiliteitsvergoeding zelf is vrijgesteld, maar de werkgever is een solidariteitsbijdrage verschuldigd. Die is even hoog als de solidariteitsbijdrage die de werkgever verschuldigd was voor de ingeruilde bedrijfswagen en wordt op dezelfde manier berekend zolang de mobiliteitsvergoeding wordt toegekend.

Wanneer kunnen bedrijfswagens worden omgeruild?

Werkgever

  • De werkgever moet gedurende een ononderbroken periode van minstens 36 maanden één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking hebben gesteld; een uitzondering wordt gemaakt voor startende werkgevers.
  • Hij moet het systeem van inruilen voorzien in de onderneming, dit bekend maken en de eventuele voorwaarden communiceren.

 

Bedrijfsvoertuig

  • Enkel de bedrijfsvoertuigen waarvoor de solidariteitsbijdrage verschuldigd is én waarvoor een voordeel alle aard wordt berekend komen in aanmerking.
  • Bedrijfswagens die toegekend werden in ruil voor een vermindering van het brutoloon ('salary sacrifice') of geheel of gedeeltelijk ter vervanging van een premie of ander voordeel, kunnen nooit worden ingeruild tegen de 'mobiliteitsvergoeding', zelfs als er op het omgezette voordeel geen bijdragen verschuldigd waren.

 

Werknemer

  • De werknemer moet reeds een zekere periode over de bedrijfswagen beschikken:
    • minstens 3 maanden ononderbroken op het moment van zijn aanvraag tot inruilen
    • én minstens 12 maanden in de loop van de 36 maanden die de aanvraag voorafgaan.
  • Specifieke bepalingen gelden voor werknemers die in dienst treden én bij hun vorige werkgever reeds een mobiliteitsvergoeding hadden verkregen of beschikten over een bedrijfswagen.
  • De werknemer die beschikking heeft over verschillende bedrijfswagens kan slechts de vergoeding ontvangen voor de inruiling van één bedrijfswagen en alleen als hij voor alle bedrijfswagens aan de 'beschikkingsvoorwaarden' voldoet.

 

Formaliteiten

  • Aanvraag en antwoord gebeuren schriftelijk en een positieve beslissing maakt deel uit van de arbeidsovereenkomst.
  • De solidariteitsbijdrage wordt op het niveau van de natuurlijke persoon aangegeven en het overeenkomstig fiscaal voordeel onder looncode 10.

 

Impact

  • De mobilliteitsvergoeding zelf wordt geacht de vergoeding voor de woon-werkverplaatsingen te dekken. Alle verplaatsingsvergoedingen (woon-werk en privéverplaatsingen) die de werkgever bovenop de mobiliteitsvergoeding toekent aan de werknemer, zijn loon.
  • Als enige uitzondering komen de vrijgestelde verplaatsingsvergoedingen in aanmerking die de werkgever in het kader van de woon-werkverplaatsing in de drie maanden vóór de aanvraag tot inruilen van de wagen ook al toekende bovenop de bedrijfswagen. Het gaat daarbij dan ook enkel om bedragen die in dezelfde grootteorde liggen.

 

Berekening van het bedrag

  • De vergoeding stemt overeen met de waarde van het gebruiksvoordeel van de bedrijfswagen op jaarbasis:
    • 20% van 6/7 van de cataloguswaarde van de ingeleverde bedrijfswagen, of
    • 24% indien de werkgever (een deel van) de brandstofkosten voor het privégebruik van de wagen betaalde (via tankkaart of terugbetaling brandstofkosten.
  • Het gaat om de fiscale invulling van de cataloguswaarde:
    • de catalogusprijs van het voertuig in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier, inclusief opties en werkelijk betaalde belasting over de toegevoegde waarde, zonder rekening te houden met enige korting, vermindering, rabat of restorno.
    • de eventuele bijdrage die de werknemer leverde voor het privégebruik in de maand voor de inlevering van de bedrijfswagen, wordt geëxtrapoleerd naar een jaarbedrag en in mindering gebracht.
  • Het is aan de werkgever om de hoogte van de mobiliteitsvergoeding waar de werknemer recht op heeft vast te stellen.
  • Het gaat om een vast bedrag dat wordt berekend op het moment van overschakeling. Er gebeurt enkel een indexering van de cataloguswaarde op 1 januari van elk kalenderjaar.
  • Het voordeel loopt totdat er opnieuw gebruik gemaakt wordt van een bedrijfsvoertuig voor woon-werk verkeer of voor privéverplaatsingen of totdat de werknemer in een functie belandt waarvoor geen bedrijfswagen is voorzien.