Mandaathouders van vennootschappen

Zowel voor personen die in een industriële of handelsvennootschap belast zijn met een beheersmandaat (zaakvoerders van bvba's, afgevaardigde-bestuurders van nv's,...), als voor hen die een gedeelte van het maatschappelijk kapitaal van zo'n vennootschap bezitten, is de vraag of ze met deze verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst, niet eenduidig te beantwoorden.

Voor de beheerders kan men gewoonlijk stellen dat er met de vennootschap geen gezagsverhouding bestaat. Indien de vennootschap van oordeel is dat de beheerders, hetzij voor de prestaties die ze leveren in uitvoering van het mandaat, hetzij voor prestaties die ze buiten hun mandaat verrichten, gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst, zal de RSZ hun onderwerping aanvaarden op voorwaarde dat de band van ondergeschiktheid duidelijk is.

De bestuurders van vennootschappen (naamloze vennootschap - NV, besloten vennootschap - BV of coöperatieve vennootschap - CV) kunnen hun mandaat enkel uitoefenen onder het statuut van zelfstandige. Zij kunnen in deze hoedanigheid niet door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden. Het is echter mogelijk om gelijktijdig een activiteit als bestuurder en als loontrekkende uit te voeren als er een duidelijk onderscheid is tussen beide activiteiten. De onderwerping aan het stelsel van de loontrekkenden ontslaat de werknemer dus niet van alle verplichtingen ten opzichte van het sociaal stelsel van de zelfstandigen.

Voor personen die een gedeelte van het maatschappelijk kapitaal bezitten, verschilt de toestand naargelang zij een groot gedeelte van het kapitaal bezitten, dan wel een miniem gedeelte. De eerste categorie zal normaliter niet gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst, omdat hun zeggingskracht binnen de onderneming zo groot is dat een gezagsverhouding uitgesloten is. Voor de tweede categorie zal de RSZ op basis van de feitelijke toestand vaststellen of er een band van ondergeschiktheid bestaat en indien nodig de onderwerping eisen. Het bezit van een beperkt gedeelte van het kapitaal is op zich immers niet onverenigbaar met het bestaan van een arbeidsovereenkomst.

Meer informatie over de aard van de arbeidsrelatie kan men vinden onder "De arbeidsovereenkomst".

Merk ook op dat wanneer een arbeidsrelatie onduidelijk is, beide partijen de relatie kunnen voorleggen bij de administratieve commissie ter regeling van de arbeidsrelatie, opgericht binnen de FOD Sociale Zekerheid.  

Deze redenering geldt slechts voor de prestaties waarvan de onderwerping afhangt van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Indien het gaat om personen die werken in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst, belet noch de uitoefening van een mandaat, noch het bezit van maatschappelijk kapitaal, de verplichte onderwerping als loontrekkende.