Procedure en te realiseren bijkomende tewerkstelling

1. Aanvraag voor financiële tussenkomst

Een aanvraag voor financiële tussenkomst kan slechts ingediend worden als er bijkomende middelen beschikbaar zijn. Het Fonds Sociale Maribel maakt dit kenbaar via een 'Tussentijdse instructie aan de werkgevers'.

De werkgever die aanspraak wil maken op de financiële tussenkomst in het kader van de Sociale Maribel, moet een aanvraag indienen met een formulier dat gepubliceerd samen met de 'Tussentijdse instructie' en moet de hieronder vermelde procedure volgen.

De aanvraag moet het advies bevatten van de representatieve vakorganisaties en het verslag van het bevoegde syndicale overlegcomité. Indien een vakorganisatie niet vertegenwoordigd is bij het bestuur, dient deze laatste zich tot het provinciale of nationale niveau te wenden om de vereiste goedkeuring te bekomen.
Wordt als representatief beschouwd om in een sectoraal of particulier comité te zetelen, elke organisatie die zetelt in het comité van de federale, gemeenschaps- of gewestelijke overheidsinstellingen, of het comité van de provinciale of lokale overheidsinstellingen.

Bij toekenning van de financiële tegemoetkoming verbindt de werkgever er zich toe om de aangegane tewerkstellingsverbintenis na te komen binnen een periode van 6 maanden te rekenen vanaf de maand nadat de positieve beslissing van het Beheerscomité betekend werd.

De termijn van 6 maanden wordt verminderd tot 3 maanden wanneer door een verhoging van het bedrag van de bijdragevermindering bijkomende middelen ter beschikking worden gesteld aan de werkgevers.

De aanwervingen ten gevolge van de beslissing van het Beheerscomité mogen niet plaatsvinden vóór de datum van goedkeuring van de aanvraag.

2. Beperking inzake (co-)financiering van de middelen Sociale Maribel

De loonkost van de werknemers, waarvan de tewerkstelling gefinancierd wordt met middelen Sociale Maribel, mag op jaarbasis niet hoger zijn dan 64.937,84 EUR voor een voltijdse werknemer. Werknemers waarvan de loonkost deze grens overschrijdt, komen niet in aanmerking voor een toelage vanuit de Sociale Maribel.

Het bedrag van de loonkost is gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen en wordt op 1 januari van elk kalenderjaar aangepast. Het geïndexeerd bedrag is gelijk aan 85.685,48 EUR voor het jaar 2019.

Voorgaande jaren

•  76.087,67 EUR vanaf 1 januari 2011; 

•  77.607,21 EUR vanaf 1 januari 2012;

•  80.743,71 EUR vanaf 1 januari 2013;

•  82.354,17 EUR vanaf 1 januari 2017;

•  84.003,59 EUR vanaf 1 januari 2018.


Indien de jaarlijkse loonkost van de aangeworven werknemer het maximumbedrag van de loonkost overschrijdt, vordert het Fonds Sociale Maribel de tegemoetkoming terug die aangewend werden voor de financiering van de tewerkstelling van de betrokken werknemer.

De loonkost van de werknemers, die aangeworven zijn in het kader van de Sociale Maribel, mag daarenboven in principe uitsluitend gedragen worden door de middelen die voortvloeien uit de tegemoetkoming van het Fonds Sociale Maribel.

In afwijking hiervan mogen Sociale Maribel middelen aangewend worden voor de financiering van bijkomend aangeworven werknemers, waarvan de loonkost reeds gedeeltelijk gesubsidieerd wordt vanuit een andere regeling. Deze cofinanciering is evenwel enkel mogelijk onder de volgende voorwaarden:

  1. Het bestuur moet bij de aanvraag voor een financiële tussenkomst van het Fonds de cofinanciering aan de RSZ melden en bovendien duidelijk maken dat de loonkost van de werknemer bij voltijdse tewerkstelling op geen enkel moment in zijn loopbaan hoger zal zijn dan het maximumbedrag van de loonkost.
  2. Het bestuur moet, zodra mogelijk, de naam, voornaam en het rijksregisternummer van de werknemer voor wie de toelating tot cofinanciering aangevraagd wordt, mededelen aan de RSZ.

Indien het bestuur beide voormelde verplichtingen niet nakomt, wordt de financiële tussenkomst voor het betrokken kalenderjaar door het Fonds Sociale Maribel teruggevorderd.

3. In dienst te nemen werknemers

De werknemers die in dienst genomen worden, moeten tewerkgesteld worden in een activiteit die betrekking heeft op gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en/of cultuur en moeten derhalve in de socialezekerheidsaangifte vermeld worden met één der betrokken NACE-codes.

De taak van de in dienst genomen werknemers is:

  • de werkdruk verlagen;
  • de intensiteit en de kwaliteit van de zorgen en de hulp verbeteren, en het comfort van de patiënten of de cliënten verbeteren.

De bijkomend aangeworven werknemers zijn bedoeld voor de versterking van bestaande diensten. De middelen kunnen niet gebruikt worden voor de oprichting van nieuwe diensten.

In de sector ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen moet 80,57 EUR van de “theoretische” vermindering per werknemer en per kwartaal worden besteed aan de indienstneming van logistiek assistenten. De werkgevers kunnen met het saldo werknemers in andere functies in dienst nemen.

4. De verbintenis tot het creëren van bijkomende tewerkstelling

Om de bijkomende tewerkstelling te meten wordt het arbeidsvolume van het jaar (x) - het jaar waarin de werkgever een financiële tussenkomst ontvangt van het Fonds Sociale Maribel - vergeleken met het arbeidsvolume van de jaren (x - 2) en (x - 1) - het tweede jaar en het eerste jaar, voorafgaand aan het jaar (x). Deze vergelijking gebeurt in drie stappen.

In een eerste stap wordt het 'totale arbeidsvolume' (A) van de werkgever berekend. Het totale arbeidsvolume voor de jaren (x), (x - 1) en (x - 2) is gelijk aan de som van de arbeidsvolumes van alle werknemers van de werkgever.

Het arbeidsvolume van elke werknemer wordt berekend op basis van de gepresteerde arbeidsdagen en -uren en de gelijkgestelde afwezigheidsdagen en -uren (al dan niet bezoldigd door de werkgever). De niet-gelijkgestelde arbeidsdagen en -uren worden niet meegeteld in de berekening van het arbeidsvolume.

Op kwartaalbasis wordt het arbeidsvolume berekend volgens een formule met:

  • in de teller: de in de DmfAPPL vermelde prestaties, uitgedrukt in uren, met uitzondering van de niet gelijkgestelde arbeidsdagen -en uren (= alle prestatiecodes in de DmfAPPL, behalve de codes 30, 31, 32, 71 en 75);
  • in de noemer: het aantal uren per week van de maatpersoon vermenigvuldigd met 13.

In een tweede stap wordt de 'bijkomende tewerkstelling' (B) die met de financiële tussenkomst van het Fonds Sociale Maribel gerealiseerd werd, berekend voor de jaren (x), (x - 1) en (x - 2).

In de derde en laatste stap wordt het 'arbeidsvolume zonder Sociale Maribel' (C) voor de jaren (x), (x - 2) en (x - 1) berekend door de totale arbeidsvolumes van de werkgever (A) te verminderen met de gerealiseerde bijkomende tewerkstelling in het kader van de Sociale Maribel (B).   

  • Indien het arbeidsvolume zonder Sociale Maribel (C) van het jaar (x) hoger is dan of gelijk aan het arbeidsvolume van het jaar (x - 2) OF van het jaar (x - 1), is de financiële tussenkomst verworven. 
  • Indien het arbeidsvolume zonder Sociale Maribel (C) van het jaar (x) lager is dan het arbeidsvolume van het jaar (x - 2) EN van het jaar (x - 1), dan moet de werkgever de volumedaling verantwoorden.

De controle van het totale arbeidsvolume geschiedt voor de provinciale en plaatselijke besturen uitsluitend op basis van de NACE-codes die onder het toepassingsgebied van de Sociale Maribel vallen. Om een correcte vergelijking te kunnen maken dienen de werknemers zowel in de referentieperiode als in de te beoordelen kwartalen op dezelfde manier aangegeven te worden in de DmfAPPL.

Wordt niet beschouwd als het creëren van bijkomende tewerkstelling zoals bedoeld in de Sociale Maribel-regeling, een effectieve toename van het personeelsbestand ten gevolge van een fusie, van een overname van een andere instelling of van een verhoging van de subsidiëring toegekend door de bevoegde overheid.

5. Voorafgaande aanvraag tot afwijking op de tewerkstellingsverbintenis

Indien een werkgever zich genoodzaakt ziet om het arbeidsvolume te verminderen, moet hij hierover vooraf melding maken aan het Fonds Sociale Maribel om verder te kunnen genieten van de financiële tussenkomsten. De werkgever dient hiervoor het formulier aanvraag tot afwijking te gebruiken. De aanvraag dient tevens het advies van de representatieve vakorganisaties te bevatten.

Het Beheerscomité van het Fonds Sociale Maribel neemt op basis van de vastgelegde objectieve criteria een gemotiveerde beslissing over de aanvraag tot vermindering van het arbeidsvolume en bepaalt de modaliteiten van de eventuele vermindering of beëindiging van de aan de werkgever toegekende financiële tegemoetkomingen. Het Fonds deelt zijn beslissing mee aan de werkgever. 

6. Rechtvaardiging van de niet gerealiseerde tewerkstellingsverbintenis

Indien een nieuwe toekenning wordt aangewend ter financiering van de tewerkstelling die al bestaat vóór de inwerkingtreding van deze toekenning, of indien de creatie van de tewerkstelling, gefinancierd met een nieuwe toekenning, gepaard gaat met ontslagen, kan het Beheerscomité een rechtvaardiging vragen aan de werkgever binnen de termijn van een maand.

Indien voor toegekende arbeidsplaatsen geen aanvraag tot afwijking goedgekeurd werd en de tewerkstellingsverbintenis voor een bepaald jaar niet gerealiseerd werd, dan vraagt de RSZ aan de werkgever om het verschil in arbeidsvolume te rechtvaardigen. Het bestuur moet binnen de maand nadat de vraag gesteld werd, zijn rechtvaardiging doorsturen naar de RSZ.

Op de eerste vergadering van het Beheerscomité na ontvangst van de rechtvaardiging spreekt het Beheerscomité zich uit over deze verantwoording, en kan het beslissen om deze niet te aanvaarden.

Het bestuur dat geen tijdige rechtvaardiging indient of wiens rechtvaardiging niet goedgekeurd wordt, moet het gedeelte van de tussenkomst dat overeenstemt met de niet gerealiseerde tewerkstellingsverbintenis, terugstorten aan het Fonds Sociale Maribel.

Het bedrag van de terugstorting is beperkt tot het bedrag van de gemiddelde financiële tussenkomst (voor één VTE) vermenigvuldigd met de daling van het 'arbeidsvolume zonder gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel' (in VTE) van het jaar (x) ten opzichte van het jaar (x - 1).

7. Voorbeelden

Voorbeeld één: daling ten opzichte van één van de twee voorgaande jaren

Het totale arbeidsvolume van de werkgever (A) is gelijk aan 99,7 VTE in het jaar (x) en is gedaald ten opzichte van het jaar (x - 2) en het jaar (x - 1). Het arbeidsvolume (C) na aftrek van de gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (B) van het jaar (x) is gedaald ten opzichte van het jaar (x - 1), maar verhoogd ten opzichte van het jaar (x - 2).

De RSZ vraagt geen verantwoording aan de werkgever en de financiële tussenkomst is verworven.

Arbeidsplaatsen in VTE bij de werkgever

jaar (x - 2)

jaar (x - 1)

jaar (x)

Totale arbeidsvolume (A) 100 101 99,7
 Toegekende arbeidsplaatsen Sociale Maribel 3 3,5 3,5
Gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (B) 2,7 3,4 2,3
Arbeidsvolume zonder gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (C)
97,3
97,6
97,4

Voorbeeld twee: daling ten opzichte van de twee voorgaande jaren 

Vanaf 1 april van het jaar (x-1) kent het Fonds 2 Sociale Maribel arbeidsplaatsen toe aan een werkgever die de tewerkstelling volledig realiseert [2 VTE X 9/12 = 1,5 VTE]. In het jaar (x) daalt het totale arbeidsvolume (A) met 1 VTE en wordt slechts 1,8 VTE in het kader van de Sociale Maribel (B) gerealiseerd. Het arbeidsvolume zonder de bijkomende tewerkstelling Sociale Maribel (C) ligt lager dan in de twee voorgaande jaren.  

De werkgever heeft zijn bijkomende tewerkstelling in het jaar (x) niet gerealiseerd en moet dit rechtvaardigen tegenover de RSZ.

Als het Beheerscomité de rechtvaardiging niet goedkeurt, moet de werkgever een deel van de financiële middelen terugbetalen aan het Fonds. De maximale terugvordering bedraagt 1,3 VTE (100,50 – 99,2).

Arbeidsplaatsen in VTE bij de werkgever

jaar (x - 2)

jaar (x - 1)

jaar (x)

Totale arbeidsvolume (A) 100 102 101
 Toegekende arbeidsplaatsen Sociale Maribel 0
2 2
Gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (B) 0 1,5 1,8
Arbeidsvolume zonder gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (C)
100
100,5
99,2

Voorbeeld drie: daling ten opzichte van de twee voorgaande jaren (en voorafgaande aanvraag tot afwijking)

Het totale arbeidsvolume van de werkgever (A) daalt in het jaar (x) ten opzichte van het jaar (x - 2) en het jaar (x - 1). Ook het arbeidsvolume (C) na aftrek van de gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (B) is gedaald ten opzichte van het jaar (x - 2) en het jaar (x - 1).

Op het einde van het jaar (x - 1) heeft de werkgever een gemotiveerde aanvraag tot afwijking op de tewerkstellingsverbintenis ingediend voor 20 VTE die ingaat vanaf 1 januari van het jaar (x). Het Beheerscomité stemt in met het verminderde arbeidsvolume en de werkgever behoudt de twee toegekende arbeidsplaatsen Sociale Maribel in het jaar (x). 

Ondanks de daling van het arbeidsvolume ten opzichte van de twee voorgaande jaren, vraagt de RSZ geen verantwoording aan de werkgever (zie voorbeeld één). 

Indien het arbeidsvolume in het jaar (x) evenwel zou dalen met 21 VTE, dan zou de RSZ wel een bijkomende verantwoording vragen. Het arbeidsvolume zonder tewerkstelling Maribel (C) van 78,1 VTE zou dan - rekening houdend met de door het Beheerscomité toegestane vermindering van 20 VTE - lager zijn dan zowel (x - 2) als (x - 1).

Arbeidsplaatsen in VTE bij de werkgever

jaar (x - 2)

jaar (x - 1)

jaar (x)

Totale arbeidsvolume (A) 100 101 81
 Toegekende arbeidsplaatsen Sociale Maribel 2
2 2
Gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (B) 1,8
1,7 1,9
Arbeidsvolume zonder gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (C)
98,2
99,3
79,1

Bijkomende informatie DmfAPPL - Gegevens over de nieuwe tewerkstelling

De bijkomende tewerkstelling die gecreëerd wordt in het kader van de Sociale (of Fiscale) Maribel, moet door de werkgever met de code 1, 2, 4, 5 of 9 in de zone "maatregelen non profit" van het blok "tewerkstelling inlichtingen" van de DmfAPPL aangeduid worden.

De begindatum van een nieuwe arbeidsplaats die toegekend wordt in het kader van de Sociale (of Fiscale) Maribel, moet door de werkgever in de zone "datum van toekenning van de nieuwe arbeidsplaats" van het blok "tewerkstelling inlichtingen" van de DmfAPPL aangeduid worden.