Procedure en te realiseren bijkomende tewerkstelling

1. Aanvraag voor financiële tussenkomst

Een aanvraag voor financiële tussenkomst kan slechts ingediend worden als er bijkomende middelen beschikbaar zijn. Het Fonds Sociale Maribel maakt dit kenbaar via een 'Tussentijdse instructie aan de werkgevers'.

De werkgever die aanspraak wil maken op de financiële tussenkomst in het kader van de Sociale Maribel, moet een aanvraag indienen met een formulier dat gepubliceerd samen met de 'Tussentijdse instructie' en moet de hieronder vermelde procedure volgen.

De aanvraag moet het advies bevatten van de representatieve vakorganisaties en het verslag van het bevoegde syndicale overlegcomité. Indien het advies van een vakorganisatie op de aanvraag ontbreekt, dient het bewijs geleverd te worden dat de betrokken vakorganisatie uitgenodigd werd voor het overleg of haar de aanvraag ter ondertekening werd voorgelegd.
Wordt als representatief beschouwd om in een sectoraal of particulier comité te zetelen, elke organisatie die zetelt in het comité van de federale, gemeenschaps- of gewestelijke overheidsinstellingen, of het comité van de provinciale of lokale overheidsinstellingen.

Bij toekenning van de financiële tegemoetkoming verbindt de werkgever er zich toe om de aangegane tewerkstellingsverbintenis na te komen binnen een periode van 6 maanden te rekenen vanaf de maand nadat de positieve beslissing van het Beheerscomité betekend werd.

 

Indien een toekenning niet wordt ingevuld binnen een termijn van zes maanden, wordt deze van rechtswege geannuleerd behoudens afwijking bij beslissing van het beheerscomité van het Fonds Sociale Maribel.

 

De aanwervingen ten gevolge van de beslissing van het Beheerscomité mogen niet plaatsvinden vóór de datum van goedkeuring van de aanvraag.

2. Beperking inzake (co-)financiering van de middelen Sociale Maribel

 

Dit is niet langer van toepassing.

3. In dienst te nemen werknemers

De werknemers die in dienst genomen worden, moeten tewerkgesteld worden in een activiteit die betrekking heeft op gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en/of cultuur en moeten derhalve in de socialezekerheidsaangifte vermeld worden met één der betrokken NACE-codes.

De taak van de in dienst genomen werknemers is:

  • de werkdruk verlagen;
  • de intensiteit en de kwaliteit van de zorgen en de hulp verbeteren, en het comfort van de patiënten of de cliënten verbeteren.

De bijkomend aangeworven werknemers zijn bedoeld voor de versterking van bestaande diensten. De middelen kunnen niet gebruikt worden voor de oprichting van nieuwe diensten.

In de sector ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen moet 80,57 EUR van de “theoretische” vermindering per werknemer en per kwartaal worden besteed aan de indienstneming van logistiek assistenten. De werkgevers kunnen met het saldo werknemers in andere functies in dienst nemen.

4. De verbintenis tot het creëren van bijkomende tewerkstelling

Om de bijkomende tewerkstelling te meten wordt het arbeidsvolume van het jaar (x) - het jaar waarin de werkgever een financiële tussenkomst ontvangt van het Fonds Sociale Maribel - vergeleken met het arbeidsvolume van de jaren (x - 2) en (x - 1) - het tweede jaar en het eerste jaar, voorafgaand aan het jaar (x). Deze vergelijking gebeurt in drie stappen.

In een eerste stap wordt het 'totale arbeidsvolume' (A) van de werkgever berekend. Het totale arbeidsvolume voor de jaren (x), (x - 1) en (x - 2) is gelijk aan de som van de arbeidsvolumes van alle werknemers van de werkgever.

Het arbeidsvolume van elke werknemer wordt berekend op basis van de gepresteerde arbeidsdagen en -uren en de gelijkgestelde afwezigheidsdagen en -uren (al dan niet bezoldigd door de werkgever). De niet-gelijkgestelde arbeidsdagen en -uren worden niet meegeteld in de berekening van het arbeidsvolume.

Op kwartaalbasis wordt het arbeidsvolume berekend volgens een formule met:

  • in de teller: de in de DmfAPPL DmfA vermelde prestaties, uitgedrukt in uren, met uitzondering van de niet gelijkgestelde arbeidsdagen -en uren (= alle prestatiecodes in de DmfAPPL DmfA, behalve de codes 30, 31, 32, 71 en 75);
  • in de noemer: het aantal uren per week van de maatpersoon vermenigvuldigd met 13.

In een tweede stap wordt de 'bijkomende tewerkstelling' (B) die met de financiële tussenkomst van het Fonds Sociale Maribel gerealiseerd werd, berekend voor de jaren (x), (x - 1) en (x - 2).

In de derde en laatste stap wordt het 'arbeidsvolume zonder Sociale Maribel' (C) voor de jaren (x), (x - 2) en (x - 1) berekend door de totale arbeidsvolumes van de werkgever (A) te verminderen met de gerealiseerde bijkomende tewerkstelling in het kader van de Sociale Maribel (B).   

  • Indien het arbeidsvolume zonder Sociale Maribel (C) van het jaar (x) hoger is dan of gelijk aan het arbeidsvolume van het jaar (x - 2) OF van het jaar (x - 1), is de financiële tussenkomst verworven. 
  • Indien het arbeidsvolume zonder Sociale Maribel (C) van het jaar (x) lager is dan het arbeidsvolume van het jaar (x - 2) EN van het jaar (x - 1), dan moet de werkgever de volumedaling verantwoorden.

De controle van het totale arbeidsvolume geschiedt voor de provinciale en plaatselijke besturen uitsluitend op basis van de NACE-codes die onder het toepassingsgebied van de Sociale Maribel vallen. Om een correcte vergelijking te kunnen maken dienen de werknemers zowel in de referentieperiode als in de te beoordelen kwartalen op dezelfde manier aangegeven te worden in de DmfAPPL DmfA.

Wordt niet beschouwd als het creëren van bijkomende tewerkstelling zoals bedoeld in de Sociale Maribel-regeling, een effectieve toename van het personeelsbestand ten gevolge van een fusie, van een overname van een andere instelling of van een verhoging van de subsidiëring toegekend door de bevoegde overheid.

5. Voorafgaande aanvraag tot afwijking op de tewerkstellingsverbintenis

Indien een werkgever zich genoodzaakt ziet om het arbeidsvolume te verminderen, moet hij hierover vooraf melding maken aan het Fonds Sociale Maribel om verder te kunnen genieten van de financiële tussenkomsten. De werkgever dient hiervoor het formulier aanvraag tot afwijking te gebruiken. De aanvraag dient tevens het advies van de representatieve vakorganisaties te bevatten.

Het Beheerscomité van het Fonds Sociale Maribel neemt op basis van de vastgelegde objectieve criteria een gemotiveerde beslissing over de aanvraag tot vermindering van het arbeidsvolume en bepaalt de modaliteiten van de eventuele vermindering of beëindiging van de aan de werkgever toegekende financiële tegemoetkomingen. Het Fonds deelt zijn beslissing mee aan de werkgever.

 

Objectieve criteria

Het beheerscomité van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector aanvaardt dat in volgende drie gevallen een vermindering van het arbeidsvolume gerechtvaardigd kan zijn:

  1.   het verplicht ondergaan van een herstructurering, gepaard gaande met vermindering van arbeidsvolume, die opgelegd wordt door een hogere (toezichthoudende) overheid;
  2.   de overdracht van personeelsleden aan een andere instelling in het kader van een reorganisatie of herverdeling van bevoegdheden en/of takenpakketten;
  3.   een vermindering van de geldmiddelen die aan het bestuur ter beschikking worden gesteld door andere overheden en/of door werkings- of investeringsfondsen, voor zover deze vermindering betrekking heeft op het personeelsbudget.

De beslissing tot het al dan niet aanvaarden van een aanvraag tot afwijking inzake arbeidsvolume komt toe aan het beheerscomité. Geen enkele van deze situaties geeft automatisch of altijd recht op de toekenning van een afwijking op het behoud van het arbeidsvolume. Het beheerscomité beschikt over een discretionaire bevoegdheid om beslissingen te nemen. Indien dit niet zo zou zijn, dienen de aanvragen immers niet voor het beheerscomité te worden voorgelegd.

Het beheerscomité onderzoekt iedere aanvraag en evalueert op basis van deze aanvraag en, indien nodig, de aanvullende elementen die aan de werkgever werden gevraagd, of de aanvraag tot afwijking op het behoud van het arbeidsvolume moet worden aanvaard of verworpen.

Impact van de aanvragen tot afwijking op de tewerkstellingsverbintenis op het aantal toegekende arbeidsplaatsen

Wanneer er zich een daling van het arbeidsvolume voordoet, is het mogelijk dat de hierbij betrokken werknemers niet meer bijdragen aan de middelen van het openbare Fonds. Deze situatie doet zich voor wanneer werknemers worden ontslagen of wanneer zij worden overgeheveld naar een andere werkgever bij wie zij niet meer onder de Sociale Maribel of hetzelfde Fonds van de Sociale Maribel vallen. Om te vermijden dat het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector voor de situatie komt te staan waarin de middelen waarover het beschikt niet meer zouden volstaan om de toegekende arbeidsplaatsen te financieren en dit negatieve gevolgen zou hebben voor alle werkgevers die tegemoetkomingen van het Fonds genieten, kunnen de beslissingen inzake de aanvragen tot afwijking worden gekoppeld aan een vermindering van het aantal arbeidsplaatsen dat eerder werd toegekend aan een werkgever. Dit is met name het geval indien deze daling gevolgen heeft op de financiële middelen van het fonds, en dit ongeacht de aanvaarding of verwerping van de aanvraag tot afwijking van het arbeidsvolume.

Concrete toepassing bij voormelde drie criteria

Onderstaande voorbeelden verduidelijken in welke situatie een afwijking op de tewerkstellingsverbintenis  “aanvaardbaar” kan zijn en wat de mogelijke gevolgen zijn van een genomen beslissing van de werkgever. Tegelijk dient opgemerkt te worden dat 'aanvaardbaar” niet gelijk is aan “aanvaard'.

 

Eerste criterium

De vermindering van het arbeidsvolume in de zin van het eerste criterium moet resulteren uit een herstructurering, opgelegd door een hogere toezichthoudende overheid, om als een aanvaardbare rechtvaardiging te kunnen gelden. Er dient opgemerkt dat een gemeentebestuur niet als de hogere toezichthoudende overheid van een OCMW wordt beschouwd in de betekenis van dit criterium. Herstructureringen waartoe vrij en op vrijwillige basis werd beslist, worden dus niet door dit criterium beoogd.

Wanneer het eerste criterium van toepassing is, heeft dit steeds een verlies van middelen voor het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector tot gevolg. Het gaat immers om een vermindering van personeel dat bijgevolg niet meer bijdraagt aan de middelen van het Fonds. De toepassing van dit criterium heeft steeds een vermindering van de toegekende arbeidsplaatsen tot gevolg.

 

Tweede criterium

Wanneer het tweede criterium van toepassing is, is de beslissing afhankelijk van de situatie en de  invloed van de overdracht van personeel op de financiële middelen van het Fonds.

Situatie 1: Overdracht van personeel tussen werkgevers van de openbare sector

a) personeel blijft onder het toepassingsgebied Sociale Maribel

  • Van OCMW / OCMW-vereniging / ziekenhuis naar ander OCMW / OCMW-vereniging/ziekenhuis: het personeel blijft onder het toepassingsgebied Maribel vallen en draagt verder bij tot de middelen van het Fonds.
    • Geen verlies van middelen voor het Fonds => aanvaardbaar zonder vermindering van de toegekende arbeidsplaatsen.
  • Van gemeentebestuur naar OCMW / OCMW-vereniging van dezelfde of van een andere gemeente: het volledige personeel bij OCMW / OCMW-vereniging valt onder het toepassingsgebied Maribel en draagt verder bij tot de middelen van het Fonds.
    • Geen verlies van middelen voor het Fonds => aanvaardbaar zonder vermindering van de toegekende arbeidplaatsen.
  • Van OCMW / OCMW-vereniging/ziekenhuis naar gemeentebestuur van dezelfde of van een andere gemeente: het personeel blijft in de openbare sector en de activiteit blijft onder het toepassingsgebied Maribel vallen (socio-culturele sector, sport, kinderopvang…).
    • Geen verlies van middelen voor het Fonds => aanvaardbaar zonder vermindering van de toegekende arbeidsplaatsen.

b) personeel valt niet meer onder het toepassingsgebied Sociale Maribel

  • Overdracht van personeel van OCMW / OCMW-vereniging/ziekenhuis naar gemeentebestuur van dezelfde of van een andere gemeente: het personeel blijft in de openbare sector maar de activiteit valt niet meer onder het toepassingsgebied Maribel (ondersteunende diensten, personeelsdienst, informaticadienst, technische dienst…). De overgedragen werknemers dragen niet meer bij tot de middelen van het Fonds.
    • Verlies van middelen voor het Fonds => niet aanvaardbaar en vermindering van de toegekende arbeidsplaatsen.
Situatie 2: Overdracht van personeel van een openbare werkgever naar een werkgever die onder de private sector valt.

a) personeel blijft onder het toepassingsgebied Sociale Maribel

  • De overdracht van personeel van een openbare werkgever naar een private werkgever van de non-profit sector (bvb. woonzorgcentrum, gezinszorg, kinderopvang…) heeft een verlies van middelen voor het openbare Fonds Sociale Maribel tot gevolg maar leidt tot een verhoging van de middelen van het private Fonds Sociale Maribel waaronder het personeel valt na de overdracht.
  • De reglementering voorziet in een doorstorting van de middelen, berekend op basis van het overgedragen aantal werknemers, van het openbare fonds naar het private fonds gedurende twee jaar voor het contractueel personeel. Voor het statutair personeel dat ter beschikking wordt gesteld van de private werkgever, worden de middelen doorgestort naar het bevoegde private fonds tot de laatste werknemer met pensioen of uit dienst is. Indien er zich onder de overgedragen personeelsleden werknemers bevinden die gefinancierd worden via een tussenkomst Sociale Maribel, zal de financiële tussenkomst  hiervoor vanaf de datum van overdracht door het bevoegde private fonds aan de werkgever gestort worden. Mogelijk volstaat het bedrag dat wordt doorgestort aan het private fonds niet om dezelfde financiering te garanderen.
    • Verlies van middelen voor het openbare Fonds => aanvaardbaar maar vermindering van de toegekende arbeidsplaatsen.
  • Opmerking: in praktijk wordt momenteel binnen het beheerscomité geen meerderheid gevonden om een afwijking toe te staan in geval van overdracht van een activiteit en personeel naar de private sector (zie verder 'Belangrijke aandachtspunten voor de situatie 2, a) ').
  • Bij deze vermindering wordt rekening gehouden met de overdracht van werknemers die gefinancierd worden via de tussenkomst Sociale Maribel.

b) personeel valt niet meer onder het toepassingsgebied Sociale Maribel

  • Overdracht van personeel van een openbare werkgever naar een private werkgever die niet onder de non-profit sector valt, bijvoorbeeld een dienstenchequeonderneming: het personeel valt niet langer onder het toepassingsgebied van de Sociale Maribel.
    • Verlies van middelen voor het Fonds Sociale Maribel => niet aanvaardbaar en vermindering van de toegekende arbeidsplaatsen.

In alle voormelde situaties wordt, indien er zich onder de overgedragen personeelsleden werknemers bevinden die gefinancierd worden via een tussenkomst Sociale Maribel, de financiering mee overgedragen naar de nieuwe werkgever.

Belangrijke aandachtspunten voor de situatie 2,a)

  1. Het feit dat een regionale overheid binnen zijn bevoegdheidsgebied de oprichting van bepaalde privaatrechtelijke rechtspersonen (VZW's of andere) of een participatie/samenwerking tussen de openbare en de privésector toestaat, of zelfs bij decreet aanmoedigt en oplegt, betekent niet dat het beheerscomité van het Fonds Sociale Maribel voor de Overheidssector (dat tot het federale niveau behoort) verplicht zou zijn om de aanvraag tot afwijking op het behoud van het volume in te willigen dat voortvloeit uit de personeelsoverdracht van een publiekrechtelijke rechtspersoon, zoals een gemeentelijke dienst of een OCMW, naar de privaatrechtelijke rechtspersoon.
    • Bvb.  in Vlaanderen: het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (art. 245 of art. 513).
  2. In de situatie 2, a) is de opmerking dat 'aanvaardbaar' niet gelijk is aan 'aanvaard' en dat het beheerscomité de bevoegdheid behoudt om een aanvraag te aanvaarden of te weigeren, zeer belangrijk. Tot 2018 kende het beheerscomité in situatie 2, a) gewoonlijk een afwijking op het behoud van het arbeidsvolume toe. De vaststelling dat een groeiend aantal aanvragen tot afwijking werd ingediend en dat het vaak om grotere diensten gaat en de negatieve gevolgen die deze overdrachten hebben op de financiële middelen van het Fonds, hebben ertoe geleid dat het beheerscomité zijn gedragslijn heeft gewijzigd in geval van “privatisering”. 

De termen 'instelling' en 'reorganisatie' die in de objectieve criteria worden aangewend, moeten worden geïnterpreteerd in hun gebruikelijke betekenis zoals bepaald in het woordenboek (Van Dale):

  • 'reorganisatie': het reorganiseren;
  • 'reorganiseren': anders, opnieuw inrichten;
  • 'privatiseren': (van overheidstaken, overheidsbedrijven) in particuliere handen brengen.

Een gewone reorganisatie heeft niet tot gevolg dat een activiteit wordt overgedragen naar de private sector. Wordt gezien als 'privatisering' een overdracht van een opdracht en personeel van een openbare werkgever, bijvoorbeeld een gemeentebestuur of een OCMW, naar een privé-entiteit zoals een vzw. De opdracht die werd uitgevoerd door een openbare entiteit wordt uitgevoerd door een privé-entiteit.

Wanneer het personeel wordt overgedragen naar een vzw (die een privaatrechtelijke rechtspersoon is en geen werkgever van de openbare sector) valt deze,  in toepassing van  artikel 35 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, niet langer onder het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector maar onder een Fonds Sociale Maribel van de privésector, verbonden aan het paritaire comité van de privésector. Het feit dat het gemeentebestuur of het OCMW een rol of een beslissingsbevoegheid in de nieuwe entiteit behouden, wijzigt niets aan het privaatrechtelijke karakter van de vzw. Om die reden bestaat er een groot risico dat de aanvraag tot afwijking in dit geval niet wordt aanvaard, ongeacht of de activiteit in het toepassingsgebied van de Maribel blijft.

Het koninklijk besluit Maribel bepaalt bovendien dat, in geval van een personeelsoverdracht van de openbare sector naar de privésector, de bijdragevermindering voor contractuelen gedurende twee jaar naar het privéfonds wordt overgeheveld, en voor statutaire gedetacheerden tot de oppensioenstelling. Bovendien voorziet het een vermindering van het aantal toegekende plaatsen. Dit betekent echter niet dat het beheerscomité verplicht is de afwijking toe te kennen. Deze overdracht is louter een logisch gevolg van het feit dat de middelen van de fondsen worden berekend op basis van het aantal werknemers in het jaar n-2. Aangezien het privéfonds in zijn dotatie geen subsidie voor de overgedragen werknemers heeft ontvangen, worden de bijdragen doorgestort.

Als de personeelsoverdrachten van een openbare entiteit naar een privé-entiteit zich veralgemenen, zal er op lange termijn een 'overdracht' van de opdrachten en van het personeel van de openbare sector plaatsvinden. De tewerkstelling in de openbare sector zal dan afnemen. De gedetacheerde statutairen in de privésector die op pensioen gaan, zullen immers worden vervangen door contractuelen uit de privésector.  De contractuelen die in dienst waren in de openbare sector, worden als gevolg van de overdracht pure werknemers van de privésector .

Deze vermindering van arbeidsvolume in de openbare sector zal leiden tot een vermindering van de dotatie van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector (na twee jaar), wat een ongunstige impact zal hebben op de werkgevers van de openbare sector die verder onder dit Fonds blijven vallen. Op lange termijn kan dit leiden tot een vermindering van het aantal toegekende plaatsen of een financiering aan 100% van de kostprijs van nieuwe aanwervingen onmogelijk maken, terwijl dat net een beleidsdoelstelling in het koninklijk besluit van 18 juli 2002 is en een uitdrukkelijke wens van de werkgevers vormt.

Omwille van dergelijke gevolgen kan het beheerscomité dus in het licht van de omstandigheden in bepaalde gevallen een aanvraag tot afwijking weigeren die mogelijk "aanvaardbaar" is, terwijl de privaatrechtelijke rechtspersoon in kwestie zich in het toepassingsbebied van Maribel voor de privésector bevindt. In dat geval moet men aandachtig zijn voor de opmerkingen die tijdens het sociaal overleg worden geformuleerd en voor een eventuele weigering van goedkeuring door de vakbonden. De weigering van een akkoord van de vakorganisaties in het lokale overleg, leiden meestal tot een weigering van de vakorganisaties in het beheerscomité.

  1. Het beheerscomité beoordeelt de situatie geval per geval. In voorkomend geval kan aan de werkgever gevraagd worden te motiveren waarom hij precies tot de beslissing tot overdracht van personeel naar een private werkgever is gekomen en niet heeft gekozen voor overdracht naar een openbare werkgever. De werkgever heeft weliswaar de keuze om een activiteit en het bijhorende personeel over te dragen naar een andere publiek- of privaatrechtelijke werkgever, maar hij zal de gevolgen van zijn keuze moeten dragen. Het beheerscomité zal oordelen dat de overdracht van het personeel naar de private sectorde eigen keuze is van het bestuur en de aanvraag niet goedkeuren.

Wanneer zou blijken  dat de werkgever geen andere keuze had omdat er in zijn regio geen andere openbare werkgever is die dezelfde activiteit uitoefent, kan het beheerscomité de aanvraag goedkeuren. Bijvoorbeeld bij overdracht naar een private instelling indien er in de directe omgeving geen openbare diensten zijn die dezelfde taken uitvoeren.

 

Derde criterium

Met dit criterium beoogt men de gevolgen van een vermindering van de subsidies die door andere overheden worden ter beschikking gesteld en die betrekking hebben op de personeelskosten.

Bvb. Een vermindering van subsidies voor het lokaal opvanginitiatief, een vermindering van het gesubsidieerde aantal uren in de thuiszorg…

Een vermindering van de gemeentelijke dotatie voor het OCMW wordt niet beoogd door dit criterium.

Wanneer het derde criterium van toepassing is, heeft dit steeds een verlies van middelen voor het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector tot gevolg. Het gaat immers om een vermindering van personeel dat bijgevolg niet meer bijdraagt aan de middelen van het Fonds.

De toepassing van dit criterium heeft steeds een vermindering van de toegekende arbeidsplaatsen tot gevolg.

 

Wijze van berekening van de vermindering van het aantal toegekende arbeidsplaatsen

Een werknemer die minstens halftijds tewerkgesteld is in een activiteit die onder het toepassingsgebied Sociale Maribel valt, draagt momenteel (= in 2022 ) jaarlijks 1.978,12 euro (4 x 494,53 euro) bij aan de middelen van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector.

Dit betekent dat de bijdrage van ongeveer 16 werknemers nodig is om het bedrag van de financiële tussenkomst voor één voltijds equivalent te kunnen financieren.

In de situaties waarbij de vermindering van het arbeidsvolume tot gevolg heeft dat bepaalde werknemers niet meer bijdragen tot de middelen van het Fonds, zal het aantal toegekende arbeidsplaatsen proportioneel verminderd worden volgens volgende berekeningswijze:

aantal werknemers dat het voorwerp uitmaakt van de daling arbeidsvolume x 1.978,12 euro gedeeld door het jaarbedrag van de financiële tussenkomst toepasselijk in de sector voor 1 VTE.

bvb. het verlies aan bijdrage aan het Fonds van 8 werknemers leidt tot een vermindering van  0,5 VTE toegekende arbeidsplaats : (8 x 1.978,12 = 15.824,95) / 31.906,21 = 0,5.

Gezien het feit dat de dotaties berekend worden op basis van het aantal werknemers van het jaar n-2 gaat de vermindering van arbeidsplaatsen Sociale Maribel pas in vanaf het tweede jaar volgend op de vermindering, bij toepassing van het eerste of derde criterium. Bij toepassing van het tweede criterium (situatie 2 a) gaat de vermindering in vanaf de datum van overdracht van de personeelsleden naar een instelling van de private sector. Door de verplichte doorstorting van de middelen van de overgedragen werknemers naar het bevoegde Fonds sociale Maribel van de private sector, heeft het verlies aan middelen voor het openbare Fonds immers onmiddellijk effect.

 

Gevolgen van het niet-aanvaarden van een aanvraag tot afwijking

Los van de vermindering van de toegekende arbeidsplaatsen kan het niet-aanvaarden van een aanvraag tot afwijking door het beheerscomité, gevolgen hebben voor de financiële tussenkomst die de werkgever ontvangt.

Werkgevers wiens aanvraag tot afwijking niet aanvaard wordt, dienen er rekening mee te houden dat het in sommige situaties bijzonder moeilijk zal zijn om de voorwaarden inzake arbeidsvolume verder te respecteren. Wanneer bij de jaarcontrole een dalend arbeidsvolume wordt vastgesteld, zal dit leiden tot een (gedeeltelijke) terugvordering van de ontvangen financiële tussenkomsten voor het betrokken jaar (zie punt 4.  De verbintenis tot het creëren van bijkomende tewerkstelling).

6. Rechtvaardiging van de niet gerealiseerde tewerkstellingsverbintenis

Indien een nieuwe toekenning wordt aangewend ter financiering van de tewerkstelling die al bestaat vóór de inwerkingtreding van deze toekenning, of indien de creatie van de tewerkstelling, gefinancierd met een nieuwe toekenning, gepaard gaat met ontslagen, kan het Beheerscomité een rechtvaardiging vragen aan de werkgever binnen de termijn van een maand.

Indien voor toegekende arbeidsplaatsen geen aanvraag tot afwijking goedgekeurd werd en de tewerkstellingsverbintenis voor een bepaald jaar niet gerealiseerd werd, dan vraagt de RSZ aan de werkgever om het verschil in arbeidsvolume te rechtvaardigen. Het bestuur moet binnen de maand nadat de vraag gesteld werd, zijn rechtvaardiging doorsturen naar de RSZ.

Op de eerste vergadering van het Beheerscomité na ontvangst van de rechtvaardiging spreekt het Beheerscomité zich uit over deze verantwoording, en kan het beslissen om deze niet te aanvaarden.

Het bestuur dat geen tijdige rechtvaardiging indient of wiens rechtvaardiging niet goedgekeurd wordt, moet het gedeelte van de tussenkomst dat overeenstemt met de niet gerealiseerde tewerkstellingsverbintenis, terugstorten aan het Fonds Sociale Maribel.

Het bedrag van de terugstorting is beperkt tot het bedrag van de gemiddelde financiële tussenkomst (voor één VTE) vermenigvuldigd met de daling van het 'arbeidsvolume zonder gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel' (in VTE) van het jaar (x) ten opzichte van het jaar (x - 1).

7. Voorbeelden

Voorbeeld één: daling ten opzichte van één van de twee voorgaande jaren

Het totale arbeidsvolume van de werkgever (A) is gelijk aan 99,7 VTE in het jaar (x) en is gedaald ten opzichte van het jaar (x - 2) en het jaar (x - 1). Het arbeidsvolume (C) na aftrek van de gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (B) van het jaar (x) is gedaald ten opzichte van het jaar (x - 1), maar verhoogd ten opzichte van het jaar (x - 2).

De RSZ vraagt geen verantwoording aan de werkgever en de financiële tussenkomst is verworven.

Arbeidsplaatsen in VTE bij de werkgever

jaar (x - 2)

jaar (x - 1)

jaar (x)

Totale arbeidsvolume (A) 100 101 99,7
 Toegekende arbeidsplaatsen Sociale Maribel 3 3,5 3,5
Gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (B) 2,7 3,4 2,3
Arbeidsvolume zonder gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (C) 97,3 97,6 97,4

Voorbeeld twee: daling ten opzichte van de twee voorgaande jaren 

Vanaf 1 april van het jaar (x-1) kent het Fonds 2 Sociale Maribel arbeidsplaatsen toe aan een werkgever die de tewerkstelling volledig realiseert [2 VTE X 9/12 = 1,5 VTE]. In het jaar (x) daalt het totale arbeidsvolume (A) met 1 VTE en wordt slechts 1,8 VTE in het kader van de Sociale Maribel (B) gerealiseerd. Het arbeidsvolume zonder de bijkomende tewerkstelling Sociale Maribel (C) ligt lager dan in de twee voorgaande jaren.  

De werkgever heeft zijn bijkomende tewerkstelling in het jaar (x) niet gerealiseerd en moet dit rechtvaardigen tegenover de RSZ.

Als het Beheerscomité de rechtvaardiging niet goedkeurt, moet de werkgever een deel van de financiële middelen terugbetalen aan het Fonds. De maximale terugvordering bedraagt 1,3 VTE (100,50 – 99,2).

Arbeidsplaatsen in VTE bij de werkgever

jaar (x - 2)

jaar (x - 1)

jaar (x)

Totale arbeidsvolume (A) 100 102 101
 Toegekende arbeidsplaatsen Sociale Maribel 0 2 2
Gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (B) 0 1,5 1,8
Arbeidsvolume zonder gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (C) 100 100,5 99,2

Voorbeeld drie: daling ten opzichte van de twee voorgaande jaren (en voorafgaande aanvraag tot afwijking)

Het totale arbeidsvolume van de werkgever (A) daalt in het jaar (x) ten opzichte van het jaar (x - 2) en het jaar (x - 1). Ook het arbeidsvolume (C) na aftrek van de gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (B) is gedaald ten opzichte van het jaar (x - 2) en het jaar (x - 1).

Op het einde van het jaar (x - 1) heeft de werkgever een gemotiveerde aanvraag tot afwijking op de tewerkstellingsverbintenis ingediend voor 20 VTE die ingaat vanaf 1 januari van het jaar (x). Het Beheerscomité stemt in met het verminderde arbeidsvolume en de werkgever behoudt de twee toegekende arbeidsplaatsen Sociale Maribel in het jaar (x). 

Ondanks de daling van het arbeidsvolume ten opzichte van de twee voorgaande jaren, vraagt de RSZ geen verantwoording aan de werkgever (zie voorbeeld één). 

Indien het arbeidsvolume in het jaar (x) evenwel zou dalen met 21 VTE, dan zou de RSZ wel een bijkomende verantwoording vragen. Het arbeidsvolume zonder tewerkstelling Maribel (C) van 78,1 VTE zou dan - rekening houdend met de door het Beheerscomité toegestane vermindering van 20 VTE - lager zijn dan zowel (x - 2) als (x - 1).

Arbeidsplaatsen in VTE bij de werkgever

jaar (x - 2)

jaar (x - 1)

jaar (x)

Totale arbeidsvolume (A) 100 101 81
 Toegekende arbeidsplaatsen Sociale Maribel 2 2 2
Gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (B) 1,8 1,7 1,9
Arbeidsvolume zonder gerealiseerde tewerkstelling Sociale Maribel (C) 98,2 99,3 79,1

 

Bijkomende informatie DmfA - Gegevens over de nieuwe tewerkstelling

De bijkomende tewerkstelling die gecreëerd wordt in het kader van de Sociale (of Fiscale) Maribel, moet door de werkgever in de DmfA worden aangeduid door de zone ' gemiddeld aantal gesubsidieerde uren per week van de werknemer' op het niveau van de twerkstellingslijn in te vullen.

 

Deze informatie zal gebruikt worden voor de berekening van de financiële tussenkomst in het kader van de Sociale (of Fiscale) Maribel vanaf 2021

De begindatum van een nieuwe arbeidsplaats die toegekend wordt in het kader van de Sociale (of Fiscale) Maribel, moet door de werkgever in de zone 01148 "datum van toekenning van de nieuwe arbeidsplaats" van het blok 90313 "tewerkstelling inlichtingen" van de DmfA aangeduid worden.