Economische werkloosheid

Vanaf het jaar 2005 zijn bepaalde werkgevers uit de bouwsector een jaarlijkse bijdrage verschuldigd, bedoeld om hen te responsabiliseren in het kader van de tijdelijke werkloosheid ingevolge gebrek aan werk wegens economische werkloosheid.

Vanaf het jaar 2012 werd dit systeem uitgebreid tot alle werkgevers, maar met een verschillende berekening voor werkgevers uit de bouw en werkgevers uit andere sectoren. Voor beiden werd gewerkt via een jaarlijks debetbericht.

Vanaf 1 januari 2017 moeten werkgevers, behalve deze van de bouw, zelf de berekening en de aangifte van deze bijzondere bijdrage doen en zal de inning niet meer gebeuren via een jaarlijks debetbericht maar via de gewone kwartaalaangifte.

Voor werkgevers uit de bouwsector blijft het systeem ongewijzigd.


Betrokken werkgevers

Het betreft al de werkgevers die een aantal dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge gebrek aan werk wegens economische redenen hebben aangegeven dat een bepaalde norm overschrijdt.

Bedrag van de bijdrage

Werkgevers uit de bouwsector:

Het bedrag van de bijdrage wordt één maal per jaar vastgesteld, op basis van de gegevens m.b.t. de kwartalen van het voorafgaande jaar. Voor het jaar 2005 wordt de berekening dus gemaakt op basis van de periode van 1 januari tot 31 december 2004. Voor die periode wordt per handarbeider en per leerling die een manueel beroep uitoefent, het totaal gemaakt van de dagen economische werkloosheid (indicatieve code 71 in de DmfA) die bij de RSZ zijn aangegeven.

De bijdrage per handarbeider en per leerling bedraagt 46,31 EUR per dag economische werkloosheid die in dezelfde periode de 110 dagen economische werkloosheid overschrijdt. Wijzigingen van de ingediende kwartaalaangiften nadat het bedrag van de bijzondere bijdrage werd berekend, kunnen geen vermindering van de verschuldigde bijdrage tot gevolg hebben.

 

Werkgevers behalve deze uit de bouwsector:

Voor de werkgevers die niet behoren tot de bouwsector gelden andere regels wat betreft aangifte en de berekeningswijze. Vanaf het 1ste kwartaal 2017 wijzigt de berekening en de aangifte als volgt:

  • De berekening en inning van deze responsabiliseringsbijdrage gebeurt vanaf 2017 niet meer jaarlijks maar ieder kwartaal.
  • De referteperiode is niet langer meer het kalenderjaar, maar het aangiftekwartaal (T) en de 3 daaraan voorafgaande kwartalen (T-1, T-2 en T-3) .
  • Om de kwartaalbijdrage te berekenen worden alle dagen economische werkloosheid tijdens het aangiftekwartaal (T) in rekening gebracht (dus niet alleen de dagen > 110).
  • Het dagbedrag is een vast bedrag in functie van het totaal aantal dagen economische werkloosheid gedurende het aangiftekwartaal en de 3 daaraan voorafgaande kwartalen (dus niet meer progressief):
    • 20 EUR voor alle dagen indien totaal tijdens referteperiode > 110 en ≤ 130
    • 40 EUR voor alle dagen indien totaal tijdens referteperiode > 130 en ≤ 150
    • 60 EUR voor alle dagen indien totaal tijdens referentieperiode > 150 en ≤ 170
    • 80 EUR voor alle dagen indien totaal tijdens referteperiode > 170 en ≤ 200
    • 100 EUR voor alle dagen indien totaal tijdens referteperiode > 200

Vanaf het 1ste kwartaal 2017 gebeurt de berekening op kwartaalbasis via de DmfA. Een specifieke code wordt geïntegreerd in de DmfA om deze bijdrage aan te geven.

Om te bepalen of de bijdrage verschuldigd is en om het bedrag vast te stellen voor één of meerdere werknemers in het 1ste kwartaal 2017, worden volgende elementen nagegaan (per werknemer):

  • a) Is de som S van de dagen economische werkloosheid voor de werknemer aangegeven in 1/2017, 4/2016, 3/2016 en 2/2016 > 110 dagen?
    • indien neen (geen overschrijding): geen bijdrage verschuldigd
    • indien ja: wel bijdrage verschuldigd
  • b) Bepaling van het forfaitair dagbedrag: in welke tranche bevindt deze som S zich?
    • 20 EUR voor alle dagen indien 110 < S ≤ 130
    • 40 EUR voor alle dagen indien 130 < S ≤ 150
    • 60 EUR voor alle dagen indien 150 < S ≤ 170
    • 80 EUR voor alle dagen indien 170 < S ≤ 200
    • 100 EUR voor alle dagen indien S > 200
  • c) Wat is het verschuldigd bijdragebedrag?
    • (aantal dagen economische werkloosheid 1ste kwartaal 2017) X (forfaitair dagbedrag)

Voor de daarop volgende kwartalen gebeurt de berekening op gelijkaardige wijze.

Praktisch voorbeeld vaststelling verschuldigde bijdrage voor een werknemer:

voorbeeld 1: Aantal dagen economische werkloosheid van een werknemer:

2/2016: 55 dagen;
3/2016: 15 dagen;
4/2016: 43 dagen;
1/2017: 35 dagen.

  • a) Som S van de 4 kwartalen: 148 dagen
  • b) Dagbedrag: 40 EUR aangezien S = 148 zich situeert in de tranche > 130 en ≤ 150
  • c) Kwartaalbijdrage verschuldigd in 1/2017: 35 dagen x 40 EUR/dag = 1.400 EUR

voorbeeld 2: Aantal dagen economische werkloosheid van een werknemer:

3/2016: 15 dagen;
4/2016: 43 dagen;
1/2017: 35 dagen;
2/2017: 22 dagen.

  • a) Som S van de 4 kwartalen: 115 dagen
  • b) Dagbedrag: 20 EUR aangezien S = 115 zich situeert in de tranche > 110 en ≤ 130
  • c) Kwartaalbijdrage verschuldigd in 2/2017: 22 dagen x 20 EUR/dag = 440 EUR

Te vervullen formaliteiten

Werkgevers uit de bouwsector:

In de loop van elk jaar berekent de RSZ het totaal bedrag van de bijdrage, en verstuurt een debetbericht aan de bijdrageplichtige werkgevers. De werkgever moet dat bedrag betalen binnen de betaaltermijn die geldt voor het kwartaal waarin het bedrag aan de werkgever wordt meegedeeld.

In geval van laattijdige ontvangst van één of meer aangiften, gebeurt de berekening zodra al de aangiften m.b.t. de referteperiode bij de RSZ toegekomen zijn.

Werkgevers behalve deze uit de bouwsector:

De gegevens moeten elk kwartaal (indien van toepassing) worden meegedeeld via een aparte werknemerscode op het niveau van de werknemerslijn. In het geval van een wijziging achteraf in kwartaal T beperkt de herberekening zich tot de bijdrage van kwartaal T.

Allen:

Voor werkgevers die worden erkend als onderneming in moeilijkheden in het kader van SWT, kan de Minister van Werk het bedrag van de bijdrage halveren in het jaar van erkenning en eventueel in het volgende jaar. De werkgever die in de loop van maart 2017 erkend wordt voor een jaar als onderneming in moeilijkheden, kan voor 2017 en 2018 voor de halvering in aanmerking komen. Deze halvering van bijdragen wordt niet automatisch toegekend, de werkgevers moeten hiervoor een bijkomende aanvraag doen bij de FOD WASO. De FOD WASO deelt deze beslissing mee aan de RSZ waarna de RSZ in het geval van:

  • een debetbericht bouw,  het debetbericht herrekent en de werkgever inlicht;
  • een aangifte door de werkgever niet-bouw, de bijdrage herrekent en aansluitend een systeemwijziging doorvoert.

Bijkomende informatie - Bijdrage voor economische werkloosheid

 Voor de werkgevers die behoren tot de bouwsector werd het debetbericht betreffende de bijdrage voor economische werkloosheid verzonden :

  • voor het refertejaar   2015 : op 30 september 2016

De vervaldag voor de betaling van deze debetbericht is vastgelegd op 31 oktober 2016.


Bijkomende informatie - Bijdrage voor economische werkloosheid- Andere sectoren

  Voor de werkgevers die niet behoren tot de bouwsector werd het debetbericht betreffende de bijdrage voor economische werkloosheid verzonden :

  • voor het refertejaar   2015 : in december 2016

De vervaldag voor de betaling van deze debetbericht is vastgelegd op 31 januari 2017.


Vanaf 1/2017 wordt voor de andere sectoren de bijdrage voor economische werkloosheid aangegeven per kwartaal in DmfA en per werknemerslijn in het blok 90001 "bijdrage verschuldigd voor de werknemerslijn" onder kengetal 800

  • met het type 0 als de basisforfait van toepassing is
  • met het type 2 als de verminderde forfait voor onderneming in moeilijkheden van toepassing is.

Er moet geen berekeningsbasis worden meegedeeld.

Als de DmfA wordt ingediend via web wordt het bedrag van de bijdrage automatisch berekend.