Inleiding

Loonmassa (W)

W is de loonmassa die per tewerkstellingslijn driemaandelijks wordt aangegeven (tegen 100 %) met uitzondering van

  • de vergoedingen die worden betaald ingevolge een verbreking van de arbeidsovereenkomst en in zoverre deze worden uitgedrukt in arbeidsduur,
  • de eindejaarspremies die betaald worden door derden,
  • de vergoedingen voor uren die geen arbeidsuren zijn,
  • het enkel vertrekvakantiegeld uitbetaald door een werkgever aan zijn (ex-)werknemer,
  • het flexi-loon en het loon voor de overuren horeca,
  • een aantal vrijgestelde vergoedingen aangegeven in de DmfAPPL.

Het gaat om de looncodes

  • (DmfA) 1, 2, 4, 5 en 12,
  • (DmfAPPL) 101, 131, 150, 315, 318, 801, 804, 806, 817, 821, 822, 823, 824, 833, 834, 835, 836, 837, 851, 852, 853, 854, 855, 902, 906, 910, 912, 914, 916, 917, 924, 940, 942, 951, 954, 957, 961, 962, 970, 971, 974, 975, 976, 991, 992 en 993.

De vermindering kan dus niet worden toegepast op

  • (DmfA) een tewerkstellingslijn met looncode 3 of 9 (verbrekingsvergoeding) of met looncode 22 (flexi-loon) en op de bedragen aangegeven onder looncode 6, 7, 11, 13 en 23,
  • (DmfAPPL) een tewerkstellingslijn met looncode 130 of 132 (verbrekingsvergoeding) en op de bedragen aangegeven onder looncode 313, 317, 110, 140, 160, 2XX, 310, 311, 312, 314, 316, 319, 320, 348, 349, 350, 4XX en 5XX .

Bekijk de voorbeelden.

Voor werknemers voor wie een eindejaarspremie betaald wordt door een betalende derde (bv. een fonds voor bestaanszekerheid), wordt het kwartaalloon (W) voor het 4de kwartaal verhoogd met 25%. In afwijking daarvan bedraagt de verhoging slechts 15% voor de erkende uitzendkantoren en dit tijdens het 1ste kwartaal. Na deze verhoging wordt W afgerond tot op de eurocent waarbij 0,005 EUR wordt afgerond naar 0,01 EUR.

Refertekwartaalloon (S)

Het refertekwartaalloon S, of de omzetting van het reële loon naar een referteloon, wordt als volgt berekend (per tewerkstellingslijn):

  • voor de tewerkstelling uitsluitend aangegeven in dagen: S = W x (13 x D / J)
    met J = X zonder de wettelijke vakantiedagen voor arbeiders, de niet door de werkgever betaalde vakantiedagen toegekend ingevolge algemeen verbindend verklaarde CAO, flexi-vakantiedagen, de dagen inhaalrust bouwbedrijf en de dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge slecht weer; het gaat m.a.w. om de prestatiecodes 1, 3, 4, 5 en 20;
    met D = het aantal dagen per week van het arbeidsstelsel;
  • voor de tewerkstelling aangegeven in uren en dagen wordt dit: S = W x (13 x U / H)
    met H = Z zonder de uren die overeenstemmen met de wettelijke vakantiedagen voor arbeiders, de uren die overeenstemmen met de niet door de werkgever betaalde vakantiedagen toegekend ingevolge algemeen verbindend verklaarde CAO of met de flexi-vakantiedagen, met de dagen inhaalrust bouwbedrijf en de uren die overeenstemmen met de dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge slecht weer; het gaat m.a.w. om de prestatiecodes 1, 3, 4, 5 en 20;
    met U = het gemiddeld aantal uren per week van de maatpersoon.

(13 x D / J) en (13 x U / H) worden afgerond tot op het tweede cijfer na de komma waarbij 0,005 naar boven wordt afgerond; S wordt afgerond tot op de eurocent waarbij 0,005 EUR wordt afgerond naar 0,01 EUR.

Voor werknemers tewerkgesteld bij een beperkte groep van werkgevers die vóór 1 oktober 2001 de arbeidsduur verminderden of de vierdagenweek invoerden en van wie aan de werknemers een tussenkomst wordt toegekend om het loonverlies gedeeltelijk te compenseren (looncode 5 DmfA), wordt S forfaitair verminderd met 241,70 EUR per kwartaal. Het handelt hier om de werkgevers die in aanmerking kwamen voor een doelgroepvermindering op basis van artikel 367, 369 of 370 van de Programmawet van 24 december 2002 (de oude verminderingscodes 1331, 1333 en 1341 zijn niet meer toepasbaar).

Verminderingsbedrag

De vermindering wordt steeds aangerekend op het niveau van de tewerkstellingslijn.

Zowel bij de berekening van de structurele vermindering (Ps) als bij de doelgroepvermindering (Pg) wordt rekening gehouden met de prestatiebreuk (µ) van de tewerkstellingslijn en een vaste multiplicatiefactor (βs en βg) die het mogelijk maakt, afhankelijk van de geleverde arbeidsprestaties van de verschillende tewerkstellingen, af te wijken van een strikt proportionele vermindering van de bijdragen. De som van Ps en Pg geeft het bedrag dat men in mindering mag brengen van de voor deze tewerkstellingslijn van de werknemer, verschuldigde werkgeversbijdragen voor volgende regelingen:

  • de patronale basisbijdrage na vermindering met de niet-toepasselijke regelingen;
  • de loonmatigingsbijdrage.

De vermindering mag echter niet worden toegepast op het gedeelte van de loonmatigingsbijdrage berekend op de bijdrage van 1,60 % wanneer de werkgever minstens 10 personen tewerkstelde en op de basisbijdrage en de bijzondere bijdrage voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen.

De vermindering mag evenmin worden toegepast op de  speciale bijdrage 1,40 % voor statutairen in de openbare sector (DmfA).

In het geval dat de som van Ps en Pg meer bedraagt dan het bedrag van de werkgeversbijdragen voor de regelingen waarop de vermindering kan worden toegepast, wordt eerst het bedrag van de doelgroepvermindering afgetopt en vervolgens het bedrag van de structurele vermindering.

Enkel vertrekvakantiegeld (vakantieregeling privé-sector) dat door een werkgever wordt uitbetaald aan zijn (ex-)werknemer, maakt geen deel uit van de loonmassa voor de berekening van de refertekwartaallonen. Op dit enkel vertrekvakantiegeld kan de geharmoniseerde vermindering ook niet worden toegepast. Het deel van het vakantiegeld dat overeenstemt met het normale loon voor de vakantiedagen, dat vervroegd werd uitbetaald door de vroegere werkgever, maakt wel deel uit van de loonmassa en wordt dus wel in rekening gebracht voor de berekening van de refertekwartaallonen. Bekijk de voorbeelden.

De vermindering van de bijdragen waar een werkgever recht op heeft, kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd bij de werkgevers die zonder rechtvaardiging hun verplichtingen aangaande betalingen van socialezekerheidsbijdragen niet nakomen of die schuldig worden bevonden aan het doen of laten verrichten van arbeid door een werknemer voor wie geen bijdragen werden betaald aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Bepalen van de prestatiebreuk µ (‘mu’)

Men moet een onderscheid maken tussen de tewerkstellingen die enkel aangegeven worden in dagen en deze die aangegeven worden in dagen en uren:

  • aangegeven in dagen: µ = X / (13 x D)
    met X = het aantal arbeidsdagen en dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge slecht weer (prestatiecodes 1, 2, 3, 4, 5, 12, 20 en 72); de dagen gedekt door een verbrekingsvergoeding komen niet in aanmerking voor de berekening van X.
    met D = het aantal dagen per week van het arbeidsstelsel;
  • aangegeven in dagen en uren: µ = Z / (13 x U)
    met Z = het aantal arbeidsuren en uren die overeenstemmen met de dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge slecht weer (prestatiecodes 1, 2, 3, 4, 5, 12, 20 en 72); de uren die overeenkomen met de dagen gedekt door een verbrekingsvergoeding komen niet in aanmerking voor de berekening van Z.
    met U = het gemiddeld aantal uren per week van de maatpersoon.

µ wordt afgerond tot op het tweede cijfer na de komma waarbij 0,005 naar boven wordt afgerond.

De prestaties van de flexi-jobs  en de overuren horeca blijven volledig buiten de berekening van de µ(glob), µ, ....

Aan de hand van de prestatiebreuk µ worden de verminderingsbedragen geproportioneerd. De som van alle µ’s geeft de totale prestatie van de werknemer µ (glob). Aan de hand van µ (glob) wordt nagegaan of de werknemer tijdens het kwartaal voldoende prestaties heeft.

Vaste multiplicatiefactor ß ('beta')

De waarde van ß is afhankelijk van de globale tewerkstelling bij dezelfde werkgever en kan verschillend zijn voor de structurele - en de doelgroepvermindering:

Voor de structurele vermindering (βs):

  • als µ (glob) < 0,55, dan is ßs = 1,18;
  • als µ (glob) >= 0,55, en < 0,80, dan is ßs = 1,18 + ((µ (glob) - 0,55) x 0,28);
  • als µ (glob) >= 0,80, dan is ßs = 1/ µ (glob) (m.a.w. vanaf 80 % prestaties bekomt men een volledige vermindering).

Voor de doelgroepvermindering (βg):

  • als µ (glob) < 0,55, dan is ßg = 1;
  • als µ (glob) >= 0,55, en < 0,80, dan is ßg = 1 + (µ (glob) - 0,55);
  • als µ (glob) >= 0,80, dan is ßg = 1/ µ (glob) (m.a.w. vanaf 80 % prestaties bekomt men een volledige vermindering).

ß wordt nooit afgerond.

Door de waarde van ß te variëren, kan zowel een minimumprestatiegrens worden ingevoerd als een gelijkstelling van deeltijdse prestaties met voltijdse, afhankelijk van het geheel van de prestaties bij dezelfde werkgever.

Voor een µ (glob) < 0,275 wordt de vaste multiplicatiefactor ßs en ßg = 0, behalve:

  • voor de werknemers tewerkgesteld bij erkende beschutte werkplaatsen, waar er geen ondergrens is; het zijn de werknemers van categorie 3 zoals hieronder vermeld in het hoofdstuk ‘structurele vermindering’ (zowel voor de structurele - als de doelgroepvermindering),
  • vanaf 1 april 2004, voor werknemers die met een minstens halftijdse arbeidsovereenkomst worden tewerkgesteld, m.a.w. indien het gemiddeld aantal uren per week van de werknemer ten minste de helft bedraagt van het gemiddeld aantal uren per week van de maatpersoon. Concreet houdt dit dus in dat deeltijdse werknemers zonder een minstens halftijdse arbeidsovereenkomst, die in de loop van een kwartaal slechts een beperkt aantal uren presteren, voor deze vermindering (zowel de structurele als de doelgroepenvermindering) niet in aanmerking zullen komen,
  • vanaf 1 april 2007, voor werknemers uit de horeca die onder alle regelingen vallen, maar enkel voor de toepassing van de structurele vermindering (niet voor de toepassing van de doelgroepverminderingen),
  • vanaf 1 januari 2014 voor de tewerkstelling van een 'gesubsidieerde contractueel' of een 'contractuele vervanger openbare sector' (zowel voor de structurele- als de doelgroepvermindering 'gesubsidieerde contractuelen' of 'contractuele vervangers openbare sector'),
  • vanaf 1 januari 2014 voor de tewerkstelling van een kunstenaar (zowel voor de structurele- als de doelgroepvermindering kunstenaars),
  • vanaf 1 januari 2014 voor de werknemers, tewerkgesteld op grond van artikel 60, §7 van de OCMW-wet (DmfAPPL).

Cumulaties

Binnen de geharmoniseerde vermindering kan de structurele vermindering per tewerkstelling gecombineerd worden met maximaal één doelgroepvermindering.

De structurele vermindering en de doelgroepvermindering zijn niet cumuleerbaar met enige andere werkgeversbijdragevermindering met uitzondering van de vermindering sociale maribel, die eigenlijk een inhouding is op de klassieke werkgeversbijdragen om specifieke tewerkstellingsfondsen van de non-profit sector te financieren. De doelgroepvermindering 'langdurig werkzoekenden' en de ermee verbonden overgangsmaatregelen daarentegen zijn ook met de vermindering sociale maribel niet cumuleerbaar.

Bij het berekenen van het verminderingsbedrag trekt men eerst het bedrag sociale maribel af van de verschuldigde werkgeversbijdragen om het maximale bedrag aan werkgeversbijdragen te kennen waarop de geharmoniseerde vermindering in mindering mag worden gebracht.  Het forfait bedraagt vanaf 1 januari 2019:

  • 409,37 EUR voor de werkgevers van het paritair comité voor de diensten van gezins- en bejaardenhulp (318.xx)
  • 486,05 EUR voor de werkgevers van het paritair comité voor de gezondheidsinrichtingen en diensten (330.xx), met uitzondering van de werkgevers die onder de omschrijving van het paritaire subcomité voor de tandprothese vallen (330.03)
  • 478,57 EUR voor de werkgevers die vallen onder het fonds sociale maribel van de overheidssector
  • 482,67 EUR voor alle andere werkgevers voor elke werknemer die onder het toepassingsgebied van de sociale maribel valt.

Het forfait 'sociale maribel' moet niet in mindering gebracht worden bij de werknemer als de werkgever voor hem één van de volgende doelgroepverminderingen geniet

  • 'langdurig werkzoekenden' (DmfA), of één van de voor deze categorie voorziene overgangsmaatregelen,
  • 'gesubsidieerde contractuelen' behalve als het gesubsidieerde contractuelen KB nr 474 betreft (DmfAPPL),,
  • 'contractuele vervangers openbare sector',
  • 'art. 60 §7 van de OCMW-wet' (DmfAPPL).

Zij vallen buiten het toepassingsgebied van de sociale maribel. Voor hen gelden dus dezelfde aftoppingsregels als voor de werknemers van werkgevers die niet in aanmerking komen voor de sociale maribel. Voor de werknemers van beschutte werkplaatsen geldt een aparte regeling. Het bedrag sociale maribel moet NOOIT vooraf in mindering gebracht worden

De werknemers waarvoor de werkgever een doelgroepvermindering voor de ‘gesubsidieerde contractuelen KB nr. 474 van de plaatselijke besturen’ (DmfAPPL) geniet, kan deze vermindering cumuleren met de vermindering sociale maribel, maar het bedrag van de vermindering sociale maribel wordt beperkt tot de loonmatigingsbijdrage.

Indien er meerdere tewerkstellingslijnen zijn en de prestaties van één van de tewerkstellingslijnen onder het toepassingsgebied van de sociale maribel vallen, wordt het bedrag van de sociale maribel verdeeld rekening houdend met het relatieve aandeel van de prestaties van een bepaalde tewerkstellingslijn in het geheel van de prestaties voor dat kwartaal, gebruik makend van de prestatiebreuken ( µ / µ (glob) ) en dit ook voor de tewerkstellingslijnen waarvoor de prestaties niet onder het toepassingsveld van de sociale maribel vallen.

Indien echter voor één van de tewerkstellingslijnen de doelgroepvermindering 'langdurig werkzoekenden' of één van de voor deze categorie voorziene overgangsmaatregelen wordt toegepast, of de doelgroepvermindering 'gesubsidieerde contractuelen', 'contractuele vervangers openbare sector' of 'art. 60 §7 van de OCMW-wet', moet voor die werknemer het bedrag van de sociale maribel voor geen van de tewerkstellingslijnen in mindering worden gebracht.

Formaliteiten

Per tewerkstellingslijn duidt de werkgever de structurele vermindering aan en één doelgroepvermindering waarop hij aanspraak kan maken. De stukken ter staving van de doelgroepvermindering moet hij gedurende de verjaringstermijn bijhouden en op vraag van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kunnen voorleggen.

Fusie, opsplitsing en voortzetting

In sommige gevallen van fusie, splitsing of voortzetting, kan de nieuwe werkgever een vermindering verder blijven genieten.

Een onderscheid moet worden gemaakt tussen de verminderingen die elk kwartaal per werknemer worden toegekend, uitsluitend afhankelijk van criteria waaraan in de loop van dat specifieke kwartaal moet zijn voldaan, en verminderingen die op een bepaald moment zijn geïnitialiseerd op basis van een aantal criteria waar bovenop nog een aantal voorwaarden moeten zijn vervuld in de loop van het kwartaal dat de vermindering wordt aangevraagd.

Verminderingen enkel op basis van criteria waaraan moet zijn voldaan voor het kwartaal waarvoor de vermindering wordt aangevraagd:

  • structurele vermindering
  • doelgroepvermindering oudere werknemers - Brussel
  • doelgroepvermindering oudere werknemers - Duitstalige Gemeenschap
  • doelgroepvermindering oudere werknemers - Vlaanderen - oudere zittende werknemers
  • doelgroepvermindering oudere werknemers - Wallonië
  • collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek, als de werknemer door een fusie of inbreng tot een groep gaat behoren die reeds in een dergelijk systeem zit en waarvoor een vermindering lopend is
  • doelgroepvermindering jonge werknemers – min 19-jarigen
  • doelgroepvermindering horeca
  • doelgroepvermindering gesubsidieerde contractuelen
  • doelgroepvermindering contractuele vervangers openbare sector
  • doelgroepvermindering onthaalouders
  • doelgroepvermindering kunstenaars
  • doelgroepvermindering werknemers, tewerkgesteld op basis van artikel 60, §7, van de OCMW-wet

Daar elk kwartaal opnieuw zowel de werkgever als de werknemer aan de voorwaarden moet voldoen, is de vermindering onafhankelijk van een eventuele overname, fusie, omvorming enzovoort.

Verminderingen op basis van criteria waaraan moet zijn voldaan voor het kwartaal waarvoor de vermindering wordt aangevraagd en waarvoor ook een aantal voorwaarden moeten worden vervuld op het moment van indiensttreding:

  • doelgroepvermindering oudere werknemers - Vlaanderen - oudere niet-werkende werkzoekende werknemers
  • doelgroepvermindering eerste aanwervingen
  • doelgroepvermindering langdurig werklozen
  • doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering en 4-dagenweek
  • doelgroepvermindering jonge werknemers – middengeschoolden, laaggeschoolden en erg laaggeschoolden
  • doelgroepvermindering jonge werknemers – Vlaanderen
  • doelgroepvermindering herstructurering
  • doelgroepvermindering huispersoneel

Wanneer de juridische entiteit waaraan de werknemer verbonden is, ophoudt te bestaan of niet langer als werkgever van de werknemer die het recht op de vermindering heeft geopend, kan worden beschouwd, gaat in principe het recht op deze verminderingen verloren, behalve wanneer opnieuw aan de beginvoorwaarden zou worden voldaan. De programmawet van 27 december 2004 voorzag een aantal gevallen waarin deze doelgroepverminderingen bij een andere juridische entiteit toch konden worden voortgezet. Al naargelang de werkgever een privé-onderneming betrof, opgenomen in het toepassingsgebied van het wetboek van vennootschappen, een vzw, een stichting, of een natuurlijke persoon al dan niet met handelsactiviteiten, was de mogelijkheid tot voortzetting van de vermindering meer of minder ruim. Dit had als resultaat dat er een ongelijkheid in behandeling was tussen vennootschappen, vzw‘s, stichtingen en natuurlijke personen.

De wet diverse bepalingen van 22 december 2008 probeert hieraan tegemoet te komen. Het is de bedoeling van de wetgever dat natuurlijke personen, verenigingen en stichtingen, in feitelijk gelijkaardige herstructurerende omstandigheden als bij rechtspersonen/ondernemingen, de verminderingen die voor voortzetting in aanmerking komen, kunnen blijven genieten voor de resterende periode.

Concreet betekent dit:

  • de toepassing van de voortzetting van de verminderingen voor verenigingen en stichtingen kan in analoge situaties als deze voorzien voor ondernemingen die tot het toepassingsgebied behoren van in het wetboek van vennootschappen en verenigingen: de rechtspersoon die de begunstigde is van een juridische herstructureringsoperatie zoals bepaald bij artikelen 12:2 tot en met 12:10 en 12:103 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (fusie, splitsing, inbreng) (voorheen de artikelen 671 tot 679 en artikel 770 van het Wetboek van vennootschappen)
  • de toepassing van de voortzetting van de verminderingen bij overgang van de activiteiten en personeel van een natuurlijke persoon naar een rechtspersoon kan in analoge situaties als deze voorzien voor ondernemingen die tot het toepassingsgebied behoren van in het wetboek van vennootschappen en verenigingen
  • bij uitbreiding kan de toepassing van de voortzetting van de verminderingen eveneens bij overgang van de activiteiten en personeel van een natuurlijke persoon/feitelijke vereniging naar een natuurlijke persoon/feitelijke vereniging in analoge situaties als deze voorzien voor ondernemingen die tot het toepassingsgebied behoren van in het wetboek van vennootschappen en verenigingen.
  • deze verruiming van de voortzetting van de verminderingen heeft geen retroactieve werking en kan dus enkel voor herstructureringsoperaties die plaatsvonden vanaf 1 januari 2009, datum van inwerkingtreding van het betreffende artikel van de wet diverse bepalingen van 22 december 2008
  • .

De essentie van deze doelgroepverminderingen is dat bepaalde doelgroepen/werknemers (terug) actief en volledig in de arbeidsmarkt worden opgenomen. Deze regelgeving heeft tot doel dit te vrijwaren in alle gevallen van reorganisatie die de juridische entiteit overschrijden. Vanuit pragmatisch standpunt aanvaardt de RSZ dan ook dat de voortzettende werkgever verklaart dat hij zich in een rechtverkrijgende positie bevindt, met een bevestiging van de eventuele verplichtingen waaraan hij nog moet voldoen :

  • een simpele verklaring van de rechtspersoon/onderneming en de resulterende hem opvolgende rechtspersoon/onderneming dat de overgang/reorganisatie conform is aan één van de situaties voorzien in het wetboek van vennootschappen en verenigingen in de artikelen 12:2 tot 12:10 en 12:103 671 tot 679 met overname van alle rechten en plichten die hieraan verbonden zijn, ook naar derden toe
  • een simpele verklaring van de natuurlijke persoon/werkgever en de resulterende hem opvolgende rechtspersoon/werkgever dat de overgang/reorganisatie analoog is aan één van de situaties voorzien in het wetboek van vennootschappen en verenigingen in de artikelen 12:2 tot 12:10 en 12:103 671 tot 679 met overname van alle rechten en plichten die hieraan verbonden zijn, ook naar derden toe
  • een simpele verklaring van de oorspronkelijke stichting/vereniging en de resulterende haar opvolgende stichting/vereniging of rechtspersoon/onderneming dat de overgang/reorganisatie analoog is aan één van de situaties voorzien in het wetboek van vennootschappen en verenigingen in de artikelen  12:2 tot 12:10 en 12:103 671 tot 679 met overname van alle rechten en plichten die hieraan verbonden zijn, ook naar derden toe
  • een simpele verklaring van de natuurlijke persoon/feitelijke vereniging/rechtspersoon en de resulterende hem opvolgende natuurlijke persoon/werkgever/feitelijke vereniging dat de overgang/reorganisatie analoog is aan één van de situaties voorzien in het wetboek van vennootschappen en verenigingen in de artikelen 12:2 tot 12:10 en 12:103 671 tot 679 met overname van alle rechten en plichten die hieraan verbonden zijn, ook naar derden toe.

Deze aanvraag moet verplicht gebeuren met het opgenomen model. Uiteraard zijn deze verminderingen niet zomaar verworven maar moet nog aan een aantal voorwaarden worden voldaan, zoals:

  • de nieuwe werkgever moet tot de groep werkgevers behoren waarop de doelgroepvermindering betrekking heeft
  • in het geval van de doelgroepvermindering collectieve arbeidsduurvermindering en 4-dagenweek moet de arbeidsduurvermindering of de arbeidsregeling 4-dagenweek voortgezet worden
  • in het geval van de doelgroepvermindering jonge werknemers moet afhankelijk van de regio waar de jongere tewerkgesteld wordt, de nieuwe werkgever voldoen aan de jongerenverplichting.

Ook zal de werkgever die er aanspraak op maakt om de doelgroepverminderingen verder te kunnen blijven genieten, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de sociale schulden van de pre-existente juridische entiteiten.

De werkgever die de vermindering wenst voort te zetten, deelt dit voorafgaandelijk uitdrukkelijk mee aan de Controledienst van de RSZ aan de hand van het bedoelde model. De Controledienst zal zijn beslissing aan de aanvrager meedelen of indien nodig bijkomende documenten opvragen. De Controledienst zal, in het geval dat de nieuwe werkgever de verminderingen mag voortzetten, eveneens het aantal resterende kwartalen meedelen dat de werkgever de vermindering nog mag toepassen. De RSZ wenst er ook op te wijzen dat een correcte en tijdige aanvraag voor de voortzetting van sommige doelgroepverminderingen ook repercussies heeft voor de activeringsuitkeringen die toegekend worden door de RVA. Deze instelling zal zich voor de voortzetting van de werkuitkeringen immers baseren op het antwoord verstrekt door de RSZ.

Bijkomende informatie DmfA - sectoren waarin een eindejaarspremie wordt uitbetaald

Bij de werknemers die een eindejaarspremie ontvangen door tussenkomst van een derde betalende wordt bij de berekening van de structurele vermindering het kwartaalloon (W) verhoogd met 25% in het 4de kwartaal van elk jaar. Afwijkend bedraagt de verhoging slechts 15% voor de erkende uitzendbureaus en dit in het 1ste kwartaal.

Hierbij de lijst met paritaire comités waarvoor een eindejaarspremie wordt gestort door een fonds voor bestaanszekerheid. De geautomatiseerde controles voor de structurele vermindering voor de DMFA van 4/2018 en 1/2019 zijn op deze lijst gebaseerd.

Werkgeverscategorie

Paritair comité

Werknemerskengetal

Kwartaal

Coëfficient

129

125.022

015

4de kwartaal

1,25

229

125.032

015

4de kwartaal

1,25

XXX

139 1

015, 024

4de kwartaal

1,25

XXX

301.04

015, 495

4de kwartaal

1,25

XXX

301.05

015, 495

4de kwartaal

1,25

017

302

011², 015², 495², 024, 029, 484

4de kwartaal

1,25

317

302

011, 496

4de kwartaal

1,25

055

126

015²

4de kwartaal

1,25

060

317

015²

4de kwartaal

1,25

066

121

015², 024

4de kwartaal

1,25

067

149.01

015², 024

4de kwartaal

1,25

083

140

015²

4de kwartaal

1,25

091

127

015²

4de kwartaal

1,25

093

132

015², 024

4de kwartaal

1,25

193

144

015², 043, 024

4de kwartaal

1,25

094

145

015², 043, 024

4de kwartaal

1,25

194

145

015², 024

4de kwartaal

1,25

294

145

015²

4de kwartaal

1,25

494

145

015², 024

4de kwartaal

1,25

594

145

015², 024

4de kwartaal

1,25

102

142.04

015², 024

4de kwartaal

1,25

112

323

015²

4de kwartaal

1,25

113

323

015²

4de kwartaal

1,25

123

314

015², 495²

4de kwartaal

1,25

223

314

015², 495²

4de kwartaal

1,25

597

322.01

015², 495²

4de kwartaal

1,25

097

322

011, 015², 495², 496, 046

1ste kwartaal

1,15

497

322

011, 015², 495², 496, 046

1ste kwartaal

1,15

320320015², 495², 024, 4844de kwartaal1,25

1 met uitzondering van de stamnummers 597404-56 en 696789-79 en 783784-24.
² behalve als de zone "type leerling" (00055) is ingevuld.