Bijzondere bijdrage niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen

Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen zijn uitgesloten uit het loonbegrip tot een maximumbedrag van 3.100,00 EUR per kalenderjaar per werknemer per werkgever (niet-geïndexeerd, vanaf 2013). Vanaf 1 januari 2016 wordt het maximumbedrag (niet-geïndexeerd) verhoogd tot 3.169,00 EUR. Zij zijn wel onderworpen aan een bijzondere bijdrage van 33% en een solidariteitsbijdrage van 13,07 % verschuldigd door de werknemer (eveneens vanaf 2013 voor de vanaf dan uitbetaalde bedragen). Het maximumbedrag is met inbegrip van de solidariteitsbijdrage van de werknemer.

Elk bedrag uitbetaald in het kader van een systeem niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen moet aangegeven worden met een specifieke code in een apart blok in de aangifte van het kwartaal waarin de premie wordt uitbetaald. Wanneer de werkgever een premie uitkeert aan een werknemer die dat kwartaal niet meer in dienst is, moet hij dit voordeel bijvoegen bij de aangifte van het laatste kwartaal dat de werknemer tewerkgesteld was. De gezamenlijke bijdrage wordt gerealiseerd door een verhoging van het percentage onder werknemerskengetal 888.

Wanneer de werknemer een bedrag ontvangt maar in de loop van dat kalenderjaar (jaar n) bij de werkgever geen prestaties meer heeft verricht, moeten deze voordelen ook bijgevoegd worden bij de aangifte van het laatste kwartaal met prestaties, maar op een onderscheiden manier. Het controleprogramma houdt met dit bedrag dan geen rekening bij de confrontatie met het maximumbedrag voor het kalenderjaar waarop de aangifte betrekking heeft (jaar n – 1). Als de werknemer in de loop van het kalenderjaar van uitbetaling (jaar n), opnieuw tewerkgesteld wordt bij dezelfde werkgever, wordt dit bedrag wel in rekening gebracht bij het totaal van dat jaar (jaar n).

Concreet:

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2018, bijgevoegd in een aangifte 2017:
werknemerskengetal 888, type 1 en maximumgrens op jaarbasis 2018 van 3.313,00 EUR;

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2018, aangifte in 2018:
werknemerskengetal 888, type 0 en maximumgrens op jaarbasis 2018 van 3.313,00 EUR.

Voorgaande jaren

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2013, bijgevoegd in een aangifte 2012:
werknemerskengetal 888, type 1 en maximumgrens op jaarbasis 2013 van 3.100,00 EUR;

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2013, aangifte in 2013:
werknemerskengetal 888, type 0 en maximumgrens op jaarbasis 2013 van 3.100,00 EUR.

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2014, bijgevoegd in een aangifte 2013:
werknemerskengetal 888, type 1 en maximumgrens op jaarbasis 2014 van 3.131,00 EUR;

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2014, aangifte in 2014:
werknemerskengetal 888, type 0 en maximumgrens op jaarbasis 2014 van 3.131,00 EUR.

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2015, bijgevoegd in een aangifte 2014:
werknemerskengetal 888, type 1 en maximumgrens op jaarbasis 2015 van 3.130,00 EUR;

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2015, aangifte in 2015:
werknemerskengetal 888, type 0 en maximumgrens op jaarbasis 2015 van 3.130,00 EUR.

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2016, bijgevoegd in een aangifte 2015:
werknemerskengetal 888, type 1 en maximumgrens op jaarbasis 2016 van 3.219,00 EUR;

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2016, aangifte in 2016:
werknemerskengetal 888, type 0 en maximumgrens op jaarbasis 2016 van 3.219,00 EUR;

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2017, bijgevoegd in een aangifte 2016:
werknemerskengetal 888, type 1 en maximumgrens op jaarbasis 2017 van 3.255,00 EUR;

Uitbetaling van de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen in het jaar 2017, aangifte in 2017:
werknemerskengetal 888, type 0 en maximumgrens op jaarbasis 2017 van 3.255,00 EUR.

.

Bijkomende informatie - Bijdrage voor niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen

In DMFA wordt de bijdrage voor niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen aangegeven per werknemerslijn in blok 90001 “Bijdrage verschuldigd voor de werknemerslijn” met werknemerskengetal 888
- met type 0 voor de voordelen gestort in het aangiftejaar
- met type 1 voor de voordelen gestort in een jaar verschillend van dat van de aangifte als de werknemer niet meer in dienst is op het moment van de betaling.

De berekeningsbasis moet vermeld worden.

Als de DMFA wordt ingediend via web moet de berekeningsbasis ingevuld worden bij de verschuldigde bijdragen voor een betrokken werknemer.

Vanaf 1/1/2013, worden de werknemers- en werkgeversbijdragen samen geïnd onder het werknemerskengetal 888 en worden de bijdragevoeten van de werknemers en de werkgevers samengeteld.