Algemene principes

Niet alle werknemers van de overheidssector hebben recht op weddebijslagen, of hebben slechts gedurende bepaalde loopbaanperiodes recht op dergelijke supplementen.

Daarom is de lijn « weddebijslag » optioneel.

Dit betekent dat in tegenstelling tot de lijnen met de gegevens van de tewerkstelling met betrekking tot de overheidssector en de baremieke wedde, die systematisch moeten worden ingevuld, de lijn weddebijslag enkel moet worden ingevuld wanneer de verplichtende voorwaarden vervuld zijn.

Wanneer een dergelijke lijn wordt aangemaakt, moet deze evenwel alle verplichte gegevens bevatten, om anomalieën te vermijden.

Alleen de bijslagen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van het pensioenbedrag moeten worden aangegeven in de weddebijslaglijn.

Deze bijslagen worden bepaald in artikel 8, §2 van de wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen.

Met andere woorden, voor de bijslagen die niet in dit artikel zijn opgenomen (de bijslagen die dus niet in aanmerking worden genomen voor het pensioen, noch voor de perequatie, of die niet in aanmerking worden genomen voor het pensioen, maar wel voor de perequatie) moet geen weddebijslaglijn worden aangemaakt.

De weddebijslaglijn wordt evenmin aangemaakt als de weddebijslag niet wordt uitbetaald.  Als het statutair personeelslid zich in een administratieve stand bevindt die niet verenigbaar is met de betaling van een weddebijslag (bijvoorbeeld bij volledige loop-baanonderbreking), dan wordt geen weddebijslaglijn aangemaakt voor de tewerkstellingslijn.

Wanneer de bijslagen worden toegekend tijdens de gekozen referentieperiode voor de vaststelling van de wedde die als basis dient voor de berekening van het pensioen (meestal de vijf laatste jaren van de loopbaan), worden de bijslagen die in aanmerking worden genomen voor het pensioen bij de baremieke wedden opgeteld om de geldelijke grondslag te leggen voor de berekening van het pensioen.

De lijn van weddebijslag hangt af van de lijn van de baremieke wedde, maar heeft wel een eigen begin- en einddatum. In het hoofdstuk ter verduidelijking van deze data lichten we toe hoe sommige bijslagen per periode moeten worden aangegeven, onafhankelijk van de begindatum van de baremieke weddelijn, en hoe andere binnen de kwartaalperiode moeten worden aangegeven.

De lijn van weddebijslag bevat zeven verschillende gegevens. Sommige van die gegevens zijn « onontbeerlijk »; ze moeten dus in elke lijn worden vermeld. Andere zijn « in bepaalde omstandigheden verplicht »; ze moeten m.a.w. slechts in bepaalde gevallen worden vermeld.

Er wordt een nieuwe lijn van weddebijslag geopend zodra een van de volgende gegevens wijzigt.

 

Aanpassing ingevolge het Koninklijk Besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt. (BS 14 november 2013)

Conform het bepaalde in Titel III – Overgangsmaatregelen ten voordele van de personeelsleden in functie bij de inwerkingtreding van dit besluit (artikel 35 en volgende) van het KB van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt (BS 14 november 2013 - eerste editie), de verloning van de personeelsleden in dienst vóór 1 januari 2014 en die verloond werden op basis van een oude weddeschaal ( onder andere Copernicus) zal bestaan uit 3 afzonderlijke bezoldigingselementen vanaf 1 januari 2017:

  • de geblokkeerde oude weddeschaal;
  • een nieuwe verhoging verbonden aan de vooruitgang naar de hogere trap van de oude weddeschalen (artikel 48);
  • de eerste schaalbonificatie en de volgende schaalbonificaties (artikel 42 en 45).

Bovendien de som van de wedde verschuldigd overeenkomstig de geblokkeerde weddeschaal, de nieuwe verhoging verbonden aan de vooruitgang naar de hogere trap van de oude weddeschalen, de eerste schaalbonificatie en de volgende bonificaties moet worden beperkt tot het maximum van de hoogste weddeschaal in de nieuwe loopbaan van de graad of de beschouwde klasse. Dit maximumbedrag wordt opgetrokken tot het bedrag van de laatste trap van de oude weddeschaal of oude specifieke weddeschaal wanneer hun hoogste trap hoger ligt dan het maximum van de hoogste weddeschaal in de nieuwe loopbaan van de graad of de beschouwde klasse, bijvoorbeeld de weddeschaal 22B (artikel 47).

Een eventuele premie voor competentieontwikkeling moet worden afgetrokken van de eerste schaalbonificatie (artikel 44).

Om te vermijden dat voor ieder individu een aparte DmfA weddeschaalreferentie moet worden aangemaakt, heeft men beslist dat de aangifte moet gebeuren onder de vorm van een wedde en een weddebijslag.

Die werkwijze moet worden toegepast in de DmfA vanaf 1 januari 2017 (doch de eerste schaalbonificatie kan reeds vanaf 1 januari 2016 worden toegekend: na 2 jaar geldelijke anciënniteit en 2 keer de evaluatie 'uitzonderlijk').

De concrete aanpassingen vindt u terug in de desbetreffende hoofdstukken. Deze aanpassingen zijn telkens hernomen onder de titel 'Aanpassing ingevolge het Koninklijk Besluit van 25 oktober 2013(enkel personeel van het federaal niveau)'.