Het portaal van de sociale zekerheid gebruikt cookies om de site gebruiksvriendelijker te maken.

Meer weten × Doorgaan

Naar de inhoud van deze pagina

Regularisatie ontslag openbare sector

Krachtens wettelijke bepalingen inzake sociale zekerheid, is de toepassing van de wet voor sommige personen beperkt tot bepaalde regelingen van de sociale zekerheid. Deze personen hebben daarom over het algemeen geen recht op de voordelen van de stelsels waarvoor noch hun werkgever, noch zijzelf bijdragen betalen. Deze situatie betreft voornamelijk het statutair personeel in de overheidssector (in de brede zin van het woord) en het statutair onderwijzend personeel.

Een bijzondere regeling van onderwerping voorziet dat deze personen in geval van ontslag, onder bepaalde voorwaarden, toch recht hebben op werkloosheidsuitkeringen en uitkeringen van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.

Bij de beëindiging van de arbeidsrelatie van statutaire ambtenaren (ontslag) op basis van medische ongeschiktheid is naast de (ongewijzigde) regularisatiebijdrage voor de werkloosheid een aangepaste regularisatiebijdrage geneeskundige verzorging en uitkeringen, sector uitkeringen verschuldigd. Er wordt een specifieke berekeningswijze voorzien omdat de gewezen ambtenaar in het privéstelsel terecht komt. Het gaat om werknemers die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt hebben en nog geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen.

Betrokken werkgevers

De betrokken werkgevers zijn essentieel de overheidsdiensten en de publiekrechtelijke instellingen. Bepaalde andere werkgeverscategorieën zijn voor de hierna besproken bepalingen gelijkgesteld met openbare diensten.

Bepaalde van deze werkgevers stellen personeelsleden tewerk die door een andere openbare dienst worden aangegeven (Persopoint voor de statutaire ambtenaren van de FOD's, de Gemeenschappen voor statutaire leerkrachten,...). De regularisatie voor ontslagen personeelsleden gebeurt steeds door hun eigenlijke werkgever.

Betrokken werknemers

Deze reglementering geldt voor de statutaire personeelsleden:

  • van wie de arbeidsverhouding in een overheidsdienst of in een andere publiekrechtelijke instelling een einde neemt, omdat zij eenzijdig wordt verbroken door de overheid of omdat de benoemingsakte wordt vernietigd, ingetrokken, opgeheven of niet hernieuwd en die,
  • omwille van hun arbeidsverhouding, inzake sociale zekerheid niet gedekt zijn door de stelsels van de werkloosheid en van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (sector van de uitkeringen).

Bovendien zijn gelijkgesteld met personen tewerkgesteld in een overheidsdienst of een publiekrechtelijke instelling:

  • de personeelsleden van de onderwijsinstellingen georganiseerd door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen, voor zover zij een weddetoelage of een loon genieten van een Gemeenschap of van een Gemeenschapscommissie;
  • de leden van het academisch personeel van de instellingen voor universitair onderwijs opgericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen erkend door een Gemeenschap;
  • de personeelsleden van de diensten voor school- en beroepsoriëntering, van de psycho-medisch-sociale centra en van de pedagogische begeleidingsdiensten, opgericht door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen, voor zover zij een weddetoelage genieten ten laste van een Gemeenschap of van een Gemeenschapscommissie;
  • de bedienaars van de katholieke, protestantse, orthodoxe, anglicaanse, Israëlitische erediensten, de imams van de islamitische eredienst, de afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad en de aalmoezeniers, de consulenten van de erediensten en de moreel consulenten bij de gevangenissen;
  • de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen, zijn adjuncten alsook de vaste voorzitters en assessoren van de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen;
  • de leden van de ombudsdienst van de autonome overheidsbedrijven bedoeld bij artikel 44 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;
  • de Adviseur-generaal en de Adjunct-adviseur-generaal van de Dienst voor Strafrechtelijk Beleid;
  • de Vaste Secretaris voor het Preventiebeleid en de Adjunct-secretarissen.

Zijn echter niet betrokken, de personen:

  • die de arbeidsverhouding in een overheidsdienst slechts uitoefenen naast een andere activiteit waarvoor ze wel onderworpen zijn aan de regelingen inzake arbeidsvoorziening en werkloosheid en de ziekte- en invaliditeitsverzekering (afgekort ZIV), sector uitkeringen;
  • die de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben of die worden ontslagen met onmiddellijk ingaand recht op pensioen;
  • die zelf vrijwillig ontslag nemen;
  • die de Krijgsmacht tewerkstelt.

Voor bepaalde militairen van de Krijgsmacht die naar het burgerleven terugkeren, geldt eenzelfde systeem, maar dan op basis van een andere wettelijke bepaling.

De sociale dekking van de betrokkenen moet enkel geregulariseerd worden wanneer deze personen, binnen de 30 dagen na het beëindigen van de dienstbetrekking, hetzij:

  • de hoedanigheid hebben verkregen van werknemer die onderworpen is aan de socialezekerheidswetgeving der loonarbeiders, der mijnwerkers of der zeelieden ter koopvaardij;
  • zich als werkzoekende hebben laten inschrijven bij een subregionale tewerkstellingsdienst;
  • bewijzen dat zij arbeidsongeschikt waren of zich in moederschapsrust bevonden, overeenkomstig de wetgeving inzake ziekte en invaliditeit.

Regularisatiebijdrage werkloosheid en regularisatiebijdrage geneeskundige verzorging en uitkeringen bij beëindiging statutaire betrekking wegens ontslag om andere redenen dan medische ongeschiktheid

De regularisatie gebeurt door de storting aan de RSZ van de bijdragen voor het werkloosheidsstelsel en het stelsel van de ZIV. Deze bijdragen, berekend op basis van de laatste activiteitswedde, dienen de noodzakelijke periode te dekken zodat de betrokkene de sociale voordelen kan genieten die door de beide stelsels worden toegekend, met name:

  • voor het stelsel van de ZIV, sector uitkeringen: 12 maanden;
  • voor het werkloosheidsstelsel: naargelang van de leeftijd, het aantal vereiste arbeidsdagen (in het stelsel van zes dagen per week) om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen.
    • Vanaf 1 maart 2026 moet een voltijdse werknemer voor de regeling werkloosheid een wachttijd doorlopen van 312 arbeidsdagen ongeacht de leeftijd en zal de te dekken regularisatieperiode eveneens 312 arbeidsdagen bedragen (wet van 18 juli 2025 - BS van 29 juli 2025). Let wel, de duur van de in aanmerking te nemen periodes (voor elk van beide stelsels) mag in geen geval groter zijn dan de duur van de periode waarin de arbeidsverhouding bestaan heeft.

De toepasselijke bijdragepercentages zijn deze van het kwartaal waarin de arbeidsverhouding verbroken wordt. De bijdragen voor het werkloosheidsstelsel zijn vastgesteld op 2,33 % (1,46 + 0,87) en deze voor de ZIV, sector uitkeringen, op 3,50 % (1,15 + 2,35).

Voorbeeld

Een vastbenoemde beambte van een instelling van openbaar nut wordt op 1 februari 2017 ontslagen. Hij is 31 jaar oud en zijn maandelijkse brutowedde bedraagt 2.225,00 EUR. Binnen de 30 dagen schrijft hij zich als werkzoekende in en vraagt werkloosheidsuitkeringen te genieten. Zijn sociale toestand wordt geregulariseerd door de storting van de volgende bijdragen:

  • 12 maanden bijdragen aan het ZIV-stelsel, enkel voor de sector uitkeringen, hetzij:
    (12 x 2.225,00 EUR) x 3,50 % = 934,50 EUR;
  • 12 maanden bijdragen voor het werkloosheidsstelsel, hetzij:
    (12 x 2.225,00 EUR) x 2,33 % = 622,11 EUR.

De werknemersbijdragen vallen in principe ten laste van de werkgever. Wanneer echter, krachtens het statuut dat op de betrokkene toepasselijk is, het verbreken van de arbeidsverhouding aanleiding geeft tot het storten van een premie, toelage of vergoeding wegens ontslag of tot een na te komen opzeggingstermijn, zijn de werknemersbijdragen slechts ten laste van de werkgever, indien zij de bijdragen overtreffen die ingehouden kunnen worden op de bedragen die toegekend zijn of op de wedden die gestort worden tijdens de eventuele opzeggingstermijn.

Opmerkingen:

  • De laatste activiteitswedde is de wedde van de betrokkene op het ogenblik van het verbreken van de arbeidsverhouding. Zij bestaat uit de baremieke wedde, vermeerderd met de aan socialezekerheidsbijdragen onderworpen premies, toelagen of vergoedingen die op de maand betrekking hebben (geen eindejaarspremie). Zo nodig wordt deze wedde aangepast aan de wedde van een voltijdse betrekking.
  • De duur van de in aanmerking te nemen periodes (voor elk van beide stelsels) mag in geen geval groter zijn dan de duur van de periode waarin de arbeidsverhouding bestaan heeft. Wanneer, wat het stelsel van de ZIV betreft, de duur van de arbeidsverhouding geen 12 maanden bedraagt, en deze verbroken werd in de loop van een kalendermaand, wordt de basis voor de berekening van de bijdragen voor de ZIV als volgt berekend:
    (maandelijkse wedde x aantal kalenderdagen)/30
  • Als de beslissing die een einde maakte aan de arbeidsverhouding, vernietigd of ingetrokken wordt, zal de RSZ enkel de werknemersbijdragen terugbetalen aan diegene door wie zij ten laste werden genomen. De werkgeversbijdragen worden in geen geval terugbetaald.

Regularisatiebijdrage geneeskundige verzorging en uitkeringen bij beëindiging statutaire betrekking wegens medische ongeschiktheid

Als gevolg van het afschaffen van het pensioen wegens medische ongeschiktheid voor statutaire ambtenaren, wordt bij een beëindiging van de arbeidsrelatie van statutaire ambtenaren (ontslag) op basis van medische ongeschiktheid een specifieke berekeningswijze voorzien voor de bijzondere regularisatiebijdrage geneeskundige verzorging en uitkeringen, sector uitkeringen. De gewezen ambtenaar komt dan immers in het privéstelsel terecht. De bijdrage voor het stelsel werkloosheid is eveneens verschuldigd maar aan de berekeningswijze wijzigt niets. Het gaat om werknemers die als ze de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt hebben, nog geen aanspraak kunnen maken op een rustpensioen. 

Naast voorafgaande re-integratie-inspanningen die vereist zijn om te kunnen overgaan tot beëindiging van het ambt wegens medische ongeschiktheid (de wet spreekt van een 'inruststelling' - wet van 30 mei 2026 - BS van 1 juni 2026), zal de werkgever ook een aanzienlijk hogere financiële inspanning moeten leveren. Het gaat immers om werknemers die aanzienlijk langer nood zouden kunnen hebben aan een uitkering wat met de huidige regularisatiebijdrage voor geneeskundige verzorging, sector uitkeringen bij een klassieke beëindiging van de statutaire betrekking, te belastend zou zijn voor het privéstelsel geneeskundige verzorging en uitkeringen. 

Om daaraan tegemoet te komen en om de werkgevers te responsabiliseren:

  • werd een procedure uitgewerkt waarbij de werkgever eerst de nodige re-integratie-inspanningen moet doen en die ook moet kunnen aantonen vooraleer hij kan overgaan tot het beëindigen van het ambt
  • worden de maanden tot aan de pensioenleeftijd in rekening gebracht voor de te berekenen regularisatiebijdrage (en dus niet beperkt tot 12 maanden)
  • wordt een coëfficiënt toegevoegd (responsabiliseringscoëfficiënt) afhankelijk van het aantal maanden tot aan de pensioenleeftijd.

Berekening van de bijdrage

De bijdrage die verschuldigd is om in aanmerking te komen voor het privéstelsel geneeskundige verzorging en uitkeringen, sector uitkeringen, wordt berekend over een periode die gelijk is aan het aantal volledige kalendermaanden tussen de datum van beëindiging van het dienstverband en de 1ste dag van de maand volgend op die waarin het personeelslid de leeftijd van 66 jaar bereikt, of de leeftijd van 67 jaar voor personeelsleden geboren vanaf 1 januari 1964. Deze periode mag geenszins korter zijn dan 12 maanden.

Het totale bedrag aan verschuldigde premies wordt vermenigvuldigd met de volgende coëfficiënt (δ = delta):

  • 1,5 wanneer het aantal volledige kalendermaanden minder dan 120 bedraagt;
  • 1,6 wanneer het aantal volledige kalendermaanden 120 of meer maar minder dan 240 bedraagt;
  • 1,7 wanneer het aantal volledige kalendermaanden gelijk is aan of groter is dan 240.

De berekening gebeurt dus als volgt:

  • de bijdrage voor geneeskundige verzorging en uitkeringen = W x (a + b) x δ met
    • W = laatste activiteitswedde 
    • a = % werkgeversbijdrage geneeskundige verzorging en uitkeringen, sector uitkeringen (2,35 %)
    • b = % werknemersbijdrage geneeskundige verzorging en uitkeringen, sector uitkeringen (1,15 %)
    • δ = de (responsabiliserings)coëfficiënt

Het totale bedrag van de verschuldigde bijdragen, berekend volgens de hierboven vermelde formule, mag echter niet hoger zijn dan het bedrag dat overeenkomt met 24 maanden maximale dagelijkse invaliditeitsuitkering op 1 januari van het jaar waarin de functie van het personeelslid wordt beëindigd, toegekend aan de gerechtigde die wordt beschouwd als werknemer zonder persoon ten laste aan wie een hogere uitkering kan worden toegekend wegens verlies van enig inkomen in de zin van de titel IV van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Voor een beëindiging in 2026 is dit: (24 x (26 x 100,72 EUR)) = 62.849,28 EUR.

Opmerkingen

  • De laatste activiteitswedde is de wedde van de betrokkene op het ogenblik van het verbreken van de arbeidsverhouding. Zij bestaat uit de baremieke wedde, vermeerderd met de aan socialezekerheidsbijdragen onderworpen premies, toelagen of vergoedingen die op de maand betrekking hebben (geen eindejaarspremie). Zo nodig wordt deze wedde aangepast aan de wedde van een voltijdse betrekking.
    • met 'voltijdse betrekking' wordt de betrekking bedoeld waarin de ambtenaar benoemd is
    • het gaat om de wedde die de persoon zou hebben ontvangen op voltijdse basis indien hij in de maand van beëindiging effectieve prestaties zou hebben geleverd. 
  • De werkgever moet de bijdragen die hij verschuldigd is, aangeven in het kwartaal waarin de functie van het personeelslid wordt beëindigd.
  • De werknemersbijdragen vallen in principe ten laste van de werkgever. Wanneer echter, krachtens het statuut dat op de betrokkene toepasselijk is, het verbreken van de arbeidsverhouding aanleiding geeft tot het storten van een premie, toelage of vergoeding wegens stopzetting van de arbeidsrelatie of tot een na te komen opzeggingstermijn, zijn de werknemersbijdragen slechts ten laste van de werkgever, indien zij de bijdragen overtreffen die ingehouden kunnen worden op de bedragen die toegekend zijn of op de wedden die gestort worden tijdens de eventuele opzeggingstermijn.
  • De berekening van de regularisatiebijdrage geneeskundige verzorging en uitkeringen, sector uitkeringen, voor statutaire ambtenaren van wie de betrekking beëindigd werd om een andere reden dan medische ongeschiktheid, blijft ongewijzigd.

Overgangsmaatregelen

De oude berekeningsmodaliteiten blijven van toepassing op personeelsleden voor wie de volgende twee voorwaarden vervuld zijn:

  • Uiterlijk op 27 maart 2026 werd bij de bevoegde medische instantie een ontvankelijke aanvraag tot medische evaluatie van de arbeidsgeschiktheid ingediend.

    • Een ontvankelijke aanvraag is een aanvraag die door de bevoegde medische instantie als volledig werd beschouwd en die vergezeld was van een omstandig medisch verslag overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 18 oktober 2024 tot regeling van de procedure voor de medische evaluatie van de arbeidsgeschiktheid van de ambtenaren van sommige overheidsdiensten door het Bestuur van de medische expertise.

  • De bevoegde medische instantie heeft uiterlijk op 31 december 2026 de definitieve lichamelijke ongeschiktheid formeel vastgesteld.

Te vervullen formaliteiten

Na het beëindigen van de arbeidsverhouding moet onmiddellijk een Dimona-OUT gebeuren. Er werden een aantal wijzigingen aangebracht aan het aangifteblok '90005 - bijdrage ontslagen statutaire werknemers' opgenomen in het 'glossarium'. 

Bij het invullen van de DmfA  gelden specifieke regels: bijdrage ontslagen statutaire werknemers.

De werkgever die bij deze regularisatie moeilijkheden ondervindt, kan de RSZ verzoeken de berekening in hun plaats de doen. Daartoe moet hij alle noodzakelijke inlichtingen mededelen:

  • het Rijksregisternummer of bisnummer van de betrokken werknemer;
  • de laatste activiteitswedde;
  • de leeftijd op het moment van het ontslag;
  • de datum van indiensttreding en de ingangsdatum van de benoeming;
  • de datum van het ontslag van het betrokken personeelslid.

 De werkgever overhandigt (of bezorgt met een aangetekend schrijven) op de laatste activiteitsdag aan de betrokkene:

  • alle door de socialezekerheidswetgeving vereiste documenten;
  • een attest van ontslag;
  • een bericht met de formaliteiten die de ontslagen statutair moet vervullen.