Afwijkende berekeningsbasis voor de bijdrage overheidspensioen

 

 

De werkgevers uit de openbare sector (andere dan de lokale besturen), moeten in dit veld code '1' invullen wanneer de berekeningsbasis van de bijdrage voor het overheidspensioen voor een statutaire werknemer omwille van specifieke omstandigheden afwijkend is. Het betreft situaties waarbij de berekeningsbasis lager is dan verwacht door bijvoorbeeld schorsing in het belang van de dienst met inhouding van wedde, verminderde prestaties wegens chronische ziekte, ... Het gaat dus om situaties waarbij het vast benoemde personeelslid minder dan 100 % van de wedde verbonden aan zijn statutaire functie geniet, ondanks het feit dat hij zich niet in één van de 'maatregelen tot herorganisatie van de arbeidstijd' bevindt.

Deze code is actief vanaf het 1ste kwartaal 2017.

De code '2' moet worden aangegeven in situaties waarin de berekeningsbasis van de pensioenbijdrage fictief verhoogd wordt. De berekeningsbasis van de pensioenbijdrage is m.a.w. hoger dan de werkelijk uitbetaalde loonelementen onderworpen aan pensioenbijdragen. Het betreft de volgende concrete situaties:

  • een statutair personeelslid tewerkgesteld in de regeling van de (vrijwillige) vierdagenweek of de halftijdse vervroegde uittreding aangegeven met de code '7' in de zone “maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd”.
  • een statutair personeelslid tewerkgesteld bij de RTBF, Proximus of HR-Rail (niet van toepassing op de lokale besturen).

Als de code '2' is aangegeven, dan zal er een approximatieve controle van de pensioenbijdrage gebeuren o.b.v. baremieke wedde aangegeven in de Capelo-blokken (en geen precieze controle o.b.v. de looncodes).