De vrijwillige brandweerlieden en de vrijwillige ambulanciers

 

Een speciale uitsluitingsregeling is - op basis van artikel 17quater van het koninklijk besluit van 28 november 1969 - van toepassing op de volgende personen:

  • de vrijwillige brandweerlieden en de vrijwillige ambulanciers van een hulpverleningszone;
  • de vrijwillige hulpverleners-ambulanciers van een door de Minister van Volksgezondheid erkende ambulancedienst die in het bezit zijn van een brevet afgeleverd door een opleidings- en vervolmakingscentrum voor hulpverleners;
  • de vrijwilligers van de Civiele Bescherming.

De vergoedingen voor 'uitzonderlijke' prestaties die de vrijwillige brandweerlieden, de vrijwilligers van de Civiele Bescherming en de vrijwillige ambulanciers uitvoeren bij de organisaties die hen tewerkstellen, zijn altijd vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, ongeacht het bedrag van de vergoeding. 

Als 'uitzonderlijke' prestaties worden beschouwd:

  • de opdrachten en taken van civiele veiligheid, uitgevoerd door de vrijwillige brandweerlieden en de vrijwilligers van de Civiele Bescherming en vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit van 10 juni 2014, meer bepaald
    • kolom 1 en punt 6 voor de vrijwillige brandweerlieden;
    • kolom 2 en de punten 5 en 6 voor de vrijwilligers van de Civiele Bescherming;
  • de prestaties van dringende medische hulpverlening, verricht door de vrijwillige ambulanciers, de vrijwillige brandweerlieden of de vrijwilligers van de Civiele Bescherming;
    • het betreft het onmiddellijk verstrekken van aangepaste hulp aan alle personen van wie de gezondheidstoestand ten gevolge van een ongeval, een plotse aandoening of een plotse verwikkeling van een ziekte een dringende tussenkomst vereist na een oproep via het eenvormig oproepstelsel waardoor de hulpverlening, het vervoer en de opvang in een aangepaste ziekenhuisdienst worden verzekerd.

De vergoedingen voor 'niet-uitzonderlijke' prestaties zijn vrijgesteld voor zover het bedrag van 785,95 EUR per kwartaal (niet geïndexeerd) niet overschreden wordt. Het geïndexeerd bedrag van de vergoedingen dat vrijgesteld is van socialezekerheidsbijdragen, bedraagt 1.239,36 EUR per kwartaal vanaf het 4de kwartaal van 2022.

 

Voorgaande kwartalen

  • 1.122,49 EUR van het 2de kwartaal van 2020 tot het 3de kwartaal van 2021 (alle categorieën);
  • 1.144,97 EUR voor het 4de kwartaal van 2021 (alle categorieën);
  • 1.167,84 EUR voor het 1ste kwartaal van 2022 (alle categorieën);
  • 1.191,26 EUR voor het 2de kwartaal van 2022 (alle categorieën);
  • 1.215,08 EUR voor het 3de kwartaal van 2022 (alle categorieën).

Indien het maximumbedrag van 1.239,36 EUR overschreden wordt, zijn er persoonlijke en patronale socialezekerheidsbijdragen verschuldigd op het totale bedrag van de vergoedingen voor 'niet-uitzonderlijke' prestaties en niet enkel op het gedeelte boven het drempelbedrag.

 

Een persoon die bij een hulpverleningszone, een erkende ambulancedienst of de Civiele Bescherming  operationele prestaties levert en verbonden is met een arbeidsovereenkomst, een statutaire aanstelling of een dienstencontract, kan bij dezelfde organisatie geen prestaties als vrijwillige brandweerman, vrijwillige ambulancier of vrijwilliger van de Civiele Bescherming meer verrichten. Als de RSZ de cumulatie vaststelt, dan worden alle vergoedingen uit hoofde van de beroepsactiviteit onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen. 

Bijkomende informatie DmfA - vrijwillige brandweerlieden en vrijwillige ambulanciers

De vrijwillige brandweerlieden, vrijwillige ambulanciers en de vrijwilligers van de Civiele Bescherming die een vergoeding van meer dan 785,95 EUR per kwartaal (niet-geïndexeerd bedrag) ontvangen, worden aangeduid met de werknemerscode 015 (handarbeiders) of 495 (hoofdarbeiders) en de code statuut 'VA' (vrijwillige ambulanciers en vrijwilligers van de Civiele Bescherming) of 'B' (vrijwillige brandweer).

In DmfA wordt op het niveau van de 'tewerkstellingslijn' het 'gemiddeld aantal uren per week' (Q) elk kwartaal bepaald op basis van de 'niet-uitzonderlijke' prestaties. Aangezien de duur van de 'niet-uitzonderlijke prestaties' elk kwartaal verschilt, moet elk kwartaal een nieuwe tewerkstellingslijn met een begin- en einddatum in de loop van het kwartaal aangemaakt worden.

In het blok 'prestaties' worden de uren en de dagen van de 'niet-uitzonderlijke' prestaties waarvoor de vergoedingen onderworpen zijn aan bijdragen aangegeven met de prestatiecode 1. De uren en de dagen van de 'niet-uitzonderlijke' prestaties, waarvoor de vergoedingen vrijgesteld zijn, worden niet aangegeven.

De vergoedingen aan de vrijwillige brandweerlieden, de vrijwillige ambulanciers en de vrijwilligers van Civiele Bescherming worden aangegeven met:

  • de looncode 21 = (vrijgestelde) vergoedingen voor 'niet-uitzonderlijke' prestaties wanneer het maximumbedrag niet overschreden is
  • de looncode 1 = (onderworpen) vergoedingen voor 'niet-uitzonderlijke' prestaties wanneer het maximumbedrag overschreden is.