Extra-legale pensioenen - bijdrage 8,86%

Een bijzondere werkgeversbijdrage is verschuldigd op alle stortingen die werkgevers verrichten om aan hun personeelsleden of aan hun rechtverkrijgenden extra-legale voordelen inzake ouderdom of vroegtijdige dood te verlenen.

Het gaat om alle voordelen die ofwel rechtstreeks toegekend worden aan de gewezen werknemers (of aan hun rechtverkrijgenden in geval van vroegtijdige dood), ofwel onrechtstreeks, als premies of bijdragen verricht aan een verzekeringsmaatschappij (bijvoorbeeld in het kader van een groepsverzekering), een pensioenfonds of aan elke andere instelling opgericht om aanvullende voordelen bij het wettelijk pensioen (pensioen eerste pijler) der werknemers toe te kennen.

In bepaalde gevallen kan er een bijkomende bijdrage van 3% verschuldigd zijn, naast de hier uitgelgde bijdrage van 8,86%.

Betrokken werkgevers

Alle werkgevers die aan hun personeelsleden of de rechtverkrijgenden ervan, extra-legale voordelen inzake ouderdom of vroegtijdige dood verlenen, zijn deze bijdrage verschuldigd.

Onder personeelsleden wordt verstaan, de (ex)werknemers onderworpen aan het sociale zekerheidsstelsel voor werknemers.

Type van storting

1. De werkgever kent de voordelen rechtstreeks toe aan de gewezen werknemers of hun rechtverkrijgenden.

Het gaat om elk extra-legaal voordeel, ongeacht de vorm (geld of natura) en ongeacht of het voorgefinancierd is (intern of extern) of niet, dat de werkgever rechtstreeks toekent aan:

  • ofwel zijn werknemers wanneer die met pensioen gaan of tijdens hun pensioen;
  • ofwel aan de rechtverkrijgende(n) wanneer een werknemer vroegtijdig overlijdt.

In dit geval moet voor de berekening van de bijdrage alleen rekening worden gehouden met de stortingen of het gedeelte van de stortingen van de extra-legale voordelen inzake ouderdom of vroegtijdige dood die betrekking hebben op dienstjaren die na 31 december 1988 werden gepresteerd.

Wanneer deze stortingen zowel betrekking hebben op dienstjaren die vóór 1 januari 1989 als na 31 december 1988 gepresteerd werden, verkrijgt men de berekeningsbasis van de bijdrage door voor elke werknemer het totale voordeel te vermenigvuldigen met een breuk waarvan:

  • de teller overeenstemt met het aantal volledige dienstjaren gelegen tussen de leeftijd van de werknemer op 31 december 1988 en de leeftijd van 65 jaar; dit aantal mag evenwel niet groter zijn dan 45;
  • de noemer overeenstemt met het totaal aantal dienstjaren, d.w.z. 45.

Voor vrouwen die met pensioen gingen voor 2009 kan een iets andere berekening gelden. Daarvoor wordt verwezen naar de vroegere versies van de instructies.

Voorbeeld:

In september 2011 gaat een vrouwelijke bediende van 65 jaar op wettelijk pensioen. Op het ogenblik van haar aanwerving, had haar werkgever er zich toe verbonden haar een aanvulling van 75 EUR per maand te storten bij het wettelijk pensioen. Deze aanvulling zou worden betaald onder de vorm van kapitaal op basis van een duur van 30 jaar, hetzij 27.000 EUR (=30 x 12 x 75 EUR).

Om het bedrag van de verschuldigde bijdrage te bepalen, maakt men de volgende berekening:

27.000 EUR x (22/45) = 13.200 EUR x 8,86 % = 1169,52 EUR.

Het getal 22 stemt overeen met het aantal in aanmerking te nemen jaren, nl. het aantal volledige dienstjaren tussen 31 december 1988 en de leeftijd van 65 jaar (september 2011).

2. De werkgever verricht de stortingen aan een derde (verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen, enz.)

De Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (BS van 15/05/2003), kortweg WAP genoemd, heeft vele initiatieven losgemaakt om pensioenplannen in te stellen om het wettelijk pensioen aan te vullen. Deze worden gewoonlijk aangeduid als "pensioen tweede pijler" of ook "groepsverzekeringen".

Hoofdstuk IX van Titel II van deze wet voorziet dat in het geval zo een pensioenplan ingesteld wordt op het niveau van een sector of een onderneming, er verplicht een solidariteitstoezegging moet zijn. Deze toezegging stemt overeen met 4,40% van de stortingen die de werkgever verricht voor het pensioenengagement.

Voor verdere informatie over de WAP kunt u best contact opnemen met de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA), Congresstraat 12-14 1000 Brussel - Tel: 02 220 52 11 - Fax: 02 220 52 75 of surfen naar www.fsma.be/nl.aspx.

Aangezien aanvullende pensioenplannen kunnen ingesteld worden ofwel op het n iveau van een onderneming (of een groep van ondernemingen), dan wel op het niveau van een paritair comité, geldt volgend onderscheid.

A. De stortingen gebeuren door de werkgever in het kader van een plan afgesloten op het niveau van zijn onderneming

In dit geval is de bijdrage van 8,86% verschuldigd op de totaliteit van het werkgeversaandeel en wordt ze apart aangegeven.

Indien de storting echter tegelijkertijd dient om een aanvullend pensioen te garanderen en om bij hospitalisatie een tussenkomst te voorzien (" hospitalisatieverzekering"), dan is de bijdrage alleen verschuldigd op het gedeelte van de storting dat betrekking heeft op de aanvullende voordelen inzake ouderdom of vroegtijdige dood.

De bijdrage van de 8,86% is evenmin verschuldigd op de bedragen betaald in het kader van een verzekering premievrijstelling. Een dergelijke verzekering zorgt ervoor dat indien een verzekerde afwezig is ten gevolge van bepaalde omstandigheden (bv ziekte of ongeval) de premies voor de pensioenopbouw tijdens deze periode worden doorbetaald. Gedurende de arbeidsongeschiktheid, worden de betalingen voor het aanvullend pensioen dus gedaan door de verzekeraar i.p.v. de werkgever. Deze verzekering premievrijstelling is in feite een individueel systeem equivalent aan het solidariteitsluik in het kader van de WAP.

Opgelet: werkgevers die ervoor kiezen om ook tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid zelf het extra-legale pensioen van de werknemer verder op te bouwen, moeten uiteraard wel de bijzondere bijdrage van 8,86% betalen.

B. De stortingen gebeuren door de werkgever in het kader van een plan afgesloten op het niveau van de sector

Opgelet: voor alle stortingen vanaf 1 januari 2014, ongeacht de periode waarop de stortingen betrekking hebben, wordt de inrichter van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel debiteur van de bijzondere bijdrage van 8,86% in plaats van de werkgever die deelneemt aan dit stelsel. Voor deze bijdrage wordt die inrichter gelijkgesteld met de werkgever wat betreft de verplichtingen ten opzichte van de RSZ, met name voor de aangifte en de betaling van deze bijdrage.

In dat geval zijn er twee mogelijkheden

a) De bijdrage van de werkgever wordt niet geïnd door de RSZ

In dat geval wordt de bijdrage van 8,86% berekend op het totaal van de werkgeversbijdrage, en vanaf het 1ste kwartaal 2014 moet zij worden aangegeven en betaald door de inrichter van het sectoraal stelsel.

b) De bijdrage van de werkgever wordt wel geïnd door de RSZ

Voor een aantal sectoren die een collectieve arbeidsovereenkomst hebben afgesloten om een aanvullend pensioenplan in het kader van de WAP in te stellen, gebeurt de inning van de bijdragen door de RSZ.

De voordelen van zo een sectorplan waarvoor de RSZ de bijdragen int zijn:

  • administratieve vereenvoudiging: alles gebeurt op één aangifte, samen met de gewone sociale zekerheidsbijdragen;
  • de bijdrage van 8,86% is ingesloten in de geïnde bijdragen (de werkgever moet ze dus niet apart berekenen en aangeven).

Sectoren die geïnteresseerd zouden zijn om een akkoord te sluiten met de RSZ, zodat de RSZ de bijdragen voor het "pensioen tweede pijler" zou innen, kunnen contact opnemen met de directie reglementering, per mail op contactRSZfbz@rsz.fgov.be.

Opgelet: een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst kan de mogelijkheid voorzien dat een werkgever niet deelneemt aan het sectorstelsel, maar voor de betrokken werknemers een minstens gelijkwaardig voordeel op ondernemingsniveau toekent. De werkgever moet in dat geval de bijdrage van 8,86% berekenen en ze apart aangeven.

Het is eveneens mogelijk dat naast de inning door de RSZ van bijdragen in het kader van een sectoraal aanvullend pensioen, dat bijvoorbeeld alleen toepasselijk is op arbeiders, de werkgever op ondernemingsniveau een plan heeft afgesloten, bijvoorbeeld voor zijn bedienden. In dat geval moet de werkgever voor de stortingen in het kader van zijn ondernemingsplan, de bijdrage van 8,86% apart berekenen en aangeven.

Verdere verduidelijking: de bijdrage 8.86% wordt ook toegepast op de financiering uit de algemene reserves van de sectorale inrichters die bestemd zijn voor het pensioenstelsel, tenzij de sectorale inrichter bewijst dat hij voldoet aan de voorwaarden onder "FAQ-> Deposit->Welke financiering dienen sectorale inrichters mee te delen via de Deposit-aangifte?" op de site DB2P - aangifte - instructies.


Bijzonder geval: aanvullende pensioenen voor sportbeoefenaars

Aanvullende pensioenen voor sportbeoefenaars vallen onder de Wet Aanvullende Pensioenen (WAP) en dienen aan alle bepalingen van de WAP te voldoen. De enige afwijkende bepaling voor deze categorie is artikel 27 §3 van de WAP waarin de specifieke pensioenleeftijd wordt vastgesteld. Betalingen aan betaalde sportbeoefenaars op grond van een aanvullend pensioenstelsel zijn dus aanvullende pensioenen in de zin van de WAP. Uitbetalingen vanaf de leeftijd van 35 jaar zijn toegelaten op grond van de WAP. Op de bedragen die de werkgever betaalt om het voordeel te financieren, is dus de bijdrage van 8,86% verschuldigd.

Bedrag van de bijdrage

De bijdrage bedraagt 8,86 % van alle bedragen die door de werkgever gestort werden om het extra-legale voordeel te financieren.

Worden uitgesloten van de in aanmerking te nemen bedragen:

  • het eventueel aandeel van de werknemer in de samenstelling van dit voordeel;
  • de jaarlijkse belasting op de verzekeringscontracten;
  • het gedeelte dat betrekking heeft op loopbaanjaren gepresteerd voor 1 januari 1989, wanneer het gaat:
    • om stortingen van buitenwettelijke voordelen inzake ouderdom of vroegtijdige dood die de werkgever rechtstreeks heeft verricht aan zijn werknemers of hun rechtverkrijgende(n),
    • om stortingen die overeenkomstig de artikel 515septies en 515novies van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 worden verricht bij een verzekeringsonderneming of pensioeninstelling;
  • het gedeelte van de storting in het kader van het solidariteitsluik bedoeld in Hoofdstuk IX van Titel II van de WAP;
  • de bedragen betaald in het kader van een verzekering premievrijstelling.

Te vervullen formaliteiten

De werkgever geeft deze bijdrage globaal aan voor het geheel van zijn onderneming (dus niet voor elke werknemer apart), in het kwartaal waarin hij de stortingen om het extra-legaal pensioen op te bouwen verricht, en moet ze dus betalen uiterlijk de laatste dag van de maand die op dat kwartaal volgt..

Vanaf het 1ste kwartaal 2014 heeft de werkgever in zijn aangifte slechts de keuze tussen 2 codes die toelaten een onderscheid te maken tussen stortingen voor een extra-legaal pensioen, naargelang ze rechtstreeks gebeurden aan de gepensioneerde werknemers of hun rechtverkrijgenden, dan wel in het kader van een plan afgesloten op het niveau van de onderneming. De 3de code is voortaan voorbehouden voor de bijdrage aan te geven door de organisator van een sectoraal plan (zie de bijkomende informatie hieronder).

De werkgever moet op eigen initiatief geen bewijsstukken aan de RSZ overmaken, maar moet uiteraard wel in staat zijn de op de aangifte vermelde bedragen te verantwoorden, indien de RSZ hem dat vraagt.

Bijkomende informatie - Bijdrage op extra legale pensioenen

In DMFA wordt de bijdrage voor extra legale pensioenen globaal aangegeven per werkgeverscategorie in blok 90002 “Bijdrage niet gebonden aan een natuurlijk persoon” met werknemerskengetallen . 864, 865 of 866 naargelang het geval.

  • 864: voor rechtstreekse stortingen aan gepensioneerde werknemer of zijn rechthebbende;
  • 865: voor stortingen bestemd voor de financiering van een aanvullend pensioen in het kader van een ondernemingsplan;
  • 866: voor stortingen bestemd voor de financiering van een aanvullend pensioen in het kader van een sectorplan.
    vanaf 1/2014 wordt bijdrage 866 enkel aangegeven door de organisator van het sectoraal stelsel (categorie X99)

Tot en met het 3de kwartaal 2011 was het werknemerskengetal 851 van toepassing, maar dit is niet meer toegestaan voor latere kwartalen.

De berekeningsbasis van het totaal van de toegekende voordelen voor de onderneming per type storting moet vermeld worden.

Als DMFA wordt ingediend via web moet de berekeningsbasis vermeld worden bij de bijdragen verschuldigd voor het geheel van de onderneming en de bijdrage wordt automatisch berekend.