Het sociaal statuut van de niet-beschermde lokale mandataris (DmfAPPL)

Algemeenheden

De lokale mandatarissen die niet uit hoofde van een andere hoedanigheid of van de uitoefening van een andere beroepsactiviteit sociaal beschermd zijn, zijn 'niet-beschermde lokale mandatarissen'. Zij genieten gedurende de uitoefening van hun mandaat een suppletief sociaal statuut en worden onderworpen aan de regelingen ziekte- en invaliditeit (geneeskundige verzorging en uitkeringen) en werkloosheid van het socialezekerheidsstelsel van de werknemers.

Toepassingsgebied

De regeling voor de niet-beschermde lokale mandatarissen wordt toegepast op alle personen die een met een wedde bezoldigd uitvoerend politiek mandaat uitoefenen bij een gemeente, een OCMW, een provincie, een vereniging van gemeenten of een OCMW-vereniging, en op hun eventuele vervangers. Het betreft:

  • de burgemeesters en de schepenen van de gemeenten;
  • de voorzitters en de ondervoorzitters van de intercommunales;
  • de voorzitters en de adjunct-voorzitters van de OCMW’s;
  • de voorzitters van de OCMW-verenigingen;
  • de voorzitters en de schepenen van de gemeentelijke districtscolleges;
  • de gedeputeerden van de provincies.

Het suppletief sociaal statuut van niet-beschermde lokale mandataris is enkel van toepassing op de persoon die niet minstens sociaal verzekerd is voor de geneeskundige verzorging.

Als zodanig wordt beschouwd:

  • de mandataris die niet onderworpen is aan de sociale zekerheid voor werknemers of aan het sociaal statuut van de zelfstandigen uit hoofde van een andere beroepsactiviteit dan de uitoefening van zijn lokaal politiek mandaat en die enkel prestaties inzake geneeskundige verzorging zou genieten mits betaling van persoonlijke bijdragen aan het ziekenfonds;
  • de mandataris die wel onderworpen is aan het socialezekerheidsstelsel van de werknemers of aan het sociaal statuut van de zelfstandigen maar waarvan de omvang van zijn activiteit als werknemer of zelfstandige dermate beperkt is dat hij toch bijkomende sociale bijdragen dient te betalen om prestaties inzake geneeskundige verzorging te genieten.

Om in concreto te achterhalen welke personen onder het statuut van de ‘niet-beschermde lokale mandataris’ vallen, moet het socialezekerheidsstatuut van de mandataris onderzocht worden op het moment dat deze het mandaat opneemt. Indien de mandataris niet verzekerd is voor de sector geneeskundige verzorging, valt hij onder het suppletief statuut. Dit onderzoek moet opnieuw gebeuren indien er tijdens de duur van het mandaat een wijziging optreedt in het sociaal of beroepsstatuut van de mandataris. Indien de betrokkene door deze wijziging niet meer verzekerd is voor de sector geneeskundige verzorging, dan kan hij alsnog genieten van het sociaal statuut van de niet-beschermde lokale mandatarissen.

Overzicht

Het hieronder vermelde overzicht bevat de meest voorkomende praktijksituaties waarin een lokale mandataris beschouwd moet worden als beschermd dan wel niet-beschermd.

Worden beschouwd als een niet-beschermde lokale mandataris:

  • de werknemer of de ambtenaar met een jaarlijkse brutobezoldiging van minder dan vier maal het gemiddeld minimum maandinkomen; het geïndexeerde bedrag voor het kalenderjaar 2018 is gelijk aan 6.250,36 EUR;
  • de werknemer of de ambtenaar met voltijds verlof zonder wedde;
  • de werknemer in volledig tijdskrediet zonder uitkering van de RVA of WSE (privésector);
  • de arbeidsongeschikte zelfstandige die zijn mandaat uitoefent met toelating van de adviserend geneesheer en een maximum termijn van 18 maanden overschrijdt;
  • het parlementslid dat een lokaal mandaat uitoefent;
  • de gepensioneerde werknemer of ambtenaar jonger dan 65 jaar en met een onvolledige loopbaan van wie het rustpensioen geschorst is (jaargrens van de beroepsinkomsten is overschreden);
  • de weduwe of weduwnaar van wie het overlevingspensioen geschorst is;
  • het personeelslid van het onderwijs in het systeem van terbeschikkingstelling voorafgaand aan het pensioen waarvan de wachtwedde tijdelijk geschorst wordt omdat de wedde van het mandaat het plafond van het toegelaten inkomen overschrijdt;
  • de niet-beroepsactieve persoon;
  • de 'persoon ten laste' die enkel via een van de echtgeno(o)t(e) afgeleid recht sociale bescherming geniet;
  • de jongere die de leeftijd van 25 jaar bereikt en niet meer beschouwd wordt als 'persoon ten laste';
  • de meewerkende echtgeno(o)t(e) van een zelfstandige die zich in het mini-statuut bevindt.

Worden beschouwd als een beschermde lokale mandataris (die NIET onder het sociaal statuut valt):

  • de werknemer of de ambtenaar met een jaarlijkse brutobezoldiging van minstens vier maal het gemiddeld minimum maandinkomen; het geïndexeerde bedrag voor het kalenderjaar 2018 is gelijk aan 6.250,36 EUR;
  • de zelfstandige die bijdragen betaalt voor aansluiting in hoofdberoep en die werkzaam blijft als zelfstandige tijdens zijn mandaat;
  • de werknemer of de ambtenaar in volledige loopbaanonderbreking of in zorgkrediet met een uitkering van de RVA of WSE (openbare sector);
  • de arbeidsongeschikte werknemer die met toelating van de adviserend geneesheer een lokaal mandaat uitoefent;
  • de arbeidsongeschikte zelfstandige die zijn mandaat uitoefent met toelating van de adviserend geneesheer en een maximum termijn van 18 maanden niet overschreden heeft;
  • de mandataris die het lokaal mandaat opgenomen heeft vóór de ingangsdatum van het pensioen en die pensioengerechtigd wordt tijdens het mandaat;
  • de gepensioneerde werknemer of ambtenaar ouder dan 65 jaar of met een volledige loopbaan (minstens 45 jaar);
  • de gepensioneerde werknemer of ambtenaar jonger dan 65 jaar en met een onvolledige loopbaan die het rustpensioen blijft ontvangen (jaargrens van de beroepsinkomsten is niet overschreden);
  • de gepensioneerde zelfstandige;
  • de weduwe of weduwnaar die het overlevingspensioen blijft ontvangen;
  • de werkloze of de werkloze met bedrijfstoeslag;
  • de persoon met een erkende handicap die gerechtigd is op een tegemoetkoming als gehandicapte;
  • de jongere van minder dan 25 jaar die beschouwd wordt als 'persoon ten laste';
  • de meewerkende echtgeno(o)t(e) van een zelfstandige die zich in het 'maxi-statuut' bevindt.

Bijkomende vragen of specifieke hierboven niet vermelde praktijksituaties kunnen te allen tijde voorgelegd worden aan de RSZ.

Het sociaal statuut

De niet-beschermde lokale mandataris is onderworpen aan de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen voor de werkloosheid en voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering, tak uitkeringen en gezondheidszorgen, en aan de basiswerkgeversbijdrage voor de provinciale en plaatselijke besturen.

De verschuldigde werknemers- en werkgeversbijdragen worden berekend op het volledige bedrag van de wedde van de mandataris en moeten aangegeven worden in de DmfAPPL. Op de wedde is eveneens de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid en de bijdrage voor het Asbestfonds verschuldigd. 

De niet-beschermde lokale mandataris valt niet onder de toepassing van de arbeidsongevallen- en beroepsziektenregeling van de privésector, noch onder deze van de publieke sector. Dit betekent dat het aan het lokaal of provinciaal bestuur toekomt deze risico’s voor de mandatarissen tijdens de uitoefening van hun functies te dekken.

De niet-beschermde mandataris is niet onderworpen aan de pensioenregeling van de werknemers. De RSZ int geen pensioenbijdragen op zijn wedde. Het pensioen valt rechtstreeks ten laste van het bestuur.

Voor een (gewezen) lokale mandataris die na het beëindigen van het politiek mandaat enkel prestaties krachtens de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging kan genieten mits het betalen van een persoonlijke bijdrage aan het ziekenfonds, moet het bestuur waar de mandataris het laatst een mandaat uitgeoefend heeft, de verschuldigde persoonlijke bijdragen ten laste nemen.