Inzetbaarheidsbevorderende maatregel
Inhoudstafel
- Aanduiding 'gelegenheidswerknemer - extra'
- Uurloon - Loon bij ziekte
- Maatregelen non-profit
- Uitsluiting Capelo
- Gegeven dat toelaat een verplichting te controleren
- Afwijkende berekeningsbasis voor de bijdrage overheidspensioen
- Ziekteperiode statutair personeelslid in de openbare sector
- Notie vrijstelling prestaties
- Loopbaanmaatregel
- Aantal opgebouwde vakantiedagen van de zeevarende
- Sectordetail social/non profit
- Mobiliteitsbudget
- Afwijking aanvullende pensioenregeling
- Aantal uren Vlaams opleidingsverlof
- Regionale tewerkstellingsmaatregel
- Datum van toekenning van de nieuwe arbeidsplaats Sociale Maribel
- Ter beschikking gestelde personeelsleden
- Inzetbaarheidsbevorderende maatregel
- Notie flexi
- flexi - subsector voedingsnijverheid
Als inzetbaarheidsbevorderende maatregel voorziet de wet van 3 oktober 2022 een vervanging van 39ter van de wet van 3 juli 1978 met als doel een systeem op te zetten waarbij opleidingen gefinancierd kunnen worden via de patronale bijdragen die een deel van de verbrekingsvergoedingen dekken.
Statutairen komen in principe niet in aanmerking. Echter, volgens een decretale ontslagregeling van Vlaanderen vallen statutaire personeelsleden van de lokale en provinciale besturen vanaf 1 oktober 2023 bij ontslag vanaf die datum onder het artikel 39ter van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 en is de regeling dus ook op hen van toepassing. De aangifte ervan zal retroactief mogelijk gemaakt worden vanaf het 4de kwartaal 2023.
Wanneer een werknemer bij ontslag gegeven door de werkgever recht heeft op een opzeggingstermijn die, berekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 3 juli 1978, minstens 30 weken bedraagt, wordt de opzeggingstermijn omgezet in een ontslagpakket dat uit twee delen bestaat:
- een 1ste deel dat bestaat uit een opzeggingstermijn die 2/3de bedraagt van de bovengenoemde opzeggingstermijn met een minimum van 26 weken
- of uit een opzeggingsvergoeding die gelijk is aan het lopend loon met inbegrip van de voordelen verworven krachtens de overeenkomst dat overeenstemt hetzij met de duur van de opzeggingstermijn van dit eerste deel, hetzij met het resterende gedeelte van die termijn.
- een 2de deel dat overeenkomt met de opzeggingstermijn gelijk aan het restant van de opzeggingstermijn
- of een opzeggingsvergoeding gelijk aan het lopend loon met inbegrip van de voordelen verworven krachtens de overeenkomst dat overeenstemt met de duur van het restant van de opzeggingstermijn.
Bij ontslagen vanaf 1 april 2025:
In geval van ontslag met een opzeggingstermijn heeft de werknemer vanaf het begin van de opzeggingstermijn het recht om afwezig te zijn van het werk met behoud van loon om inzetbaarheidsbevorderende maatregelen te volgen. De werknemer kan aanspraak maken op een forfaitair budget van maximaal 1.800,00 EUR.
In het geval van ontslag met betaling van een verbrekingsvergoeding heeft de werknemer eveneens recht om inzetbaarheidsbevorderende maatregelen te volgen voor een forfaitair budget van maximaal 1.800,00 EUR.
Meer informatie over de aanvraag tot terugbetaling van de kosten verbonden aan de inzetbaarheidsbevorderende maatregel is terug te vinden op de website van de RVA. De financiering ervan gebeurt via de werkgeversbijdragen op het 2de deel van het ontslagpakket. De RSZ staat dus enkel in voor de inning van de werkgeversbijdragen en de doorstorting ervan aan de RVA.
Bij ontslagen vóór 1 april 2025:
In geval van ontslag met een opzeggingstermijn heeft de werknemer vanaf het begin van de opzeggingstermijn het recht om afwezig te zijn van het werk met behoud van loon om inzetbaarheidsbevorderende maatregelen te volgen ten belope van een waarde gelijk aan het bedrag van de werkgeversbijdragen op de opzeggingstermijn van het 2de deel.
In geval van ontslag met betaling van een verbrekingsvergoeding dient de werknemer zich beschikbaar te houden om inzetbaarheidsbevorderende maatregelen te volgen ten belope van een waarde gelijk aan het bedrag van de werkgeversbijdragen op de opzeggingsvergoeding van het 2de deel.
DmfA
De patronale bijdragen die in aanmerking komen voor de maatregel worden aangegeven in DmfA-zone 'werkgeversbijdrage bestemd voor inzetbaarheidsverhogende maatregelen' in het blok 'Tewerkstelling – Inlichtingen'.
Bij ontslagen vanaf 1 april 2025:
Het volledige bedrag aan (berekende) werkgeversbijdragen voor het 2de deel moet worden aangegeven onder de 1ste tewerkstellingslijn die het begin van het 1ste deel bevat. Het betreft een zone in het blok 'inlichtingen tewerkstellingslijn' en heeft geen impact op de te innen werkgeversbijdragen.
Bij ontslagen vóór 1 april 2025:
Deze zone moet worden ingevuld voor de tewerkstellingslijn die het begin van het 2de deel bevat en de daarop volgende tewerkstellingslijnen.
Voorbeeld
Periode van 39 weken ==> aan te geven vanaf de 27ste week
Periode van 60 weken ==> aan te geven vanaf de 41ste week
Situaties die de uitvoering van de opzeggingstermijn schorsen (bijvoorbeeld ziekte zonder gewaarborgd loon), verlengen naar gelang het geval
- het 1ste deel zodat de begindatum van de periode 2dedeel opschuift
- de periode van het 2de deel; bij schorsing gedurende een volledig kwartaal, zal het bedrag in de zone 'opzeggingsvergoeding' '0' bedragen.