Pretracing buitenlandse arbeidskrachten - update

Ter herinnering, in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, was elke werkgever of gebruiker die voor werkzaamheden in België tijdelijk beroep doet op een in het buitenland verblijvende of wonende werknemer of zelfstandige, verplicht een aantal gegevens in te zamelen en bij te houden. Als de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige ertoe gehouden is een 'Passenger Locator Form' in te vullen, moest de werkgever of gebruiker bij gebrek aan bewijs dat dit werd ingevuld, erover waken dat nog vóór het begin van de werkzaamheden in België het nodige werd gedaan (ministerieel besluit van 22 augustus 2020 - BS van 22 augustus 2020, uitgebreid tot alle sectoren door het ministerieel besluit van 12 januari 2021 -BS van 12 januari 2021).

Deze verplichting tot het bijhouden van gegevens in het kader van pretracing, die voorzien was in het ministerieel besluit van 22 augustus 2020, is opgeheven op 30 juli 2021 door het ministerieel besluit van 27 juli 2021 (BS van 28 juli 2021).

Evenwel, voorziet het artikel 28, §2 van het Samenwerkingsakkoord van 14 juli 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de verwerking van gegevens met betrekking tot het digitaal EU-COVID-certificaat, het COVID Safe Ticket, het PLF en de verwerking van persoonsgegevens van in het buitenland wonende of verblijvende werknemers en zelfstandigen die activiteiten uitvoeren in België (Belgisch Staatsblad van 23 juli 2021), de volgende regels in het kader van de pretracing:

Als, tijdens de COVID 19 crisis, een werkgever of gebruiker tijdelijk een beroep doet op een in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige voor het uitvoeren van werkzaamheden in België, is hij verplicht om, vanaf het begin van de werkzaamheden tot en met de veertiende dag na het einde ervan, een register bij te houden met volgende persoonsgegevens:
  1° de volgende identificatiegegevens van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige:
  a) de naam en voornamen;
  b) de geboortedatum;
  c) het INSZ-nummer;
  2° de verblijfplaats van de werknemer of zelfstandige gedurende zijn werkzaamheden in België;
  3° het telefoonnummer waarop de werknemer of zelfstandige kan worden gecontacteerd;
  4° in voorkomend geval, de aanduiding van de personen waarmee de werknemer of zelfstandige tijdens zijn werkzaamheden in België samenwerkt.

Uitzonderingen:
Deze verplichting geldt niet voor de tewerkstelling van grensarbeiders en evenmin wanneer het verblijf van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige in België minder dan 48 uur duurt. Ze geldt evenmin voor  de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden (de particulier die zijn privé woning renoveert en beroep doet op de diensten van een zelfstandige of van een onderneming waarvan de werknemers niet in België verblijven).

De persoonsgegevens vermeld in dit register mogen uitsluitend worden gebruikt voor het opsporen en opvolgen van clusters en collectiviteiten op eenzelfde adres in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19. Tevens moeten deze gegevens door de werkgever of gebruiker vernietigd worden na veertien kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van het einde van de betreffende werkzaamheden.

Dit register moet ter beschikking gehouden worden van de inspectie- en controlediensten belast met de bestrijding van de verspreiding van het coronavirus COVID-19 en het toezicht op de naleving van de opgelegde verplichtingen in het kader van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 tegen te gaan.