Het portaal van de sociale zekerheid gebruikt cookies om de site gebruiksvriendelijker te maken.

Meer weten × Doorgaan

Naar de inhoud van deze pagina

Solidariteitsbijdrage langdurig zieken

De wet van 19 december 2025 voorziet in een solidariteitsbijdrage, geïnd via een debetbericht op kwartaalbasis, voor bepaalde werkgevers die langdurig zieke werknemers in dienst hebben. De inning via het debetbericht gebeurt het 3de kwartaal volgend op het kwartaal waarin de primaire arbeidsongeschiktheid is aangevat, samen met de inning van de socialezekerheidsbijdragen van het betreffende kwartaal. Enkel primaire arbeidsongeschiktheden die aanvangen vanaf 1 januari 2026 worden in aanmerking genomen. 

Deze bijzondere bijdrage vervangt de responsabiliseringsbijdrage werkgevers inzake invaliditeit.

Betrokken werkgevers

Het gaat om de werkgevers

  • die werknemers tewerkstellen die onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969, zowel in de private als in de openbare sector
  • en die gemiddeld 50 werknemers of meer in dienst hebben (hiervoor wordt gekeken naar de 'belangrijkheidscode' toegekend aan de onderneming op (Q - 1) volgens de telling in het kader van het al dan niet toepassen van de bijdrage 1,60 %) .

Betrokken werknemers

Het gaat om de meerderjarige werknemers die op de datum van de aanvang van de primaire arbeidsongeschiktheid de leeftijd van 55 jaar nog niet hebben bereikt en die meer dan 30 dagen als arbeidsongeschikt erkend zijn.  

Zijn uitgesloten:

  • Uitzendkrachten
  • Flexi-jobwerknemers
  • Gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouw, in de horeca en in de begrafenissector
  • Onthaalouders 'sui generis'
  • Leerlingen alternerend leren
  • Personen met een arbeidshandicap, met een psychosociale arbeidsbeperking of uiterst kwetsbare personen, zoals erkend door het bevoegde Gewest of de bevoegde Gemeenschap en tewerkgesteld door de werkgevers van een beschutte werkplaats, een sociale werkplaats of een maatwerkbedrijf (paritair comité 327).

Werknemers van wie de primaire arbeidsongeschiktheid begint tijdens de eerste 30 dagen na de aanvang van de tewerkstelling zijn eveneens uitgesloten.

Berekening en bedrag van de bijdrage

Deze bijdrage bedraagt 30% van de som van de primaire ongeschiktheidsuitkeringen die verschuldigd zijn voor de periode van 2 maanden, berekend van datum tot datum, vanaf de 31ste dag (dus na de periode van gewaarborgd loon) van de primaire arbeidsongeschiktheid van de werknemer. 

Maken geen deel uit van de berekeningsbasis van de bijdrage:

  • Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen tijdens een periode van progressieve werkhervatting, waarbij het bedrag van de primaire ongeschiktheidsuitkering met toepassing van de cumulatieregel bedoeld in artikel 230, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt verminderd.
  • Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen tijdens een periode van progressieve werkhervatting buiten het reguliere arbeidscircuit in een onderneming die valt onder het paritair comité 327 (maatwerkbedrijven). 
  • Het deel van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dat voortvloeit uit het gederfde loon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van een werkloosheidsuitkering. 

Specifieke bepalingen

Wanneer de tewerkstelling eindigt tijdens deze periode van 2 maanden, bedraagt de solidariteitsbijdrage 30% van het bedrag van de primaire ongeschiktheidsuitkeringen die verschuldigd zijn vanaf de 31ste dag van de primaire arbeidsongeschiktheid tot de einddatum van de tewerkstelling van de betrokken werknemer. 

Indien een werknemer bij meerdere werkgevers tewerkgesteld is, wordt het bedrag van de primaire ongeschiktheidsuitkering dat in aanmerking wordt genomen, proportioneel berekend naar gelang het aandeel van elke werkgever in het totale loon dat een werknemer niet ontvangt wegens de arbeidsongeschiktheid, zonder toepassing van het loonplafond zoals bedoeld in artikel 87 van de wet van 14 juli 1994. 

Periodes van moederschapsbescherming schorsen de periode van 2 maanden niet. De bijdrage blijft verschuldigd, maar wordt enkel berekend op de som van de primaire ongeschiktheidsuitkeringen die betrekking hebben op die 2 maanden.