Het portaal van de sociale zekerheid gebruikt cookies om de site gebruiksvriendelijker te maken.

Meer weten × Doorgaan

Naar de inhoud van deze pagina

Bijzondere loonmatigingsbijdrage (centenindex)

Vanaf 1 juni 2026 treedt tijdens twee periodes een loonmatiging in werking door een tijdelijke beperking van de aanpassing van de refertelonen aan de indexevolutie voor alle werknemers (privésector en publieke sector) via specifieke indexeringsmodaliteiten.

Voorbeelden 2 en 3 hieronder werden op 08/06/2026 aangepast (correctie berekeningsbasis).

Tijdelijke beperking van de aanpassing van de lonen overeenkomstig een indexeringsmechanisme

De toepassing van de indexeringsmechanismen wordt tijdens 2 periodes beperkt tot 2% op een begrensd referteloon. Na het bereiken van dit percentage, wordt het volledige referteloon opnieuw geïndexeerd.  Om tijdens de periodes van loonmatiging te bepalen of het referteloon het grensbedrag overschrijdt en het referteloon dus onder de loonmatiging valt, wordt het referteloon beoordeeld op het moment waarop het indexeringsmechanisme wordt toegepast. Er moet steeds gewerkt worden met het effectieve indexeringspercentage dat wordt toegepast voor een bepaalde werknemer. 

Periode 1: vanaf 1 juni 2026 tot het moment waarop het beoogde matigingseffect (gematigde indexering met 2%) wordt bereikt voor alle lonen waarop een indexeringsmechanisme van toepassing is.

  • Het is mogelijk dat verschillende indexeringspercentages gecumuleerd moeten worden als de grens van 2% nog niet bereikt werd (bijvoorbeeld na een eerste indexering met minder dan 2%).
  • Het begrensd referteloon bedraagt voor deze eerste periode 4.000,00 EUR. Werknemers met een referteloon gelijk aan of lager dan 4.000,00 EUR vallen buiten de maatregel. Deze lonen worden nog steeds volledig geïndexeerd. 
  • Het referteloon van de werknemers die in dienst zijn getreden na de aanvangsdatum van de eerste matigingsperiode, wordt geacht de indexaanpassingen te hebben ondergaan vanaf de aanvangsdatum van de eerste matigingsperiode.  
  • Eenmaal de 2 % indexering (met matiging) bereikt, worden de lonen verder geïndexeerd (zonder matiging) tot op de aanvang van de 2de matigingsperiode. 

Periode 2: vanaf 1 januari 2028 (of vanaf de dag vastgesteld door de Koning) tot het moment waarop het beoogde matigingseffect (gematigde indexering met 2%) wordt bereikt voor alle lonen waarop een indexeringsmechanisme van toepassing is. 

  • Het grensbedrag van 4.000,00 EUR wordt op 1 januari 2028 eenmalig geïndexeerd overeenkomstig de indexoverschrijdingen vanaf 1 juni 2026.
  • Eenmaal de 2 % indexering (met matiging) bereikt, worden de lonen verder geïndexeerd (zonder matiging) . 

Referteloon

  • het geïndexeerd vast baremiek maandelijks basisloon of,
  • het geïndexeerd contractueel maandelijks basisloon uitgedrukt op voltijdse basis
    • bij ontbreken van een baremiek basisloon of
    • wanneer het contractueel loon hoger is dat het baremiek basisloon.

Basisloon:

  • het gaat om het enkel bruto maandelijks vast baremiek of contractueel basisloon op voltijdse basis, niet afhankelijk van specifieke prestaties of uren. Overloon, maaltijdcheques, prestatiebonussen, eindejaarspremies, ecocheques, winstpremies, toeslagen voor nacht- of weekendarbeid,…, behoren dus niet tot het vast basisloon.

Voorbeeld

Binnen een bepaalde sector worden in 2026 de lonen op twee verschillende momenten geïndexeerd, eenmaal met 1,6% in juli 2026 en eenmaal met 0,5% in september 2026.

Referteloon werknemer = 9.500,00 EUR

Juli 2026

  • Indexering van het referteloon van de werknemer tot het grensbedrag (4.000,00 EUR) met 1,6% = 4.000,00 x 0,016 = 64,00 EUR
  • De grens van 2% is dus nog niet bereikt. Bij een volgende indexering moet tot het begrensd referteloon nogmaals met 0,4% (2% - 1,6%) geïndexeerd worden vooraleer het volledige loon opnieuw geïndexeerd kan worden. 

September 2026

Referteloon werknemer = 9.564,00 EUR

  • Indexering van het referteloon van de werknemer tot het grensbedrag (4.000,00 EUR) met 0,4% = 4.000,00 x 0,004 = 16,00 EUR.
  • De grens van 2% is nu bereikt. Het volledige referteloon kan opnieuw geïndexeerd worden tot de start van periode 2.
  • Er rest nog 0,1% waarmee het volledige referteloon nog moet geïndexeerd worden. Indexering van het volledige referteloon met 0,1% = 9.564,00 x 0,001 = 9,56 EUR.
  • Het referteloon van de werknemer bedraagt in september 2026 na indexering in totaal 9.589,56 EUR (= 9.564,00 + 16 + 9,56).
  • Tot het begin van de 2de matigingsperiode kan het loon vervolgens gewoon volledig geïndexeerd worden.

Januari 2028

  • Als de tweede matigingsperiode aanvangt, moet de grens van 2% opnieuw bereikt worden vooraleer het volledige loon opnieuw geïndexeerd kan worden.

De bijzondere loonmatigingsbijdrage

Deze bijzondere bijdrage is per periode en per werknemer verschuldigd vanaf de eerste gematigde indexering binnen een periode, tot het moment waarop het beoogde matigingseffect (gematigde indexering met 2%) wordt bereikt voor alle lonen waarop een indexeringsmechanisme van toepassing is voor de betreffende periode.

Betrokken werknemers en werkgevers

  • Werknemers, werkgevers en hiermee gelijkgestelde personen uit de private sector die onderworpen zijn aan alle takken van sociale zekerheid als bedoeld in artikel 21, §1 van de wet van 28 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers
    • Flexi-jobwerknemers, studenten, alternerend lerenden tot het jaar dat ze 19 worden, ... zijn dus uitgesloten.
  • Werkgevers, werknemers en hiermee gelijkgestelde personen die vallen onder de regelingen betreffende de sociale zekerheid van zeelieden ter koopvaardij
  • Betalende derden
  • De in vast verband benoemde -, stagedoende -, contractuele - en hulppersoneelsleden van de federale autonome overheidsbedrijven zoals bedoeld in de wet van 21 maart 1991.

Berekening van de bijzondere bijdrage

De bijdrage moet elke maand per werknemer en per tewerkstellingslijn berekend worden en per kwartaal (som van de drie maanden) aangegeven worden.

Berekeningsbasis

Het basisbedrag, het referteloon op voltijdse basis, wordt voor elke maand apart bepaald, en per kwartaal moet de som van de maandelijkse basisbedragen worden aangegeven. Als meerdere refertelonen (omgezet naar voltijdse basis) voorkomen binnen eenzelfde maand, dan geldt als aan te geven basisbedrag voor die maand het gemiddelde van de refertelonen op voltijdse basis. 

Voorbeeld berekeningsbasis i.g.v. meerdere refertelonen binnen eenzelfde maand

  • Tewerkstelling A t.e.m. 21/7/2026 - halftijds met referteloon op voltijdse basis van 4.350,00 EUR
  • Tewerkstelling B vanaf 22/7/2026 - halftijds met referteloon op voltijdse basis van 4.600,00 EUR
    • Aan te geven basisbedrag voor juli 2026: (4.350 + 4.600)/2 = 4.475,00
  • Vanaf augustus 2026 is het aan te geven basisbedrag dan 4.600,00 EUR

Het volgende geldt bij de bepaling van de berekeningsbasis:

  • Voor arbeiders wordt de berekeningsbasis niet verhoogd tot 108%;
  • Voor werknemers met forfaitaire lonen wordt uitgegaan van het reëel uitbetaalde loon en niet van het forfaitaire loon;
  • Een loonstijging die geen gevolg is van een indexering maar vervat zit in het basisloon, maakt deel uit van de berekeningsbasis. Er is dus ook een gewijzigde berekening in vergelijking met de maand vóór de loonstijging;
  • Verbrekingsvergoedingen maken deel uit van de berekeningsbasis (zie verder voor een meer gedetailleerde bespreking);
  • De vrijstelling van werkgeversbijdragen boven een bepaald loonplafond heeft geen invloed op de berekeningsbasis;
  • Commissielonen, fooien en stuk- of taaklonen maken geen deel uit van de berekeningsbasis;
  • Tewerkstellingen die geen aanleiding geven tot de berekening van de bijdrage, worden buiten beschouwing gelaten;
  • Indien geen prestaties worden aangegeven (MRA-codes), kan geen berekeningsbasis worden bepaald;
  • Vergoedingen in het kader van een cafetariaplan behoren niet tot de berekeningsbasis.

 

Formule

Periode 1

De formule voor de berekening van de bijzondere bijdrage tijdens periode 1 is gelijk aan:

[[((gematigd geïndexeerd referteloon) - (4.000,00 EUR x (1+indexcijfer))) x prestatiebreuk x indexcijfer beperkt tot 2 procent] + [((gematigd geïndexeerd referteloon) - (4.000,00 EUR x (1+indexcijfer))) x prestatiebreuk x indexcijfer beperkt tot 2 procent] x globale werkgeversbijdrage] / 2

Ter vereenvoudiging kan de formule in 2 delen (deel A en deel B) opgesplitst worden. De vereenvoudigde formule is gelijk aan: ((Deel A + Deel B) / 2), waarbij:

  • Deel A = ((geïndexeerd referteloon waarop loonmatiging wordt toegepast − (begrensd referteloon x (1 + som indexcijfers binnen periode 1)) x prestatiebreuk x som indexcijfers binnen periode 1 begrensd tot 2%)
  • Deel B = Deel A x globaal werkgeversbijdragepercentage (het globale werkgeversbijdragepercentage omvat ook de reeds bestaande loonmatigingsbijdrage)

Het reëel uitbetaalde basisloon moet in de formule gebruikt worden, ongeacht de wijze waarop dit bepaald wordt.

In het geval van deeltijds werk wordt het deeltijds referteloon omgezet naar voltijdse basis volgens de tewerkstellingsbreuk (Q/S).

Als het basisloon uitgedrukt wordt als een uur- of dagloon, is de berekening van het referteloon als volgt:

  • referteloon = uurloon x voltijdse wekelijkse arbeidsduur x 13 / 3 (basisloon uitgedrukt als uurloon)
  • referteloon = dagloon x 65 / 3 (basisloon uitgedrukt als dagloon)

De prestatiebreuk is de verhouding tussen de geleverde arbeidsprestaties van de werknemer en die van een voltijdse referentiepersoon. Voor de voltijdse werknemers met onvolledige prestaties is de prestatiebreuk (α) gelijk aan J/D. Voor de deeltijdse werknemers is de prestatiebreuk (α) = H/U.

  • J = het aantal dagen van de werknemer aangegeven met de prestatiecodes 1, 3, 4, 5 en 20;
  • D = het maximum aantal dagen prestaties voor de betrokken maand in het betrokken arbeidsstelsel;
  • H = het aantal aangegeven uren met de prestatiecodes 1, 3, 4, 5 en 20;
  • U = het aantal uren op maandbasis dat overeenstemt met D.

Vanaf de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het matigingseffect van de 1ste periode voor alle werknemers werd bereikt, is een voorlopige geconsolideerde bijdrage verschuldigd. 

De Koning bepaalt de verdere modaliteiten van de voorlopige geconsolideerde bijdrage en stelt het moment vast waarop het matigingseffect van de 1ste periode voor alle werknemers wordt bereikt.

Periode 2

De formule voor de berekening van de bijzondere bijdrage tijdens periode 2 is gelijk aan de formule voor periode 1, maar op 1 januari 2028 wordt het grensbedrag van 4.000,00 EUR eenmalig geïndexeerd overeenkomstig de indexoverschrijdingen vanaf 1 juni 2026.

Tijdens de 2de matigingsperiode zijn zowel de bijzondere loonmatigingsbijdrage als de voorlopige geconsolideerde loonmatigingsbijdrage verschuldigd.

Vanaf de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin het matigingseffect van de 2de periode werd bereikt, is enkel de definitieve geconsolideerde loonmatigingsbijdrage verschuldigd.

De Koning bepaalt de verdere modaliteiten van de definitieve geconsolideerde bijdrage en stelt het moment vast waarop het matigingseffect van de 2de periode voor alle werknemers wordt bereikt.

 

Voorbeeld 1 - berekening bijzondere bijdrage

Binnen een sector worden de lonen in juli 2026 met 1,6% geïndexeerd en in september 2026 met 0,5%. Het globale werkgeversbijdragepercentage bedraagt 25%.

Juli 2026

  • Geïndexeerd referteloon na toepassing loonmatiging = 9.564,00 EUR (zie berekening in het voorbeeld hierboven)
  • Berekening bijzondere bijdrage:
    • De formule = (Deel A + Deel B) / 2, waarbij:
      • Deel A =  ((9.564,00 − (4.000,00 x  1,016)) x 0,016) = 88,00
        • 1,016 = 1 + 0,016 (volgens de formule: 1+som indexcijfers)
        • 0,016 = indexcijfer beperkt tot 2 procent (geen beperking nodig omdat er slechts met 1,6% geïndexeerd wordt)
      • Deel B = Deel A x globaal werkgeversbijdragepercentage = 88,00 x 0,25 = 22,00
  • De uiteindelijke berekening is dus als volgt voor juli 2026: (88,00 + 22,00) / 2 = 55,00
  • Aan te geven berekeningsbasis voor juli 2026: 9.564,00 EUR

Augustus 2026

  • De bijzondere bijdrage blijft ongewijzigd ten opzichte van juli (55,00 EUR). 
  • Aan te geven berekeningsbasis voor augustus 2026: 9.564,00 EUR

September 2026

  • Geïndexeerd referteloon na toepassing loonmatiging = 9.589,56 EUR (zie het voorbeeld hierboven voor de berekening)
    • Deel A =  ((9.589,56 − (4.000,00 x  1,021)) x 0,02) = 110,11
      • 1,021 = 1 + 0,021 (volgens de formule: 1+som indexcijfers)
      • 0,02 = indexcijfer beperkt tot 2 procent (nu wel een beperking tot 2% omdat er in totaal geïndexeerd wordt met 2,1%)
    • Deel B = Deel A x globaal werkgeversbijdragepercentage = 110,11 x 0,25 = 27,53
  • De uiteindelijke berekening is dus als volgt voor september 2026: (110,11 + 27,53) / 2 = 68,82
  • Aan te geven berekeningsbasis voor september 2026: 9.589,56 EUR

De totale verschuldigde bijdrage voor dit kwartaal is dus de som van de bedragen voor de 3 maanden = 55,00 + 55,00 + 68,82 = 178,82.

De totaal aan te geven berekeningsbasis voor dit kwartaal is dus de som van de bedragen voor de 3 maanden: 9.564 + 9.564 + 9.589,56 = 28.717,56.

De daarop volgende maanden blijft de bijdrage ongewijzigd zolang er geen wijzigingen zijn van het referteloon.

Voorbeeld 2 - berekening bijzondere bijdrage i.g.v. meerdere parallelle tewerkstellingslijnen binnen eenzelfde periode

Als verschillende tewerkstellingslijnen parallel voorkomen binnen eenzelfde maand, dan wordt de bijdrage per tewerkstellingslijn berekend. De werknemer wordt dan zoals een deeltijdse werknemer behandeld, waarvoor prestatiebreuk α gelijk is aan H/U (zie ook hierboven).  

Opmerking: Heeft een werknemer tewerkstellingen binnen verschillende Paritaire Comité’s, is het mogelijk dat voor een PC waarin reeds gematigd werd de bijdrage verschuldigd is, en voor een ander PC niet.

Gematigde indexering van 2% op 1/7/2026 – globale werkgeversbijdrage van 25%

  • Tewerkstelling A van 1/7/2026 tot 31/7/2026 - halftijdse tewerkstelling
    • Referteloon op voltijdse basis = 5.000,00 EUR => de bijzondere bijdrage is dus verschuldigd
      • Gematigd geïndexeerd met 2% = 5.080,00 EUR.
    • Prestatiebreuk α = H/U = 80/160 = 0,5
    • Formule : [[((5.080) – (4.000 * 1,02) * 0,5 * 0,02] + [(5.080) – (4.000 * 1,02) * 0,5 * 0,02] *0,25] /2 = (10 + (10 * 0,25)) / 2 = 6,25 EUR
  • Tewerkstelling B van 1/7/2026 tot 31/7/2026 - deeltijdse tewerkstelling
    • Referteloon op voltijdse basis = 4.500,00 EUR => de bijzondere bijdrage is dus verschuldigd
      • Gematigd geïndexeerd met 2% = 4.580,00 EUR.
    • Prestatiebreuk α = H/U = 40/160 = 0,25
    • Formule : [[((4.580) – (4.000 * 1,02) * 0,25 * 0,02] + [(4.580) – (4.000 * 1,02) * 0,25 * 0,02] *0,25] /2 = (2,5 + (2,5 * 0,25)) / 2 = 1,56 EUR
  • Totale bijdrage voor de maand juli 2026: 6,25 + 1,56 = 7,81 EUR
  • Aan te geven berekeningsbasis voor juli 2026: (5.080,00 + 4.580,00)/2 = 4.830,00 EUR

Voorbeeld 3 - berekening bijzondere bijdrage i.g.v. opeenvolgende tewerkstellingslijnen binnen eenzelfde periode (3 scenario's)

Bij opeenvolgende arbeidsovereenkomsten binnen eenzelfde kwartaal doen zich verschillende scenario’s voor:

Scenario A: twee tewerkstellingslijnen binnen eenzelfde maand - berekening per tewerkstelling

  • Voorbeeld: gematigde indexering op 1/7/2026 – globale werkgeversbijdrage 25%
    • Tewerkstelling A van 1/7/2026 t.e.m. 14/7/2026 voltijds
      • Referteloon op voltijdse basis = 5.000,00 EUR => de bijzondere bijdrage is verschuldigd
        • Gematigd geïndexeerd met 2% = 5.080,00 EUR.
      • De prestatiebreuk voor deeltijdse werknemers is van toepassing. Werknemers die bij een werkgever gedurende een maand gedeeltelijk voltijds en gedeeltelijk deeltijds zijn tewerkgesteld, worden beschouwd als deeltijdse werknemers. Op deze wijze wordt de bijdrage geproratiseerd voor de betrokken periode:
        • Prestatiebreuk α = H/U = 80/176 = 0,45
      • Formule : [[((5.080) – (4.000 * 1,02) * 0,45 * 0,02] + [(5.080) – (4.000 * 1,02) * 0,45 * 0,02] *0,25] /2 = (9 + (9 * 0,25)) / 2 = 5,63 EUR
    • Tewerkstelling B van 15/7/2026 t.e.m. 31/7/2026 deeltijds
      • Referteloon op voltijdse basis = 4.500,00 EUR => de bijzondere bijdrage is verschuldigd
        • Gematigd geïndexeerd met 2% = 4.580,00 EUR. 
      • Prestatiebreuk α = H/U = 48/176 = 0,27
      • Formule : [[((4.580) – (4.000 * 1,02) * 0,27 * 0,02] + [(4.580) – (4.000 * 1,02) * 0,27 * 0,02] *0,25] /2 = (2,7 + (2,7 * 0,25)) / 2 = 1,69 EU
    • Totale bijdrage voor de maand juli 2026: 5,63 + 1,69 = 7,32 EUR
    • Aan te geven berekeningsbasis voor juli 2026: (5.080,00 + 4.580,00)/2 = 4.830,00 EUR.

Scenario B: De tewerkstellingslijn beslaat een periode die een maand overschrijdt:

  • De berekening gebeurt maand per maand en de som van de drie maanden wordt aangegeven in de DmfA.

Scenario C: De maand bevat verschillende opeenvolgende voltijdse contracten:

  • De berekening gebeurt per tewerkstelling met toepassing van de prestatiebreuk α = J/D (behandeling als een voltijdse werknemer).

Verbrekingsvergoedingen

Ook voor verbrekingsvergoedingen (looncode 3) is de bijzondere loonmatigingsbijdrage verschuldigd. Deze vergoedingen worden immers berekend op het geïndexeerde basisloon dat deel uitmaakt van het toepassingsgebied van de bijzondere bijdrage. 

Voor het berekenen van de bijzondere bijdrage moet rekening gehouden worden met het geïndexeerde basisloon op het moment van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, en met de som van de indexeringspercentages die zijn toegepast vanaf het begin van een loonmatigingsperiode tot het moment van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.  Er moet dus geen rekening gehouden worden met indexeringen die na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst plaatsvinden. 

Bijkomende informatie 1

Bijkomende informatie DmfA - Bijzondere loonmatigingsbijdrage (centenindex)

In DMFA wordt de bijzondere loonmatigingsbijdrage (centenindex) per werknemerslijn aangegeven in het blok 90001 “bijdrage verschuldigd voor de werknemerslijn” onder werknemerskengetal bijdrage 804 type 0.

Aangifte in de Dmfa:

  • De aangegeven bijdrage voor het kwartaal is de som van de voor elke maand van dat kwartaal berekende bijdrage. De aangegeven bijdrage moet steeds groter dan nul zijn.
  • Het basisbedrag voor het betreffende kwartaal is de som van het voor elke maand van dat kwartaal berekende basisbedrag. Wordt een bijdrage aangegeven, dan moet ook het basisbedrag worden aangegeven.

Op basis van de aangegeven bijdragen en basisbedragen worden a posteriori controles uitgevoerd.