Das Portal der sozialen Sicherheit verwendet Cookies, um die Website benutzerfreundlicher zu gestalten.

Weitere Informationen × Weiter

Zum Inhalt dieser Seite

Langdurig werkzoekenden - de sociale inschakelingseconomie

Dit hoofdstuk betreft de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen.

Betrokken werkgevers

Het betreft de werkgevers bedoeld in artikel 1, § 1 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 ter uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen. Tot 31 december 2014 werd aan werkgevers die in aanmerking kwamen een attest afgeleverd door de Directeur-generaal van de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO). Vanaf 1 januari 2015 worden deze attesten toegekend door het bevoegde Gewest.

Het gaat o.a. over volgende, als dusdang erkende, werkgevers:

  • beschutte en sociale werkplaatsen
  • inschakelbedrijven
  • sociale huisvesting en sociale verhuurkantoren
  • vennootschappen met een sociaal oogmerk
  • OCMW's
  • plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen
  • plaatselijke initiatieven voor de ontwikkeling van werkgelegenheid
  • werkgevers die nabijheidsdiensten organiseren
  • werkgevers die lokale diensteneconomie-initiatieven inrichten

Betrokken werknemers

Het gaat om uitkeringsgerechtigde volledige werklozen, gerechtigden op maatschappelijke integratie en rechthebbenden op financiële maatschappelijke hulp.

Volgende categorieën komen in aanmerking:

  • 1° hij die op de dag van indienstneming volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en
    • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en
    • volledig uitkeringsgerechtigd is geweest gedurende ten minste 312 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 18 kalendermaanden daaraan voorafgaand en
    • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft;
  • 2° hij die op de dag van indienstneming volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en
    • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en
    • volledig uitkeringsgerechtigd is geweest gedurende ten minste 624 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 36 kalendermaanden daaraan voorafgaand en
    • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft;
  • 3° hij die op de dag van indienstneming volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en
    • minstens 45 jaar oud is op datum van indienstneming en
    • volledig uitkeringsgerechtigd is geweest gedurende ten minste 156 dagen gerekend in een regime van 6 dagen gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 9 kalendermaanden daaraan voorafgaand en
    • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft;
  • 4° hij die op de dag van indienstneming recht heeft op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp en
    • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en
    • recht gehad heeft gedurende ten minste 156 dagen gerekend in een regime van 6 dagen op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 9 kalendermaanden daaraan voorafgaand en
    • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft;
  • 5° hij die op de dag van indienstneming recht heeft op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp en
    • minder dan 45 jaar oud is op datum van indienstneming en
    • recht gehad heeft gedurende ten minste 312 dagen gerekend in een regime van 6 dagen op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 18 kalendermaanden daaraan voorafgaand en
    • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft;
  • 6° hij die op de dag van indienstneming recht heeft op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp en
    • minstens 45 jaar oud is op datum van indienstneming en
    • recht gehad heeft gedurende ten minste 156 dagen gerekend in een regime van 6 dagen op maatschappelijke integratie of op financiële maatschappelijke hulp gezien over een periode overeenkomend met de maand van indienstneming en de 9 kalendermaanden daaraan voorafgaand en
    • geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft.

De voorwaarde dat zij de hoedanigheid van volledig uitkeringsgerechtigd werkloze, gerechtigde op maatschappelijke integratie of rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp moeten hebben op het ogenblik van de indienstneming, geldt evenwel niet voor werknemers die verder worden tewerkgesteld na afloop van één van de volgende periodes:

  • de periode van tewerkstelling in toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  • de periode van tewerkstelling, bij een werkgever bedoeld in artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999, in de programma’s van wedertewerkstelling bedoeld in artikel 6, §1, IX, 2° van de Bijzondere Wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen;
  • de periode van tewerkstelling in het kader van een doorstromingsprogramma gedurende dewelke de werknemer een bepaalde uitkering genoot;
  • de periode van tewerkstelling in het kader van een erkende arbeidspost gedurende dewelke de werknemer een bepaalde uitkering genoot.

Bepaalde periodes worden gelijkgesteld met periodes van uitkeringsgerechtigde werkloosheid, gerechtigde op maatschappelijke integratie of rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp.

De werknemers van de volgende categorieën komen niet in aanmerking voor de vermindering :

  • voor Vlaanderen: de werknemer die vóór 1 januari 2016 bij de werkgever tewerkgesteld was als gesubsidieerde contractueel;
  • voor Vlaanderen: de werknemer die de werkgever opnieuw in dienst neemt binnen een periode van 12 maanden na beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst waarvoor hij de voordelen gesubsidieerde contractueel genoten heeft.

 

Duitstalige Gemeenschap:

Vanaf 1 januari 2019 kan voor werknemers die in dienst treden bij een werkgever voor een tewerkstelling in een van de gemeentes van de Duitstalige Gemeenschap, niet langer de 'doelgroepvermindering langdurig werkzoekenden - SINE' toegepast worden.

Als overgangsmaatregel kunnen werkgevers die werknemers hebben die in dienst getreden zijn vóór 1 januari 2019 en ononderbroken verder in dienst blijven (met een doorlopende of aansluitende arbeidsovereenkomst), voor deze werknemers voor de hen resterende kwartalen en onder dezelfde voorwaarden, de vermindering blijven genieten. Er zijn specifieke verminderingscodes voor deze overgangsmaatregelen. Er is geen einddatum van de overgangsmaatregelen voorzien. 

 

Brussels Hoofdstedelijk Gewest:

Vanaf 1 januari 2021 kan de 'doelgroepvermindering langdurig werkzoekenden - SINE' niet langer toegepast worden voor een tewerkstelling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Vlaams Gewest:

Vanaf 1 juli 2023 kan voor werknemers die in dienst treden bij een werkgever voor een tewerkstelling in Vlaanderen, niet langer de 'doelgroepvermindering langdurig werkzoekenden - SINE' toegepast worden.

Als overgangsmaatregel kunnen bepaalde werkgevers die werknemers hebben die in dienst getreden zijn vóór 1 juli 2023 en ononderbroken verder in dienst blijven (met een doorlopende of aansluitende arbeidsovereenkomst), voor deze werknemers onder dezelfde voorwaarden en maximaal tot en met 30 juni 2025, de vermindering blijven genieten. Meer informatie over de mogelijke overgangsmaatregelen is terug te vinden op de webpagina 'individueel maatwerk Vlaanderen'.

Bedrag van de vermindering

Naast een tussenkomst in de loonkost van de werknemer via een herinschakelingsuitkering van de RVA of een financiële tussenkomst van het OCMW, kan de werkgever volgende verminderingen genieten voor de werknemer van

  • categorie 1° en 4°: G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 10 daarop volgende kwartalen (wanneer de bevoegde regionale dienst voor arbeidsbemiddeling na afloop van de 10 kwartalen oordeelt dat de werknemer nog altijd niet geschikt is om zich te integreren in de gewone arbeidsmarkt, kan de duur van de doelgroepvermindering verlengd worden met een nieuwe periode van maximum 10 kwartalen);
  • categorie 2° en 5°: G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de 20 daarop volgende kwartalen (wanneer de bevoegde regionale dienst voor arbeidsbemiddeling na afloop van de 20 kwartalen oordeelt dat de werknemer nog altijd niet geschikt is om zich te integreren in de gewone arbeidsmarkt, kan de duur van de doelgroepvermindering verlengd worden met een nieuwe periode van maximum 20 kwartalen);
  • categorie 3° en 6°: G1 gedurende het kwartaal van indienstneming en de daarop volgende kwartalen.

Indien een werkgever deze vermindering reeds heeft genoten voor een werknemer die hij opnieuw in dienst neemt binnen de 12 maanden na het einde van de vorige arbeidsovereenkomst, wordt de tewerkstelling geacht ononderbroken te zijn voor wat betreft het vaststellen van het recht op de vermindering G1 en het aantal resterende kwartalen dat hij hierop nog recht heeft. De periode van onderbreking verlengt dus de periode waarin de voordelen kunnen worden toegekend, niet.

Te vervullen formaliteiten

De werkgever moet voorafgaandelijk een attest verkrijgen dat bewijst dat hij onder het toepassingsgebied van deze maatregel valt. Tot 31 december 2014 werd dit attest afgeleverd door de Directeur-generaal van de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO). Vanaf 1 januari 2015 worden deze attesten toegekend door het bevoegde Gewest.

Om in aanmerking te komen voor de vermindering moet de werknemer (of de werkgever indien het gaat om een activering van de tussenkomst vanwege een OCMW) een herinschakelingsuitkering genieten in het kader van de sociale inschakelingseconomie. Bij zijn aanvraag voor een herinschakelingsuitkering voegt de werknemer, respectievelijk de werkgever, het hierboven vermelde attest.

De RVA geeft aan de RSZ de gegevens van de werknemers door die recht geven op deze doelgroepvermindering. Het OCMW, dat een financiële tussenkomst verleent voor een gerechtigde op maatschappelijke integratie of een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp, tewerkgesteld in het kader van de sociale inschakelingseconomie, moet het gewestelijk RVA-bureau hiervan verwittigen met een typebrief van de POD Maatschappelijke Integratie.

Zusätzliche Informationen 1

Zusätzliche Informationen DmfA - Meldung der Ermäßigungen für langfristig Arbeitssuchende SEW

Die regionalen Zielgruppenermäßigungen für Langzeitarbeitssuchende - SEW können je nach Niederlassungseinheit, in welcher der Arbeitnehmer beschäftigt wird oder der er unterstellt ist, verschieden sein.
Sie werden im Block 90109 „Ermäßigung Beschäftigung“ mit folgenden Angaben eingetragen:

Wallonische Region(außer der Deutschsprachigen Gemeinschaft

    Ermäßigung

     Pauschale

    Dauer  Code

     Berechnungsgrundlage

     Beginndatum des Anspruchs

     Ermäßigungsbetrag

     Arbeitskarte

    Beginn

    vor 1.1.2004

    G1

    (1000 €)

    Alle betroffenen

    Quartale

     1142

     /  / ja  

    jünger als 45 Jahre

    312 Tage (18 Monate) oder 156 Tage (9 Monate)

    G1

    (1000 €)

    Quartal von

    Einstellung +

    10 folgende Quartale

    Quartale1

    3240 / / ja  

    jünger als 45 Jahre

    624 Tage (36 Monate) oder 312 Tage (18 Monate)

    G1

    (1000 €)

    Quartal von

    Einstellung +

    20 folgende

    Quartale2

    3241 / / ja  

    mindestens 45 Jahre

    156 Tage (9 Monate)

    G1

    (1000 €)

    Alle betroffenen

    Quartale

    3250 / / ja  

      1 Verlängerung möglich um einen neuen Zeitraum von maximal 10 Quartalen

    1 Verlängerung möglich um einen neuen Zeitraum von maximal 20 Quartalen

    Wenn die DmfA über das Internet eingereicht wird, werden die Ermäßigungen 1142, 3240, 3241 und 3250 automatisch berechnet, wenn sie angegeben werden. 
     

    Deutschsprachige Gemeinschaft

     

      Für Arbeitnehmer, die ab dem 01.01.2019 in einer Niederlassungseinheit auf dem Grundgebiet der Deutschsprachigen Gemeinschaft angestellt werden, darf die Zielgruppenermäßigung Langzeitarbeitssuchende - SEW nicht mehr angewendet werden.
    Die laufenden Ermäßigungen behalten bis zum Ablauf der Frist ihre Gültigkeit.

    ! Die in der DmfA anzugebenden Codes werden ab den Meldungen für das erste Quartal 2019 geändert.

    Ermäßigung

     Pauschale

    Dauer  Code

     Berechnungsgrundlage

     Beginndatum des Anspruchs

    Ermäßigungsbetrag

    Arbeitskarte

    Beginn

    vor 1.1.2004

    G1

    (1000 €)

    Alle betroffenen

    Quartale

     1142

     /  / ja  /

    jünger als 45 Jahre

    624 Tage (36 Monate) oder 312 Tage (18 Monate)

    G1

    (1000 €)

    Quartal von

    Einstellung +

    20 folgende

    Quartale2

    9001 / / ja /

    mindestens 45 Jahre

    156 Tage (9 Monate)

    G1

    (1000 €)

    Alle betroffenen

    Quartale

    9002 / / ja /

      Wenn die DmfA über das Internet eingereicht wird, werden die Ermäßigungen 1142, 9001 und 9002 bei ihrer Angabe automatisch berechnet. 

    Region Brüssel-Hauptstadt

      Ab 1/2021, sind die Ermäßigungscodes SEW 1142, 3240, 3241, 3250 nicht mehr zulässig für die Beschäftigung in der Region Brüssel-Hauptstadt.

    Die Ermäßigung SEW wird durch einen Zuschuss der Region Brüssel (verfügender Teil Eingliederungsarbeitsplätze in der Sozialwirtschaft) ersetzt und muss folgendermaßen gemeldet werden:

    Wert „B” Zone 01237 „Regionale Beschäftigungsmaßnahme“ im Block 90313 Beschäftigung – Erläuterungen zur Beschäftigung von Arbeitnehmern im Rahmen dieser Maßnahme.

    Flämische Region

      Ab 3/2023 können in Flandern die regionalen Zielgruppenermäßigungen SEW 1142, 3240, 3241 und 3250 nicht mehr für Neueinstellungen in Anspruch genommen werden. Als Übergangsmaßnahmen können diese regionalen Zielgruppenermäßigungen weiterhin für diejenigen gelten, die vor dem 1. Juli 2023 Anspruch darauf haben. Diese Übergangsmaßnahmen gelten höchstens bis zum 30. Juni 2025.

    Wiedereingliederungsentschädigung

      Die Wiedereingliederungsentschädigung des LfA oder der zuständigen Region und der finanzielle Beitrag des ÖSHZ sind Teil des Bruttolohns des ESW-Arbeitnehmers und unterliegen den Sozialversicherungsbeiträgen. Die Wiedereingliederungsentschädigung oder der finanzielle Beitrag und der übrige Bruttolohn werden in der DmfA mit dem Lohncode 1 angegeben.