Inleiding

De regelingen jeugd- en seniorvakantie voorzien dat pas afgestudeerde jongeren en oudere werknemers die aan de reglementaire voorwaarden voldoen, ter aanvulling van hun onvolledig aantal betaalde vakantiedagen, respectievelijk jeugd- of seniorvakantie kunnen nemen. Voor de jeugd- en seniorvakantiedagen kan een uitkering worden betaald ten laste van de werkloosheidsverzekering.

Via de elektronische ASR scenario 9 ("Aangifte voor het vaststellen van het recht op jeugd- of seniorvakantie") maakt u aan de sector werkloosheid de gegevens over die ze nodig heeft om na te gaan of de werknemer recht heeft op respectievelijk jeugd- of seniorvakantie en om het bedrag van de uitkering te bepalen. Lees ook de instructie bij scenario 10: Maandelijkse aangifte van de uren jeugd- of seniorvakantie.

Ingevolge artikel 137, § 2, 4° en 5°, van het K.B. van 25.11.1991 bent u als werkgever verplicht om op verzoek van de werknemer een elektronische ASR scenario 9 ("Aangifte voor het vaststellen van het recht op jeugd- of seniorvakantie") te verrichten voor de maand waarin de werknemer in het vakantiejaar voor het eerst jeugd- of seniorvakantie neemt.

U moet de werknemer een afschrift bezorgen van deze elektronische aangifte. Na elke aangifte wordt dit afschrift voor u aangemaakt. U hoeft het enkel nog af te drukken.

Dit afschrift wordt in toepassing van de bestaande taalwetgeving opgemaakt in de taal van het gebied van de exploitatiezetel waar de werknemer tewerkgesteld is. In Brussel gebeurt dit in het Nederlands voor het Nederlandstalige personeel en in het Frans voor het Franstalige personeel. In het Duitse taalgebied gebeurt dit in het Duits. U mag een vertaling toevoegen.

De werknemer deelt bijkomende gegevens mee om aan te tonen dat hij aan de voorwaarden voldoet om recht te hebben op jeugd- of seniorvakantie. Hij doet dit via het papieren formulier C103-Jeugdvakantie-Werknemer of C103-Seniorvakantie-Werknemer.