Wat invullen

1 - Wat invullen

Scenario 2 is een scenario zonder minikwartaalaangifte. U deelt dus de identificatiegegevens van de werkgever en de werknemer en de gegevens betreffende de tewerkstelling alsook de specifieke gegevens van de aangifte mee.

2 - Identificatie van de aangifte

U herneemt de volgende gegevens van de blokken "link aangifte werkgever, natuurlijk persoon, link werknemerslijn en link tewerkstelling" van de aangiftes van sociaal risico zonder mini-trimestriële.

Niet al deze gegevens moeten verplicht vermeld worden. We willen verwijzen naar de status van het gegeven in het domein aanwezigheid van de zone.

2.1 - Blok link aangifte werkgever

2.1.1. : RSZ-inschrijvingsnummer
2.1.2. : notie curatele 
2.1.3. : uniek ondernemingsnummer

2.2 - Blok natuurlijk persoon

Zie glossarium.

2.3 - Blok link werknemerslijn

2.3.1. : werkgeverscategorie
2.3.2. : werknemerskengetal

2.4 - Blok link tewerkstelling

2.4.1. : begindatum van de tewerkstelling
2.4.2. : einddatum van de tewerkstelling
2.4.3. : nummer van paritair comité
2.4.4. : aantal dagen per week
2.4.5. : gemiddeld aantal uren per week van de werknemer
2.4.6. : gemiddeld aantal uren per week van de maatman
2.4.7. : statuut van de werknemer
2.4.8. : notie gepensioneerd
2.4.9. : type leerling
2.4.10. : type arbeidsovereenkomst
2.4.11. : bezoldigingswijze

Belangrijke opmerking betreffende de punten 2.4.4 en 2.4.5 :

Als de werknemer het werk bij dezelfde werkgever heeft hervat, vermeldt u het aantal dagen per week en het gemiddeld aantal uren per week van de tewerkstelling verricht voor de aanvang van de arbeidsongeschiktheid of de periode van moederschapsbescherming (zoals in de DMFA).

3 - Andere gegevens

Hieronder worden de specifieke gegevens van de aangifte vermeld.

3.1 - Blok berekeningsbasis - Bijzondere situaties

Dit blok laat toe om het aantal dagen per week en het gemiddeld aantal uren per week in het kader van de aangepaste arbeid aan te geven.

Dit blok is gekoppeld aan het blok 'Link tewerkstelling' (hierboven bedoeld) en aan het blok 'Referteperiode' (hieronder bedoeld), in een unieke relatie (occurrence 1 - 1).

Bij een wijziging van het gemiddeld aantal uren per week in het kader van de aangepaste arbeid, geeft u dus een nieuw blok 'Berekeningsbasis - Bijzondere situaties' aan dat u koppelt aan één nieuw blok 'Link tewerkstelling' (zelfs als dit ongewijzigd blijft), dat zelf gekoppeld is aan één blok 'Referteperiode' (nieuwe begin- en einddata).

3.1.1 - Aantal dagen per week van het arbeidsregime - bijzondere situaties (nr. 393)

Deze zone laat toe om het aantal dagen per week in het kader van de aangepaste arbeid aan te geven.

3.1.2 - Gemiddeld aantal uren per week van de betrokken werknemer - bijzondere situaties (nr. 554)

Deze zone laat toe om het gemiddeld aantal uren per week in het kader van de aangepaste arbeid aan te geven. Het gaat om het gemiddeld aantal uren per week tijdens dewelke de werknemer geacht wordt de aangepaste arbeid te verrichten.

In geval van de hervatting van een aangepaste arbeid tijdens de arbeidsongeschiktheid (subrisico 1) is deze informatie in het bijzonder belangrijk omdat zij aan het ziekenfonds toelaat het eventuele verminderingspercentage van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen te bepalen.

3.2 - Blok referteperiode

De referteperiode valt in principe samen met de kalendermaand waarin de aangepaste arbeid wordt uitgeoefend (behalve indien de aangepaste arbeid aanvangt of eindigt in de loop van deze maand).

Indien noodzakelijk, geeft u echter meerdere referteperiodes voor de kalendermaand aan (cf. supra, Blok 'Berekeningsbasis - Bijzondere situaties'): bij een wijziging van de gegevens van het blok 'Berekeningsbasis - Bijzondere situaties' (bijvoorbeeld bij een wijziging van het gemiddeld aantal uren in het kader van de aangepaste arbeid) of het blok 'Link Tewerkstelling' (bijvoorbeeld bij een wijziging van het gemiddeld aantal uren per week van de maatman).

In geval van een verbrekingsvergoeding (tijdens de referteperiode) deelt u de eventuele periode gedekt door de verbrekingsvergoeding mee met de tewerkstelling die het ontslag voorafgaat (zie hieronder).

3.2.1 - Begindatum van de referteperiode (nr. 74)

Bij de eerste aangifte valt deze datum samen met de begindatum van de uitoefening van de aangepaste arbeid.

Daarna begint een referteperiode de eerste dag van de kalendermaand waarin de aangepaste arbeid wordt uitgeoefend.

3.2.2 - Einddatum van de referteperiode (nr. 75)

Deze datum stemt overeen met de laatste dag van de kalendermaand waarin de aangepaste arbeid wordt uitgeoefend, behalve:

-  wanneer de werknemer de aangepaste arbeid (definitief) stopzet in de loop van een maand (de einddatum stemt overeen met de laatste dag van de uitoefening van de aangepaste arbeid);

- bij een wijziging van de gegevens van het blok 'Berekeningsbasis - Bijzondere situaties' (bijvoorbeeld bij een wijziging van het gemiddeld aantal uren in het kader van de aangepaste arbeid) of het blok 'Link tewerkstelling' (bijvoorbeeld bij een wijziging van het gemiddeld aantal uren per week van de maatman).

3.3 - Blok verbrekingsvergoeding

In geval van een verbreking van de arbeidsovereenkomst (tijdens de referteperiode),  deelt u in één keer de eventuele periode gedekt door de verbrekingsvergoeding mee met de tewerkstelling die het ontslag voorafgaat. Als een inschakelingsvergoeding is verschuldigd, dient u (ook) de periode gedekt door deze inschakelingsvergoeding in aanmerking te nemen.

Het gaat om de vergoedingen, uitgedrukt in arbeidstijd, die aan de werknemer worden betaald als de arbeidsovereenkomst of de arbeidsrelatie wordt beëindigd, bedoeld onder de bezoldigingscodes 3 en 9 van de bijlage 7 - codificatie van bezoldigingen en de ermee overeenstemmende bezoldigingscodes PPO van de bijlage 32.

U moet in dit kader ook rekening houden met de uitwinningsvergoeding verschuldigd aan een handelsvertegenwoordiger en de vergoeding toegekend voor niet-concurrentie en/of niet-afwerving (zelfs als die niet voortvloeit uit een overeenkomst gesloten bij het begin of tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (overeenkomst gesloten binnen twaalf maanden na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst)), voor zover ze wordt uitgedrukt in arbeidstijd.

3.3.1 Begindatum van de verbrekingsvergoeding

In de zone 01130 preciseert u de begindatum van de periode die is gedekt door de verbrekingsvergoeding.

3.3.2 Einddatum van de verbrekingsvergoeding

In de zone 01131 preciseert u de einddatum van de periode die is gedekt door de verbrekingsvergoeding.

3.3.3 Bezoldiging van de verbrekingsvergoeding

In de zone 01132, preciseert u het totaalbedrag van de verbrekingsvergoeding:  het brutobedrag zonder vermindering met de socialezekerheidsbijdragen (subrisico's 1 en 2).
Voor de referteperiodes tot en met 30 juni 2018, preciseert u echter het brutobedrag verminderd met de socialezekerheidsbijdragen in geval van de hervatting van een aangepaste arbeid tijdens de arbeidsongeschiktheid (subrisico1). 

Als de verbrekingsvergoeding wordt berekend op grond van de tewerkstelling die de arbeidsongeschiktheid of de werkverwijdering (hervatting van een aangepaste arbeid bij dezelfde werkgever) voorafgaat, zal het ziekenfonds van de werknemer de uitkeringen weigeren gedurende de periode die is gedekt door deze vergoeding.

3.4 - Blok prestatie van de tewerkstelling werknemerslijn

Voor het subrisico 1 (toegelaten arbeid tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid) geeft u in dit blok de prestaties (na 31 maart 2018) van de tewerkstelling aan.

Het blok omvat drie verplichte zones:

3.4.1. Nummer prestatielijn - onmisbaar

3.4.2. Prestatiecode - onmisbaar

(3.4.3. Aantal dagen van de prestatie - facultatief)

3.4.4. Aantal uren van de prestatie - onmisbaar
 

Let op ! U neemt ook de uren van ziekte in aanmerking die bij de RSZ onder de indicatieve code 50 (ziekte) of de indicatieve code 53 (profylactisch verlof) zijn aangegeven, meer bepaald de uren van gewoonlijke afwezigheid die voortvloeien uit de aanpassing van de arbeidsprestaties, evenals de uren van tijdelijke onderbreking van het aangepaste werk wegens gezondheidsredenen.

(3.4.5. Aantal vluchtminuten - facultatief)

De toelichting van deze gegevens is beschikbaar in de instructies over de kwartaalaangifte (DmfA) die u ook kan raadplegen op de portaalsite van de sociale zekerheid op het volgende adres:

http://www.socialsecurity.be

3.5 - Blok aard van de dag

Voor het subrisico 1 is dit blok VERBODEN indien de referteperiode na 30/06/2018 gelegen is.

Dit blok bevat twee gegevens: de aanduiding van de dag en de code aard van de dag die ermee overeenstemt. U vult dit blok enkel in als  de werknemer tijdens de betrokken maand vakantie heeft genomen* (bij subrisico's 1 en 2, maar bij subrisico 3: referteperiode voorafgaandelijk 1 januari 2018), of zich in tijdelijke werkloosheid bevond (opgelet: altijd bij subrisico 2, maar bij subrisico 1: referteperiode voorafgaandelijk 1 april 2018 en  bij subrisico 3: referteperiode voorafgaandelijk 1 januari 2018), of in aanmerking kwam voor een vergoeding door de verzekeringsonderneming voor arbeidsongevallen of het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (FEDRIS) (opgelet: altijd bij subrisico 2, maar bij subrisico 1: referteperiode voorafgaandelijk 1 april 2018 en bij subrisico 3: referteperiode voorafgaandelijk 1 januari 2018).

* De aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van een activiteit, bedoeld in artikel 17bis van de gecoördineerde wetten van 28 juni 1971, moet niet in aanmerking worden genomen.  

3.5.1 - Aanduiding van de dag (nr. 178)

U vult de datum van de dag in (vermelding van de dag en de maand) waarvoor een code aard van de dag dient te worden vermeld.

3.5.2 - Code aard van de dag (nr. 179)

Voor elke vakantiedag* (bij subrisico's 1 en 2, maar bij subrisico 3: referteperiode voorafgaandelijk 1 januari 2018) of dag van tijdelijke werkloosheid (opgelet: altijd bij subrisico 2, maar bij subrisico 1: referteperiode voorafgaandelijk 1 april 2018 en bij subrisico 3: referteperiode voorafgaandelijk 1 januari 2018) waarvan de datum vermeld werd in de zone nr. 178, moet u de code aard van de dag opgeven die ermee overeenstemt (codes 3.1 tot 3.4 of 5.1 tot 5.10).

*De aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van een activiteit, bedoeld in artikel 17bis van de gecoördineerde wetten van 28 juni 1971 (code 3.5), moet niet in aanmerking worden genomen.

U vermeldt ook de dagen van arbeidsongeschiktheid die voortvloeien uit een arbeidsongeval of een beroepsziekte die zich hebben voorgedaan tijdens de uitoefening van een aangepaste activiteit en die in aanmerking komen voor een vergoeding door de verzekeringsonderneming voor arbeidsongevallen of het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (FEDRIS) bij het verstrijken van het gewaarborgd loon (door de code aard van de dag 6.1 of 6.21; opgelet: altijd bij subrisico 2, maar bij subrisico 1: referteperiode voorafgaandelijk 1 april 2018 en bij subrisico 3: referteperiode voorafgaandelijk 1 januari 2018). Deze vermelding dient nochtans niet herhaald te worden in de volgende aangifte.

Voor de aangepaste arbeid die echter aanvat ten vroegste vanaf 1 april 2018 tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid (subrisico 1), duidt u niet langer voor elke dag van vakantie*, waarvan de datum wordt vermeld in de zone nr. 178, de code aard van de dag aan die ermee overeenstemt (codes 3.1 tot 3.4).

*De aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van een activiteit, bedoeld in artikel 17bis van de gecoördineerde wetten van 28 juni 1971 (code 3.5), moet niet in aanmerking worden genomen.

3.1 - Wettelijke vakantie.

Onder "wettelijke vakantie" verstaat men de afwezigheid van het werk ingevolge schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens jaarlijkse vakantie bedoeld in de artikelen 3 en 5 van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971.

Belangrijke opmerking over de code 3.1

De aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van een activiteit, bedoeld in artikel 17bis van de gecoördineerde wetten van 28 juni 1971 (code 3.5), moet, ter herinnering, niet in aanmerking worden genomen.

3.2 - Bijkomende vakantie.

Onder "bijkomende vakantie" verstaat men de afwezigheid van het werk met behoud van loon ingevolge schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens jaarlijkse vakantie, andere dan de wettelijke vakantie of de vakantie krachtens een in artikel 6 van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971 bedoelde algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.

3.3 - Vakantie krachtens algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.

Onder "vakantie krachtens algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst" verstaat men de afwezigheid van het werk ingevolge schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens jaarlijkse vakantie krachtens een in artikel 6 van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971 bedoelde algemeen verbindend verklaarde collectieve overeenkomst.

3.4 - Jeugdvakantie en seniorvakantie

Onder "jeugdvakantie" verstaat men de afwezigheid van het werk ingevolge de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens jaarlijkse vakantie bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971.

Onder "seniorvakantie" verstaat men de afwezigheid van het werk ingevolge de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens jaarlijkse vakantie bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971.

Belangrijke opmerking over de codes 5.1 tot 5.11 ("tijdelijke werkloosheid")

In geval van de uitoefening van een aangepaste activiteit in de loop van een maatregel van moederschapsbescherming (subrisico 2) neemt u altijd de "tijdelijke werkloosheid" bedoeld onder de codes aard van de dag 5.1 tot 5.11 in aanmerking.

5.1 - Tijdelijke werkloosheid ingevolge gebrek aan werk wegens economische redenen.

Onder "tijdelijke werkloosheid ingevolge gebrek aan werk wegens economische redenen" verstaat men de afwezigheid op het werk wegens schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of wegens invoering van een regeling van gedeeltelijke arbeid ingevolge artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

5.2 - Tijdelijke werkloosheid ingevolge slecht weer.

Onder "tijdelijke werkloosheid ingevolge slecht weer" verstaat men de afwezigheid op het werk wegens schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst ingevolge ongunstige weersomstandigheden die de uitvoering van het werk volledig onmogelijk maken met toepassing van artikel 50 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

5.3 - Tijdelijke werkloosheid ingevolge technische stoornis.

Onder "tijdelijke werkloosheid ingevolge technische stoornis" verstaat men de afwezigheid op het werk wegens schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst krachtens artikel 49 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten met uitzondering van de periode waarbinnen de werkman het recht op normaal loon behoudt.

5.4 - Tijdelijke werkloosheid ingevolge overmacht.

Onder "tijdelijke werkloosheid ingevolge overmacht" verstaat men de afwezigheid van het werk wegens schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst in toepassing van artikel 26 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

5.5 - Tijdelijke werkloosheid ingevolge medische overmacht.

Onder "tijdelijke werkloosheid ingevolge medische overmacht" verstaat men :

1° de afwezigheid van het werk wegens schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst in geval de werknemer in toepassing van de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen als arbeidsgeschikt werd verklaard doch deze beslissing betwist voor de bevoegde rechtsmacht;

2° de afwezigheid van het werk ingevolge het advies van een arbeidsgeneesheer of een door het werkloosheidsbureau erkende geneesheer volgens hetwelk de werknemer tijdelijk arbeidsongeschikt is voor de overeengekomen functie.

5.6 - Tijdelijke werkloosheid ingevolge sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie.

Onder "tijdelijke werkloosheid ingevolge sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie" verstaat men de afwezigheid van het werk wegens schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst ingevolge sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie in de zin van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971 voor zover de werknemer geen voldoende recht heeft op vakantie.

5.7 - Tijdelijke werkloosheid ingevolge sluiting van de onderneming wegens vakantie krachtens een algemeen verbindend verklaarde CAO.

Onder "tijdelijke werkloosheid ingevolge sluiting van de onderneming wegens vakantie krachtens een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst" verstaat men de afwezigheid van het werk wegens schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst ingevolge sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie krachtens een in artikel 6 van de wet 28 juni 1971 bedoelde algemeen verbindend verklaarde CAO, voor zover de werknemer geen voldoende recht heeft op deze vakantie.

5.8 - Tijdelijke werkloosheid ingevolge sluiting van de onderneming wegens inhaalrust in het kader van een arbeidsduurvermindering.

Onder "tijdelijke werkloosheid ingevolge sluiting van de onderneming wegens inhaalrust in het kader van een arbeidsduurvermindering" verstaat men de afwezigheid van het werk ingevolge de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst ingevolge de sluiting van de onderneming wegens inhaalrust toegekend in het kader van arbeidsduurvermindering voor zover de werknemer geen voldoende recht heeft op inhaalrust ingevolge het feit dat hij pas in de loop van de arbeidscyclus in dienst is getreden.

5.9 - Tijdelijke werkloosheid ingevolge staking of lock-out.

Onder "tijdelijke werkloosheid ingevolge staking of lock-out" verstaat men de afwezigheid op het werk wegens schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg van een staking of lock-out.

5.10 - Tijdelijke werkloosheid in geval van ontslag van beschermde werknemers.

Onder "tijdelijke werkloosheid in geval van ontslag van beschermde werknemers " verstaat men de afwezigheid op het werk wegens schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst indien het ontslag werd betekend aan een personeelsafgevaardigde of kandidaat-personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad of het comité voor preventie en bescherming op het werk om een dringende reden en deze beslissing voor de bevoegde rechtsmacht betwist wordt wegens het niet naleven van de bijzondere ontslagregeling voorzien in de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden.

6.1 - Arbeidsongeschiktheid met arbeidsongevallenvergoeding in toepassing van artikel 54 van de Arbeidsongevallenwet.

Onder "arbeidsongeschiktheid met arbeidsongevallenvergoeding in toepassing van artikel 54 van de Arbeidsongevallenwet" wordt verstaan de afwezigheid op het werk waarvoor de werkgever aan de werknemer de dagelijkse vergoedingen betaalt in toepassing van artikel 54 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 en waarvoor de werkgever de sociale zekerheidsbijdragen zelf afhoudt.

6.21 - Niet bezoldigde afwezigheid wegens arbeidsongeval of beroepsziekte tijdens de uitoefening van een aangepaste arbeid.

U kunt de code 6.21 gebruiken om aan het ziekenfonds mee te delen dat de werknemer, tijdens de uitoefening van de aangepaste arbeid (subrisico 2), het slachtoffer is geweest van een arbeidsongeval of beroepsziekte dat/die in aanmerking komt voor een vergoeding door de verzekeringsonderneming voor arbeidsongevallen of het Federaal agentschap voor beroepsrisico’s (FEDRIS).

3.5.3 - Aantal uren (nr. 180)

Naast de dagen waarvoor een code aard van de dag werd ingevuld, moet tevens het aantal uren worden ingevuld dat hiermee overeenstemt.

3.6 - Blok exact loon

3.6.1 - Codes exact loon (nr. 122)

3.6.1.1. Subrisico 1: maandelijkse aangifte in geval van hervatting van een aangepaste arbeid in de loop van een periode van arbeidsongeschiktheid

(enkel mogelijk als de referteperiode zich voor 1 juli 2018 bevindt)

Het gaat om de codes 01, 02, 04, 05, 06, (08), 10, 12, 13, 22, 23, 30, 31 en 51 van de kwartaalaangifte  vermeld in de bijlage 7 (codificatie van bezoldigingen; zie hierna onder 3.6.1.4. voor een beschrijving) of de ermee overeenstemmende PPO-codes die in de bijlage 32 zijn vermeld (voor de werkgevers PPO).

De premies, aandelen in de winst, dertiende maand, gratificaties (en andere gelijkaardige voordelen) die jaarlijks worden betaald, worden echter niet in aanmerking genomen. Zij moeten dus niet worden aangegeven.

3.6.1.2. Subrisico 2: maandelijkse inkomstenaangifte in geval van uitoefening van een aangepaste arbeid in de loop van een maatregel van moederschapsbescherming

A. Voor de aangiftes die betrekking hebben op een referteperiode voorafgaandelijk 1 januari 2018, gaat het om de codes 01, 02, 04, 05, 06, (08), 10, 12, 13, 22, 23, 30, 31 en 51 van de kwartaalaangifte vermeld in de bijlage 7 (codificatie van bezoldigingen; zie hierna onder 3.6.1.4. voor een beschrijving) of de ermee overeenstemmende PPO-codes die in de bijlage 32 zijn opgenomen (voor de werkgevers PPO).
De premies, aandelen in de winst, dertiende maand, gratificaties (en andere gelijkaardige voordelen) die jaarlijks worden betaald, worden echter niet in aanmerking genomen. Zij moeten dus niet worden aangegeven.

B. Voor de aangiftes die betrekking hebben op een referteperiode na 31 december 2017 gaat het om de codes 01, 04, 05, 06, 12, 13, 22, 23, 30, 31 en 51 van de kwartaalaangifte vermeld in de bijlage 7 (codificatie van bezoldigingen; zie hierna onder 3.6.1.4. voor een beschrijving) of de ermee overeenstemmende PPO-codes die in de bijlage 32 zijn opgenomen (voor de werkgevers PPO).
Opgelet! In deze hypothese neemt u dus niet meer de codes 02 en 10 in aanmerking.

3.6.1.3. Subrisico 3: voortzetting van een activiteit bij één van de twee werkgevers wanneer de werkneemster bij twee verschillende werkgevers tewerkgesteld is en slechts van het werk verwijderd wordt bij één van deze twee werkgevers

(enkel mogelijk voor een referteperiode die zich voor 1 januari 2018 bevindt)

Het gaat om de codes 01, 02, 04, 05, 06, (08), 10, 12, 13, 22, 23, 30, 31 en 51 van de kwartaalaangifte vermeld in de bijlage 7 (codificatie van de bezoldigingen; zie hierna onder 3.6.1.4. voor een beschrijving) of de ermee overeenstemmende PPO-codes die in de bijlage 32 zijn opgenomen (voor de werkgevers PPO).
De premies, aandelen in de winst, dertiende maand, gratificaties (en andere gelijkaardige voordelen) die jaarlijks worden betaald, worden echter niet in aanmerking genomen. Zij moeten dus niet worden aangegeven.

3.6.1.4. Beschrijving van de voormelde, al naargelang van het subrisico, toepasselijke codes: 

- code 01 = alle bedragen die als bezoldiging worden beschouwd, met uitzondering van de vergoedingen die onder een andere code van de RSZ-aangifte worden vermeld
- code 02 = premies en gelijkaardige voordelen die worden toegekend onafhankelijk van het aantal effectief gepresteerde dagen in het aangiftekwartaal
- code 04 = vergoedingen betaald aan de werknemer in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst die niet worden uitgedrukt in arbeidstijd
- code 05 = premies die de werknemer ontvangt omdat hij zijn arbeidsprestaties heeft verminderd in het raam van maatregelen tot herverdeling van de arbeid
- code 06 = vergoedingen voor uren die geen arbeidstijd zijn in de zin van de arbeidswet van 16.3.1971, toegekend krachtens een CAO afgesloten in de schoot van een paritaire commissie vóór 1 januari 1974 en algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit
- code 08 (niet meer van toepassing vanaf 1 oktober 2013) = supplement voor tewerkstelling van een gelegenheidswerknemer uit de Horeca op een zaterdag, een dag voor een feestdag, een zondag of een feestdag
- code 10 = persoonlijk gebruik van de bedrijfswagen in het kader van woon-werkverkeer en in de vrije tijd
- code 12 = gedeelte van het enkel vakantiegeld dat overeenstemt met het normale loon voor de vakantiedagen en dat vervroegd werd uitbetaald door de vorige werkgever en dat niet onderhevig is aan bijdragen
- code 13 = vergoedingen voor niet te recupereren overuren die vrijgesteld zijn van socialezekerheidsbijdragen
- code 22 = flexiloon
- code 23 = premies betaald aan een fexijob-werknemer
- code 30 = gewaarborgd loon tweede week, dus het loon toegekend gedurende een periode van zeven dagen volgend op de eerste week gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid in toepassing van de artikelen 52, 71, 72 of 112 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
- code 31 = vergoeding CAO 12bis/13bis
- code 51 = vergoeding betaald aan een vastbenoemd personeelslid dat volledig afwezig is in het kader van een maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd


3.6.2 - Bedrag code exact loon (nr. 124)

3.6.2.1. Subrisico 1: maandelijkse aangifte in geval van hervatting van een aangepaste arbeid in de loop van een periode van arbeidsongeschiktheid

U vermeldt het brutobedrag van het loon of van het voordeel dat ermee overeenstemt, na aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen als werknemer.

Wat de voordelen betreft vermeld onder code exact loon 02 en de overeenstemmende PPO-codes (premies, gratificaties en andere gelijkaardige voordelen), moet u het gedeelte van het bedrag aangeven dat wordt toegekend naar aanleiding van de aangepaste arbeid.

U houdt geen rekening met:

  • het bedrag van de premies, aandelen in de winst, dertiende maand, gratificaties (en andere gelijkaardige voordelen) die jaarlijks worden betaald;
  • het vakantiegeld (bedrag dat overeenstemt met de normale bezoldiging) betaald (aan de bedienden) voor de dagen aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van een activiteit, bedoeld in artikel 17bis van de gecoördineerde wetten van 28 juni 1971.

Als de werknemer de toegelaten activiteit tot het einde van het kalenderjaar heeft voortgezet, maar hij heeft niet voor het einde van dit kalenderjaar de jaarlijkse vakantie uitgeput waarop hij aanspraak kon maken, geeft u het bedrag van het enkel vakantiegeld dat overeenstemt met dit saldo aan jaarlijkse vakantie, eveneens aan in de maand december van het desbetreffende kalenderjaar (onder de code exact loon 01). De bijkomende vakantie (cf. supra: code aard van de dag 3.2) die niet wordt betaald aan het einde van het vakantiejaar (niet opgenomen en overdraagbaar naar het volgende jaar) moet u in dit kader niet in aanmerking nemen.

3.6.2.2. Subrisico 2: maandelijkse inkomstenaangifte in geval van uitoefening van een aangepaste arbeid in de loop van een maatregel van moederschapsbescherming

A. Voor de aangiftes die betrekking hebben op een referteperiode voor 1 januari 2018

U vermeldt het brutobedrag van het loon of van het voordeel dat ermee overeenstemt, na aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen als werknemer.

Wat de voordelen betreft vermeld onder code exact loon 02 en de overeenstemmende PPO-codes (premies, gratificaties en andere gelijkaardige voordelen), moet u het gedeelte van het bedrag aangeven dat wordt toegekend naar aanleiding van de aangepaste arbeid.

U houdt geen rekening met:

  • het bedrag van de premies, aandelen in de winst, dertiende maand, gratificaties (en andere gelijkaardige voordelen) die jaarlijks worden betaald;
  • het vakantiegeld (bedrag dat overeenstemt met de normale bezoldiging) betaald (aan de bedienden) voor de dagen aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van een activiteit, bedoeld in artikel 17bis van de gecoördineerde wetten van 28 juni 1971.

Als de werkneemster de aangepaste activiteit tot het einde van het kalenderjaar heeft voortgezet, maar zij heeft niet voor het einde van dit kalenderjaar de jaarlijkse vakantie uitgeput waarop zij aanspraak kon maken, geeft u het bedrag van het enkel vakantiegeld dat overeenstemt met dit saldo aan jaarlijkse vakantie, eveneens aan in de maand december van het desbetreffende kalenderjaar (onder de code exact loon 01).
De bijkomende vakantie (cf. supra: code aard van de dag 3.2) die niet wordt betaald aan het einde van het vakantiejaar (niet opgenomen en overdraagbaar naar het volgende jaar) moet u in dit kader niet in aanmerking nemen.  

B. Voor de aangiftes die betrekking hebben op een referteperiode na 31 december 2017

U deelt het integrale brutobedrag (zonder vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen als werknemer) van het loon of van het voordeel dat ermee overeenstemt mee, op grond waarvan het ziekenfonds het loonverlies van de referteperiode bepaalt dat in aanmerking wordt genomen om de dagelijkse moederschapsuitkeringen van dezelfde referteperiode te berekenen.

U houdt geen rekening met:

  • het bedrag van de premies en gelijkaardige voordelen die worden toegekend onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen tijdens het kwartaal van hun aangifte aan de inningsinstelling van de sociale zekerheidsbijdragen;
  • het vakantiegeld (bedrag dat overeenstemt met de normale bezoldiging) betaald (aan de bedienden) voor de dagen aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van een activiteit, bedoeld in artikel 17bis van de gecoördineerde wetten van 28 juni 1971.

Als de werkneemster de aangepaste activiteit tot het einde van het kalenderjaar heeft voortgezet, maar zij heeft niet voor het einde van dit kalenderjaar de jaarlijkse vakantie uitgeput waarop zij aanspraak kon maken, geeft u ook het bedrag van het enkel vakantiegeld dat overeenstemt met dit saldo aan jaarlijkse vakantie, aan in de maand december van het desbetreffende kalenderjaar (onder de code exact loon 01).
De bijkomende vakantie (cf. supra: code aard van de dag 3.2) die niet wordt betaald aan het einde van het vakantiejaar (niet opgenomen en overdraagbaar naar het volgende jaar) moet u in dit kader niet in aanmerking nemen.

U kan geen bedrag van een bezoldiging aangeven zonder het te koppelen aan een bezoldigingscode.

Voor een aangepaste arbeid die vanaf 1 juli 2018 wordt uitgeoefend (in het kader van een maatregel van werkverwijdering), kunt u overgaan tot een aangifte waarvan de bezoldiging van de referteperiode nul is. In dat geval stellen we u voor om dat bedrag te koppelen aan de residuaire bezoldigingscode 01 van de bijlage 7 (codificatie van bezoldigingen) of aan een ermee overeenstemmende PPO-bezoldigingscode van de bijlage 32.

3.6.2.3. Subrisico 3: voortzetting van een activiteit bij één van de twee werkgevers wanneer de werkneemster bij twee verschillende werkgevers tewerkgesteld is en slechts van het werk verwijderd wordt bij één van deze twee werkgevers (enkel mogelijk voor een referteperiode die zich voor 1 januari 2018 bevindt)

U moet het brutobedrag vermelden van het loon of van het voordeel dat ermee overeenstemt, na aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen als werknemer.

Wat de voordelen betreft vermeld onder code exact loon 02 en de overeenstemmende PPO-codes (premies, gratificaties en andere gelijkaardige voordelen), moet u het gedeelte van het bedrag aangeven dat wordt toegekend naar aanleiding van de aangepaste arbeid.

U houdt geen rekening met:

  • het bedrag van de premies, aandelen in de winst, dertiende maand, gratificaties (en andere gelijkaardige voordelen) die jaarlijks worden betaald;
  • het vakantiegeld (bedrag dat overeenstemt met de normale bezoldiging) betaald (aan de bedienden) voor de dagen aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van een activiteit, bedoeld in artikel 17bis van de gecoördineerde wetten van 28 juni 1971.

Als de werkneemster de werkzaamheid tot het einde van het kalenderjaar heeft voortgezet, maar zij heeft niet voor het einde van dit kalenderjaar de jaarlijkse vakantie uitgeput waarop zij aanspraak kon maken, moet u het bedrag van het enkel vakantiegeld dat overeenstemt met dit saldo aan jaarlijkse vakantie, ook aangeven in de maand december van het desbetreffende kalenderjaar (onder de code exact loon 01).

De bijkomende vakantie (cf. supra: code aard van de dag 3.2) die niet wordt betaald aan het einde van het vakantiejaar (niet opgenomen en overdraagbaar naar het volgende jaar) moet u in dit kader niet in aanmerking nemen.

 

(3.6.3 - Frequentie in maanden van de betaling van de premie (nr. 68)

Er wordt u gevraagd om de frequentie in maanden te vermelden van de betaling van premies en gelijkaardige voordelen die voorkomen onder de code exact loon 02 en de overeenstemmende codes PPO (zie hierboven punt 3.6.2). Dit gegeven is noodzakelijk om de berekening van de uitkeringen in toepassing van de cumulatieregel van de uitkeringen met een beroepsinkomen correct te verrichten.

Vanaf 1 januari 2009 worden premies, aandelen in de winst, dertiende maand, gratificaties (en andere gelijkaardige voordelen) die jaarlijks worden betaald niet meer in aanmerking genomen. De frequentie die aan deze voordelen beantwoordt (12 maanden) moet dus niet meer worden gebruikt.)

3.7 - Commentaar bij de aangifte

3.7.1 - Vrije tekstzone(nr. 126)

Deze zone laat de werkgever toe om bijkomende informatie mee te delen die hij onontbeerlijk acht voor het behandelen van de aangifte van sociaal risico.

Deze zone mag geen gegevens bevatten die voorkomen in de andere zones van de aangifte en die vermeld worden onder een code.