Inleiding

 In toepassing van artikel 137 van het KB van 25.11.1991 bent u verplicht bij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst, ongeacht van wie het initiatief uitgaat, onmiddellijk ("uiterlijk de laatste arbeidsdag") en uit eigen beweging de werknemer in het bezit te stellen van een “werkloosheidsbewijs”. U kunt dit doen door
- ofwel de werknemer een papieren formulier C4 te bezorgen;
- ofwel een elektronische ASR scenario 1 te verrichten én de werknemer een papieren formulier C4ASR (zie hierna) te bezorgen.

Er bestaan uitzonderingen in welk geval de werkgever dit enkel op vraag van de werknemer moet doen. Zie hoofdstuk “Wanneer?” voor meer uitleg.

De elektronische aangifte van een sociaal risico werkloosheid scenario 1 " Einde arbeidsovereenkomst: volledige werkloosheid of stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag" vervangt gedeeltelijk de formulieren C4-WERKLOOSHEIDSBEWIJS, evenals het formulier C4-SWT in geval van werkloosheid met bedrijfstoeslag (voorheen brugpensioen). Binnen het elektronische formulier scenario 1 zijn vier subscenario's mogelijk: einde arbeidsovereenkomst, werkloosheid met bedrijfstoeslag, einde arbeidsovereenkomst in het onderwijs en arbeidsbewijs.

De‘gegevens betreffende de manier waarop de tewerkstelling werd beëindigd’ en de ‘gegevens betreffende de vergoeding betaald omwille van de beëindiging van de tewerkstelling’ , moet de werkgever verder op papier invullen aan de hand van het formulier C4ASR (of C4ASR-SWT in geval van werkloosheid met bedrijfstoeslag). Vermeld op dat formulier ook de datum van indiensttreding van de werknemer. Het ticketnummer van uw elektronische aangifte en de elementen die de tewerkstelling identificeren (werkgeverscategorie, werknemerskengetal, paritair comité, begindatum tewerkstelling, Q en S) worden automatisch ingevuld, zodat de elektronische ASR kan worden gekoppeld aan dat papieren formulier.

Het scenario 1 "Einde arbeidsovereenkomst: volledige werkloosheid of stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag" bevat naast de sectorspecifieke gegevens ook een minikwartaalaangifte (zie - Wat invullen?)

U moet de werknemer een afschrift bezorgen van deze elektronische aangifte. Na elke aangifte maakt het systeem voor u een afschrift aan in pdf-formaat en verzendt dit naar uw e-box of naar de ontvangstmap (in geval van bestandsoverdracht). U hoeft het enkel af te drukken. Indien u de aangifte via de webtoepassing verricht, zal het document in uw e-box eveneens het formulier C4ASR (met eventueel een Bijlage-C4-Generatiepact) of het formulier C4ASR-SWT bevatten, dat u moet vervolledigen (zie ook punt 7 in de rubriek 'Wat invullen?') en overhandigen aan de werknemer.

Het afschrift wordt in toepassing van de bestaande taalwetgeving opgemaakt in de taal van het gebied van de exploitatiezetel waar de werknemer tewerkgesteld is. In Brussel gebeurt dit in het Nederlands voor het Nederlandstalige personeel en in het Frans voor het Franstalige personeel. In het Duitse taalgebied gebeurt dit in het Duits. U mag een vertaling toevoegen. In het onderwijs gebeurt dit in de taal van de onderwijsinstelling.