Wat invullen

1 - Wat invullen

Scenario 3 is een scenario zonder minikwartaalaangifte. De identificatiegegevens van de werkgever en werkneemster, en de gegevens betreffende de tewerkstelling (punt 4.2. hieronder) alsook de specifieke gegevens van het scenario (punt 4.3. hieronder) moeten worden meegedeeld.

2 - Identificatie van de aangifte

De volgende gegevens van de blokken "link werkgeversaangifte, natuurlijk persoon, link werknemerslijn en link tewerkstelling" van de aangiftes van sociaal risico zonder mini-trimestriële moeten hernomen worden.

Niet alle gegevens moeten verplicht meegedeeld worden. Hiervoor willen we u verwijzen naar het statuut van het gegeven dat voorkomt in het domein aanwezigheid van de overeenstemmende zone.

2.1 - Blok aangifte werkgever/werkgever RSZPPO

4.2.1.1. : RSZ/RSZPPO-inschrijvingsnummer
4.2.1.2. : Notie curatele (enkel voor de werkgevers aangesloten bij de RSZ)
4.2.1.3. : Uniek ondernemingsnummer

2.2 - Blok natuurlijk persoon

Zie glossarium.

2.3 - Blok link werknemerslijn

4.2.3.1. : werkgeverscategorie
4.2.3.2. : werknemerskengetal

2.4 - Blok link tewerkstelling

4.2.4.1. : begindatum van de tewerkstelling
4.2.4.2. : eindddatum van de tewerkstelling
4.2.4.3. : nummer van paritair comité
4.2.4.4. : aantal dagen per week
4.2.4.5. : gemiddeld aantal uren per week van de werknemer
4.2.4.6. : gemiddeld aantal uren per week van de maatman
4.2.4.7. : statuut van de werknemer
4.2.4.8. : notie gepensioneerd
4.2.4.9. : type leerling
4.2.4.10. : type arbeidsovereenkomst
4.2.4.11. : bezoldigingswijze

3 - Andere gegevens

Hieronder worden de specifieke gegevens van de aangifte vermeld.

3.1 - Blok referteperiode

De referteperiode valt samen met de kalendermaand tijdens dewelke de borstvoedingspauzes worden toegekend; de einddatum van de referteperiode mag echter niet liggen na de dag waarop de laatste borstvoedingspauze wordt genomen.

3.1.1 - Begindatum van de referteperiode (nr. 74)

De referteperiode valt samen met de kalendermaand. De begindatum van de referteperiode valt dus samen met de eerste dag van de maand waarin borstvoedingspauzes genomen worden.

3.1.2 - Einddatum van de referteperiode (nr. 75)

De referteperiode valt samen met de kalendermaand. De einddatum van de referteperiode valt dus samen met de laatste dag van de maand tijdens welke de borstvoedingspauzes worden genomen. De einddatum mag echter niet liggen na de dag waarop de laatste borstvoedingspauze wordt genomen.

3.2 - Borstvoedingspauzes

In dit blok moet men het aantal opgenomen borstvoedingspauzes gedurende de referteperiode opgeven zoals de uurloon die met een uur borstvoedingspauze overeenkomt.

3.2.1 - Aantal borstvoedingspauzes (nr. 151)

Het aantal halve uren borstvoedingspauzes dat de werkneemster heeft opgenomen in de referteperiode moet opgegeven worden.

Voorbeeld : een werkneemster die 7 u 30 per dag werkt, neemt elke werkdag twee borstvoedingspauzes van een half uur. In de veronderstelling dat de maand waarop het attest betrekking heeft, 21 werkdagen telt, moet het cijfer 42 in de zone nr. 151 ingevuld worden.

3.2.2 - Bruto uurloon borstvoedingspauzes (nr. 152)

Het bedrag van het gemiddeld bruto-uurloon, uitgedrukt in hondersten van eurocent, dat overeenstemt met één uur borstvoedingspauze, moet worden ingevuld.

Het gemiddeld uurloon bekomt men men door het maandloon met 12 te vermenigvuldigen en het resultaat hiervan te delen door 52 maal het gemiddeld aantal werkuren per week van de werkneemster (Q).

Voorbeeld : een werkneemster ontvangt een maandloon van 4.200 Eur en werkt 38 uren per week.

Bedrag van het uurloon : ( 4.200 x 12 ) : ( 52 x 38 ) = 25,5061 Eur

3.3 - Commentaar bij de aangifte

3.3.1 - Vrije tekstzone (nr. 126)

Deze zone laat de werkgever toe om bijkomende informatie mee te delen die hij onontbeerlijk acht voor het behandelen van de aangifte van sociaal risico.

Deze zone mag geen gegevens bevatten die voorkomen in de andere zones van de aangifte en die vermeld worden onder een code.