Werk en werkloosheid

De Belgische sociale zekerheid onderscheidt 2 statuten onder de actieve bevolking: de werknemers en de zelfstandigen.

De eerste groep voert arbeid uit in opdracht van een werkgever en ontvangt daarvoor een loon. Hun socialezekerheidsbijdragen worden rechtstreeks van dat loon afgehouden. Deze bijdragen geven hen recht op o.a. werkloosheidsuitkeringen, vergoedingen voor arbeidsongeschiktheid door een beroepsziekte of een arbeidsongeval en een pensioen.

Daarnaast hebben werknemers recht op zo’n 4 weken betaalde vakantie per jaar en komen ze in aanmerking voor diverse formules van loopbaanonderbreking of tijdskrediet.

Zelfstandigen kunnen in mindere mate gebruik maken van deze verlofmogelijkheden. Aangezien zij niet onder het gezag van een werkgever staan, worden ze geacht hun werk zelf te organiseren naargelang hen dit past. Zij storten ook zelf hun socialezekerheidsbijdragen aan een socialeverzekeringsfonds naar keuze. Hun bijdragen geven hen o.a. recht op een ziekte- en invaliditeitsuitkering, een faillissementsverzekering en een pensioen.

Het is zowel voor werknemers als voor zelfstandigen mogelijk om in het buitenland te werken en een goede sociale bescherming te genieten. België sloot daarvoor diverse internationale akkoorden af. Valt het land waarnaar je vertrekt niet onder zo’n akkoord, dan kan je een verzekering bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ) afsluiten.