Verenigingswerkers

In het kader van het zogenaamde 'bijklussen' zoals bedoeld in de wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie, kan men onder bepaalde voorwaarden betaalde activiteiten verrichten ten dienste van een vereniging of organisatie zonder dat deze verenigingswerker onderworpen is aan de RSZ, en waarbij de vergoeding die men ontvangt fiscaal vrijgesteld is.

Zij worden niet opgenomen in de DmfA.

Welke verenigingen zijn beoogd?

Het betreft de vereniging, feitelijke vereniging, private of publieke rechtspersoon die geen vermogensvoordeel uitkeert andere dan aan een in de statuten belangeloos doel en die ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen of (in het geval van een feitelijke vereniging) geïdentificeerd is bij de RSZ.

 

Voor wie is het statuut ‘verenigingswerker’ bedoeld?

De volgende personen komen in aanmerking om verenigingswerk te verrichten :

  • werknemers die minstens 4/5 werken (studentenarbeid komt niet in aanmerking);
  • gepensioneerden (met inbegrip van de personen met een overlevingspensioen);
  • zelfstandigen (alleen in hoofdberoep). Worden daarmee gelijkgesteld: de zelfstandigen in hoofdberoep die bijdragen zoals een zelfstandige in hoofdberoep, de student-zelfstandigen die bijdragen zoals een zelfstandige in hoofdberoep, de primostarters en de meewerkende echtgenoten.

Bij het begin van de verenigingsactiviteiten moet aan deze voorwaarde voldaan zijn. De beoordeling gebeurt op basis van T - 3  (of  op  T - 2 voor gepensioneerden).

Om na te gaan of er een 4/5de tewerkstelling plaatsvond in (T - 3) wordt rekening gehouden met:

  • alle door de werkgever betaalde periodes
  • en bepaalde niet door de werkgever betaalde periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst, zoals moederschapsrust, adoptieverlof en tijdelijke werkloosheid
  • evenals de periode van uitgestelde bezoldiging in het onderwijs.

Tellen niet mee, de prestaties als:

  • 'leerling' in het kader van het alternerend leren,
  • deeltijds leerplichtige,
  • student onder solidariteitsbijdrage,
  • gelegenheidswerknemer in de Horeca of in de land- en tuinbouw en
  • flexi-werknemer.

Op het moment dat de vereniging de aangifte doet (zie hieronder) wordt deze voorwaarde automatisch gecontroleerd, en wordt er een OK als antwoord gegeven indien de persoon voor wie men de aangifte doet aan de voorwaarde voldoet. 

Volgende personen kunnen waarschijnlijk ook bijklussen, maar er is een tussenkomst van de RSZ nodig om dit mogelijk te maken:

  • een ambtenaar bij een supra- of internationale instelling;
  • een gepensioneerde die wil bijklussen bij de vereniging waar hij als werknemer heeft gewerkt in de periode tussen 12 en 9 maanden voorafgaand aan de startdatum van de klus;
  • personen jonger dan 65 die gepensioneerd zijn in het buitenland, maar wel onderworpen zijn aan belastingen in België;
  • personen die in meerdere landen tewerkgesteld zijn en pas aan de 4/5-voorwaarde kunnen voldoen wanneer de tewerkstelling in een buitenland opgeteld wordt bij de tewerkstelling in België;
  • buitenlanders die in het buitenland wonen en er een professionele activiteit uitoefenen of gepensioneerd zijn.

Voor deze specifieke personen moet contact opgenomen worden met de RSZ op het nummer 02/509.90.91 of via het contactformulier.

 

Wie komt niet in aanmerking?

Al wie door een arbeidsovereenkomst, statutaire aanstelling of dienstverleningsovereenkomst verbonden is met dezelfde vereniging of organisatie komt niet in aanmerking.

Komen evenmin in aanmerking, al wie bij de vereniging tewerkgesteld is:

  • als uitzendkracht,
  • als tijdelijke werknemer (vervanging of inzet bij tijdelijke vermeerdering van het werk), of
  • als werknemer die ter beschikking werd gesteld door de vereniging.

Bovendien geldt dit verbod voor de periode van één jaar voorafgaand aan het begin van het verenigingswerk. Dit verbod geldt niet indien het ging om een tewerkstelling als student, om een niet-onderworpen tewerkstelling in de socio-culturele sector of bij sportmanifestaties (Dimona 'A17') en voor een gepensioneerde.

De vereniging mag geen 'verenigingswerker' inzetten ter vervanging van een werknemer die ze de afgelopen 4 kwartalen zelf in dienst had of die in dienst was van een vereniging die deel uitmaakt van dezelfde technische bedrijfseenheid.

 

Welke activiteiten vallen onder verenigingswerk?

De website www.bijklussen.be bevat een overzicht van toegestane activiteiten, evenals verdere informatie over ‘verenigingswerk’, de meer gedetailleerde voorwaarden, bijkomende informatie en de aangifteprocedure


Wat zijn de maximale vergoedingen die in aanmerking komen?

Een verenigingswerker mag tot 6.250,00 EUR (2019) per kalenderjaar bijverdienen zonder er belastingen of sociale bijdragen op te hoeven betalen. In dat bedrag zijn eventuele verplaatsingskosten en onkosten inbegrepen. Het maximumbedrag geldt voor alle vergoedingen uit verenigingswerk, diensten van burger aan burger en activiteiten in de deeleconomie samen.

De inkomsten uit verenigingswerk en uit diensten aan burgers mogen opgeteld niet meer dan 520,83 EUR (2019) per maand bedragen. Dit maandelijks bedrag verdubbelt voor verenigingswerkers actief als:

  • Animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt
  • Sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden