De werkgeverscategorie

De werkgeverscategorie duidt aan welke vakantieregeling de werkgever toepast op zijn contractuele werknemers en bij welk pensioenstelsel hij aangesloten is voor zijn vastbenoemde personeelsleden.

De werkgeverscategorie bepaalt mede aan welke bijdragepercentages de loonelementen onderworpen zijn. Er gelden hogere socialezekerheidsbijdragen voor de contractuele werknemers die de vakantieregeling van de privésector genieten. Aan de RSZ zijn pensioenbijdragen verschuldigd voor de vastbenoemden die aangesloten zijn bij het gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen.

De lijst met de werkgeverscategoriecodes van de RSZ vindt u in bijlage 29 van het glossarium. In de DmfAPPL kunnen de volgende 14 werkgeverscategorieën worden opgegeven:

Werkgeverscategorie

Omschrijving

951

Contractanten – vakantieregeling privésector en arbeidsongevallenregeling openbare sector

952

Contractanten – vakantieregeling openbare sector en arbeidsongevallenregeling openbare sector

958

Bijzondere categorieën

959

Werknemers die niet meer in dienst zijn

971

Vastbenoemden – gesolidariseerd pensioenfonds – ex gemeenschappelijk pensioenfonds

972

Vastbenoemden – gesolidariseerd pensioenfonds – ex-stelsel van de Nieuwe aangeslotenen + aangeslotenen na 31-12-2011 met hoog percentage

973

Vastbenoemden – gesolidariseerd pensioenfonds – lokale politie

974

Vastbenoemden – gesolidariseerd pensioenfonds – aangeslotenen na 31-12-2011 met laag percentage

975

Vastbenoemden – eigen pensioenstelsel – eigen pensioenstelsel en voorzorgsinstelling

976

Vastbenoemden – gesolidariseerd pensioenfonds – ex-voorzorgsinstelling met specifieke bijdragevoet

977Vastbenoemden – pool der parastatalen
978Vastbenoemden – pensioen ten laste van de Schatkist

981

Contractanten – vakantieregeling privésector en arbeidsongevallenregeling privésector

982

Contractanten – vakantieregeling openbare sector en arbeidsongevallenregeling privésector

Voor de contractuele werknemers moeten de waarden 951, 952, 981 en 982 gebruikt worden.

Voor de vastbenoemden moeten de waarden 971 tot 978 gebruikt worden.

De waarde 958 ("bijzondere categorieën") moet worden opgegeven voor de studenten, de monitoren, de bedienaars van de eredienst en de afgevaardigden van de Vrijzinnige Raad, de lokale mandatarissen, de artiesten en de onthaalouders.

De waarde 959 mag enkel gebruikt worden voor de "werknemers die niet meer in dienst zijn" en voor de solidariteitsbijdrage verschuldigd op een bedrijfsvoertuig. Voor deze werknemers kunnen enkel nog bepaalde bijzondere bijdragen verschuldigd zijn.