De bijkomende vergoedingen

Voor elke bijkomende vergoeding bestaat er in principe één looncode. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen bijkomende vergoedingen van algemene aard en bijkomende vergoedingen die specifiek zijn voor bepaalde personeelscategorieën.

De premies, toelagen en bijkomende vergoedingen van algemene aard kunnen worden toegekend aan alle personeelsleden. Zij worden aangegeven met de looncodes 401 tot 499 en met de looncodes 801 tot 899.

De premies, toelagen en bijkomende vergoedingen specifiek voor bepaalde personeelscategorieën worden aangegeven met de looncodes 501 tot 599 en met de bezoldigingscodes 901 tot 999. Deze looncodes dienen gebruikt te worden voor premies, toelagen en vergoedingen die enkel toegekend worden aan specifieke personeelscategorieën (brandweerpersoneel, politiepersoneel, personeel van de onderwijsinstellingen, verplegend personeel…). Voor deze specifieke personeelscategorieën moet ook de zone “statuut” vermeld worden.

De bijkomende vergoedingen die onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, moeten steeds aangegeven worden met de bezoldigingscodes 801 tot 999.

De bijkomende vergoedingen die vrijgesteld zijn van socialezekerheidsbijdragen, dienen steeds aangegeven te worden met de bezoldigingscodes 401 tot 599.

Voor de vastbenoemde personeelsleden blijft het onderscheid tussen de codes voor bijkomende vergoedingen naargelang ze wel of niet voldoen aan artikel 30, § 2, 4° van het KB van 28-11-1969, behouden. De bijkomende vergoedingen die niet voldoen aan artikel 30 en derhalve onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, moeten zoals de vergoedingen van de contractuele personeelsleden met de looncodes 801 tot 999 aangegeven worden.

Elke looncode heeft een éénduidige betekenis in functie van de al of niet onderwerping aan socialezekerheidsbijdragen. Het nummer van de looncode bevat geen aanduiding over het al of niet verschuldigd zijn van pensioenbijdragen op de vergoeding.

De bijkomende vergoedingen van algemene aard

De premies, toelagen en bijkomende vergoedingen van algemene aard worden aangegeven met de looncodes 401 tot 499 en de looncodes 801 tot 899.

De voordelen in natura of in de vorm van cheques moeten in de DmfAPPL aangegeven worden met de looncodes 804 of 806 indien de voordelen onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen. Indien zij vrijgesteld zijn van bijdragen, dient de looncode 404 of 406 gebruikt te worden.

De looncodes 404 en 804 worden gebruikt indien de voordelen toegekend worden in functie van het aantal effectief gewerkte dagen in het aangiftekwartaal. De looncodes 406 en 806 worden gebruikt indien de voordelen worden toegekend onafhankelijk van het aantal gewerkte dagen in het kwartaal (sport- en cultuurcheques, ecocheques…).

De voordelen in natura (woonst, verlichting, verwarming…) van conciërges die naast hun voordeel in natura ook een wedde ontvangen, worden met de looncode 404 of 804 aangegeven.

De geschenken in natura, in speciën of in de vorm van cheques naar aanleiding van het Sinterklaasfeest, Kerstmis of Nieuwjaar, bij een eervolle onderscheiding… worden aangegeven met de looncode 403.

De andere toelagen, premies of vergoedingen worden met de looncodes 433, 434, 833 en 834 aangegeven.

Indien zij toegekend worden onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen tijdens het aangiftekwartaal, moeten de looncodes 433 (vrijgesteld) en 833 (onderworpen) gebruikt worden.

Indien zij rechtstreeks verband houden met de tijdens het kwartaal geleverde prestaties, moeten de looncode 434 (vrijgesteld) en de looncode 834 (onderworpen) gebruikt worden.

Met de codes 433, 434, 833 en 834 worden de volgende toelagen, premies of vergoedingen aangegeven:

  • vergoedingen voor lasten die niet kunnen beschouwd worden als normaal en ona fscheidelijk met het ambt verbonden;
  • weddensupplementen voor de vastbenoemde conciërges die geen baremieke wedde ontvangen en betaald worden met voordelen in natura;
  • aanvullingen op het wettelijk vakantiegeld;
  • terugbetaling van kosten boven de werkelijk gemaakte kosten;
  • werkgeversaandeel in maaltijdcheques die niet aan de uitsluitingsvoorwaarden voldoen;
  • geschenken en geschenkcheques die niet aan de uitsluitingsvoorwaarden voldoen;
  • gratificaties, vergoedingen en premies van alle aard;
  • voordelen van alle aard;
  • inhaalbonificatie, sectorieel supplement of gelijkaardige jaarlijkse premie;
  • vergoeding voor de voorbereiding van de organisatie van en het toezicht op de verkiezingen;
  • vergoeding voor gevaarlijk, ongezond werk;
  • vergoeding voor onregelmatig of onverwacht werk;
  • productiviteitspremie;
  • gegarandeerde minimale salarisverhoging voor een personeelslid dat bevorderd wordt naar een graad van een hoger niveau;
  • 74,37 EUR per jaar toegekend aan het personeel tewerkgesteld in de erkende diensten van gezins- en bejaardenhulp;
  • herstructureringspremie voor het verzorgend en verplegend en paramedisch personeel (29,35 EUR/maand);
  • vergoeding voor de avondprestaties van het verplegend en verzorgend personeel (attractiviteitsplan);
  • vergoeding aan de verpleegkundigen die houder zijn van een bijzondere beroepsbekwaamheid of een bijzondere beroepstitel (attractiviteitsplan);
  • andere specifieke vergoedingen voor verplegend en verzorgend personeel;
  • andere specifieke vergoedingen voor geneesheren.

Aan bepaalde categorieën van werknemers die een bijzondere ontslagbescherming genieten, zoals een zwangere werkneemster of een werknemer in loopbaanonderbreking, is de werkgever die zijn wettelijke, contractuele of statutaire verplichtingen niet nakomt, een wettelijke vergoeding verschuldigd bovenop de verbrekingsvergoeding. Deze vergoeding is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en wordt aangegeven met de looncode 440.

De kosten eigen aan de werkgever worden aangegeven met de looncode 441. De kosten hebben betrekking op zowel de terugbetaling door de werkgever van werkkledij, uitrusting en vervoer (voor dienstverplaatsingen) of als het ter beschikking stellen van werkkledij, uitrusting of vervoer, en zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen. Met de bezoldigingscode 441 worden alle vergoedingen voor kledij, reis- en verblijfskosten aangegeven.

De haard- en standplaatstoelage van de contractuele werknemers is onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en moet aangegeven worden met de looncode 821. Voor de vastbenoemde werknemers is de toelage vrijgesteld van bijdragen en dient de looncode 421 gebruikt te worden.

De vergoedingen voor nacht-, zaterdag- en zondagprestaties die, naargelang het geval, vrijgesteld zijn van of onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijragen en die niet onderworpen zijn aan de pensioenbijdragen voor vastbenoemden, worden aangegeven met de looncodes 435 en 436 (vrijgesteld) en de looncodes 835 en 836 (onderworpen). Met deze codes worden onder andere aangegeven:

  • de vrijgestelde of onderworpen nacht-, zaterdag- en zondagtoelagen toegekend aan andere personeelsleden dan deze van het personeel van de lokale politie (oud statuut) en de openbare brandweerdiensten;
  • de vrijgestelde nacht-, zaterdag- en zondagtoelagen voor het personeel van de lokale politie (oud statuut) en de openbare brandweerdiensten (KB van 20-6-1994);
  • de onderworpen toeslag voor nachtprestaties die in het kader van het attractiviteitsplan toegekend wordt aan
    • het verplegend en verzorgend personeel voor de prestaties vóór 20 uur of na 6 uur;
    • het ander personeel dan het verplegend en verzorgend personeel.

Het bedrag van maximum 135 EUR per jaar dat aan een werknemer toegekend wordt wegens de aansluiting bij een vakorganisatie, is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en wordt aangegeven met de looncode 443.

Het weddensupplement in het kader van de vrijwillige vierdagenweek (wet van 10 april 1995) wordt aangegeven met de looncode 851 (onderworpen aan SZbijdragen en pensioenbijdragen statutairen). De premie in het kader van de vierdagenweek (wet van 19 juli 2012) wordt aangegeven met de looncode 852 (onderworpen aan SZbijdragen). De premie in het kader van de halftijdse vervroegde uitdiensttreding (wet van 10 april 1995), het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar (wet van 19 juli 2012) of een zachte landingsbaan wordt aangegeven met de looncode 452 (vrijgesteld). 

De rente voor blijvende arbeidsongeschiktheid wegens een beroepsziekte of een arbeidsongeval is volledig vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen. Voor de in dienst zijnde personeelsleden wordt de rente aangegeven met de looncode 490. De personeelsleden die na hun uitdiensttreding de rente blijven ontvangen van hun vroegere werkgever, moeten niet vermeld worden in de DmfAPPL.

De bijkomende vergoedingen specifiek voor bepaalde personeelscategorieen

De bijkomende vergoedingen worden aangegeven met de looncodes 501 tot 599 ind ien ze vrijgesteld zijn, en met de looncodes 901 tot 999 indien ze onderworpen zijn.

Voor het personeel van de onderwijsinstellingen worden de vergoedingen voor het toezicht in het kleuter- en lager onderwijs of voor de begeleiding van leerlingenvervoer die bij wijze van bijkomende prestaties verricht worden en die vrijgesteld zijn van socialezekerheidsbijdragen, aange geven met de looncode 501.

De vergoedingen voor met de functie verbonden aanvullende of bijkomende werkzaamheden die een vastbenoemd personeelslid van het kleuter- en lager onderwijs dat zijn wedde ontvangt van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, verricht, worden uitgesloten voor de berekening van het overheidspensioen. Zij moeten apart aangegeven worden met de looncodes 502 (vrijgesteld) en 902 (onderworpen). Het betreft de vergoedingen voor:

  • het toezicht en bewaking buiten de lesuren, uitgeoefend binnen of buiten de schoolinstelling;
  • het bijhouden van de schoolbibliotheek;
  • de bijkomende of aanvullende lessen, gegeven door een lid van het onderwijzend personeel aan leerlingen van zijn klas;
  • de leiding over bovenvermelde activiteiten en over alle bijkomende en aanvullende lessen.

De aanvullingen die geen verband houden met bijkomende prestaties (anciënnite itsvergoeding, diplomavergoeding…) worden vermeld met de looncodes 506 (vrijgesteld) en 906 (onderworpen).

Voor het verplegend en verzorgend personeel en paramedisch personeel moeten de weddensupplementen voor buitengewone prestaties zoals bepaald in de omzendbrief van het Ministerie van Volksgezondheid en van het Gezin van 3-11-1972 aangegeven worden met de looncode 510 (vrijgesteld) of de looncode 910 (onderworpen). Onder buitengewone prestaties wordt verstaan: 1) nachtdienst; 2) werk op zon- en feestdagen; 3) wisselende uren of onderbroken diensten.

De vergoedingen voor de nachtdienst worden aangegeven met de looncodes 512 en 912. Met deze codes worden ook aangegeven:

  • de uurvergoeding van 2,05 EUR, zoals bepaald in de Omzendbrief van 17-4-1989 van de Minister van Volksgezondheid en Leefmilieu
  • de toeslag voor nachtprestaties die in het kader van het attractiviteitsplan toegekend wordt voor de prestaties tussen 20 uur en 6 uur.

De weddensupplementen voor prestaties tijdens het weekend of de feestdagen worden aangegeven met de looncode 916. Het betreft onder andere het supplement van 1,021 EUR/uur dat toegekend wordt op basis van de omzendbrief van het RIZIV van 17-7-1992.

Voor de attractiviteitspremie, toegekend door de instellingen van de publieke sector die behoren tot de federale gezondheidssectoren, wordt de looncode 917 gebruikt. Voor zowel het verplegend en verzorgend personeel, het gelijkgesteld personeel als voor het administratief personeel moet deze code vermeld worden.

Voor de geneesheren moet het variabel aandeel in de pool aangegeven worden met de looncodes 524 en 924.

Voor de vrijwillige brandweerlieden en de vrijwillige ambulanciers worden de vergoedingen voor (regelmatige) prestaties die in aanmerking komen om te bepalen of de grens van 785,95 EUR bereikt werd, in de DmfAPPL aangegeven met de looncode 542 indien het grensbedrag niet overschreden is. Indien de vergoedingen het grensbedrag overschrijden, moet de looncode 942 gebruikt worden. Uw bestuur moet dus zelf bepalen of het grensbedrag inzake regelmatige prestaties overschreden is.
Het (dubbel) vakantiegeld voor de vrijwillige brandweerlieden en de vrijwillige ambulanciers moet aangegeven worden met de looncodes 312, 314, 349 en 350.

Voor het brandweerpersoneel worden de looncodes 553, 557, 951, 954, 957, 974 en 975 gebruikt.

De premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties is vrijgesteld van sociale-zekerheidsbijdragen op basis van artikel 30 van het KB van 28-11-1969 en wordt aangegeven met de looncode 553.

Het jaarlijks weddensupplement voor de chef van de brandweerdienst en het weddensupplement POL 44 zijn onderworpen aan pensioenbijdragen voor de vastbenoemden en worden aangegeven met de looncode 557 of 957, naargelang het supplement niet of wel onderworpen is aan socialezekerheidsbijdragen.

Het jaarlijks weddensupplement dat aan officieren van het brandweerkorps toegekend wordt voor permanantie, neemt de FPD niet in aanmerking voor de berekening van het overheidspensioen, wordt door de RSZ niet onderworpen aan pensioenbijdragen en moet aangegeven worden met de looncode 951.

De aanvullende vergoeding voor de uren opt-out, gepresteerd bovenop de gewone en uurregeling, is onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en wordt aangegeven met de looncode 954.

De toelage voor de bijzondere rekenplichtige van de hulpverleningszone wordt aangegeven met de looncode 974.

De mandaattoelage van de zonecommandant van een hulpverleningszone wordt aangegven met de looncode 975.

Voor het politiepersoneel dat koos voor het oud statuut, worden de looncodes 556, 591 en 991 gebruikt. Met de looncode 556 wordt de vergoeding voor kosten gemaakt bij de uitoefening van opdrachten van de gerechtelijke politie aangegeven. De looncodes 591 en 991 kunnen enkel gebruikt worden door ex-rijkswachters, ex-leden van de gerechtelijke politie en ex-militairen die kozen voor het oud statuut.

Voor het politiepersoneel dat koos voor het nieuw statuut, moeten de looncodes 570, 961, 962, 970, 971, 974, 975, 976, 992 en 993 gebruikt worden.

Met de looncodes 961 en 962 worden respectievelijk de weddenbijslag voor de uitoefening van een mandaat en de toelage voor dienstprestaties, uitgevoerd op een zaterdag, een zondag, een feestdag of tijdens de nacht aangegeven.

De “diverse toelagen en vergoedingen zoals bepaald in het KB van 30-3-2001” die onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, worden aangegeven met de looncode 970, en omvatten onder andere:

  • de toelage voor bereikbaar en terugroepbaar personeel;
  • de toelage voor een ononderbroken dienst van meer dan 24 uur;
  • de functietoelage;
  • de toelage voor de opleider;
  • de forfaitaire toelage voor bepaalde personeelsleden, die belast zijn met de uitvoering van bepaalde opdrachten in het raam van de uitvoering van het federale integratiebeleid;
  • de toelage voor de mentor;
  • de toelage “Brussels Hoofdstedelijk Gewest”;
  • de toelage voor gelegenheidsluchtvaartprestaties;
  • de toelage voor onderwijsopdrachten;
  • de selectietoelage;
  • de toelage aan de personeelsleden van het operationeel kader, en van het administratief en logistiek kader van de federale politie en van de korpsen van de lokale politie, belast met informaticataken in 2001.

De “diverse toelagen en vergoedingen die NIET onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen”, worden aangegeven met de looncode 570, en omvatten onder andere de volgende kostenvergoedingen:

  • de vergoeding voor werkelijke onderzoekskosten;
  • de vergoeding voor telefoon;
  • de vergoeding voor onderhoud van politiehond;
  • de vergoeding voor verplaatsing in het raam van de binnenvaart;
  • de vergoeding voor begrafeniskosten bij het overlijden van de ech tgeno(o)t(e) of een kind.

Met de looncode 570 worden ook de vergoeding voor vaste dienst bij de Shape en het vrijgestelde gedeelte van de toelage voor geselecteerden voor de ex-militairen die overgeplaatst zijn naar de lokale politie, aangegeven. Deze vergoedingen zijn voor de vastbenoemden vrijgesteld op basis van artikel 30, § 2, 4° van het KB van 28-11-1969.

De “diverse toelagen en vergoedingen andere dan deze bepaald in het KB van 30-3-2001” die onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, worden aangegeven met de looncode 971. Met deze code wordt ook het onderworpen gedeelte van de toelage voor geselecteerden voor de ex-militairen die overgeplaatst zijn naar de lokale politie, aangegeven.

Met de looncode 974 wordt de toelage aan de bijzondere rekenplichtige van de lokale politiezone aangegeven. Ook voor de toelage, toegekend aan een gewestelijk ontvanger die als bijzondere rekenplichtige overgaat naar het administratief en logistiek kader van de lokale politie, moet deze code gebruikt worden.

Met de looncode 975 wordt de toelage voor de secretaris van de lokale politiezone aangegeven.

Met de looncode 976 wordt de competentieontwikkelingstoelage aangegeven die jaarlijks in één maal uitbetaald wordt in de maand september aan het personeelslid dat met vrucht een gecertificeerde opleiding gevolgd heeft.

Met de looncode 992 worden een aantal overgangstoelagen toepasselijk op de personeelsleden van het operationeel kader aangegeven.

Met de looncode 993 worden de jaarlijkse vormingstoelage en de jaarlijkse meester-schapstoelage van de overgeplaatste ex-miltairen aangegeven.

Bijkomende vergoedingen toegekend onafhankelijk van het aantal effectief gewerkte dagen tijdens het aangiftekwartaal

Voor de bijkomende vergoedingen die toegekend worden onafhankelijk van het aantal effectie f gewerkte dagen tijdens het aangiftekwartaal, en die onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, dienen speciale regels in acht genomen te worden. Het betreft de volgende vergoedingen:

  • eindejaarspremie (looncode 817);
  • voordelen in natura of in de vorm van cheques (looncode 806);
  • andere toelagen en premies zoals anciënniteits- of getrouwheidspremie (looncode 833);
  • aanvullingen van het personeel van de onderwijsinstellingen die geen verband houden met bijkomende prestaties (looncode 906);
  • attractiviteitspremie (looncode 917);
  • weddensupplementen toegekend aan officieren die deelnemen aan de permanentie van politie- en brandweerkorps (looncode 951);
  • jaarlijks weddensupplement voor chef van de brandweerdienst (looncode 957).

Het betreft premies, vergoedingen en toelagen waarvan de berekeningsbasis meer dan één kwartaal bedraagt, of éénmalige premies en vergoedingen die aan een werknemer toegekend worden. Ze worden in het algemeen aangegeven in het kwartaal waarin zij worden uitbetaald.

Indien het gaat om premies betaald met een periodiciteit van zes maanden of meer, én die meer bedragen dan 20% van de andere lonen van de referteperiode, worden ze gelijkmatig verdeeld over de verschillende kwartalen van de referteperiode.

Indien zij worden uitbetaald in een kwartaal dat de werknemer reeds uit dienst was, moeten ze vermeld worden op de aangifte van het laatste kwartaal waarin de werknemer in dienst was.

Voor al de onder deze codes vermelde voordelen moet ook de periodiciteit van de betaling worden vermeld.

In afwijking van de algemene regel worden deze bedragen slechts getotaliseerd voor zover het gaat om voordelen die met dezelfde periodiciteit worden betaald. Indien in de loop van het kwartaal verschillende premies met een verschillende periodiciteit worden betaald, moet men de bedragen opsplitsen.

Geen enkele instelling die van de in de DmfAPPL vermelde gegevens gebruik maakt, moet dit gegeven per tewerkstellingslijn kennen. Er is dan ook geen bezwaar tegen om, indien er voor de werknemer meerdere tewerkstellingslijnen moeten worden gebruikt, het totale bedrag van dit voordeel voor het ganse kwartaal aan één tewerkstellingslijn te koppelen.