Uw browser laat geen javascript toe. Om die reden zijn bepaalde functionaliteiten niet voorhanden.
Naar de inhoud van deze pagina

Een gestructureerd bericht overmaken via FTP: veelgestelde vragen

Algemeen

  • Het File Transfer Protocol (FTP) is een netwerkprotocol dat de uitwisseling van documenten van de ene computer naar de andere mogelijk maakt. Het standaardiseert een aantal processen die vaak verschillen tussen besturingssystemen onderling.

  • U werkt met Windows:

    Windows-computers hebben een standaard FTP-client.

    U kunt ook ‘FTP client’ invoeren in een zoekmotor. Op het Internet is zowel gratis als betalende FTP-client-software te vinden.

    Het staat u vrij de FTP-client te kiezen die het best aan uw behoeften beantwoordt.

    U werkt met Linux:

    In het standaardpakket van Linux is een FTP-client inbegrepen.

    U kunt ook ‘FTP client’ invoeren in een zoekmotor. Op het Internet is zowel gratis als betalende FTP-client-software te vinden.

    Het staat u vrij de FTP-client te kiezen die het best aan uw behoeften beantwoordt.

    U werkt met Apple:

    Apple-computers hebben een standaard FTP-client.

    Er bestaan meerdere FTP-clients voor Apple. U vindt ze via de website www.apple.com Nieuw venster of door ‘FTP & Apple’ in te voeren in een zoekmotor.

    1. Kies een gekwalificeerd certificaat.
    2. Kies een FTP-client.
    3. Verbind u met het extranet van de sociale zekerheid.
    4. Configureer het netwerk voor de verzender.
    5. Activeer het verzendernummer en het FTP-kanaal.
  • Meld u aan bij Chaman en selecteer de rol waarvoor u FTP-verzender wil zijn. U krijgt in Chaman automatisch een verzendernummer en maakt in de onlinedienst uw FTP-kanaal aan.

Certificaten

Berichten sturen

  • Om via FTP berichten over te maken aan de instellingen van de sociale zekerheid hebt u toegang nodig tot de FTP-server van het transferpunt van de sociale zekerheid. Daarvoor moet u zich verbinden met het extranet van de sociale zekerheid.

    Op die server hebt u toegang tot een folder die voor u voorbehouden is. Die bestaat uit een aantal subfolders waarin u de bestanden kunt plaatsen die u aan instellingen van de sociale zekerheid wilt overmaken:

    • IN
    • INTEST
    • INTEST-S

    De folder bevat ook enkele subfolders waarin u bestanden vindt die de instellingen van de sociale zekerheid voor u aangemaakt hebben:

    • IN
    • OUTTEST
    • OUTTEST-S

    Bestanden plaatsen

    Open in uw FTP-client de map waarin u uw bestanden wenst te plaatsen.

    • Productiebestanden DmfA, ASR, Dimona, Tijdelijke Werkloosheid en Unieke Werfmelding (extensie R) -> map IN
    • Test-/Simulatiebestanden ASR, Dimona, Tijdelijke Werkloosheid en Unieke Werfmelding en DmfA-circuittestbestanden (extensie T) -> map INTEST
    • DmfA-aangiftetestbestanden en ‘ASR ZIV’ (extensie S) -> map INTEST-S

    Bestanden ophalen

    Zodra de aangiftes verwerkt zijn, zult u de antwoorden (ACRF’s, Notificaties, ...) terugvinden in de respectievelijke mappen :

    • Productiebestanden DmfA, ASR, Dimona, Tijdelijke Werkloosheid en Unieke Werfmelding (extensie R) -> map OUT
    • Test-/Simulatiebestanden ASR, Dimona, Tijdelijke Werkloosheid en Unieke Werfmelding en DmfA-circuittestbestanden (extensie T) -> map OUTTEST
    • DmfA-aangiftetestbestanden en ‘ASR ZIV’ (extensie S) -> map OUTTEST-S

    Het is de bedoeling dat u de bestanden in deze mappen kopieert naar een plaats op een server of PC bij u, en de gekopieerde bestanden vervolgens wist uit de OUT-mappen op onze server.

    Omdat wij ruimte moeten voorzien voor alle verzenders, kunnen wij de uitgaande bestanden niet onbeperkt ter beschikking houden.

  • Om redenen die te maken hebben met de controle van de handtekening, is de maximumgrootte per bestand beperkt tot 200 MB.

  • Wanneer u gestructureerde berichten verstuurt per FTP, moet u twee bestanden aan uw aangiftebestand (FI) toevoegen: het handtekeningbestand (FS) en het GO-bestand.

Verbinding

    1. Typ de naam van de host in ftp.socialsecurity.be.
    2. Voer de poort 21 in.
    3. Voer de gebruikersnaam van de technische gebruiker in.
    4. Voer het wachtwoord in.