Jaarlijkse vakantie

Voltijdse werknemers hebben in België doorgaans recht op 4 weken jaarlijkse vakantie. De berekening van het aantal vakantiedagen en van het vakantiegeld verschilt wel tussen arbeiders, bedienden, leerjongeren, kunstenaars en ambtenaren.

Bij arbeiders vormen bijvoorbeeld de prestaties en het ontvangen loon van het jaar voorafgaand aan het vakantiejaar het vertrekpunt voor de berekening. De Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie betaalt hen het vakantiegeld tussen 2 mei en 30 juni van het vakantiejaar.

Bij bedienden kijken we naar de prestaties en het ontvangen loon in het voorgaande en lopende jaar. Bedienden blijven hun loon gewoon ontvangen tijdens hun vakantiedagen (‘enkel vakantiegeld’). Daarnaast krijgen ze dubbel vakantiegeld. Dit wordt berekend op basis van het loon tijdens het voorgaande jaar.

Werkte je het afgelopen jaar onvoldoende om het recht op 4 weken vakantie te verwerven? Je kan dan, naargelang je persoonlijke situatie, beroep doen op extra dagen aanvullende, jeugd- of seniorvakantie. Als vakantiegeld ontvang je een voorschot op het vakantiegeld van het volgende jaar of een uitkering van de RVA.