Uw browser laat geen javascript toe. Om die reden zijn bepaalde functionaliteiten niet voorhanden.
Werkgevers en de RSZ

Welke soorten bijdragen bestaan er?

Er bestaan twee soorten sociale bijdragen:

  • De gewone sociale bijdragen, die bestaan uit :
    • werknemersbijdragen
    • werkgeversbijdragen
  • De bijzondere bijdragen

Gewone socialezekerheidsbijdragen

De werknemersbijdragen in de privésector bedragen 13,07% van het brutoloon. Werknemers met lage lonen betalen niet de volle 13,07%. Ze kunnen gebruikmaken van de werkbonus.

De werkgeversbijdrage bedraagt voor de private profitsector 25%. De non-profit en de openbare sector wijken daarvan af. De private non-profit betaalt ± 32%. Zij kunnen wel een deel recupereren via structurele bijdrageverminderingen, zodat het werkelijke percentage voor de sector lager uitvalt.

In de openbare sector liggen deze bijdragen soms flink lager. Dat komt omdat bepaalde sociale voordelen er niet door de sociale zekerheid gedragen worden. In plaats daarvan betaalt de werkgever ze zelf aan zijn personeelsleden (bv. uitbetaling van loon bij ziekte of ongeval).

Arbeiders en kunstenaars

Voor arbeiders en kunstenaars berekent men de socialezekerheidsbijdragen op het brutoloon plus 8%. Dat komt doordat zij hun enkel vakantiegeld niet van hun werkgever ontvangen, maar van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie of een vakantiefonds. Zij betalen dus geen sociale bijdragen op hun enkel vakantiegeld, anders dan bij bedienden. Om dat verschil goed te maken, wordt de berekeningsbasis voor de sociale bijdragen met 8% verhoogd.

Wat valt onder brutoloon?

Loon is niet alleen het uur- of maandloon dat de werknemer krijgt. Het omvat ook allerlei andere voordelen zoals:

  • eindejaarspremies
  • toeslagen voor overuren
  • een gewaarborgd loon bij ziekte
  • voordelen in natura (bijvoorbeeld het gebruik van een gsm)

De werkgever kan ook voordelen aan zijn werknemer(s) toekennen die niet onderworpen zijn aan sociale bijdragen. Al die voordelen zijn gekoppeld aan wettelijke voorwaarden. Een volledige lijst van alle voordelen vindt u op de pagina Loonbegrip: Omschrijving van de Administratieve instructies.

Sommige voordelen zijn geen loon, maar er zijn wel bijzondere bijdragen op verschuldigd. Het bekendste voorbeeld daarvan is een bedrijfswagen die de werknemer mag gebruiken voor privédoeleinden en/of voor het woon-werkverkeer.

Onkosten die de werknemer moet maken en die door de werkgever worden betaald (bijvoorbeeld telefoon- en verplaatsingskosten), zijn geen loon.

Forfaitaire lonen

Voor de meeste werknemers berekent men de RSZ-bijdragen op het werkelijke brutoloon. Voor specifieke groepen, zoals gelegenheidswerknemers in de land- en tuinbouw, wordt in plaats daarvan uitgegaan van een vast bedrag (bijvoorbeeld per gewerkte dag).

Bijzondere bijdragen

Sommige bijdragen worden ‘bijzonder’ genoemd omdat ze niet rechtstreeks bestemd zijn voor de takken van de sociale zekerheid, of omdat ze alleen in bepaalde omstandigheden verschuldigd zijn.

De bijzondere bijdragen kunnen ten laste zijn van de werkgever of de werknemer. Sommige moeten worden betaald door de werkgever én de werknemer.

Voorbeelden van bijzondere bijdragen die de werkgever moet betalen, zijn:

  • bijdrage op extralegale pensioenen
  • bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen (FSO)
  • solidariteitsbijdrage (CO2-bijdrage) voor het gebruik van een bedrijfswagen

Voorbeelden van bijzondere bijdragen die de werknemer moet betalen, zijn:

  • inhouding op het dubbel vakantiegeld
  • solidariteitsbijdrage op winstdeelname
  • bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid

Meer informatie over de bijzondere bijdragen leest u op de pagina's De bijzondere bijdragen van de Administratieve instructies.

Vermindering van de bijdragen

Voor werknemers bestaat er een bijdragevermindering voor de lage lonen: de werkbonus. Daardoor houden werknemers met lage lonen netto meer over, zonder dat het brutoloon verhoogt.

Ook veel werkgevers komen in aanmerking voor een vermindering van de sociale bijdragen. De bedoeling daarvan is om de loonkosten voor werkgevers te verminderen.

De belangrijkste types van bijdrageverminderingen voor werkgevers zijn:

  • de structurele vermindering, die bestaat uit een vaste component en een gedeelte dat varieert naargelang het loon van de werknemer. Deze vermindering is voor de profitsector grotendeels verwerkt in het vaste bijdragepercentage van 25%.
  • de doelgroepvermindering: een vast verminderingsbedrag dat afhankelijk is van bepaalde criteria waaraan de werkgever en/of de werknemer moet voldoen. Er mag per werknemer slechts één doelgroepvermindering worden toegepast. Een aantal voorbeelden zijn:
    • eerste aanwervingen
    • oudere werknemers
    • onthaalouders
    • kunstenaars
  • de Sociale Maribel, die binnen een bepaalde sector extra initiatieven bekostigt door een deel van de werkgeversbijdragen rechtstreeks aan te wenden.

Meer uitleg vindt u op de pagina's De structurele vermindering en de doelgroepverminderingen van de Administratieve instructies.