Het portaal van de sociale zekerheid gebruikt cookies om de site gebruiksvriendelijker te maken.

Meer weten × Doorgaan

Naar de inhoud van deze pagina

Tussentijdse instructies - 2016/4

Inhoud

Forfaitaire dagbedragen horeca, gelegenheidsarbeid land- en tuinbouw

(23/12/2016)

Als gevolg van de sectorindexeringen op 1 januari (horeca, land- en tuinbouw en aangestelden toiletten buiten de horeca), wijzigen de forfaitaire daglonen. De tabel bevat de dagforfaits die gelden vanaf 1 januari 2017 , volgens de berekeningen ons overgemaakt door de FOD Sociale Zekerheid, variërend naargelang de sector, de uitgeoefende functie en de leeftijd van de werknemer op de laatste dag van het kwartaal.

De forfaitaire bedragen voor de zeevissers voor het 1ste kwartaal 2017 ondergaan geen wijzigingen ten opzichte van het 4de kwartaal 2016.

Eerste aanwervingen

(22/12/2016)
De aandacht wordt erop gevestigd dat de wettelijke bepalingen over de nieuwe toepassingsmodaliteiten van de doelgroepvermindering eerste aanwervingen, niet zullen gepubliceerd worden voor het begin van het jaar 2017. De tekst die volgt wordt dus onder dat voorbehoud meegedeeld.

Vanaf 1 januari 2017 wordt de doelgroepvermindering eerste aanwervingen versterkt:

Volgende forfaits zijn van toepassing (systeem tot 31 december 2016 voor opening van het recht vanaf 1 januari 2016 (ter vergelijking), nieuw systeem vanaf 1 januari 2017 voor opening van het recht vanaf 1 januari 2017):


 telling  systeem 2016  
 systeem 2017
 1ste  G7    G7  
 2de  5 x G14
 4 x G15
 4 x G16
 5 x G14
 4 x G15
 4 x G16
 3de  5 x G15
 4 x G16
 4 x G16  5 x G15
 4 x G15  4 x G16
 4de  5 x G15
 4 x G16
   5 x G15
 4 x G15  4 x G16
 5de  5 x G1
 4 x G2
   5 x G15  4 x G15  4 x G16
 6de  5 x G1
 4 x G2
   5 x G15  4 x G15  4 x G16

In absolute bedragen geeft dit de volgende maximale verminderingen bij volledige prestaties(in EUR):

 telling  systeem 2016  
 systeem 2017
 1ste  saldo (*)
 saldo (*)
 2de  5 x 1.550,00  4 x 1.050,00  4 x 450,00  5 x 1.550,00  4 x 1.050,00  4 x 450,00
 3de  5 x 1.050,00  4 x 450,00  4 x 450,00  5 x 1.050,00  4 x 1.050,00  4 x 450,00
 4de  5 x 1.050,00  4 x 450,00    5 x 1.050,00  4 x 1.050,00  4 x 450,00
 5de  5 x 1.000,00  4 x 400,00    5 x 1.050,00  4 x 1.050,00  4 x 450,00
 6de  5 x 1.000,00  4 x 400,00    5 x 1.050,00  4 x 1.050,00  4 x 450,00

(*) het saldo van de verschuldigde basisbijdragen na de eventuele sociale maribel aftrek en na toepassing van de structurele vermindering.

De nieuwe verminderingsbedragen en toepasselijke kwartalen zijn slechts geldig voor het recht dat geopend werd vanaf 2017 (periode 4).

Periode 3: Opening recht als gevolg van een indienstname in de loop van 2016: de bedragen en kwartalen zoals opgenomen in de tabel 'systeem 2016'.

Periode 2: Voor het recht dat geopend werd in de loop van 2015: de forfaitbedragen die gelden vanaf 1 januari 2016 worden toegepast voor de resterende kwartalen van de doelgroepvermindering, wat wil zeggen dat:

  • als een 1ste werknemer werd in dienst genomen in 2015, de werkgever recht heeft op het forfait G7 voor het resterend aantal kwartalen (dus maximaal 13 op te nemen in een periode van 20 kwartalen te rekenen vanaf het kwartaal van opening recht),
  • als een 2de werknemer werd in dienst genomen in 2015, hij voor het resterend aantal kwartalen de forfaits 2016 voor een 2de werknemer mag toepassen, (dus maximaal voor 13 kwartalen op te nemen in een periode van 20 kwartalen),
  • als een 3de werknemer werd in dienst genomen in 2015, hij voor het resterend aantal kwartalen de forfaits voor een 3de werknemer mag blijven toepassen (in het oude en het systeem 2016 zijn de forfaits voor een 3de werknemer hetzelfde), voor maximaal 9 kwartalen op te nemen in een periode van 20 kwartalen,
  • als hij in het 4de kwartaal 2015 reeds 6 werknemers in dienst had, hij in 2016 geen vermindering voor een 6de werknemer kan verkrijgen.

Periode 1: Voor het recht dat geopend werd vóór 1 januari 2015 blijven de verminderingsforfaits en het aantal toepasselijke kwartalen ongewijzigd.

Algemene opmerkingen:

Aan het huidige systeem wijzigt er niets. Het systeem dat van toepassing is vanaf 1 januari 2017 is volledig geïntegreerd in het bestaande systeem van de doelgroepvermindering eerste aanwervingen. Er wijzigt met andere woorden niets aan:

  • het begrip nieuwe werkgever
  • de telling bij de werkgever om te zien voor welke werknemer een vermindering kan worden aangevraagd (1ste, 2de, 3de, ...)
  • het principe dat bij een vervanging van een werknemer binnen dezelfde technische bedrijfseenheid, de vermindering enkel kan worden toegekend als het om een meertewerkstelling gaat

Studentenaangifte in uren

(05/12/2016)

Vanaf 1 januari 2017 zal het contingent van 50 dagen waarop studenten met enkel een solidariteitsbijdrage kunnen tewerkgesteld worden, plaats maken voor een contingent dat bestaat uit 475 uren (wettelijke basis nog niet gepubliceerd).

Studenten zijn dus niet onderworpen bij de RSZ:

  • voor maximaal 475 uren ('het contingent'), vrij te kiezen over het volledige kalenderjaar,
  • als ze werken met een studentenovereenkomst, bedoeld bij titel VII van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978,
  • en als ze werken buiten de uren waarop ze geacht worden cursussen of andere activiteiten te volgen.

Dimona 'STU' (vanaf 1 december 2016):

Op basis van de getekende overeenkomst, en dus alleen nadat er effectief een overeenkomst werd gesloten, moet de werkgever de student aangeven in Dimona. Naast de gewone gegevens moet hij het aantal uren aangeven dat hij de student zal tewerkstellen. De Dimona's moeten gebeuren per kwartaal als de studentenovereenkomst loopt over meerdere kwartalen. Er zijn dus evenveel Dimona's als er kwartalen gedekt zijn door de overeenkomst. Als de werkgever gedurende een kwartaal meerdere contracten sluit met de student, moet hij op basis van elk getekend contract een Dimona uitvoeren met vermelding van het aantal uren dat de student zal presteren.

Vanaf 1 december 2016 is het mogelijk om een Dimona voor studenten te versturen die betrekking heeft op 2017. Voor studentenovereenkomsten die aanvingen in 2016 en eindigen in 2017, kunnen voor de kwartalen van 2017 enkel uren worden meegedeeld.

Automatische aanpassing van het contingent op basis van Dimona:

Vanaf 1 december 2016, kan de student zelf via www.studentatwork.be, nagaan hoeveel uren hij nog kan werken met solidariteitsbijdrage. Er verandert niets. Hij kan er, zoals eerder, ook een attest met het aantal resterende uren afdrukken of versturen via elektronische post. Als hij dat wil zal hij ook een toegangscode aan de werkgever kunnen bezorgen, zodat die op de beveiligde omgeving het resterende aantal uren van de student kan consulteren.

Aandachtspunten:

  • Enkel de uren die in Dimona werden aanvaard garanderen dat de werkgever een Dmfa-aangifte kan doen met een solidariteitsbijdrage. De werkgever krijgt een melding dat de aangifte in orde is, of dat er onvoldoende uren beschikbaar zijn.
  • De opgegeven uren worden van het contingent afgetrokken.
  • Wanneer de werkgever onverwacht de student meer uren laat werken, is het aangewezen dat hij een wijzigende Dimona doet voor deze uren. Als de wijziging enkel het aantal uren betreft, is het geen laattijdige Dimona. Enkel wanneer het contingent nog niet uitgeput is zal voor de niet-gereserveerde uren van dat kwartaal de solidariteitsbijdrage kunnen worden toegepast. De andere uren veronderstellen een gewone aangifte met de gewone bijdragepercentages.
  • Zonder een voorafgaandelijke Dimona 'STU' zal een Dmfa-aangifte onder solidariteitsbijdrage nooit aanvaard worden, ook al is het contingent van de student niet opgebruikt.
  • Als de werkgever de student maar in één kwartaal tewerkstelt zal het contingent aangepast worden wanneer de DmfA wordt ingediend (uren meer afgetrokken of terug bijgevoegd). Als een tewerkstelling niet doorgaat of minder uren gepresteerd worden, is het aangewezen om de Dimona te annuleren of te wijzigen, zodat deze uren terug kunnen vrijkomen voor het contingent.
  • Als de werkgever de student in meerdere kwartalen tewerkstelt, wordt het contingent pas aangepast op basis van DmfA als de aangifte van het laatste tewerkstellingskwartaal wordt ingediend.
  • Enkel de werkelijk gepresteerde uren moeten aangegeven worden als ‘uren’ en in mindering worden gebracht van het contingent. De uren voor feestdagen, betaalde ziektedagen en andere betaalde uren dat geen werkelijk gewerkte uren zijn maar waarvoor de werkgever een loon betaalt, moeten niet in het ‘aantal uren’ worden opgenomen. De vergoeding voor deze uren wordt wel bij het loon gevoegd voor de berekening van de solidariteitsbijdrage

Aangifte sportmanifestaties en socioculturele sector

(05/12/2016)

Sommige werkgevers uit de openbare en socioculturele sector en organisatoren van sportmanifestaties zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van sociale bijdragen voor bepaalde werknemers (voor maximaal 25 werkdagen), de zogenaamde 'artikel 17'-werknemers. Tot 31 december 2016 moet de werkgever de onlinedienst 'Artikel 17' gebruiken om deze werknemers voorafgaandelijk aan de tewerkstelling aan te geven. Voor een tewerkstelling vanaf 1 januari 2017 wordt deze elektronische aangifte geïntegreerd in de Dimona-aangifte.

Via de onlinedienst Dimona moet de werkgever voor elke dag een Dimona-aangifte indienen. Hiervoor selecteert hij in Dimona het type 'A17'. In geval van overschrijding van de jaarlijkse 25 werkdagen wordt een bericht verstuurd.  De opvolging van de aangifte van werknemers tewerkgesteld onder ‘Artikel 17’ wordt nog steeds uitgevoerd door het Contactcenter.

Werkgevers die enkel werknemers 'Artikel 17' tewerkstellen en die nog niet ingeschreven zijn als RSZ-werkgever, kunnen zich identificeren in de (niet-beveiligde) onlinedienst 'WIDE' en aangeven dat hij enkel werknemers tewerkstelt die niet onderworpen zijn aan RSZ-bijdragen. De werkgever ontvangt dan een tijdelijk RSZ-nummer. Hiermee kunt u enkel bepaalde werknemerstypes aangeven.

Werkgevers PPL doen hun Dimona-aangiften met behulp van hun 'DIBISS'-nummer.

Jaarbedragen 2017

(05/12/2016)
  • bedrijfsvoertuigen solidariteitsbijdrage: de bedragen moeten vermenigvuldigd worden met 142,46 (in plaats van het eerder vermelde 142,45) en vervolgens gedeeld door 114,08; de minimum CO2-bijdrage van 26,01 EUR blijft ongewijzigd;
  •  niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen: 3.255,00 EUR.