Het portaal van de sociale zekerheid gebruikt cookies om de site gebruiksvriendelijker te maken.

Meer weten × Doorgaan

Naar de inhoud van deze pagina

Tussentijdse instructies - 2026/1

Inhoud

Uitsluiting prestaties van politiek mandataris - tewerkstellingsvoorwaarde T-3 flexi-jobs

(12/05/2026)

Op basis van een analyse van de regelgeving rond de voorwaarden waaraan een flexiwerknemer moet voldoen, werd vastgesteld dat de aard van de activiteit als politieke mandataris niet beantwoordt aan de voorwaarde om mee in rekening te worden genomen voor de minimale prestatievereiste waaraan voldaan moet worden in T-3. Met ingang van 1 juli 2026 worden de prestaties als politiek mandataris dan ook niet langer in aanmerking genomen bij de bepaling van de 4/5de tewerkstelling in kwartaal T-3.

Het gaat concreet om de volgende werknemerskengetallen:

  • 404: niet-beschermde lokale mandatarissen 
  • 405: beschermde lokale mandatarissen 
  • 406: federale of regionale parlementsleden 
  • 407: federale of regionale regeringsleden 

Dit vloeit voort uit het feit dat politieke mandatarissen hun mandaat niet uitoefenen bij een werkgever in de zin van artikel 4, §1 van de wet van 16 november 2015. Zij staan niet onder het gezag van een werkgever en zijn noch werknemer, noch statutair ambtenaar, noch zelfstandige.

Nieuwe regeling vrijwillige overuren

(12/05/2026)

In uitvoering van het regeerakkoord nam de Kamer op 30 april 2026 een wetsontwerp houdende wijzigingen met betrekking tot de regeling van de vrijwillige overuren en van het Sociaal Strafwetboek aan. 

Vanaf 1 april 2026 wordt voor alle sectoren één uniform systeem ingevoerd van 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar. Deze uren tellen niet mee voor het bepalen van de overschrijding van de interne grens van de arbeidsduur. De vrijwillige overuren en relance-uren die gepresteerd werden tussen 1 januari en 31 maart 2026 worden in mindering gebracht van dit nieuwe jaartotaal van 360 uren. Voor 240 van de 360 uren is geen overloon verschuldigd. Deze uren zijn vrijgesteld van zowel socialezekerheidsbijdragen als bedrijfsvoorheffing. Vrijwillige overuren waarvoor wel een overloon betaald wordt zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, maar niet van bedrijfsvoorheffing.  

Deze tussentijdse mededeling geldt onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad van de betreffende wet en het koninklijk besluit tot vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen van deze 240 vrijwillige overuren.

Deeltijdse werknemers kunnen vrijwillige overuren presteren binnen het algemene contingent (360 uren) indien er sprake is van een tijdelijke vermeerdering van werk, én de werknemer minstens al drie jaar deeltijds tewerkgesteld is. Meer informatie over de arbeidsrechterlijke aspecten kan teruggevonden worden op de website van de FOD WASO, onder andere over het schriftelijk akkoord en lopende akkoorden.

Voor werknemers met een loopbaanvermindering (tijdskrediet, loopbaanonderbreking) blijft het presteren van vrijwillige overuren uitgesloten, zoals reeds voordien het geval was. 

De wet voorziet eveneens voor de horecasector bij werkgevers die in elke plaats van uitbating een GKS gebruiken een verhoging van het contingent tot 450 vrijwillige overuren per kalenderjaar voor voltijdse werknemers.  Voor 360 van deze 450 uren is geen overloon verschuldigd. Deze uren zijn vrijgesteld van zowel socialezekerheidsbijdragen als bedrijfsvoorheffing. Vrijwillige overuren waarvoor wel een overloon betaald wordt zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, maar niet van bedrijfsvoorheffing. 

Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector: verhoging van de financiële tussenkomst vanaf 1 januari 2026

(03/04/2026)

Het beheerscomité van het openbare Fonds heeft beslist om de maximale bedragen van de financiële tussenkomst voor de arbeidsplaatsen toegekend vóór 2020 te verhogen.

De volgende jaarbedragen zijn van toepassing vanaf 2026:

  • algemene sector (provinciale en plaatselijke besturen)
    • contractuelen: 32.988,16 EUR
    • statutairen: 37.747,60 EUR 
  • algemene sector (andere dan provinciale en plaatselijke besturen): 35.129,88 EUR
  • sector van de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen
    • contractuelen en statutairen (andere dan logistieke assistenten):  38.213,60 EUR
    • logistieke assistenten: 34.167,44 EUR.

De maximale bedrag voor de toegekende arbeidsplaatsen vanaf 2020 die reeds hoger zijn, blijven ongewijzigd:

  • algemene sector (provinciale en plaatselijke besturen)
    • contractuelen en statutairen: 42.000 EUR
  • algemene sector (andere dan provinciale en plaatselijke besturen):
    • contractuelen en statutairen: 50.000 EUR
  • sector van de ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen
    • contractuelen, statutairen en logistieke assistenten: 50.000 EUR 

Verhoging maaltijdcheques met retroactiviteit

(03/04/2026)

In het kader van de onderhandelingen over de verhoging van de waarde van de maaltijdcheques herinnert de RSZ eraan dat het bedrag van de maaltijdcheques voor het 1ste kwartaal 2026 kan worden geregulariseerd tot uiterlijk 30 april 2026.

Wanneer een sectorale- of ondernemings-cao retroactief wordt afgesloten die voorziet in een verhoging van de werkgeverstussenkomst in maaltijdcheques vanaf een bepaalde datum, kan de werkgever het werkgeversaandeel in de maaltijdcheques met terugwerkende kracht verhogen, voor zover dat gebeurt binnen de geldende regularisatietermijnen.

De rechtzetting moet voldoen aan volgende voorwaarden:

  • De rechtzetting moet uitsluitend gebeuren via een bijstorting op de elektronische maaltijdchequerekening van de werknemer. Elke betaling van het verschil in geld is onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen.
  • De bijstorting moet plaatsvinden uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de onjuiste toekenning van de maaltijdcheques zich heeft voorgedaan, voor de maaltijdcheques met betrekking tot het 1ste kwartaal 2026 dus ten laatste op 30 april 2026. Op die datum moeten zowel het correcte aantal maaltijdcheques als het totale bedrag van de werkgeverstussenkomst volledig in overeenstemming zijn met de toepasselijke cao-regeling en de bepalingen van artikel 19bis van het KB van 28 november 1969.

Voor de individuele overeenkomsten geldt dat het bedrag van de maaltijdcheques toegekend via een individuele overeenkomst niet hoger mag zijn dan het bedrag van de maaltijdcheques toegekend bij cao in dezelfde onderneming.

Verhoging GGMMI - huisarbeiders en doelgroepvermindering kunstenaars

(01/04/2026)

Huisarbeiders - aantal arbeidsdagen

De RSZ aanvaardt dat het aantal arbeidsdagen voor huisarbeiders berekend wordt op basis van het GGMMI. Vanaf 1 april 2026 wordt dit verhoogd tot 2.189,81 EUR overeenkomstig CAO nr. 43-18.

Doelgroepvermindering kunstenaars

Het grensbedrag voor de doelgroepvermindering kunstenaars is ook aangepast aan de verhoging van het GGMMI.

  • Algemene regeling/overgangsmaatregelen: 6.569,43 EUR.

Werkbonus - grensbedragen na verhoging GGMMI

(01/04/2026)

Ingevolge de verhoging van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) overeenkomstig CAO nr. 43-18, is er een aanpassing van de loongrenzen, de hellingscoëfficiënten en van de maximale verminderingsbedragen nodig voor de berekening van de werkbonus. 

Hieronder vindt u in tabelvorm de nieuwe bedragen vanaf 1 april 2026. De uiteindelijke sociale werkbonus is de som van de 2 componenten.

Bedienden (*)

LUIK A (lage lonen) LUIK B (zeer lage lonen)

S (refertemaandloon
aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

S (refertemaandloon
aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

≤ 2.880,32

125,04

≤ 2.255,50 168,62

2.880,32 en ≤ 3.336,98

125,04 - ( 0,2738 x (S - 2.880,32))

2.255,50 en ≤ 2.880,32

168,62 - ( 0,2699 x (S - 2.255,50))
3.336,98 0,00 2.880,32 0,00
Arbeiders (**)
LUIK A (lage lonen) LUIK B (zeer lage lonen)

S (refertemaandloon
aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

S (refertemaandloon
aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

≤ 2.880,32

135,04

≤ 2.255,50 182,11

2.880,32 en ≤ 3.336,98

135,04 - ( 0,2957 x (S - 2.880,32))

2.255,50 en ≤ 2.880,32

182,11 - ( 0,2915 x (S - 2.255,50))
3.336,98 0,00 2.880,32 0,00

(*) Onder 'Bedienden' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 100 %, dus ook bijvoorbeeld arbeiders in de openbare sector.
(**) Onder 'Arbeiders' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 108 %, dus ook bijvoorbeeld kunstenaars.

R wordt rekenkundig afgerond op de dichtstbijzijnde eenheid (Eurocent).

Kilometervergoeding woon-werkverplaatsingen en beroepsverplaatsingen

(01/04/2026)

De maximale kilometervergoeding voor de woon-werkverplaatsingen en beroepsverplaatsingen bedraagt 0,4327 EUR/km vanaf 1 april 2026 tot en met 30 juni 2026 (omzendbrief nr. 764, BS van 31 maart 2026).

Aanpassing forfaits gelegenheidsarbeid en met fooien betaalden

(01/04/2026)

Door de verhoging van het GGMMI vanaf 1 april 2026 overeenkomstig de CAO nr. 43-18 worden de forfaitaire daglonen (met fooien betaalden, gelegenheidswerknemers horeca, land- en tuinbouw) gewijzigd. 

De tabel bevat de dagforfaits die gelden vanaf 1 april 2026, variërend naargelang de sector, de uitgeoefende functie en de leeftijd van de werknemer op de laatste dag van het kwartaal.

De forfaitaire bedragen voor de zeevissers en de aangestelden toiletten buiten de horeca ondergaan geen wijzigingen ten opzichte van het 1ste kwartaal 2026.

Regularisatie ontslag openbare sector

(06/03/2026)

Voor statutairen en sommige andere personen in de openbare is de toepassing van de socialezekerheidswetgeving beperkt tot bepaalde regelingen van de sociale zekerheid. Een bijzondere regeling van onderwerping voorziet dat deze personen in geval van ontslag, onder bepaalde voorwaarden, toch recht hebben op werkloosheidsuitkeringen en uitkeringen van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering (ZIV).

De regularisatie gebeurt door de storting aan de RSZ van de bijdragen voor het werkloosheidsstelsel én het stelsel van de ZIV. Deze bijdragen, berekend op basis van de laatste activiteitswedde, dienen de noodzakelijke periode te dekken opdat de betrokkene de sociale voordelen kan genieten die door de beide stelsels worden toegekend, met name:

  • voor het stelsel van de ZIV, sector uitkeringen: 12 maanden;
  • voor het werkloosheidsstelsel: naargelang van de leeftijd, het aantal vereiste arbeidsdagen (in het stelsel van zes dagen per week) om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen.

Vanaf 1 maart 2026 moet een voltijdse werknemer voor de regeling werkloosheid een wachttijd doorlopen van 312 arbeidsdagen ongeacht de leeftijd en zal de te dekken regularisatieperiode eveneens 312 arbeidsdagen bedragen (wet van 18 juli 2025 - BS van 29 juli 2025). Let wel, de duur van de in aanmerking te nemen periodes (voor elk van beide stelsels) mag in geen geval groter zijn dan de duur van de periode waarin de arbeidsverhouding bestaan heeft.

Tewerkstelling inlichtingen - loopbaanmaatregel

(02/03/2026)

De opsplitsing van de code '1' - loopbaanmaatregel zachte landingsbaan in een code '1' en een nieuwe code '3' naargelang het een situatie betreft met of zonder overgang van een voltijdse tewerkstelling naar een deeltijdse tewerkstelling, werd ten onrechte opgenomen in de instructies van het 1ste kwartaal 2026.

Om de 'werknemers in een zachte landingsbaan' te kunnen onderscheiden van 'gewone werknemers' is en blijft enkel de code '1' de aangewezen code.