Sectordetail socialprofit

(15/02/2019)

De Vlaamse Intersectorale Akkoorden voor de socialprofitsectoren (VIA) zijn periodieke en tripartite akkoorden tussen de sociale partners van de Vlaamse socialprofitsectoren en de Vlaamse Regering. Ze bevatten (inter)sectorale afspraken die betrekking hebben op diverse sociaaleconomische thema’s (koopkracht, kwaliteit, …). 

In het kader van de VIA-akkoorden is een afsprakenkader vastgelegd voor het verzamelen van loon- en tewerkstellingsgegevens via de DmfA. Hiervoor worden VIA-deelsectorcodes ingevoerd in de DmfA.

Vanaf 1 januari 2019 is voor een tewerkstelling in een deelsector die behoort tot de Vlaamse bevoegdheid inzake socialprofit activiteiten, de aanduiding van de deelsector verplicht. Het betreft zowel werkgevers uit de openbare sector als uit de privésector.

De te vermelden code betreft de activiteit waaraan de werknemer in het betrokken kwartaal in hoofdzaak (= grootste aantal arbeidsuren) verbonden was. De tewerkstellingslijn moet dus niet opgesplitst worden in functie van dit gegeven.

Deze nieuwe zone moet ingevuld worden door alle werkgevers binnen een bepaald (sub)PC, ook al valt de werkgever onder de bevoegdheid van een andere (regionale/federale) overheid.

De zone moet ingevuld worden voor volgende (sub)PC's:

  • Privésector:
    • (sub)PC 318.02, 319.01, 327.01, 329.01, 331.00.10 en 331.00.20 (alle werkgevers behoren tot de Vlaamse bevoegdheid)
    • (sub)PC 330.01.10, 330.01.20, 330.01.41 of 330.01.51 (er zijn aparte deelsectorcodes voor activiteiten die onder Vlaamse bevoegdheid vallen én voor activiteiten die behoren tot de bevoegdheden van andere federale/regionale overheden, die telkens door de betrokken werkgevers moeten worden ingevuld per tewerkgestelde werknemer)
    • (sub)PC 330.04 of 337 én de tewerkstelling gebeurt binnen een deelsector vermeld in de nota.  Enkel voor de twee vermelde deelsectoren (i.c. multidisciplinaire begeleidingsequipes palliatieve zorg en PAB/PVB-assistenten) moet de betreffende code gebruikt worden. In alle andere gevallen moet niets ingevuld worden.

  • Openbare sector:
    • De zone moet ingevuld worden voor elke tewerkstelling die gebeurt binnen één van de deelsectoren opgenomen en beschreven in de nota. Werkgevers moeten geen specifieke code invullen voor de tewerkstelling van werknemers die buiten deze deelsectoren vallen.

De te gebruiken codes zijn vermeld in de nota en worden van het eerste kwartaal van 2019 opgenomen in de nieuwe gestructureerde bijlage 46.

Meer informatie over de VIA-deelsectorcodes kan bekomen worden

  • ofwel bij de Vlaamse overheidsdiensten die instaan voor de erkenning, vergunning en/of subsidiëring van de socialprofitsector; 
  • ofwel voor de

top

Dimona - gelegenheidswerknemers in de sector van de begrafenisondernemingen

(23/01/2019)

De wet van 21 december 2018 (BS van 17 januari  2019) voorziet met ingang van 1 april 2019, een systeem van verplichte tijdsregistratie voor gelegenheidswerk in de sector van de begrafenisondernemingen voor werknemers die ter gelegenheid van een overlijden, occasioneel in dienst worden genomen met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk. Het gaat om werknemers die:

  • taken als bode verrichten, transporten verzorgen, opbaringen verzorgen, een rouwkapel plaatsen, het onthaal in het rouwcentrum verzorgen en/ of bij de koffietafel helpen
  • de kist met het stoffelijk overschot of de urne met de as van de overledene dragen en in de (ceremonie) wagen plaatsen, de nabestaanden begeleiden en/of de (ceremonie)wagen besturen en net houden.

Analoog als bij gelegenheidswerknemers in de land- en tuinbouw, moet voor hen per dag een Dimona-aangifte gebeuren met aanduiding van het PC 320 (van de begrafenisondernemingen) in combinatie met het type werknemer 'EXT' en met opgave van het begin en het einde van de prestatie. Voor een 'voltijdse' tewerkstelling die per dag niet de gewoonlijke dagduur bereikt, zal in de DmfA eveneens het statuut 'LP' moeten worden ingevuld zodat uren kunnen worden aangegeven (zoals bij een gewone voltijdse tewerkstelling met een contract van korte duur). De aangiftes kunnen bij de RSZ slechts ingediend worden vanaf 1 maart 2019.

Er is geen contingent, beperkte onderwerping of forfaitair loon. Uitzendkrachten worden niet beoogd.

top

Bijzondere bijdrage inzetbaarheidsverhogende maatregelen

(18/01/2019)

De wet van 26 december 2013 over het eenheidsstatuut arbeiders en bedienden voorziet dat elk Paritair (sub)Comité tegen 1 januari 2019  in een CAO maatregelen moet opnemen om bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst de inzetbaarheid te verhogen op de arbeidsmarkt  (art. 39ter van de wet van 3 juli 1978).

De wet voorziet eveneens een bijzondere bijdrage voor de werkgevers die de voorwaarden van de CAO niet respecteren (art. 38 § 3quaterdecies van de wet van 29 juni 1981).

Omdat er geen CAO's neergelegd werden, zal de bijzondere bijdrage niet worden geïnd. De RSZ zal later meer toelichtingen geven over de inning van deze bijdrage.

top

Verhoging maximaal jaarbedrag voor sommige vrijwilligers

(14/01/2019)

Voor bepaalde categorieën van vrijwilligers wordt vanaf het 1ste kwartaal 2019 het jaarbedrag verhoogd tot 2.549,90 EUR (het dagbedrag blijft 34,71 EUR). Het gaat om volgende categorieën van vrijwilligers:

  • sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;
  • de nachtoppas, te weten het inslapen, evenals de dag-oppas bij hulpbehoevende personen volgens de voorwaarden en kwaliteitscriteria die iedere Gemeenschap bepaalt;
  • het niet-dringend liggend ziekenvervoer ( het liggend ziekenvervoer naar, vanuit en tussen ziekenhuizen of vestigingsplaatsen van ziekenhuizen, dat niet onder het toepassingsgebied van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening valt, volgens de voorwaarden en kwaliteitscriteria die iedere Gemeenschap bepaalt).

Deze verhoging geldt niet voor vrijwilligers die tijdens de periode waarin ze prestaties inzake vrijwilligerswerk uitvoeren, bij dezelfde organisatie eveneens prestaties verrichten als verenigingswerker of een sociale zekerheids- of bijstanduitkering ontvangen.

Dit wil zeggen dat buiten de periode met prestaties als vrijwilliger, de mogelijkheid open blijft om datzelfde kalenderjaar nog als verenigingswerker bij dezelfde organisatie bij te verdienen tot beloop van het vastgestelde maximum jaarbedrag (dus zonder het in mindering brengen van de onkostenvergoedingen als vrijwilliger).

top

Jaarbedragen 2019

(21/12/2018)

  • niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen: 3.383,00 EUR
  • bedrijfsvoertuigen solidariteitsbijdrage: de bedragen moeten vermenigvuldigd worden met 147,73 en vervolgens gedeeld door 114,08; minimum CO2-bijdrage 26,97 EUR
  • geringe vergoeding kunstenaars: maximaal 128,93 EUR/dag en 2.578,51 EUR/jaar
  • Dimona solidariteitsbijdrage: forfaitair bedrag van 2.920,60 EUR
  • herverdeling van de sociale lasten: het bedrag van deze bijdrage wordt jaarlijks begrensd; het plafond bedraagt 207.146,00 EUR
  • het maandbedrag waaronder de jongeren KB499 niet onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, is voor 2019 vastgesteld op 531,27 EUR
  • voor 2019 bedraagt het maximale dagbedrag voor vrijwilligers 34,71 EUR en het jaarbedrag 1.388,40 EUR

top

Uitvoering taxshift 2019 - Bijdragepercentages, loonplafonds en forfait Sociale Maribel

(21/12/2018)

Bijdragepercentages, loonplafonds en forfaits structurele vermindering

In de volgende overzichtstabel vindt u de parameters en bijdragepercentages zoals ze gelden vanaf 1 januari 2019. In afwijking van de in de taxshift voorziene aanpassingen van de loongrenzen, werd in een nog niet gepubliceerd koninklijk besluit de bovengrens van de lagelonencomponent S0 voor categorie 3 met loonmatiging, aangepast:

 

Patronale bijdragen

Structurele vermindering

Categorie

Bijdrage

Basis-
bijdrage

Loon-
matiging

Extra

Forfait

Lage-
loongrens

Helling LL

Hoge-
loongrens

Helling HL

 

T

B

M

E

F (EUR)

S0 (EUR)

α

S1 (EUR)

δ

Catg 1


25,00 %

19.88 %

4.27 %

0.00 %

0,00

9.035,00

0,1400

0,00

0,0000

Catg 2

 

32,40 %

24,92 %

5,67 %

0,40%

49,00

7.590,00

0,2557

13.249,80

0,0600

Catg 3 met loonmatiging

25,00 %

19,88 %

4,27 %

0,00%

0,00

9.640,00

0,1400

0,00

0,0000

Catg 3 zonder loonmatiging

19,88 %

19,88 %

0,00 %

0,00%

375,00

9.035,00

0,1785

0,00

0,0000

 met

  • de patronale bijdrage T (T = B + M + E + (B*M/100)):
    • basisbijdrage B
    • loonmatigingsbijdrage M
  • de parameters structurele vermindering:
    • forfait F
    • bovengrens lagelonencomponent S0
    • hellingcoëfficiënt alpha (α)
    • ondergrens hogelonencomponent S1
    • hellingscoëfficiënt delta (δ)


Loongrenzen persoonlijke bijdragevermindering herstructurering:

De werknemer heeft recht op deze werknemersbijdragevermindering als zijn refertemaandloon volgende loongrenzen niet overstijgt (grensbedragen vanaf 1 januari 2019):

  • indien de werknemer op het moment van indiensttreding jonger is dan 30 jaar: 3.011,67 EUR;
  • indien de werknemer op het moment van indiensttreding minstens 30 jaar is: 4.416,60 EUR.

 

Sociale Maribel:

Als volgende fase in de taxshift wordt vanaf 1 januari 2019 het forfait Sociale Maribel aangepast:

Vanaf 1 januari 2019 bedraagt het forfait:

  • 409,37 EUR voor de werkgevers van het paritair comité voor de diensten van gezins- en bejaardenhulp (318.xx) (ongewijzigd)
  • 486,05 EUR voor de werkgevers van het paritair comité voor de gezondheidsinrichtingen en diensten (330.xx), met uitzondering van de werkgevers die onder de omschrijving van het paritaire subcomité voor de tandprothese vallen (330.03)
  • 478,57 EUR voor de werkgevers die vallen onder het fonds sociale maribel van de overheidssector
  • 482,67 EUR voor alle andere werkgevers voor elke werknemer die onder het toepassingsgebied van de sociale maribel valt.


top

Verenigingswerkers

(21/12/2018)

Een verenigingswerker mag tot 6.130 EUR (2018) per kalenderjaar bijverdienen zonder er belastingen of sociale bijdragen op te hoeven betalen. In dat bedrag zijn eventuele verplaatsingskosten en onkosten inbegrepen. Het maximumbedrag geldt voor alle vergoedingen uit verenigingswerk, diensten van burger aan burger en activiteiten in de deeleconomie samen.

De inkomsten uit verenigingswerk en uit diensten aan burgers mogen opgeteld niet meer dan 510,83 EUR (2018) per maand bedragen. Een nog niet gepubliceerd koninklijk besluit verdubbelt dit maandelijks bedrag vanaf 1 januari 2019 voor verenigingswerkers actief als:

  • Animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt
  • Sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden

Het jaarlijks maximumbedrag blijft ongewijzigd.

Meer hierover kan u terugvinden op de website 'Bijklussen'.

top

Integratie parlementaire loopbaan in de DmfA

(21/12/2018)

Vanaf 1 januari 2019 (geen retroactiviteit) zal de parlementaire loopbaan ook in de DmfA aangegeven worden met het oog op de registratie in 'MyCareer' en 'MyPension'. Daarvoor zal een minimale aangifte moeten gebeuren.

Het betreft een beperkt aantal aangevers, die gekend zijn in de DmfA, voor de aangifte van de mandatarissen van een federaal of regionaal wetgevend (volksvertegenwoordiger) of uitvoerend (regeringsleden) mandaat.

Volgende gegevens moeten worden meegedeeld:

  • Dimona:
    • type werknemer 'PMP' met een IN bij het begin van het mandaat en een OUT bij het beëindigen van het mandaat
  • DmfA:
    • looncode 27 voor de vergoeding voor het uitoefenen van het mandaat
    • looncode 28 voor de uittredingsvergoeding
    • prestatiecode 110 voor de prestaties in het kader van een mandaat als federaal / regionaal parlementslid en de door de uittredingsvergoeding gedekte periode.

De parlementairen worden aangegeven onder het specifieke kengetal 406. De uittredingsvergoeding moet op aparte tewerkstellingslijnen staan.

Er worden geen bijdragen geïnd via de DmfA.

top