Sportlui - berekeningsbasis voor de bijdragen

(17/01/2022)

De socialezekerheidsbijdragen voor sportlui worden niet langer berekend op het maximumbedrag dat als basis dient voor de berekening van de werkloosheidsuitkering conform artikel 111 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (programmawet van 27 december 2021 - BS van 31 december 2021; nog niet gepubliceerd koninklijk besluit).

De gewone bijdragen zijn op hen van toepassing op het werkelijke loon. Vanaf 1 januari 2022 vallen zij ook onder alle regelingen. Dit wil zeggen dat:

  • de gewone vakantieregeling op hen van toepassing is
  • de structurele vermindering op hen kan worden toegepast volgens de gewone regels
  • de loonmatiging verschuldigd is.

Een aantal specifieke maatregelen werden genomen om de financiële impact van de overstap te beperken.

Een sportbonus onder de vorm van een werknemersbijdragevermindering wordt voorzien, waarbij

  • voor de sporters vanaf het jaar dat ze 19 worden een forfaitaire vermindering van 281,73 EUR bovenop de gewone werkbonus in rekening kan worden gebracht
  • jongere sporters in aanmerking komen voor een forfaitaire vermindering 137,81 EUR
  • deze forfaitaire verminderingen geproratiseerd worden zoals bij de gewone werkbonus
  • voor beide leeftijdsgroepen het resterend saldo van de werknemersbijdragen wordt verminderd met 60 %
  • de totale werknemersbijdrageverminderingen nooit meer kunnen bedragen dan de verschuldigde werknemersbijdragen.

Een doelgroepvermindering betaalde sportbeoefenaars wordt ingevoerd. Het gaat om de vermindering G19 gelijk aan 65 % van het saldo van de verschuldigde werkgeversbijdragen dat overblijft na eventuele toepassing van de sociale maribel en van de structurele vermindering.

De werkgevers van sporters kunnen aan de RSZ om minnelijke afbetalingstermijnen verzoeken voor de bijdragen verschuldigd voor het 1ste, 2de en 3de kwartaal 2022, waarbij de bijdrageopslagen, de eventuele forfaitaire vergoedingen wegens het niet-nakomen van de verplichtingen inzake betaling van voorschotten en de verwijlintresten niet worden aangerekend wanneer en voor zover de vastgelegde betalingsmodaliteiten strikt worden nageleefd.

top

Jaarbedragen en aanpassing onkostenvergoedingen update 12/01/2022

(12/01/2022)

Jaarbedragen 2022

  • geringe vergoeding kunstenaars: maximaal 134,63 EUR/dag en 2.692,64 EUR/jaar
  • voor 2022 wordt het maximale dagbedrag voor vrijwilligers 36,84 EUR en het jaarbedrag 1.473,37 EUR (en 2.705,97 EUR voor het verhoogd jaarbedrag) (correctie publicatie van 20 december 2021 naar aanleiding van de indexoverschrijding in december 2021)
  • het maandbedrag waaronder de jongeren KB499 niet onderworpen zijn aan socialezekerheidsbijdragen, wordt voor 2022 552,74 EUR
  • niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen: 3.558,00 EUR
  • bedrijfsvoertuigen solidariteitsbijdrage: de bedragen moeten vermenigvuldigd worden met 154,29 en vervolgens gedeeld door 114,08; minimum CO2-bijdrage 28,17 EUR
  • Dimona solidariteitsbijdrage: forfaitair bedrag van 3.050,16 EUR
  • herverdeling van de sociale lasten: het bedrag van deze bijdrage wordt jaarlijks begrensd; het plafond bedraagt 217.656,00 EUR

 

Aangepaste onkostenvergoedingen voor 2021

  • Bureauvergoeding: 132,07 EUR (vanaf 1 oktober 2021)
  • Aankoop werkkledij: 1,78 EUR
  • Onderhoud werkkledij: 1,78 EUR
  • Onderhoud en slijtage van kledij van de werknemer: 0,89 EUR

 

Voor 2022 worden de onkostenvergoedingen als volgt aangepast

  • Bureauvergoeding: 134,71 EUR (vanaf 1 februari 2022)
  • Aankoop werkkledij: 1,84 EUR
  • Onderhoud werkkledij: 1,84 EUR
  • Onderhoud en slijtage van kledij van de werknemer: 0,92 EUR

top

Huisarbeiders - aantal arbeidsdagen

(07/01/2022)

De RSZ aanvaardt dat het aantal arbeidsdagen voor huisarbeiders berekend wordt op basis van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen. Als gevolg van de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, bedraagt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen 1.691,40 EUR met ingang van 1 januari 2022.

top

Vrijwillige brandweerlieden en ambulanciers - vrijgestelde vergoedingen

(07/01/2022)

De vergoedingen voor ‘niet-uitzonderlijke’ prestaties van de vrijwillige brandweerlieden en ambulanciers zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen voor zover zij een maximumbedrag per kwartaal niet overschrijden. Door een aanpassing voortvloeiend uit de indexoverschrijding is het maximumbedrag vanaf 1 januari 2022 gelijk aan 1.167,84 EUR per kwartaal.

top

Flexi-loon

(07/01/2022)

In het kader van een flexi-job heeft de werknemer recht op een loon (bruto is netto aangezien er geen inhoudingen zijn) dat niet lager mag zijn dan 8,82 EUR per uur (niet-geïndexeerd). Eveneens wordt, samen met ieder loon, een flexi-vakantiegeld uitbetaald van 0,68 EUR per uur (niet-geïndexeerd, totaal dus 9,50 EUR per uur). Door een aanpassing voortvloeiend uit een indexoverschrijding, bedraagt  vanaf 1 januari 2022 het minimumbedrag van het flexi-uurloon 9,93 EUR en het flexi-vakantiegeld 0,76 EUR per uur (totaal dus 10,69 EUR).

top

Aanpassing van loonplafonds verminderingen

(07/01/2022)

Als gevolg van een overschrijding van de spilindex in de loop van de maand augustus 2021, wijzigen een aantal loonplafonds voor de berekening van bijdrageverminderingen. Dit kan ook een impact hebben op sommige overgangsmaatregelen van de geregionaliseerde verminderingen vanaf 1 januari 2022.

Structurele vermindering

Aanpassing van de bovenste loongrens van de lagelonencomponent (S0) en aanpassing van de ondergrens van de hogelonencomponent (S1) van de structurele vermindering:

Rcategorie 1 = 0,1400 x (  9.588,01S); (algemene categorie)
Rcategorie 2 = 79,00 + 0,2557 x ( 8.054,57S) + 0,0600 x (W 14.060,80); (categorie sociale maribel)
Rcategorie 3 met loonmatiging = 0,1400 x ( 10.389,23 S); (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers met loonmatiging)
Rcategorie 3 zonder loonmatiging = 495,00 + 0,1785 x ( 9.863,93 S). (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers zonder loonmatiging)

Doelgroepvermindering oudere werknemers

  • Brussel: 11.365,53 EUR
  • Wallonië: 15.091,79 EUR

Doelgroepvermindering kunstenaars

  • Algemene regeling/overgangsmaatregelen: 5.074,20 EUR

Werknemersbijdragevermindering herstructurering

  • S0 = 3.196,00 EUR
  • S1 = 4.686,93 EUR

top

Werkbonus - grensbedragen

(07/01/2022)

Ingevolge de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, is er een aanpassing van de loongrenzen voor de berekening van de werkbonus. Drie coëfficiënten die u bij de berekening nodig hebt, ondergaan eveneens een wijziging. Hieronder vindt u in tabelvorm de nieuwe bedragen vanaf 1 januari 2022.

Bedienden (*)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.742,14
1.742,14 en ≤ 2.717,30
> 2.717,30

213,96
213,96 - ( 0,2194 x (S - 1.742,14))
0,00

Arbeiders (**)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.742,14
> 1.742,14 en ≤ 2.717,30
> 2.717,30

231,08
231,08 - (0,2370 x (S - 1.742,14))
0,00

(*) Onder 'Bedienden' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 100 %, dus ook bijvoorbeeld arbeiders in de openbare sector.
(**) Onder 'Arbeiders' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 108 %, dus ook bijvoorbeeld kunstenaars.

top

Decava - loonplafonds inhoudingen

(07/01/2022)

Ingevolge de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen en het toepassen van een herwaarderingscoëfficiënt, is er met ingang van 1 januari 2022 een aanpassing van de grensbedragen voor de berekening van de maximale inhouding op de aanvullende vergoedingen:

Grensbedragen na indexering en met toepassing van de herwaarderingscoëfficiënt:

(in EUR)

voltijds, met gezinslast

voltijds, zonder gezinslast

halftijds, met gezinslast

halftijds, zonder gezinslast

basisbedrag 1.130,44 938,50 565,22 469,25
vanaf 01-01-2020 1.768,57 1.468,29 884,29 734,14
vanaf 01-03-2020 1.803,94 1.497,65 901,97 748,82
vanaf 01-01-2021 1.809,71 1.502,44 904,86 751,22

vanaf 01-09-2021

1.845,95 1.532,53 922,97 766,26

vanaf 01-01-2022

1.887,72 1.567,20 943,86 783,60

 

top

Aanpassing forfaits gelegenheidsarbeid, met fooien betaalden en zeevissers

(07/01/2022)

Als gevolg van het overschrijden van de spilindex respectievelijk tijdens de maand december (met fooien betaalden, gelegenheidswerknemers horeca, land- en tuinbouw) en november (zeevissers), wijzigen de forfaitaire daglonen. De tabel bevat de dagforfaits die gelden vanaf 1 januari 2022 , variërend naargelang de sector, de uitgeoefende functie en de leeftijd van de werknemer op de laatste dag van het kwartaal.

De forfaitaire bedragen voor de aangestelden toiletten buiten de horeca ondergaan geen wijzigingen ten opzichte van het 4de kwartaal 2021.

top

Doelgroepvermindering eerste aanwervingen - wijzigingen 2022

(24/12/2021)

Een ontwerp van programmawet voorziet in een aantal wijzigingen voor de toepassing van de doelgroepvermindering eerste aanwervingen. Het gaat zowel om verduidelijkingen om de rechtszekerheid te verhogen als om aanpassingen om meer terug te komen tot de essentie van de maatregel. Een uitvoeringsbesluit zal verder ingaan op de toepassing van deze wijzigingen. In afwachting van de goedkeuring en de publicatie van de wettelijke bepalingen, gaat het onder voorbehoud om volgende wijzigingen:

  • aangepaste definitie van 'nieuwe werkgever'
  • het gebruik van '12 maanden' als referteperiode en niet meer 'de 4 voorafgaande kwartalen'
  • gelegenheidswerknemers in de horeca en flexi-werknemers worden niet meer in rekening genomen bij de telling en voor de vermindering
  • beperking van de ongelimiteerde vermindering G7 tot maximaal het forfait G18 van 4000,00 EUR, maar nog altijd onbeperkt in de tijd
  • beperking tot het slechts 1 x toepassen van elke rang binnen 1 juridische entiteit
  • invoeren van het begrip 'vervanger van een nde werknemer' binnen een kwartaal voor opeenvolgende tewerkstellingen
  • expliciete definitie 'technische bedrijfseenheid' (TBE)
  • differentiëring in 'simultane' en 'historische' TBE
  • nieuwe regels voor het bepalen van de ranginname binnen een TBE
  • invoeren van een zekere tolerantie bij de telling binnen een TBE

Aangepaste definitie 'nieuwe werkgever'

Een werkgever die de 12 maanden voorafgaand aan de indienstname geen werknemer in dienst heeft gehad kan beschouwd worden als een nieuwe werkgever. Als de werknemer voldoet aan de voorwaarden komt hij in aanmerking voor de doelgroepvermindering eerste aanwervingen voor een 1ste werknemer. Kan niet in aanmerking komen voor de vermindering voor een 1ste werknemer:

  • de werknemer in dienst genomen door een werkgever die deel uitmaakt van een simultane TBE
  • de werknemer in dienst genomen door een werkgever die deel uitmaakt van een historische TBE maar die één of meerdere werknemers mee overgenomen heeft; het gaat met andere woorden over een meertewerkstelling bij de TBE die echter kleiner is dan het aantal in dienst getreden werknemers bij de werkgever

De werkgever die 12 opeenvolgende maanden geen werknemers in dienst heeft gehad, moet terug aan de voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor de doelgroepvermindering eerste aanwervingen voor een 1ste werknemer.

De werkgever die de 12 maanden voorafgaand aan de indienstname geen 'n' werknemers gelijktijdig in dienst heeft gehad ('n' = 2 tem 6), kan in aanmerking komen voor de doelgroepvermindering eerste aanwervingen voor een nde werknemer. Binnen een TBE mag het evenmin gaan om een vervanging. De regels betreffende de meertewerkstelling zijn onveranderd. Komt niet in aanmerking voor de vermindering voor een nde werknemer:

  • de werknemer in de simultane TBE waarin reeds n werknemers tewerkgesteld zijn

Technische bedrijfseenheid (TBE)

Een omschrijving van het begrip TBE wordt geïntroduceerd in de regelgeving van de doelgroepvermindering eerste aanwervingen zelf. Als TBE worden de juridische entiteiten beschouwd die

  • gemeenschappelijke personen hebben
    • werknemers die van de ene juridische entiteit overstappen naar een andere
    • werknemers die zelfstandig beginnen met dezelfde of een gelijkaardige activiteit
    • voortgezette ondernemingen met een andere eigenaar maar met (gedeeltelijk) hetzelfde personeel.
      • na faillissement overgenomen werknemers in toepassing van hoofdstuk III van CAO 32bis worden niet mee in rekening genomen om de sociale band te bepalen
  • gelijkaardige of aanvullende activiteiten hebben, zoals bijvoorbeeld
    • bankfilialen die opsplitsen in verschillende filialen – juridische entiteiten
    • verzelfstandigde informaticadiensten binnen eenzelfde groep
    • .... .
  • het kan gaan over juridische entiteiten die gelijktijdig bestaan of juridische entiteiten die elkaar opvolgen.

Om  een onderscheid te maken én een aparte telling voor de ‘rang’ in te voeren werden 2 definities ingevoerd:

  • simultane technische bedrijfseenheid
    • deze functioneert grotendeels als één geheel (nauw samenwerkende entiteiten), maar bestaat formeel uit verschillende juridische entiteiten
    • het bepalen van de rang gebeurt op het niveau van de technische bedrijfseenheid
    • het niveau om de vermindering toe te passen blijft nog steeds de juridische entiteit
    • eenmaal de rang bepaald, blijft deze vastgeklikt aan de juridische entiteit en kan de vermindering toegepast worden met respect voor de algemene voorwaarden die eraan gekoppeld zijn wat betreft het aantal in dienst zijnde werknemers bij die entiteit
    • omdat de technische bedrijfseenheid quasi als één werkgever gezien wordt wat betreft de telling, zal wanneer binnen de technische bedrijfseenheid 6 werknemers tegelijkertijd werkzaam zijn (of waren tewerkgesteld in de 12 voorafgaande maanden), er geen mogelijkheid meer zijn om nog een bijkomend recht te openen (gaat maar tot rang 6)
    • elke vermindering (1ste, 2de, 3de tem 6de ) kan maar één maal toegepast worden binnen een TBE
    • om de vermindering voor een 4de te kunnen toepassen bij één van de juridische entiteiten binnen de TBE, moet er in die juridische entiteit in de loop van het kwartaal minstens 4 werknemers tegelijkertijd tewerkgesteld zijn
  • historische technische bedrijfseenheid
    • het gaat om juridische entiteiten die elkaar chronologisch opvolgen en/of die het gevolg zijn van afsplitsingen maar waarbij op het moment van indienstname van een nieuwe werknemer, de beide juridische entiteiten niets meer met elkaar te maken hebben
    • het principe van de meertewerkstelling ten opzichte van de situatie juist voor de indienstname van de nieuwe werknemer blijft behouden (totaal aantal werknemers / koppen in de TBE op de dag van indienstname ten opzichte van het maximum aantal werknemers / koppen dat gelijktijdig in de TBE tewerkgesteld was in de loop van de 12 maanden die de indienstname voorafgaan)
    • het bepalen van de rang gebeurt nog steeds op het niveau van de juridische entiteit
    • elke vermindering (1ste, 2de, 3de tem 6de ) kan maar één maal toegepast worden binnen dezelfde juridische entiteit (maar eventueel meermaals binnen de technische bedrijfseenheid).

Tellingen

Geen deel uitmakend van een TBE:

  • voor juridische entiteiten die geen deel uitmaken van een TBE, verandert er niets.

Deel uitmakend van een TBE:

  • voor juridische entiteiten die wel deel uitmaken van een TBE, wijzigt de bepaling voor de ranginname
    • zoals gezegd, wordt bij simultane TBE's de rang bepaald binnen de TBE, dus niet binnen de juridische entiteit
    • wanneer er een meertewerkstelling is, kan de indiensttreding van een werknemer binnen een historische TBE het recht op de eerste aanwervingen openen, maar steeds met een rang rekening houdend met eventueel overgenomen werknemers
  • er wordt een tolerantie ingevoerd van maximaal 5 kalenderdagen waarop een tijdelijke verhoging van het aantal werknemers in de referteperiode van 12 maanden niet in rekening wordt gebracht
    • er zijn geen extra voorwaarden gekoppeld aan deze 'tolerantiedagen'; in de telberekening worden de 5 dagen met het hoogste aantal werknemers niet langer meegeteld om de maximumtewerkstelling te bepalen in de referteperiode van 12 maanden
  • om te verzekeren dat de bijkomende tewerkstelling(en) op het moment van indienstname effectief een meer duurzame extra tewerkstelling is, wordt de voorwaarde toegevoegd dat deze meertewerkstelling 1 maand aangehouden moet worden ná datum van indienstname; het gaat om het aantal werknemers binnen de gehele TBE

Regels voor de toepassing van de vermindering

Het recht op de vermindering wordt nagegaan op het moment dat een werknemer in dienst treedt. Dat wil zeggen dat:

  • voor een werknemer die in dienst treedt na 31 december 2021, de telling en de ranginname de nieuwe regels met betrekking tot simultane en historische TBE's volgt
  • wanneer werknemers opeenvolgend in de loop van het kwartaal in dienst treden, zij de vermindering voor een 1ste of een nde werknemer binnen eenzelfde kwartaal kunnen verderzetten zolang hun tewerkstellingsperiodes niet overlappen
    • zo kan in de loop van een kwartaal de doelgroepvermindering voor een 1ste werknemer toegepast worden op elkaar opvolgende werknemers
    • de werkgever kan zelf kiezen op wie hij de vermindering toepast, zelfs op tewerkstellingslijnen binnen het kwartaal die de opening van het recht voorafgaan maar met de beperking dat er geen overlap is voor de toepassing van een bepaalde rang tussen de periodes gedekt door de tewerkstellingslijnen
  • de vermindering voor een nde werknemer blijft gekoppeld aan de juridische entiteit bij wie de rechtopenende werknemer in dienst is getreden. In tegenstelling tot de vermindering 1ste werknemer kan de vermindering wel verder uitgeput worden binnen de periode van 20 kwartalen vanaf het kwartaal van indienstname van de nde werknemer, ook wanneer meer dan 12 maanden geen n werknemers tegelijkertijd in dienst waren
  • met gelegenheidswerknemers in de horeca en flexi-werknemers wordt geen rekening meer gehouden (zij komen dus niet in aanmerking om een vermindering te openen, maar tellen ook niet mee om de rang te bepalen of om te beoordelen of er sprake is van meertewerkstelling).

Een exacte datum 'opening recht' is noodzakelijk om de verminderingen correct te kunnen uitvoeren .

Overgang

  • het recht als gevolg van een indienstname vóór 1 januari 2022, blijft behouden
    • behalve in het geval meerdere 1ste of nde verminderingen bij 1 werkgever toegepast werden; dit was echter reeds uitzonderlijk
    • de werkgever zal dus moeten kiezen voor wie hij een bepaalde vermindering toepast
    • de nieuwe regels met betrekking tot de ranginname bij een simultane TBE gelden niet naar het verleden toe
    • de toepassing binnen een simultane TBE van de eerste aanwervingen voor eenzelfde rang, blijft mogelijk wanneer binnen een juridische entiteit het recht geopend was vóór 1 januari 2022 en dit bij verschillende juridische entiteiten
  • de toepassing van de vermindering blijft niet-nominatief; de werkgever behoudt dus de keuze op wie hij de vermindering toepast
  • het recht op de eerste aanwervingen dat geopend werd vóór 1 januari 2022, door een indienstname die volgens de nieuwe regels niet meer in aanmerking zou komen, blijft behouden.

 

top

Socioculturele sector en sport - aanpassingen artikel 17

(21/12/2021)

De tijdelijke regeling voor verenigingswerk, zoals die sinds 1 januari 2021 is georganiseerd, eindigt op 31 december 2021. Vanaf 1 januari 2022 zal deze regeling vervangen worden door het stelsel van artikel 17 van het koninklijk Besluit van 28 november 1969. Dit systeem werd uitgebreid om het mogelijk te maken werknemers aan te werven om activiteiten uit te voeren die vroeger onder het verenigingswerk vielen.

Toepassingsgebied en contingent

Het nieuwe artikel 17 omvat zowel de sociaal-culturele sector als de sportsector. Waar het huidige artikel momenteel een contingent van 25 dagen/jaar voorziet, zal dit quotum voortaan in uren worden geteld:

  • 300 uren/jaar voor alle activiteiten vermeld in  artikel 17, met een plafond van 100 uren per kwartaal
    • behalve voor het 3de kwartaal: plafond van 190 uren
  • Uitzondering: 450 uren/jaar voor de sportsector, met een plafond van 150 uren per kwartaal
    • behalve voor het 3de kwartaal: plafond van 285 uren.

Het is mogelijk om activiteiten die onder elk van de twee contingenten vallen te combineren. In dat geval is het plafond voor alle activiteiten samen beperkt tot 450 uren/jaar.

Het plafond is beperkt tot 190 uren/jaar voor studenten. Concreet betekent dit dat een student die werkt in het kader van artikel 17 en die in hetzelfde kalenderjaar als student werkt, maximaal 190 uren in het kader van artikel 17 (ongeacht de 'activiteit') kan cumuleren met  475 uren als student waarbij de kwartaalplafonds nog steeds van toepassing zijn. Indien hij het quotum van 190 uren overschrijdt, worden de uren afgetrokken van zijn studentenquotum (475 uren).

Het contingent van 25 dagen blijft alleen gelden voor mensen die voor de VRT, de RTBF of de BRF werken (zie hieronder).

Arbeidsovereenkomst

Om onder de regeling van artikel 17 te kunnen werken, moet een arbeidsovereenkomst worden afgesloten, dat betekent dat de arbeidswetgeving moet worden gerespecteerd. De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg is hiervoor bevoegd.

Voor informatie kan u de site raadplegen: https://www.ikwilaanwerven.be/. Hier vindt u algemene uitleg over de verschillende verplichtingen die moeten nageleefd worden bij de tewerkstelling van werknemers.

Socialezekerheidsbijdragen en belastingen

De prestaties in kader van deze regeling zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen. Er is echter een wel een inkomstenbelasting van 10% van toepassing die de werknemer zal moeten betalen op het moment van de fiscale afrekening, na afloop van het jaar. 

Aangifte

Aangezien de prestaties zijn vrijgesteld van bijdragen, hoeft er geen DmfA te worden verricht.

De prestaties moeten worden aangegeven via een Dimona. De aanpassingen aan deze aangifte die nodig zijn om deze aangifte in uren te kunnen doen, worden op dit moment ontwikkeld, maar begin 2022 zal het nog niet mogelijk zijn deze aangifte te doen. Meer informatie hierover en over het moment vanaf wanneer deze aangiften zullen kunnen gebeuren wordt op een later tijdsstip meegedeeld. Voor de prestaties die voordien (vanaf 1 januari 2022) geleverd werden zullen dus met terugwerkende kracht Dimona aangiften moeten gebeuren.

Voor de werkgevers die geen ander personeel tewerkstellen, en die dus tot nu toe nog geen Dimona aangiften hebben gedaan, zal op dat moment ook meegedeeld worden hoe zij zich moeten identificeren om deze aangiften te kunnen doen.

Deze nieuwe regels gelden ook voor personen die reeds vóór 1 januari 2022 genoten van het systeem van artikel 17.

Activiteiten die mogelijk zijn in het kader van het nieuwe artikel 17

De werkgevers en activiteiten die onder de nieuwe artikel 17 vallen, zijn de volgende:

  • Het Rijk, de Gemeenschappen, de Gewesten, de bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid aangesloten provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, en de personen die zij tewerkstellen in een betrekking die arbeidsprestaties meebrengt, verricht:
    • als verantwoordelijk leider, beheerder, huismeester, monitor of adjunct-monitor in de cyclussen voor vakantiesport tijdens de schoolvakanties, de vrije dagen of de gedeelten in het onderwijs,
    • als animator van socio-culturele en sportactiviteiten tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs.
    • bij wijze van inleiding, aanschouwelijke voordracht of lezing, die plaats hebben na 16 u 30 of tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs.
  • De VRT, de R.T.B.F. en de B.R.F. alsmede de personen die, in hun organiek personeelskader opgenomen, daarenboven in hoedanigheid van artiest tewerkgesteld worden (voor hen blijft het contingent van 25 dagen/jaar gelden);
  • Het Rijk, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provinciale en plaatselijke besturen, evenals de werkgevers georganiseerd als vereniging zonder winstoogmerk of vennootschap met een sociaal oogmerk waarvan de statuten bepalen dat de vennoten geen vermogensvoordeel nastreven, die vakantiekolonies, speelpleinen en sportkampen inrichten en de personen die zij als beheerder, huismeester, monitor of bewaker, alléén tijdens de schoolvakanties tewerkstellen;
  • De door de bevoegde overheden erkende organisaties of organisaties die aangesloten zijn bij een erkende koepelorganisatie en die tot taak hebben socio-culturele vorming en/of sportinitiatie en/of sportactiviteiten te verstrekken, en de personen die buiten hun werk- of schooluren of tijdens de schoolvakanties door deze organisaties worden tewerkgesteld als animator, leider, monitor, coördinator, sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, terreinverzorgers-materiaalmeesters, lesgevers, coaches, procesbegeleiders buiten hun werk- of schooluren of tijdens schoolvakanties;
  • De organisaties van de door de bevoegde overheden erkende amateurkunsten- sector of organisaties die aangesloten zijn bij een erkende koepelorganisatie, die personen tewerkstellen als artistieke of (kunst)technische begeleiders en lesgevers, coaches en procesbegeleiders en waarvan de prestaties geen artistieke prestaties zijn die al worden gedekt of in aanmerking komen voor de forfaitaire onkostenvergoeding;
  • De inrichtende machten van scholen, gesubsidieerd door een Gemeenschap, en de personen die zij tewerkstellen als animator van socio-culturele en sportactiviteiten tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs;
  • De inrichters van sportmanifestaties en de personen die zij uitsluitend op de dag van deze manifestaties tewerkstellen, uitgezonderd betaalde sportbeoefenaars;
  • De organisatoren van socioculturele manifestaties en de personen die ze tewerkstellen voor maximaal 32 uren, te spreiden volgens de behoeften op de dag van het evenement en 3 dagen voor of na het evenement, met uitsluiting van artistieke prestaties die al worden gedekt of in aanmerking komen voor de forfaitaire onkostenvergoeding.

top

Coronapremie - verduidelijkingen en update

(20/12/2021)

Vanaf 1 augustus 2021 bestaat de mogelijkheid voor ondernemingen om over te gaan tot toekenning van een éénmalige coronapremie. Het gaat om een premie uitgereikt onder de vorm van coronapremiecheques. Oorspronkelijk was in de tekst opgenomen dat enkel coronapremiecheques uitgereikt tijdens de periode 1 augustus 2021 tot en met 31 december 2021 als vrijgestelde coronapremie in aanmerking komen.

 

Over de data:

Een nog niet gepubliceerd koninklijk besluit bepaalt dat de beslissing tot toekenning en het ontstaan van het recht op de coronapremie, zich moet situeren vóór 1 januari 2022 en moet zijn opgenomen in een collectieve of individuele overeenkomst afgesloten uiterlijk op 31 december 2021. Het volstaat dat de CAO ondertekend is uiterlijk op 31 december 2021, de neerlegging bij de FOD WASO mag na 31 december 2021, maar moet wel zo snel mogelijk gebeuren

Andere formaliteiten, zoals de beslissing dat de coronapremiecheques elektronisch zullen worden uitgereikt, en het effectief uitreiken van de coronapremiecheques kunnen tot uiterlijk 31 maart 2022 gebeuren.

 

Over de vereiste overeenkomsten:

De toekenning van de coronapremie moet vervat zijn in een cao, gesloten op sectoraal vlak of op ondernemingsvlak. Kan dergelijke overeenkomst niet worden gesloten bij gebrek aan een syndicale delegatie, of gaat het om een personeelscategorie waarvoor het niet de gewoonte is dat ze door zo'n overeenkomst wordt beoogd, dan mag de toekenning worden geregeld door een schriftelijke individuele overeenkomst. In dat geval mag het bedrag van de coronapremiecheques niet hoger zijn dan het hoogste bedrag toegekend bij cao in dezelfde onderneming.

Een werkgever kan aan zijn werknemers op wie een sectorale cao van toepassing is, nog een supplement vrij van bijdragen toekennen. De gewone voorwaarden zijn van toepassing, namelijk

  • als het gaat om ondernemingen die een syndicale delegatie hebben, is een ondernemings-cao verplicht,
  • anders moet het opgenomen worden in een individuele overeenkomst waarbij er geen willekeurige onderscheiden mogen worden gemaakt  tussen de werknemers (dat geldt ook bij individuele overeenkomsten bij gebrek aan sector CAO) .

Alleszins kan alles samengenomen door een werkgever slechts coronapremiecheques worden toegekend voor maximaal 500,00 EUR per werknemer.

 

Over het uitreiken in elektronische vorm:

Als een sectorale cao alleen het bedrag vaststelt, dan moet een onderneming verplicht ook nog een ondernemings-cao/individuele overeenkomsten afsluiten om de toekenning op elektronische manier te mogen doen. Het gaat ook om een modaliteit, dus ze moeten evenmin vóór 1 januari 2022 worden gesloten. Doet een onderneming dat niet dan kunnen de coronapremiecheques enkel op papier worden uitgereikt.

Voor de toekenning op papier voorziet de wetgeving niet dat er een ondernemings-cao/individuele overeenkomsten moet worden afgesloten.

Indien echter de sector-cao, naast het bedrag ook bepaalt dat de toekenning in elektronische vorm moet gebeuren, tenzij een onderneming kiest voor een toekenning op papier, dan volstaat dit. Het is dus niet vereist dat een onderneming nog eens een ondernemings-cao/individuele overeenkomsten afsluit, om hetzelfde te bepalen wat reeds verplicht op die onderneming van toepassing is.

top

120 extra vrijwillige overuren 'relance-uren' 3de en 4de kwartaal 2021, 1ste, 2de, 3de en 4de kwartaal 2022 - update - coronamaatregel

(03/12/2021)

De regering voorziet vanaf het 3de kwartaal 2021 tot en met het 4de kwartaal 2022 een algemene uitbreiding van het systeem van vrijwillige overuren vrij van socialezekerheidsbijdragen (niet-gepubliceerde wetgeving).

Dit houdt in dat in de loop van het 3de kwartaal 2021 en het 4de kwartaal 2021, 120 extra vrijwillige overuren kunnen gepresteerd worden, ongeacht de sector en ongeacht of er dat jaar reeds vrijwillige overuren van het contingent van 100 overuren gebruikt werden. De maatregel geldt voor de werkgevers die vallen onder de arbeidswet van 16 maart 1971 (= de privé-sector en een beperkt aantal werkgevers uit de openbare sector - art. 3, §1, 1° van de wet van 16 maart 1971).

Ook in 2022 kan voor alle kwartalen en in alle sectoren 120 extra vrijwillige overuren gepresteerd worden ongeacht de sector (maar alleen bij werkgevers die vallen onder de arbeidswet van 16 maart 1971). Voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 worden de extra vrijwillige overuren die reeds in het 1ste en 2de kwartaal 2021 gepresteerd werden, wel in mindering gebracht van het bijkomend contingent van 120 extra overuren.

Voor de sociale zekerheid worden deze 120 extra uren vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en moeten zij dus ook niet worden aangegeven in de DmfA.

Het koninklijk besluit van 14 augustus 2021 dat de 120 extra vrijwillige overuren in de ‘cruciale sectoren' voor het 3de kwartaal 2021 vrijstelt, werd eerder gepubliceerd op 26 augustus 2021.

Meer informatie over vrijwillige overuren  en deze extra 120 overuren  vindt u terug op de website van de FOD WASO.

Wat de bedrijfsvoorheffing betreft verwijzen we naar de FOD Financiën voor meer informatie en de laatste stand van zaken.

 

top

Telewerk – Toelichting bij de verplichte aangifte met betrekking tot telewerk - update 29/11/2021 coronamaatregel

(29/11/2021)

De verplichtingen opgelegd door de regering

Het telethuiswerk is opnieuw verplicht bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten voor alle personen bij hen werkzaam, tenzij dit onmogelijk is omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening.

Indien telethuiswerk niet kan worden toegepast, nemen de ondernemingen, verenigingen en diensten de nodige maatregelen om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon en het verplicht dragen van het masker. Ze zijn verplicht de personeelsleden die niet kunnen telethuiswerken een attest of elk ander bewijsstuk te bezorgen dat de noodzaak van hun aanwezigheid op de werkplaats bevestigt. Voor meer informatie over het attest of aanvaardbaar bewijsstuk, verwijzen we naar de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

De sociale inspectiediensten zijn bevoegd voor het toezicht van het naleven van de verplichtingen inzake het telethuiswerk. Het niet naleven van deze verplichting kan gesanctioneerd worden met ofwel een strafrechtelijke boete ofwel een administratieve geldboete.

Deze update brengt de tekst in overeenstemming met de wijzigingen opgenomen in het koninklijk besluit van 27 november 2021 (BS 27 november 2021).

 

Maandelijkse registratie met betrekking tot het telewerk

Alle werkgevers moeten maandelijks een beperkt aantal gegevens aan de RSZ meedelen:

  • het aantal personen werkzaam bij de onderneming,
    • wanneer de onderneming over meerdere vestigingseenheden beschikt, dient dit per vestigingseenheid vermeld;
  • het aantal personen werkzaam bij de onderneming die een functie uitoefenen die niet telewerkbaar is,
    • wanneer de onderneming over meerdere vestigingseenheden beschikt, dient dit per vestigingseenheid vermeld.
  • de aangifte heeft betrekking op de situatie van de 1ste werkdag van de maand en moet ingediend zijn uiterlijk op de 6de kalenderdag van de maand;
    • voor de periode tot en met 31 december gaat het over de situatie op woensdag  24 november 2021. De aangifte moet uiterlijk op dinsdag 30 november 2021 gedaan zijn,

Wanneer er geen wijzigingen zijn voor de daaropvolgende maand moet er geen nieuwe aangifte worden ingediend.

De sociale inspectiediensten zullen deze data als referentiepunt hanteren wanneer zij het naleven van het telewerk controleren. Wie een telewerkbare functie vervult, maar toch in het bedrijf aanwezig is, zal zijn of haar aanwezigheid moeten kunnen verantwoorden.

De aangifte gebeurt via de applicatie 'Corona Telewerkaangifte' op de portaalsite. De procedure en de aangifteregels zijn grotendeels gelijk aan de verplichte aangite telewerk in het voorjaar 2021.

 

Wie doet de aangifte?

De registratieplicht geldt voor alle werkgevers, behalve voor:

  • KMO’s waar minder dan 5 personen werkzaam zijn, ongeacht de aard van hun arbeidsrelatie,
  • inrichtingen die vallen onder het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de Federale Staat en de Gewesten in verband met inrichtingen en activiteiten met gevaarlijke stoffen
  •  werkgevers uit de gezondheidszorg zoals bedoeld in artikel 40 van de wet van 20 december 2020
  • de politiediensten zoals bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op 2 niveau's
  • onderwijsinstellingen zowel voor hun personeel betaald door de inrichtende machten als het personeel betaald door de Gemeenschappen; deze uitzondering geldt niet voor de universiteiten, privé-scholen en andere opleidingsinstellingen die zelf hun personeel betalen
  • de operationele diensten van de civiele veiligheid bedoeld in artikel 2,  §1, 1°, van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid
  • de penitentiaire inrichtingen, de rechterlijke orde en de inlichtingendiensten.

Degene die de aangifte wil verrichten dient zich aan te melden aan de hand van zijn e-ID, Itsme of de andere technische mogelijkheden die door het toegangssysteem CSAM worden aangeboden.

Er zijn in dit geval meerdere mogelijkheden:

  • De onderneming is reeds gekend in het toegangssysteem CSAM en de persoon die in naam van de onderneming een aangifte wil indienen, heeft reeds toegangsrechten die zijn toegekend door de onderneming. In dit geval kan hij zich aanmelden als vertegenwoordiger van de onderneming.
  • De onderneming is reeds gekend in het toegangssysteem CSAM maar de persoon die in naam van de onderneming een aangifte wil indienen, heeft nog geen toegangsrechten die zijn toegekend door de onderneming. In dat geval kan de Hoofdtoegangsbeheerder van de onderneming die rechten toewijzen via de onlinedienst Toegangsbeheer. Als dit gebeurd is, kan hij zich aanmelden als vertegenwoordiger van de onderneming.
  • De onderneming is nog niet gekend in het toegangssysteem CSAM of de persoon die in naam van de onderneming een aangifte wil indienen, heeft nog geen toegangsrechten die zijn toegekend door de onderneming.
    In dit geval wordt ook toegelaten dat de persoon zich aanmeldt als burger met zijn e-ID, Itsme of de andere toegelaten systemen. Wanneer men zich aanmeldt als burger dient men in de aangifte te verklaren dat hij of zij als gevolmachtigde van de onderneming optreedt.De onderneming ontvangt altijd een bevestiging van de aangifte.
  • Heeft uw onderneming meerdere vestigingseenheden? In dit geval geschiedt de aangifte steeds per vestigingseenheid. Het is niet nodig dat één persoon in één keer alle aangiften voor de hele onderneming doet. U kan deze opdracht ook doorgeven aan één of meerdere lokale verantwoordelijken.
    Ondernemingen met meer dan 20 vestigingseenheden kunnen de gevraagde gegevens met betrekking tot alle vestigingseenheden indienen via de toepassing aan de hand van een gestructureerd excelbestand.

 

Wanneer moet de aangifte gebeuren?

De aangifte heeft betrekking op de situatie op de 1ste werkdag van de maand en wordt uiterlijk ingediend op de 6de kalenderdag van de maand:

  • de situatie op woensdag 24 november 2021 dient aangegeven op uiterlijk dinsdag 30 november  2021.
  • de situatie op 3 januari  2022 dient aangegeven op uiterlijk donderdag 6 januari 2022.
  • vervolgens telkens de situatie op de 1ste werkdag van de maand en de aangifte uiterlijk op de 6de kalenderdag van de maand tenzij de situatie onveranderd is ten opzichte van de laaste aangifte.

 

Hoe vult u de aangifte in?

  1. Duid aan of uw onderneming over één of meerdere vestigingseenheden beschikt. Bij meerdere vestigingseenheden identificeert u de vestigingseenheid aan de hand van het vestigingseenheidsnummer.
    • Met vestigingseenheid wordt bedoeld: een plaats (gekend met een adres) waarop of van waaruit een hoofd- of nevenactiviteit van de onderneming wordt uitgeoefend (bv. exploitatiezetel, afdeling, atelier, fabriek, magazijn, bureau, winkel...). De vestigingseenheden van uw onderneming kunt u opzoeken in de Public Search van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
    • Elke vestigingseenheid is gekend in de Kruispuntbank van Ondernemingen met een eigen identificatienummer, het vestigingseenheidsnummer. Dit nummer is niet hetzelfde als ondernemingsnummer (KBO-nummer) van uw bedrijf.  Uw vestigingseenheidsnummers kunt u opzoeken in de Public Search van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
    • Ondernemingen met meer dan 20 vestigingseenheden kunnen de gevraagde gegevens met betrekking tot alle vestigingseenheden indienen via de toepassing aan de hand van een gestructureerd excelbestand.
       
  2. Vul het aantal personen werkzaam bij de onderneming in.
    • Het gaat om een foto van uw onderneming op de 1ste werkdag van de maand.  Indien de onderneming over meerdere vestigingseenheden beschikt, dient het aantal personen werkzaam in de vestigingseenheid ingevuld te worden.
    • U vermeldt het totale aantal werknemers die de onderneming in dienst heeft (= gebonden door een arbeidsovereenkomst, leerovereenkomst, statuut,…). Voor flexi-werknemers wordt gekeken naar de lopende raamovereenkomsten. Langdurig zieken en personen in tijdskrediet worden ook meegeteld, evenals medewerkers met een ambulante functie (vb koeriers, inspecteurs,…).
    • Maakt uw onderneming op een structurele basis gebruik van uitzendkrachten of werkt er structureel personeel van een andere werkgever in uw vestigingseenheid (bijvoorbeeld onderaannemers, gedetacheerden, bewakingspersoneel,…), dan voegt u het aantal, dat op vermelde data bij u actief is, toe aan het totaal.
    • Dit geldt ook indien er in uw onderneming personen op zelfstandige basis structureel aan het werk zijn (consultants, vennoten, ...). Het gaat dus niet om punctuele aanwezigheden, zoals voor herstellingen, schoonmaak, onderhoud,... .
    • Uitzendkantoren moeten enkel het eigen personeel aangeven, niet de uitzendkrachten die in principe elders werkzaam zijn. Zij worden geteld bij de gebruiker. Hetzelfde geldt voor ondernemingen die personeel ter beschikking stellen van of structureel laten presteren in een andere onderneming.
       
  3. Vul het aantal personen werkzaam bij uw onderneming met een niet-telewerkbare functie in.
    • Met niet-telewerkbare functie wordt bedoeld, elke functie die van nature ter plaatse moet uitgevoerd worden, bijvoorbeeld arbeiders, technische bedienden, onthaalpersoneel, keukenpersoneel, schoonmaakpersoneel, administratieve medewerkers die hun opdrachten niet van thuis kunnen verrichten, ambulante functies zoals inspecteurs, koeriers, thuiszorg, … .
    • Het gaat om een foto van het aantal personen werkzaam in uw onderneming op de 1ste werkdag van de maand. Indien de onderneming over meerdere vestigingseenheden beschikt, dient het aantal personen werkzaam in de vestigingseenheid ingevuld te worden. Personen die uitzonderlijk aanwezig zijn omdat zij bijvoorbeeld materiaal moeten ophalen, bepaalde documenten uitprinten of een evaluatiegesprek moeten houden, kunnen dit verantwoorden en worden niet opgenomen in het aantal niet-telewerkbare functies. Hetzelfde geldt voor directieleden en personen die behoren tot het lijnmanagement (bijvoorbeeld ploegbazen, teamchefs, ...).
    • Maakt uw onderneming op structurele basis gebruik van uitzendkrachten of werkt er structureel personeel van een andere werkgever in uw vestigingseenheid, dan voegt u het aantal personen zonder telewerkbare functie, dat op vermelde data bij u actief is, toe aan het totaal.
    • Hetzelfde geldt voor de personen die op zelfstandige basis structureel aanwezig zijn.
    • Zowel voor de vermelding van het totaal aantal werkzame personen als voor het aantal niet-telewerkbare functies, kan een wijziging / rechtzetting nog gebeuren door opnieuw een aangifte te doen met het totaal aantal werkzame personen in de onderneming / vestiging op de 1ste werkdag van de maand en het aantal niet-telewerkbare functies. De laatst doorgestuurde aangifte vervangt de voorafgaande aangiftes.
       
  4. Vul de contactgegevens in waarop de overheid u kan bereiken voor verdere informatie.
     
  5. Controleer het overzicht van de aangifte, en dien uw aangifte in.

Na de aangifte wordt een ontvangstbevestiging gestuurd naar het opgegeven e-mailadres.

top