Tewerkstelling als flexi-werknemer via een uitzendkantoor - beperking

(20/05/2022)

De regelgeving rond flexi-jobs voorziet dat de flexi-jobwerknemer bij dezelfde werkgever niet tewerkgesteld mag zijn met (een) andere arbeidsovereenkomst(en) waarvoor hij tijdens het kwartaal 80 % of meer prestaties levert in vergelijking met wat theoretisch mogelijk is in een voltijdse betrekking.

De wet van 1 april 2022 (BS 27 april 2022) verbiedt nu ook expliciet om een werknemer via een uitzendkantoor als flexi-jobwerknemer tewerk te stellen bij dezelfde werkgever als diegene waarmee de werknemer rechtstreeks verbonden is met een arbeidsovereenkomst.

Bij de aangifte van een Dimona 'FLX' wordt hiermee rekening gehouden en zal een 'NOK' worden verstuurd als het gaat om een flexi-tewerkstelling via een uitzendkantoor bij een gebruiker die reeds werkgever is van de flexi-werknemer.

top

Verlenging van een aantal maatregelen in de zorgsector en het onderwijs - coronamaatregelen

(11/05/2022)

Een (nog niet gepubliceerde) wet voorziet in een aantal arbeidsrechterlijke maatregelen ten behoeve van de zorgsector en het onderwijs. Het gaat daarbij onder andere om:

  • een neutralisering van het aantal uren studentenarbeid in de zorg en het onderwijs, zoals beschreven in de tussentijdse mededeling van 15 februari 2022, voor het 2de kwartaal 2022
  • de hertewerkstelling als werkloze met bedrijfstoeslag bij de vroegere werkgever, dat zoals in het 1ste kwartaal 2022 en eerdere kwartalen in 2021, verder als een hertewerkstelling type 1 wordt beschouwd en niet als type 2 (hertewerkstelling bij een andere werkgever, zodat de bijzondere bijdragen en inhoudingen decava niet verschuldigd zijn) tijdens het 2de kwartaal 2022.

top

Flexi-loon

(02/05/2022)

In het kader van een flexi-job heeft de werknemer recht op een loon (bruto is netto aangezien er geen inhoudingen zijn) dat niet lager mag zijn dan 8,82 EUR per uur (niet-geïndexeerd). Eveneens wordt, samen met ieder loon, een flexi-vakantiegeld uitbetaald van 0,68 EUR per uur (niet-geïndexeerd, totaal dus 9,50 EUR per uur). Door een aanpassing voortvloeiend uit een indexoverschrijding, bedraagt  vanaf 1 mei 2022 het minimumbedrag van het flexi-uurloon 10,33 EUR en het flexi-vakantiegeld 0,79 EUR per uur (totaal dus 11,12 EUR).

top

Decava - loonplafonds inhoudingen

(02/05/2022)

Ingevolge de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, is er met ingang van 1 mei 2022 een aanpassing van de grensbedragen voor de berekening van de maximale inhouding op de aanvullende vergoedingen:

Grensbedragen na indexering en met toepassing van de herwaarderingscoëfficiënt:

(in EUR)

voltijds, met gezinslast

voltijds, zonder gezinslast

halftijds, met gezinslast

halftijds, zonder gezinslast

basisbedrag 1.130,44 938,50 565,22 469,25
vanaf 01-09-2021 1.845.95 1.532,53 922,97 766,26
vanaf 01-01-2022 1.887,72 1.567,20 943,86 783,60
vanaf 01-03-2022 1.925,58 1.598,63 962,79 799,31
vanaf 01-05-2022 1.964,07 1.630,59 982,04 815,29

top

Huisarbeiders - aantal arbeidsdagen

(02/05/2022)

De RSZ aanvaardt dat het aantal arbeidsdagen voor huisarbeiders berekend wordt op basis van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen. Als gevolg van de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, bedraagt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen 1.842,28 EUR met ingang van 1 mei 2022.

top

Werkbonus - grensbedragen

(02/05/2022)

 

Ingevolge de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, is er een aanpassing van de loongrenzen en van de maximale verminderingsbedragen voor de berekening van de werkbonus. Hieronder vindt u in tabelvorm de nieuwe bedragen vanaf 1 mei 2022.

Bedienden (*)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.897,55
1.897,55 en ≤ 2.904,93
> 2.904,93

233,05
233,05 - ( 0,2313 x (S - 1.897,55))
0,00

Arbeiders (**)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.897,55
> 1.897,55 en ≤ 2.904,93
> 2.904,93

251,69
251,69 - (0,2498 x (S - 1.897,55))
0,00

(*) Onder 'Bedienden' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 100 %, dus ook bijvoorbeeld arbeiders in de openbare sector.
(**) Onder 'Arbeiders' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 108 %, dus ook bijvoorbeeld kunstenaars.

top

Aanpassing van loonplafonds verminderingen

(07/04/2022)

Als gevolg van een overschrijding van de spilindex in de loop van de maand februari 2022, wijzigen een aantal loonplafonds voor de berekening van bijdrageverminderingen. Dit kan ook een impact hebben op sommige overgangsmaatregelen van de geregionaliseerde verminderingen vanaf 1 april 2022.

Het grensbedrag voor de doelgroepvermindering kunstenaars is ook aangepast aan de verhoging van het GGMMI zoals bepaald in de CAO nr 43-16.

Vanaf 1 april 2022 wordt een zeer lage lonencomponent toegevoegd (nog niet gepubliceerde wetgeving)

Structurele vermindering

Aanpassing van de bovenste loongrens van de lagelonencomponent (S0) en aanpassing van de ondergrens van de hogelonencomponent (S1) van de structurele vermindering:

Rcategorie 1 = 0,1400 x (  9.779,77S) + 0,4000 x (5.889,70 - S); (algemene categorie)
Rcategorie 2 = 79,00 + 0,2557 x ( 8.215,66S) + 0,4000 x (6.048,89 - S) + 0,0600 x (W 14.342,02); (categorie sociale maribel)
Rcategorie 3 met loonmatiging = 0,1400 x ( 10.597,01 S) + 0,4000 x (5.889,70 - S); (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers met loonmatiging)
Rcategorie 3 zonder loonmatiging = 495,00 + 0,1785 x ( 10.061,21 S) + 0,4000 x (5.889,70 - S). (categorie erkende beschutte werkplaats, werknemers zonder loonmatiging)

Doelgroepvermindering oudere werknemers

  • Brussel: 11.592,84 EUR
  • Wallonië: 15.393,63 EUR

Doelgroepvermindering kunstenaars

  • Algemene regeling/overgangsmaatregelen: 5.418,48 EUR

Werknemersbijdragevermindering herstructurering

  • S0 = 3.259,92 EUR
  • S1 = 4.780,67 EUR

top

Huisarbeiders - aantal arbeidsdagen

(07/04/2022)

De RSZ aanvaardt dat het aantal arbeidsdagen voor huisarbeiders berekend wordt op basis van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen. Als gevolg van de verhoging vastgelegd in de CAO nr. 43-16, bedraagt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen 1.806,16 EUR met ingang van 1 april 2022.

top

Vrijwillige brandweerlieden en ambulanciers - vrijgestelde vergoedingen

(07/04/2022)

De vergoedingen voor ‘niet-uitzonderlijke’ prestaties van de vrijwillige brandweerlieden en ambulanciers zijn vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen voor zover zij een maximumbedrag per kwartaal niet overschrijden. Door een aanpassing voortvloeiend uit de indexoverschrijding is het maximumbedrag vanaf 1 april 2022 gelijk aan 1.191,26 EUR per kwartaal.

top

Socioculturele sector en sport - verenigingswerk

(07/04/2022)

Prestaties onder arbeidsovereenkomst in het kader van verenigingswerk moeten niet aangeven worden in DmfA. Zij moeten wel worden aangegeven via Dimona. Vanaf vandaag (7 april 2022) is deze aangifte Dimona type S17, O17 of T17 mogelijk.

Voor de prestaties die voordien (vanaf 1 januari 2022) geleverd werden zullen dus met terugwerkende kracht Dimona aangiften moeten gebeuren. Dimona-aangiften voor de prestaties tijdens deze periode moeten zo snel mogelijk worden ingediend zodat de tellers van de contingenten zo snel mogelijk kunnen worden geüpdatet. Dit is ook het geval voor de Dimona's 'A17', volgens het oude systeem uitgedrukt in dagen die voor die periode zouden zijn uitgevoerd. Deze aangiften moeten worden geannuleerd en opnieuw worden aangemaakt in uren.

Deze nieuwe regels gelden ook voor personen die reeds vóór 1 januari 2022 genoten van het systeem van artikel 17. De applicatie om het contingent te raadplegen is eveneens vanaf vandaag beschikbaar.

Meer informatie is terug te vinden op de website voor het verenigingswerk.

Op de webpagina 'Activiteiten in sociaal-cultureel werk en sport' licht de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg de arbeidsrechterlijke aspecten toe.

top

Crisismaatregel: tijdelijke werkloosheid wegens overmacht - Oekraïne - update 05/04/2022

(05/04/2022)

Voor het 2de kwartaal 2022 worden de dagen 'tijdelijke werkloosheid overmacht' die verband houden met het conflict tussen Rusland en Oekraïne, eveneens ondergebracht onder de prestatiecode 77 'tijdelijke werkloosheid wegens overmacht - corona en oorlog in Oekraïne'. Op deze manier kan de specifieke tijdelijke werkloosheidssituatie als gevolg van het conflict in Oekraïne, net zoals de overmachtsituatie 'corona', onderscheiden worden van andere tijdelijke werkloosheidssituaties.

Tevens wordt de vereenvoudigde procedure 'tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona' verlengd tot 30 juni 2022. Alle tijdelijke werkloosheid als gevolg van de coronapandemie (gedurende het 2de kwartaal 2022) of het conflict in Oekraïne (ook indien deze vóór 1 april 2022 zou zijn gelegen) kan bijgevolg tot en met 30 juni 2022 worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona / Oekraïne.

Meer informatie betreffende de vereenvoudigde procedure voor de aanvraag van de tijdelijke werkloosheid, is terug te vinden op de website van de RVA.

De vereenvoudigde procedure 'tijdelijke werkloosheid overmacht overstromingen' is niet meer mogelijk vanaf 1 januari 2022 en mag als dusdanig ook niet meer met de prestatiecode 77 worden aangegeven.

De vereenvoudigde procedure 'tijdelijke werkloosheid overmacht overstromingen' werd eind maart 2022 nog verlengd tot en met 31 maart 2022 en kan dus ook het 1ste kwartaal 2022 als dusdanig met de prestatiecode 77 worden aangegeven. Meer informatie hierover is terug te vinden op de website van de RVA.

 

 

top

Aanpassing forfaits gelegenheidsarbeid, met fooien betaalden en zeevissers

(05/04/2022)

Als gevolg van het overschrijden van de spilindex respectievelijk tijdens de maand februari (met fooien betaalden, gelegenheidswerknemers horeca, land- en tuinbouw) en januari en februari (zeevissers), wijzigen de forfaitaire daglonen.

Daarnaast heeft de verhoging van het GGMMI vanaf 1 april 2022 overeenkomstig de CAO nr. 43-16 eveneens een verhoging als gevolg voor de forfaits van de met fooien betaalden en de gelegenheidswerknemers horeca, land- en tuinbouw.

De tabel bevat de dagforfaits die gelden vanaf 1 april 2022 , variërend naargelang de sector, de uitgeoefende functie en de leeftijd van de werknemer op de laatste dag van het kwartaal.

De forfaitaire bedragen voor de aangestelden toiletten buiten de horeca ondergaan geen wijzigingen ten opzichte van het 1ste kwartaal 2022.

top

Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid

(04/04/2022)

In het kader van een mini-taxshift werd besloten om de bijzondere bijdrage sociale zekerheid te verlagen, als eerste stap in de uiteindelijke afschaffing van deze bijdrage. Overeenkomstig deze verlaging worden de maandelijkse inhoudingen op het loon eveneens verlaagd (wet van 28 maart 2022 - BS van 31 maart 2022).

Voortaan wordt er voor de berekening van de bijdrage ook een onderscheid gemaakt tussen belastingplichtigen die alleen worden belast en belastingplichtigen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd. Op die manier wordt de bijdrage ook verlaagd voor tweeverdieners met een laag of middeninkomen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd.

Op kwartaalbasis bedraagt de inhouding:

  • gemeenschappelijke aanslag
    • echtgenoot met beroepsinkomsten
      • 15,45 EUR per kwartaal voor de werknemer van wie het aan te geven kwartaalloon begrepen is in de schijf >= 3.285,29 EUR en < 5.836,14 EUR;
      • 5,90 % van het gedeelte van het maandloon dat 1.945,38 EUR overschrijdt en dat begrepen is in de schijf > 1.945,38 EUR en =< 2.190,18 EUR en voor zover het aan te geven kwartaalloon begrepen is in de schijf >= 5.836,14 EUR en =< 6.570,54 EUR met een minimum van 15,45 EUR per kwartaal;
      • 43,32 EUR per kwartaal, verhoogd met 1,10 % van het gedeelte van het maandloon dat 2.190,18 EUR overschrijdt voor zover het aan te geven kwartaalloon > 6.570,54 EUR met een maximum van 154,92 EUR per kwartaal;
    • echtgenoot zonder beroepsinkomsten
      • 5,90 % van het gedeelte van het maandloon dat 1.945,38 EUR overschrijdt en dat begrepen is in de schijf > 1.945,38 EUR =< 2.190,18 EUR en voor zover het aan te geven kwartaalloon begrepen is in de schijf >= 5.836,14 EUR en =< 6.570,54 EUR;
      • 43,32 EUR per kwartaal, verhoogd met 1,10 % van het gedeelte van het maandloon dat 2.190,18 EUR overschrijdt voor zover het aan te geven kwartaalloon > 6.570,54 EUR met een maximum van 182,82 EUR per kwartaal;
  • individuele aanslag
    • 4,22 % van het gedeelte van het maandloon dat 1.945,38 EUR overschrijdt en dat begrepen is in de schijf > 1.945,38 EUR en =< 2.190,18 EUR en voor zover het aan te geven kwartaalloon begrepen is in de schijf >= 5.836,14 EUR en =< 6.570,54 EUR;
    • 30,99 EUR per kwartaal, verhoogd met 1,10 % van het gedeelte van het maandloon dat 2.190,18 EUR overschrijdt en dat begrepen is in de schijf > 2.190,18 EUR en =< 3.737,00 EUR en voor zover het aan te geven kwartaalloon begrepen in de schijf > 6.570,54 EUR en =< 11.211,00 EUR;
    • 82,05 EUR per kwartaal, verhoogd met 3,38 % van het gedeelte van het maandloon dat 3.737,00 EUR overschrijdt en dat begrepen is in de schijf > 3.737,00 EUR en =< 4.100,00 EUR en voor zover het aan te geven kwartaalloon begrepen is in de schijf > 11.211,00 EUR en =< 12.300,00 EUR;
    • 118,83 EUR per kwartaal, verhoogd met 1,10 % van het gedeelte van het maandloon dat 4.100,00 EUR overschrijdt en dat begrepen is in de schijf > 4.100,00 EUR en =< 6.038,82 EUR en voor zover het aan te geven kwartaalloon begrepen is in de schijf > 12.300,00 EUR en =< 18.116,46 EUR;
    • 182,82 EUR per kwartaal voor zover het aan te geven kwartaalloon > 18.116,46 EUR.

Het begrip 'echtgenoot die beroepsinkomsten heeft' moet als volgt worden toegepast. Het betreft de echtgenoot die, overeenkomstig de reglementering inzake bedrijfsvoorheffing, beroepsinkomsten geniet waarvan het bedrag de grens overschrijdt die is vastgesteld in verband met de vermindering op de bedrijfsvoorheffing ingevolge andere familiale lasten en die wordt toegekend wanneer de echtgenoot eigen beroepsinkomsten heeft. De wettelijk samenwonenden worden volledig gelijkgesteld met gehuwden, en beschouwd als echtgenoten.

top

Werkbonus - grensbedragen

(04/04/2022)

Ingevolge de verhoging van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) overeenkomstig CAO 43-16, is er een aanpassing van de loongrenzen, de hellingscoëfficiënten en van de maximale verminderingsbedragen nodig voor de berekening van de werkbonus. Hieronder vindt u in tabelvorm de nieuwe bedragen vanaf 1 april 2022.

Bedienden (*)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.860,34
1.860,34 en ≤ 2.847,98
> 2.847,98

228,48
228,48 - ( 0,2313 x (S - 1.860,34))
0,00

Arbeiders (**)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.860,34
> 1.860,34 en ≤ 2.847,98
> 2.847,98

246,76
246,76 - (0,2498 x (S - 1.860,34))
0,00

(*) Onder 'Bedienden' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 100 %, dus ook bijvoorbeeld arbeiders in de openbare sector.
(**) Onder 'Arbeiders' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 108 %, dus ook bijvoorbeeld kunstenaars.

top

Gedeeltelijke compensatie werkgeverskost jaarlijkse vakantie voor de gelijkstelling tijdelijke werkloosheid overmacht 'corona' en 'overstromingen'

(31/03/2022)

Een gedeeltelijke compensatie is voorzien voor de kost voortvloeiend uit de gelijkstelling van de dagen tijdelijke werkloosheid overmacht overstromingen en, zoals in 2021, eveneens voor de gelijkstelling van de dagen tijdelijke werkloosheid  corona voor wat het vakantiegeld voor de bedienden betreft (wet van 27 december 2021 - BS van 31 december 2021; koninklijk besluit van 7 december 2021 - BS van 21 december 2021).

De compensatie kan dus uit 2 delen bestaan:

  • een gedeeltelijke compensatie voor de dagen tijdelijke werkloosheid overmacht corona
  • een gedeeltelijke compensatie voor de dagen tijdelijke werkloosheid overmacht overstromingen.

De berekening wordt uitgevoerd door de RSZ en het bedrag van de compensatie zal ter kennisgeving eind juni 2022 worden overgemaakt aan de werkgever. Dit wordt in eerste instantie in mindering gebracht van de bedragen verschuldigd voor het 2de kwartaal 2022.

Indien de werkgever voor beiden in aanmerking komt, gaat de RSZ als volgt tewerk:

  • als de compensatie corona >= de compensatie overstroming, is er geen bijkomende compensatie en is de uiteindelijke compensatie deze van de compensatie corona,
  • als de compensatie corona < de compensatie overstroming, dan vult de RSZ de compensatie voor de dagen tijdelijke werkloosheid overmacht corona aan tot het bedrag van de compensatie tijdelijke werkloosheid overmacht overstromingen.

De compensatie voor de overstromingen is enkel mogelijk voor de getroffen werkgever die in het 3de kwartaal 2021 bedienden tewerkstelde waarop de vakantieregeling van de privé-sector van toepassing is. Dit houdt in dat de werkgever tijdens het 3de kwartaal 2021 werknemers tewerkstelde bedoeld in titel III van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers.

Om de berekening te kunnen uitvoeren moet de werkgever of zijn mandataris, via een applicatie het aantal dagen 'afwezigheid wegens overmacht overstromingen' tijdens het 3de en het 4de kwartaal 2021 meedelen en dit uiterlijk op 31 mei 2022. Op basis hiervan zal de RSZ, na verificatie van het toepassingsgebied en na vergelijking met de aangegeven dagen onder prestatiecode ‘77’ (tijdelijke werkloosheid wegens overmacht Corona of overstromingen) in de DmfA van deze twee kwartalen, nagaan of er recht is op een compensatie en het bedrag ervan berekenen.

De berekening voor de compensatie tijdelijke werkloosheid corona gebeurt door:

  • per werkgever een 'compensatiepercentage' te bepalen op basis van een 'gemiddelde prestatiebreuk' µ(corona) die wordt bekomen door de dagen tijdelijke werkloosheid overmacht corona (prestatiecode 77) van elke individuele bediende ten opzichte van zijn totale prestatie gedurende het 1ste en het 2de kwartaal 2021 vast te stellen en vervolgens de som ervan te proratiseren:
    • < 0,41 geeft als compensatiepercentage 0%,
    • >= 0,41 en < 0,51 = 40%,
    • >= 0,51 en < 0,61 = 50%,
    • >= 0,61 en < 0,71 = 60%,
    • >= 0,71 en < 0,81 = 70%,
    • >= 0,81 en < 0,91 = 80%,
    • >= 0,91 = 95%;
  • vervolgens dit 'compensatiepercentage' toe te passen op de som van de 'prestatiebreuken' van de individuele bedienden van de werkgever voor het 1ste, 2de, 3de en 4de kwartaal 2021 om zo het 'gewicht' van de werkgever te bepalen
  • op basis hiervan het aandeel van de werkgever in het totale 'gewicht ' van alle werkgevers vast te stellen
  • uiteindelijk het compensatiebedrag te berekenen op basis van het 'relatieve gewicht' van de werkgever voor de verdeling van de voorziene enveloppe.

De berekening voor de compensatie tijdelijke werkloosheid overstromingen gebeurt:

  • op basis van een forfaitaire compensatie per dag tijdelijke werkloosheid omwille van overstromingen vastgesteld pro rata van een voorziene enveloppe,
  • met een maximum van 18,00 EUR per dag tijdelijke werkloosheid overmacht overstroming van de bediende.

Vragen over deze maatregel kunt u stellen via uw e-Box Ondernemingen of mailen naar: corona@onssrszlss.fgov.be.

top

Aangifte van lokale mandatarissen

(08/03/2022)

Vanaf 1 januari 2022 moeten er Capelo-gegevens worden aangegeven voor bepaalde lokale mandatarissen. Dit impliceert dat nu ook de aangifte van deze beschermde lokale mandatarissen niet langer facultatief is. Zij moeten dus zowel in Dimona als de DmfA worden aangegeven.

Aangifte van beschermde lokale mandatarissen

Vanaf de aangifte 1/2022 moet voor 'beschermde' lokale mandatarissen dus:

  • een Dimona 'PMP' worden uitgevoerd,
    • met begin- en einddatum gelijk aan de begin- en einddatum van het mandaat
    • als het statuut van de mandataris wijzigt in de loop van een legislatuur of tussen legislaturen (van beschermd 'PMP' naar niet-beschermd 'OTH' of vice versa), dan moet een nieuwe Dimona-periode met een ander type werknemer gecreëerd worden
  • een DmfA-aangifte moet nu ook gebeuren voor de beschermde lokale mandatarissen, met
    • een voltijds werkregime van 38 uren per week (mandatarissen met prestaties) of 0 uren per week (afwezige mandatarissen - MRA-code), zoals de niet-beschermde lokale mandatarissen
    • aantal dagen per week van de arbeidsregeling = 5 dagen per week (mandatarissen met prestaties) of 0 dagen per week (afwezige mandatarissen), zoals de niet-beschermde lokale mandatarissen
    • type arbeidsovereenkomst = 0, zoals de niet-beschermde lokale mandatarissen
    • prestatiecodes
      • prestatiecode 110 - algemeen
      • prestaties gelinkt aan de uittredingsvergoeding van de leden van de Bestendige Deputatie of provinciecollege (beschermde en niet-beschermde lokale mandatarissen) = 110
    • maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd
      • MRA-code 510 - alle afwezigheden behalve disciplinaire schorsing
      • MRA-code 517 - disciplinaire schorsing van een lokale mandataris
    • looncodes
      • looncode 27 - alle vergoedingen behalve de uittredingsvergoeding van de leden van de Bestendige Deputatie of provinciecollege
      • looncode 28 - uittredingsvergoeding van een lid van de Bestendige Deputatie of provinciecollege
      • uittredingsvergoedingen van burgemeesters en schepenen moet niet worden aangegeven

Capelo

Vanaf 1/2022 moet een Capelo-aangifte gedaan worden zowel voor beschermde als voor niet-beschermde lokale mandatarissen die een van volgende functies bekleden:

  • Burgemeester
  • Schepen
  • OCMW-voorzitter (in het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) en voorzitter van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst (in het Vlaams Gewest)
  • Leden van de Bestendige Deputatie (in het Vlaams Gewest) en het provinciecollege (in het Waals Gewest)
  • Districtburgemeester (voorlopig enkel in de stad Antwerpen)
  • Districtschepen (voorlopig enkel in de stad Antwerpen)

Als twee mandaten gecumuleerd worden, dan moet enkel het bezoldigde mandaat aangegeven worden.

Als een aangegeven lokale mandataris niet behoort tot het toepassingsgebied van Capelo (bv. de voorzitter van een intercommunale), dan moet de waarde '1' (= vrijstelling) vermeld worden in de bestaande zone 'vrijstelling van aangifte van gegevens van de tewerkstelling met betrekking tot de overheidssector'.

Meer informatie kan teruggevonden worden in het werkdocument 'de aangifte van lokale mandatarissen'.

top

Activiteiten die mogelijk zijn in het kader van het nieuwe artikel 17 - correctie

(04/03/2022)

De in de instructies van het 1ste kwartaal 2022 opgesomde activiteiten die in aanmerking komen voor de regeling artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 (vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen) zijn niet correct en onvolledig.

Het zijn de activiteiten zoals opgesomd in het op 21 december 2021 gepubliceerde tussentijds bericht bij de instructies van het 4de kwartaal 2021 die gelden en opgenomen zijn in het aangepaste artikel 17:

  • Het Rijk, de Gemeenschappen, de Gewesten, de bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid aangesloten provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, en de personen die zij tewerkstellen in een betrekking die arbeidsprestaties meebrengt, verricht:
    • als verantwoordelijk leider, beheerder, huismeester, monitor of adjunct-monitor in de cyclussen voor vakantiesport tijdens de schoolvakanties, de vrije dagen of de gedeelten in het onderwijs,
    • als animator van socio-culturele en sportactiviteiten tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs.
    • bij wijze van inleiding, aanschouwelijke voordracht of lezing, die plaats hebben na 16 u 30 of tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs.
  • De VRT, de R.T.B.F. en de B.R.F. alsmede de personen die, in hun organiek personeelskader opgenomen, daarenboven in hoedanigheid van artiest tewerkgesteld worden (voor hen blijft het contingent van 25 dagen/jaar gelden);
  • Het Rijk, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provinciale en plaatselijke besturen, evenals de werkgevers georganiseerd als vereniging zonder winstoogmerk of vennootschap met een sociaal oogmerk waarvan de statuten bepalen dat de vennoten geen vermogensvoordeel nastreven, die vakantiekolonies, speelpleinen en sportkampen inrichten en de personen die zij als beheerder, huismeester, monitor of bewaker, alléén tijdens de schoolvakanties tewerkstellen;
  • De door de bevoegde overheden erkende organisaties of organisaties die aangesloten zijn bij een erkende koepelorganisatie en die tot taak hebben socio-culturele vorming en/of sportinitiatie en/of sportactiviteiten te verstrekken, en de personen die buiten hun werk- of schooluren of tijdens de schoolvakanties door deze organisaties worden tewerkgesteld als animator, leider, monitor, coördinator, sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, terreinverzorgers-materiaalmeesters, lesgevers, coaches, procesbegeleiders buiten hun werk- of schooluren of tijdens schoolvakanties;
  • De organisaties van de door de bevoegde overheden erkende amateurkunsten- sector of organisaties die aangesloten zijn bij een erkende koepelorganisatie, die personen tewerkstellen als artistieke of (kunst)technische begeleiders en lesgevers, coaches en procesbegeleiders en waarvan de prestaties geen artistieke prestaties zijn die al worden gedekt of in aanmerking komen voor de forfaitaire onkostenvergoeding;
  • De inrichtende machten van scholen, gesubsidieerd door een Gemeenschap, en de personen die zij tewerkstellen als animator van socio-culturele en sportactiviteiten tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs;
  • De inrichters van sportmanifestaties en de personen die zij uitsluitend op de dag van deze manifestaties tewerkstellen, uitgezonderd betaalde sportbeoefenaars;
  • De organisatoren van socioculturele manifestaties en de personen die ze tewerkstellen voor maximaal 32 uren, te spreiden volgens de behoeften op de dag van het evenement en 3 dagen voor of na het evenement, met uitsluiting van artistieke prestaties die al worden gedekt of in aanmerking komen voor de forfaitaire onkostenvergoeding.

top

Flexi-loon

(03/03/2022)

In het kader van een flexi-job heeft de werknemer recht op een loon (bruto is netto aangezien er geen inhoudingen zijn) dat niet lager mag zijn dan 8,82 EUR per uur (niet-geïndexeerd). Eveneens wordt, samen met ieder loon, een flexi-vakantiegeld uitbetaald van 0,68 EUR per uur (niet-geïndexeerd, totaal dus 9,50 EUR per uur). Door een aanpassing voortvloeiend uit een indexoverschrijding, bedraagt  vanaf 1 maart 2022 het minimumbedrag van het flexi-uurloon 10,13 EUR en het flexi-vakantiegeld 0,78 EUR per uur (totaal dus 10,91 EUR).

top

Huisarbeiders - aantal arbeidsdagen

(03/03/2022)

De RSZ aanvaardt dat het aantal arbeidsdagen voor huisarbeiders berekend wordt op basis van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen. Als gevolg van de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, bedraagt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen 1.725,21 EUR met ingang van 1 maart 2022.

top

Werkbonus - grensbedragen

(03/03/2022)

Ingevolge de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, is er een aanpassing van de loongrenzen voor de berekening van de werkbonus en van de maximale verminderingsbedragen. Hieronder vindt u in tabelvorm de nieuwe bedragen vanaf 1 maart 2022.

Bedienden (*)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.776,97
1.776,97 en ≤ 2.771,79
> 2.771,79

218,24
218,24 - ( 0,2194 x (S - 1.776,97))
0,00

Arbeiders (**)

S (refertemaandloon aan 100% in EUR)

R (basisbedrag in EUR)

1.776,97
> 1.776,97 en ≤ 2.771,79
> 2.771,79

235,70
235,70 - (0,2369 x (S - 1.776,97))
0,00

(*) Onder 'Bedienden' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 100 %, dus ook bijvoorbeeld arbeiders in de openbare sector.
(**) Onder 'Arbeiders' moet worden verstaan: de werknemers die moeten worden aangegeven aan 108 %, dus ook bijvoorbeeld kunstenaars.

top

Decava - loonplafonds inhoudingen

(03/03/2022)

Ingevolge de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, is er met ingang van 1 maart 2022 een aanpassing van de grensbedragen voor de berekening van de maximale inhouding op de aanvullende vergoedingen:

Grensbedragen na indexering en met toepassing van de herwaarderingscoëfficiënt:

(in EUR)

voltijds, met gezinslast

voltijds, zonder gezinslast

halftijds, met gezinslast

halftijds, zonder gezinslast

basisbedrag 1.130,44 938,50 565,22 469,25
vanaf 01-01-2021 1.809,71 1.502,44 904,86 751,22
vanaf 01-09-2021 1.845.95 1.532,53 922,97 766,26
vanaf 01-01-2022 1.887,72 1.567,20 943,86 783,60
vanaf 01-03-2022 1.925,58 1.598,63 962,79 799,31

 

top

Toekenning compensatiepremie aan werkgevers uit de evenementensector en bepaalde andere sectoren - aanvragen - coronamaatregel

(21/02/2022)

Een compensatiepremie wordt voorzien voor werkgevers uit de evenementensector en uit bepaalde andere sectoren teneinde deze sectoren te ondersteunen en om ontslagen ten gevolge van de COVID-19-pandemie te vermijden door de loonkost van de bezoldigde werknemers te verlagen.

De premie is gelijk aan het bedrag van de verschuldigde netto patronale basisbijdragen en de patronale solidariteitsbijdrage voor studenten voor hetzij het 2de kwartaal 2021, hetzij het 3de kwartaal 2021, hetzij het 4de kwartaal 2021, waarbij het meest gunstige bedrag van de 3 wordt toegekend. Voor meer details verwijzen we naar de tussentijdse mededeling van 4 februari 2022.

Een uitbreiding van het toepassingsgebied is voorzien in een (nog niet gepubliceerd) koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 31 van de (nog niet gepubliceerde) wet van 14 februari 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie.

De vooropgestelde datum van aanvraag om in aanmerking te kunnen komen voor een voorlopige premie wordt verschoven van 25 februari 2022 naar 4 maart 2022. Het is aangeraden de aanvraag zo vlug mogelijk in te dienen. De aanvraag kan vanaf vandaag 21 februari 2022 gebeuren via een beveiligde online toepassing.

 

top

Opleidingsproject verpleegkundige 2022-2023 (project 'Vorming 600')

(21/02/2022)

Deze mededeling is enkel van toepassing op de werkgevers die tot federale of geregionaliseerde zorgsectoren behoren.

Het project ‘Vorming 600’ biedt reeds verschillende jaren de mogelijkheid aan werknemers uit de federale en geregionaliseerde zorgsectoren om, met behoud van loon, een opleiding te volgen tot bachelor in de verpleegkunde (A1) of gegradueerde verpleegkundige (A2).

Het project ‘Vorming 600’ biedt opnieuw de kans aan werknemers uit deze sector om, gedurende maximum 3 schooljaren (HBO5) of maximum 4 schooljaren (Bachelor) een opleiding te volgen vanaf september 2022.

Toelatingsvoorwaarden

Om deze opleiding te kunnen volgen dient de werknemer op 31 augustus 2022 aan de volgende voorwaarden te voldoen:

  • Tewerkgesteld zijn in een openbare instelling behorend tot de federale en geregionaliseerde zorgsectoren: ziekenhuizen, psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, diensten voor thuisverpleging, rustoorden voor bejaarden en rust- en verzorgingstehuizen, dagverzorgingscentra, wijkgezondheidscentra en revalidatiecentra;
  • Tenminste halftijds tewerkgesteld zijn als statutair, met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur of met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur met de garantie van de werkgever dat de werknemer, eenmaal geselecteerd voor de opleiding, in dienst gehouden wordt voor de duur van de opleiding (schriftelijk bewijs noodzakelijk bij kandidatuurstelling);
  • Een minimumervaring van 3 jaar hebben in één of meerdere instellingen behorend tot de federale en geregionaliseerde zorgsectoren (privé of openbaar);
  • Bij de aanvang van de opleiding nog een voorziene loopbaan hebben van 5 jaar per studiejaar;
  • Niet in het bezit zijn van een brevet, een graduaat of een diploma van bachelor in de verpleegkunde;
  • Voldoen aan de toelatingsvoorwaarden van het onderwijs dat de werknemer wenst te volgen;
  • Zich ertoe verbinden na het slagen in de opleiding minstens 5 jaar te zullen werken als verpleegkundige (voltijds of deeltijds) in de sector.

Procedure

Wij verzoeken u om de werknemers die in aanmerking komen, op de hoogte te brengen van de verlenging van het project in het schooljaar 2022-2023.

De werknemers die geïnteresseerd zijn in dit aanbod en die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden, kunnen zich kandidaat stellen door het inschrijvingsformulier, het werkgeversattest en het schoolattest volledig ingevuld, bij voorkeur per e-mail, te bezorgen aan de RSZ tegen 4 april 2022 op het adres maribel@rsz.fgov.be.

Bijkomende voorwaarde

Van kandidaten die reeds een deelcertificaat van de opleiding tot verpleegkundige hebben behaald en die in principe een opleiding van minder dan 3 jaar of 4 zouden kunnen volgen, zal niettemin gevraagd worden om de volledige opleiding van 3 of 4 jaar te volgen indien het behalen van het certificaat dateert van meer dan 5 jaar geleden en m.a.w. behaald werd vóór 1 september 2017. Als die werknemers toch geselecteerd worden, moeten zij zich voor de opleidingsperiode waarop het behaalde certificaat betrekking heeft als vrij student inschrijven en bewijzen (resultaat van de examens en advies van school) dat zij het niveau hebben om de studies verder te zetten.

Werknemers uit de betrokken sector krijgen de kans om gedurende maximum 3 schooljaren (HBO5) en maximum 4 schooljaren (Bachelor) een opleiding te volgen. De selectie van de kandidaten zal gebeuren door het Beheerscomité van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector bij de RSZ op basis van objectieve criteria. Het resultaat van de selectie zal schriftelijk worden medegedeeld aan de kandidaten evenals aan hun werkgever tegen begin juni.

De toelating tot de opleiding is pas definitief nadat de werknemer het “reglement werknemer” dat hij ontvangt na zijn selectie, getekend voor akkoord, heeft teruggestuurd en heeft deelgenomen aan één van de informatiesessies die zullen georganiseerd worden. Het reglement bevat de bepalingen van het protocolraamakkoord van 28 oktober 2009 betreffende het opleidingsproject tot verpleegkundige in de federale gezondheidssector. De werkgever van zijn kant zal het “reglement werkgever”, dat hem zal opgestuurd worden samen met de brief tot kennisgeving van de beslissing tot selectie, getekend voor akkoord, moeten terugsturen.

De werknemer die tot de opleiding is toegelaten, dient vervangen te worden door een andere werknemer. Tot financiering van de tewerkstelling van deze vervanger zal de werkgever van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector een tegemoetkoming ontvangen ten bedrage van maximaal 40.000,00 EUR op jaarbasis per voltijds tewerkgestelde werknemer.

Voor werknemers die reeds eerder dan september 2020 in het project 600 gestart zijn, blijft de tussenkomst van 35.065,96 EUR ongewijzigd.

top

Uitbreiding van het project 600 naar de brugopleiding verpleegkunde

(21/02/2022)

In het schooljaar 2022-2023 wordt binnen het project 600 een proefproject opgestart en worden een beperkt aantal plaatsen voorbehouden voor gegradueerde verpleegkundigen (A2) die een diploma van bachelor-verpleegkundige (A1) wensen te behalen. 

De brugopleiding bestaat uit een opleiding van 2,5 jaar waarin in het totaal 150 studiepunten dienen behaald te worden. Het is een combinatie van theoretische lessen in de school, stage en een aanzienlijk deel zelfstudie. Over de periode van 2,5 jaar moet de student in het totaal ongeveer 800 uren stage afleggen. Deze uren worden hoofdzakelijk afgelegd op de eigen werkplek.

De brugopleiding is een volwaardige voltijdse opleiding die door de wijze waarop ze is georganiseerd in het onderwijs van de Vlaamse gemeenschap, kan gecombineerd worden met werken. Indien men deze opleiding volgt via het project 600, is er een vrijstelling van prestaties voorzien van de helft van het aantal uren de arbeidsovereenkomst van de werknemer in opleiding.

Voorbeeld: voor een werknemer met een voltijdse tewerkstelling (1 VTE) is de vrijstelling van prestaties 0,5 VTE. Voor een werknemer met een tewerkstelling van 80% (0,8 VTE) is de vrijstelling 0,4 VTE.

Personen die het graduaatsdiploma verpleegkunde hebben behaald via het project 600 van de openbare sector, komen in aanmerking voor dit project.

Het beheerscomité van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector zal prioriteitsregels vastleggen waarbij rekening zal gehouden worden met dit gegeven.

Toelatingsvoorwaarden

Om deze opleiding te kunnen volgen dient de werknemer op 31 augustus 2022 aan de volgende voorwaarden te voldoen:

  • Tewerkgesteld zijn in een openbare instelling behorend tot de federale en geregionaliseerde zorgsectoren: ziekenhuizen, psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, diensten voor thuisverpleging, rustoorden voor bejaarden en rust- en verzorgingstehuizen, dagverzorgingscentra, wijkgezondheidscentra en revalidatiecentra;
  • Tenminste halftijds tewerkgesteld zijn als statutair, met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur of met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur met de garantie van de werkgever dat de werknemer, eenmaal geselecteerd voor de opleiding, in dienst gehouden wordt voor de duur van de opleiding (schriftelijk bewijs noodzakelijk bij kandidatuurstelling);
  • Een minimumervaring van 3 jaar hebben in één of meerdere instellingen behorend tot de federale en geregionaliseerde gezondheidssector (privé of openbaar);
  • Bij de aanvang van de opleiding nog een voorziene loopbaan hebben van 5 jaar per studiejaar;
  • In het bezit zijn van een graduaatsdiploma in de verpleegkunde;
  • Voldoen aan de toelatingsvoorwaarden van het onderwijs dat de werknemer wenst te volgen;
  • Zich ertoe verbinden na het slagen in de opleiding minstens 5 jaar te zullen werken als verpleegkundige (voltijds of deeltijds) in de sector.

Procedure

De werknemers die geïnteresseerd zijn in dit aanbod en die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden, kunnen zich kandidaat stellen door het inschrijvingsformulier, het werkgeversattest en het schoolattest volledig ingevuld, bij voorkeur per e-mail, te bezorgen aan de RSZ tegen 4 april 2022 op het adres maribel@rsz.fgov.be.

Vervanging

De werknemer die tot de opleiding is toegelaten, dient vervangen te worden door een andere werknemer. Tot financiering van de tewerkstelling van deze vervanger zal de werkgever van het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector een tegemoetkoming ontvangen ten bedrage van maximaal 20.000,00 EUR op jaarbasis per werknemer gezien de deeltijdse vrijstelling van de prestaties.

top

Telewerk – Einde verplichte aangifte met betrekking tot telewerk - coronamaatregel

(18/02/2022)

De voorbije maanden was het telethuiswerk opnieuw verplicht bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten voor alle personen bij hen werkzaam, tenzij dit onmogelijk was omwille van de aard van de functie of de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten of de dienstverlening.

Vanaf 18 februari 2022 is telewerk niet langer meer verplicht maar wel sterk aanbevolen en moet ook niet meer worden geregistreerd.

Voor maart 2022 en volgende moeten werkgevers dus geen gebruik meer maken van de applicatie 'Corona Telewerkaangifte' op de portaalsite.

top

Studentenarbeid 1ste kwartaal 2022 - coronamaatregel

(15/02/2022)

Op 10 februari 2022 werden 2 wetten aangenomen (nog niet gepubliceerd) die tegemoetkomen aan mogelijke tekorten aan arbeidskrachten in sommige sectoren door het wegvallen van personeel of de nood aan extra personeel als gevolg van de corona-crisis.

Neutralisering van het aantal uren voor het contingent van 475 uren voor prestaties in de zorg en het onderwijs

Ook voor het 1ste kwartaal 2022 wordt een volledige neutralisatie voorzien van de uren die een student presteert in de zorgsector of in het onderwijs, met inbegrip van de als uitzendkracht gepresteerd uren  bij de gebruikers die tot deze sectoren behoren. Deze uren tellen niet mee voor het contingent van 475 uren voor 2022.

Wat de zorgsector betreft gaat het om de studenten die werken in volgende sectoren:

  • PC 318 (gezins- en bejaardenhulp - werkgeverscategorie 211 en 611)
  • PC 319 (opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten - werkgeverscategorie 062, 162, 462 en 962)
  • PC 330 (gezondheidsinrichtingen en -diensten - werkgeverscategorie 025 , 125, 311, 330, 422, 430, 511, 512, 522, 711, 722, 735,  812, 822, 830 en 911)
  • PC 331 (Vlaamse welzijns- en gezondheidssector - werkgeverscategorie 122 en 322)
  • PC 332 (Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector -- werkgeverscategorie 022 en 222)
  • de private en openbare instellingen of diensten die belast zijn met de exploitatie van COVID-19 vaccinatiecentra en dit voor alle activiteiten die verband houden met de exploitatie van een vaccinatiecentrum
  • de private en openbare instellingen of diensten die belast zijn met de contactopsporing in het kader van het COVID-19 coronavirus
  • openbare zorginstellingen met volgende NACE-codes:

instellingen en diensten met de NACE-codes:

  • 86101 - algemene ziekenhuizen, muv geriatrische en gespecialiseerde ziekenhuizen
  • 86102 - geriatrische ziekenhuizen
  • 86103 - gespecialiseerde ziekenhuizen
  • 86104 - psychiatrische ziekenhuizen
  • 86109 - overige hospitalisatiediensten
  • 86210 - huisartspraktijken
  • 86901 - activiteiten medische laboratoria
  • 86903 - ziekenvervoer
  • 86904 - activiteiten op het vlak van geestelijke gezondheidszorg, m.u.v. psychiatrische ziekenhuizen en verzorgingstehuizen
  • 86905 - ambulante revalidatieactiviteiten
  • 86906 - verpleegkundige activiteiten
  • 86909 - overige menselijke gezondhgeidszorg n.e.g.
  • 87101 - rust- en verzorgingstehuizen
  • 87109 - overige verpleeginstellingen  met huisvesting
  • 87201 - Instellingen met huisvesting voor minderjarigen met een mentale handicap
  • 87202 - Instellingen met huisvesting voor volwassenen met een mentale handicap
  • 87203 - Instellingen met huisvesting voor personen met psychiatrische problemen
  • 87204 - Instellingen met huisvesting voor drugs- en alcoholverslaafden
  • 87205 - Activiteiten van beschut wonen voor personen met psychiatrische problemen
  • 87209 - Andere instellingen met huisvesting voor personen met een mentale handicap of psychiatrische problemen en voor drugs- en alcoholverslaafden
  • 87301 - rusthuizen voor ouderen
  • 87302 - Serviceflats voor ouderen
  • 87303 - Instellingen met huisvesting voor minderjarigen met een lichamelijke handicap
  • 87304 - Instellingen met huisvesting voor volwassenen met een lichamelijke handicap
  • 87309 - Instellingen met huisvesting voor ouderen en voor personen met een lichamelijke handicap
  • 87901 - integrale jeugdhulp met huisvesting
  • 87902 - Algemeen welzijnswerk met huisvesting
  • 87909 - Overige maatschappelijke dienstverlening met huisvesting
  • 88101 - Activiteiten van gezins- en bejaardenzorg aan huis, m.u.v. (thuis)verpleging
  • 88102 - Activiteiten van dag- en dienstencentra voor ouderen
  • 88103 - Activiteiten van dagcentra voor minderjarigen met een lichamelijke handicap, met inbegrip van ambulante hulpverlening
  • 88104 - Activiteiten van dagcentra voor volwassenen met een lichamelijke handicap, met inbegrip van ambulante hulpverlening
  • 88109 - Overige maatschappelijke dienstverlening zonder huisvesting voor ouderen en lichamelijk gehandicapten
  • 88911 - Kinderdagverblijven en crèches
  • 88912 - Kinderopvang door onthaalmoeders
  • 88919 - Overige kinderopvang
  • 88991 - Activiteiten van dagcentra voor minderjarigen met een mentale handicap, met inbegrip van ambulante hulpverlening
  • 88992 - Activiteiten van dagcentra voor volwassenen met een mentale handicap, met inbegrip van ambulante hulpverlening
  • 88993 - Ambulante hulpverlening aan drugs- en alcoholverslaafden
  • 88994 - Integrale jeugdhulp zonder huisvesting
  • 88996 - Algemeen welzijnswerk zonder huisvesting
  • 88999 - Andere vormen van maatschappelijke dienstverlening zonder huisvesting.

Praktisch wil dit zeggen dat voor de student die met een studentenovereenkomst kan worden tewerkgesteld, ook indien zijn contingent reeds opgebruikt is omdat zijn uren al volledig gereserveerd zouden  zijn, toch de solidariteitsbijdrage kan toegepast worden voor prestaties in deze sectoren.

De onlineteller waarbij het resterende aantal uren in het contingent kan worden geconsulteerd, is aangepast. Een tewerkstelling als uitzendkracht bij een gebruiker die tot een van deze sectoren behoort, wordt gelijkgesteld met een tewerkstelling in deze sector.

Neutralisatie van 45 uren gepresteerd gedurende het 1ste kwartaal 2022 voor het contingent van 475 uren

Om de indienstname van jobstudenten mogelijk te maken om het tekort aan arbeidskrachten ten gevolge van de besmettingen met de omikronvariant op te vangen, zullen 45 uren die de student presteert gedurende het 1ste kwartaal 2022, niet in aanmerking worden genomen voor het contingent van 475 uren voor 2022.

Dit geldt voor alle studenten ongeacht de sector waarin ze tewerkgesteld worden. Dit wil zeggen dat voor de student die met een studentenovereenkomst kan worden tewerkgesteld, ook indien zijn contingent reeds opgebruikt is omdat zijn uren al volledig gereserveerd zouden  zijn, voor de 45 uren gepresteerd gedurende het 1ste kwartaal 2022 toch de solidariteitsbijdrage kan toegepast worden in plaats van de gewone bijdragen.

De onlineteller waarbij het resterende aantal uren in het contingent kan worden geconsulteerd, zal worden aangepast tegen het einde van de week.

Algemeen

De gewone aangifteregels blijven gelden, dus een Dimona 'STU' voor de tewerkstelling aanvangt en achteraf een aangifte DmfA van de gepresteerde uren. Een Dimona met aanduiding van uren blijft dus verplicht.

Een aanpassing van de fiscale regelgeving is voorzien. Eventuele bijkomende informatie zal opgenomen worden op de webpagina www.studentatwork.be.

top

Toekenning van een compensatiepremie aan de werkgevers uit de evenementensector en aan werkgevers uit bepaalde andere sectoren

(04/02/2022)

De regering heeft beslist om een compensatiepremie toe te kennen aan werkgevers uit de evenementensector en uit bepaalde andere sectoren teneinde deze sectoren te ondersteunen en om ontslagen ten gevolge van de COVID-19-pandemie te vermijden door de loonkost van de bezoldigde werknemers te verlagen.

De premie is gelijk aan het bedrag van de verschuldigde netto patronale basisbijdragen en de patronale solidariteitsbijdrage voor studenten voor hetzij het 2de kwartaal 2021, hetzij het 3de kwartaal 2021, hetzij het 4de kwartaal 2021, waarbij het meest gunstige bedrag van de 3 wordt toegekend.

De wet die deze kwestie regelt, werd op 2 februari 2022 in de Commissie voor Sociale Zaken gestemd.

In afwachting van de stemming van de wet in de Kamer en van de bekendmaking ervan en van de goedkeuring van de Europese Commissie, stellen wij de volgende informatie onder voorbehoud ter beschikking.

De uitbreiding van het toepassingsgebied, zoals opgenomen in het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel [44] van de wet van XX XX 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie wordt eveneens meegedeeld onder voorbehoud van de stemming van de voormelde wet in de Kamer en de bekendmaking ervan en van de goedkeurig van de Europese Commissie.

Toepassingsgebied en voorwaarden van de maatregel

Wet betreffende tijdelijke ondersteunings-maatregelen in het kader van de COVID-19-pandemie

  • Deze maatregel is van toepassing op de werkgevers
    • uit de privésector en
    • wier hoofdactiviteit zich situeert in de evenementensector of
    • op de werkgevers die gesloten zijn voor het publiek in toepassing van het 'pandemie-KB' van 28 oktober 2021, gewijzigd door het besluit van 4 december 2021 en die behoren tot de volgende sectoren:
      • discotheken en dancings
      • binnenspeeltuinen
  • Voor de werkgevers wier hoofdactiviteit tot de evenementensector behoort, gaat het concreet om de werkgevers
    • die vallen onder het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf (PC 304), d.w.z. aan wie de RSZ werkgeverscategorie 562 of 662 toegekend werd
    • of wier hoofdactiviteit in de evenementensector bestaat uit:
      • de beoefening van uitvoerende kunsten, inclusief de beoefening van uitvoerende kunsten door zelfstandig werkende artiesten (NACE-code 90011) en de beoefening van uitvoerende kunsten door artistieke ensembles (NACE-code 90012);
      • de promotie en organisatie van uitvoerende kunstevenementen (NACE-code 90021);
      • het ontwerp en de bouw van podia (NACE-code 90022);
      • de gespecialiseerde beeld-, verlichtings- en geluidstechnieken (NACE-code 90023);
      • ondersteunende activiteiten voor de uitvoerende kunsten (NACE-code 90029);
      • de beoefening van scheppende kunsten (NACE-code 90031);
      • ondersteunende activiteiten voor scheppende kunsten (NACE-code 90032);
      • de exploitatie van schouwburgen, theaters, concertzalen, music-halls, cabarets en andere accomodaties voor podiumkunst (NACE-code 90041);
      • de exploitatie van geluidsopnamestudio’s voor rekening van derden (NACE-code 90041);
      • het beheer en exploitatie van culturele centra (NACE-code 90042);
      • het beheer en exploitatie van multifunctionele centra en evenementenhallen, overwegend ten behoeve van de scheppende en uitvoerende kunst (NACE-code 90042);
      • de organisatie van congressen en beurzen (NACE-code 82300);
      • de organisatie van sportevenementen. Wat de organisatie van sportevenementen betreft, wordt de maatregel beperkt tot de werkgevers met de NACE-code 93199 die kunnen aantonen dat hun hoofdactiviteit bestaat uit de organisatie van sportevenementen.
  • De werkgevers die niet vallen onder het PC 304 of de genoemde NACE-codes, maar die gelijkaardige activiteiten uitoefenen, kunnen ook de maatregel genieten als ze kunnen aantonen dat hun hoofdactiviteit, op het vlak van tewerkstelling, zich in de evenementensector situeert.  Vooraleer de premie toe te kennen, zal de RSZ de hoofdactiviteit controleren van de werkgever die een aanvraag indient.
  • Het begrip 'evenement'
    • Voor de toepassing van de maatregel kan een evenement beschouwd worden als een georganiseerde gebeurtenis die tijdelijk is en voor een publiek bestemd is.  Het evenement kan openbaar of privé zijn.  Het kan groot of klein in omvang zijn en het kan recurrent of punctueel plaatsvinden.  Een evenement is in ieder geval beperkt in de tijd.
  • Wat de werkgevers uit de sectoren van de dancings en de discotheken betreft, kunnen de werkgevers met NACE-code 56.302 (discotheken, dancings en dergelijke), voor de maatregel in aanmerking komen. Werkgevers die niet onder deze NACE-code vallen, kunnen voor de maatregel in aanmerking komen als ze kunnen aantonen dat hun hoofdactiviteit, in termen van tewerkstelling, valt onder de sector van de dancings en de discotheken en dat hun hoofdactiviteit gesloten is voor het publiek in toepassing van het 'pandemie-KB' van 28 oktober 2021, gewijzigd door het besluit van 4 december 2021.
    • De RSZ zal de hoofdactiviteit van de werkgever die een aanvraag indient, controleren vooraleer de premie toe te kennen.
  • Voor de binnenspeeltuinen is er geen specifieke RSZ-werkgeverscategorie of specifieke NACE-code. Zij kunnen voor de maatregel in aanmerking komen als ze kunnen aantonen dat hun hoofdactiviteit, in termen van tewerkstelling, valt onder de sector van de binnenspeeltuinen en dat hun hoofdactiviteit voor het publiek gesloten is in toepassing van het 'pandemie-KB' van 28 oktober 2021, gewijzigd door het besluit van 4 december 2021.
    • De RSZ zal de hoofdactiviteit van de werkgever die een aanvraag indient, controleren vooraleer de premie toe te kennen.

 

Uitbreiding van het toepassingsgebied van de wet

  • Het koninklijk besluit tot uitvoering van het artikel [44] van de wet van XX XX 2022 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie breidt het toepassingsgebied van de wet uit naar de werkgevers die gesloten waren voor het publiek krachtens artikel 7,§1, lid 2, 2°, van het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19-pandemie te voorkomen of te beperken, in de versie die van kracht is op 26 december 2021 en voor zover de hoofdactiviteit voornamelijk in binnenruimten plaatsvindt.
  • Komen in aanmerking voor deze uitbreiding:
    • subtropische zwembaden 
    • trampolineparken
    • bowlingzalen
    • snooker- en biljartzalen
    • dartszalen
    • inrichtingen voor paintballgames en lasergames
    • escape rooms
  • De werkgevers met NACE-code 93.291 (exploitatie van snooker- en biljartzalen) kunnen voor de maatregel in aanmerking komen.
  • De andere werkgevers kunnen in aanmerking komen voor de maatregel als ze kunnen aantonen dat hun hoofdactiviteit, in termen van tewerkstelling, valt onder één van de bovengenoemde sectoren
    • en dat deze hoofdactiviteit gesloten was voor het publiek krachtens artikel 7,§1, lid 2, 2°, van het koninklijk besluit van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19-pandemie te voorkomen of te beperken, in de versie die van kracht is op 26 december 2021
    • en voor zover de hoofdactiviteit voornamelijk in binnenruimten plaatsvindt.
  • De RSZ zal de hoofdactiviteit van de werkgever die een aanvraag indient, controleren vooraleer de premie toe te kennen.

 

Voorwaarden om voor de maatregel in aanmerking te komen

  • Om voor de premie in aanmerking te komen, moet de werkgever aan de volgende bijkomende voorwaarden voldoen:
  • De premie moet gebruikt worden om de tewerkstelling te behouden in de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022.
    • Concreet wordt de premie begrensd tot 80 % van de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven brutolonen voor de betrokken kwartalen, met inbegrip van de socialezekerheidsbijdragen voor deze periode. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de brutolonen en de socialezekerheidsbijdragen voor werknemers die in deze periode worden ontslagen, met uitzondering van de werknemers die om dringende redenen worden ontslagen.
      Voor deze voorwaarde zal de RSZ a posteriori, op basis van de DmfA van het 1ste en 2de kwartaal 2022, controles uitvoeren.
  • De werkgever dient zich in de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 te onthouden van:
    • het uitkeren van dividenden aan aandeelhouders;
    • het uitkeren van bonussen aan de leden van de Raad van Bestuur en het leidinggevend personeel van de onderneming; 
    • het inkopen van eigen aandelen.

Om voor de compensatiepremie in aanmerking te komen, moet de werkgever ten laatste op 15 mei 2022 via een beveiligde online toepassing een aanvraag bij de RSZ indienen.

  • De RSZ zal a posteriori controles op het naleven van de voorwaarden uitvoeren.

De werkgevers die hun aanvraag vóór 26 februari 2022 indienen, kunnen in aanmerking komen voor een voorlopige premie, berekend op basis van de gegevens van het 2de en het 3de kwartaal 2021, waarbij het hoogste bedrag van de 2 zal worden toegekend. Ze komen vervolgens ambtshalve in aanmerking voor de berekening van de definitieve premie.

  • De werkgevers die hun aanvraag tussen 26 februari 2022 en 15 mei 2022 indienen, zullen recht hebben op de definitieve premie, berekend op basis van de gegevens van het 2de, 3de en 4de kwartaal 2021, waarbij het hoogste bedrag van de 3 zal worden toegekend.

 

Compensatiepremie

Begrippen

  • De compensatiepremie wordt berekend op alle werknemers en studenten van de betrokken werkgevers, met uitzondering van de flexi-jobs en de specifieke werknemers die niet in de DmfA werden aangegeven, zoals de vrijwilligers.
  • Onder netto patronale basisbijdrage wordt begrepen, de patronale basisbijdrage, met inbegrip van de loonmatigingsbijdrage min de structurele verminderingen en doelgroepverminderingen.
    • Zijn niet in het toepassingsgebied opgenomen:
    • de werknemersbijdragen
    • de bijzondere werkgeversbijdragen, waaronder:
      • de bijdrage bestemd voor het stelsel jaarlijkse vakantie van de handarbeiders
      • de bijdrage 1,60% of 1,69%
      • de bijdrage risicogroepen
      • de bijdragen bestemd voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen
      • de bijdragen bestemd voor een Fonds voor Bestaanszekerheid
      • de bijdragen voor de 2de pensioenpijler
  •  Onder de patronale solidariteitsbijdrage, verschuldigd voor de studenten, wordt begrepen, het gedeelte van de solidariteitsbijdrage ten laste van de werkgever (5,42%).

 

Berekening van de voorlopige premie

  • Voor alle werkgevers die een aanvraag vóór 26 februari 2022 ingediend hebben en die de bevestiging kregen dat ze voor de maatregel in aanmerking komen, zal de RSZ het bedrag van de voorlopige premie berekenen.
  • De voorlopige premie zal enkel berekend worden voor de werkgevers die in het 1ste kwartaal 2022  in het repertorium van de RSZ actief zijn.
  • De berekening van de voorlopige premie zal gebeuren op basis van een 'foto' van de DmfA-aangifte van het 2de kwartaal 2021 en het 3de kwartaal 2021, op een nog nader te bepalen datum eind februari. De wijzigingen van de DmfA-aangifte die na die datum uitgevoerd worden, zullen niet in aanmerking worden genomen.
  • Het bedrag van de voorlopige premie stemt overeen met 
    • het bedrag van de netto patronale basisbijdrage voor het 2de kwartaal 2021 + de door de werkgever verschuldigde solidariteitsbijdrage op studentenarbeid voor het 2de kwartaal 2021.
               of
    • het bedrag van de netto patronale basisbijdrage voor het 3de kwartaal 2021  + de door de werkgever verschuldigde solidariteitsbijdrage op studentenarbeid voor het 3de kwartaal 2021.
  • Het hoogste bedrag van de 2 wordt toegekend.

 

Berekening van de definitieve premie

Wat de werkgevers betreft die voor de premie in aanmerking komen, zal de definitieve premie enkel berekend worden voor de werkgevers die in het 2de kwartaal 2022  in het repertorium van de RSZ actief waren.

  • Werkgevers die hun aanvraag ingediend hebben vóór 26 februari 2022 en die een voorlopige premie hebben ontvangen
    • De berekening van de definitieve premie zal gebeuren op basis van een 'foto' van de DmfA-aangifte van het 4de kwartaal 2021 op een nog nader te bepalen datum eind mei. De wijzigingen van de DmfA-aangifte die na die datum uitgevoerd worden, zullen niet in aanmerking worden genomen.
    • Het bedrag van de definitieve premie stemt overeen met
      • het bedrag van de netto patronale basisbijdrage voor het 4de kwartaal 2021  + de door de werkgever verschuldigde solidariteitsbijdrage op studentenarbeid voor het 4de kwartaal 2021
      • vergelijking tussen het bedrag van de voorlopige premie en dat van de definitieve premie:
        • Wanneer het bedrag van de definitieve premie lager is dan het bedrag van de voorlopige premie, dan is het bedrag van de voorlopige premie verworven.
        • Wanneer het bedrag van de definitieve premie hoger is dan het bedrag van de voorlopige premie, dan wordt aan de werkgever een bijkomende premie ten belope van het verschil toegekend.
  • Werkgevers die hun aanvraag ingediend hebben tussen 26 februari 2022 en 15 mei 2022 en die geen voorlopige premie hebben ontvangen
    • De berekening van de definitieve premie zal enerzijds gebeuren op basis van een 'foto' van de DmfA-aangifte van het 2de kwartaal 2021 en het 3de kwartaal 2021 op dezelfde datum als voor de voorlopige premie, en anderzijds op basis van het 4de kwartaal 2021 op een nog nader te bepalen datum eind mei. De wijzigingen die na die data in de DmfA geregistreerd werden, zullen niet in aanmerking worden genomen.
      • Het bedrag van de definitieve premie stemt overeen met het bedrag van de netto patronale basisbijdrage voor het 2de kwartaal 2021 + de door de werkgever verschuldigde solidariteitsbijdrage op studentenarbeid voor het 2de kwartaal 2021
      • of
      • het bedrag van de netto patronale basisbijdrage voor het 3de kwartaal 2021  + de door de werkgever verschuldigde solidariteitsbijdrage op studentenarbeid voor het 3de kwartaal 2021.
      • of
      • het bedrag van de netto patronale basisbijdrage voor het 4de kwartaal 2021  + de door de werkgever verschuldigde solidariteitsbijdrage op studentenarbeid voor het 4de kwartaal 2021.
    • Het hoogste bedrag van de 3 wordt toegekend.

 

Procedure

Stap 1: specifieke procedure voor de werkgevers van de evenementensector

De werkgevers van de evenementensector

  • die onder de werkgeverscategorie 562 of 662 vallen of onder één van de Nace-codes die binnen het toepassingsgebied van de maatregel vallen, met uitzondering van de Nace-code van de sportsector (93199) en
  • wier hoofdactiviteit al door de RSZ nagetrokken werd in het kader van de vermindering voor de evenementensector en wier hoofdactiviteit daadwerkelijk te maken had met de organisatie van evenementen

zullen in hun e-box een elektronisch bericht ontvangen waarin staat dat zij voor de maatregel in aanmerking kunnen komen. In het bericht staat een link om rechtstreeks naar de aanvraagtoepassing te gaan. 

We voorzien de nodige opvolging om te zien of de werkgever zijn e-box geactiveerd heeft en het document geraadpleegd heeft.  Indien hij het document niet raadpleegde of de e-box niet actief is, zal een mail of een brief gestuurd worden om hem te sensibiliseren de e-box te gebruiken en te activeren, het document te raadplegen en de aanvraag in te dienen. Als de werkgever niet reageert, nog altijd niet zijn e-box geactiveerd heeft, het document niet geraadpleegd heeft of geen verzoek ingediend heeft, dan contacteren we hem telefonisch.

Deze werkgevers komen automatisch in aanmerking voor de maatregel als zij een aanvraag indienen en aanvinken dat zij de voorwaarden zullen naleven (onder voorbehoud van controles a posteriori). De verzending van deze elektronische berichten zal beperkt worden tot de werkgevers van wie het bedrag van de voorlopige premie hoog genoeg is.

Stap 2: aanvraag van de premie bij de RSZ via een online toepassing en verzending van het ontvangstbewijs van de aanvraag

De werkgever die voor de compensatiepremie wenst in aanmerking te komen, zal deze kunnen aanvragen via een beveiligde online toepassing, en dit tot 15 mei 2022.

Werkgevers die binnen het toepassingsgebied van de maatregel vallen op grond van hun hoofdactiviteit die vastgesteld kan worden op basis van hun werkgeverscategorie of hun NACE-code.

Deze werkgevers zullen worden doorverwezen naar een eenvoudige aanvraagtoepassing waarin ze zullen moeten bevestigen dat ze aan de voorwaarden voldoen om voor de maatregel in aanmerking te komen.

Ze zullen een ontvangstbevestiging van de aanvraag krijgen, een samenvattend overzicht ervan en de bevestiging dat ze voor de maatregel in aanmerking kunnen komen onder voorbehoud van controles a posteriori.

De werkgevers die gekozen hebben om hun documenten enkel via hun e-box (opt in) te ontvangen, zullen deze informatie enkel via elektronische weg in hun e-box ontvangen. De andere werkgevers ontvangen deze informatie ook op papier.

Het gaat om de werkgevers

  • van de evenementensector en
    • die onder de werkgeverscategorie 562 of 662 vallen of onder één van de Nace-codes die binnen het toepassingsgebied van de maatregel vallen, met uitzondering van de Nace-code van de sportsector (93199)
              of
    • wier hoofdactiviteit al door de RSZ nagetrokken werd in het kader van de vermindering voor de evenementensector en wier hoofdactiviteit daadwerkelijk te maken had met de organisatie van evenementen.
  • van discotheken en dancings die onder NACE-code 56.302 vallen (discotheken, dancings en dergelijke)
  • van snooker- en biljartzalen die onder NACE-code 93.291 vallen (exploitatie van snooker- en biljartzalen).

Andere werkgevers die een aanvraag indienen

Deze werkgevers zullen worden doorverwezen naar een specifiek aanvraagformulier waarin ze zullen moeten bevestigen dat ze aan de voorwaarden voldoen en waarin ze om aanvullende informatie zullen worden verzocht, met name in verband met hun hoofdactiviteit. 

Ze zullen een ontvangstbewijs met een samenvatting van de aanvraag krijgen.

Op basis van deze informatie zal de RSZ nagaan of de werkgever recht heeft op de compensatiepremie.

Na analyse,

  • als de hoofdactiviteit van de werkgever wel degelijk onder het toepassingsgebied valt, zal hij de bevestiging krijgen dat hij de maatregel kan genieten, onder voorbehoud van controles a posteriori;
  • als de hoofdactiviteit van de werkgever niet valt onder het toepassingsgebied van de maatregel, zal hij geïnformeerd worden over het feit dat hij de maatregel niet kan genieten.

Als een werkgever niet voor de maatregel in aanmerking komt op basis van de elementen waarover de RSZ beschikt, maar als hij meent toch de maatregel te kunnen genieten, kan hij de RSZ hiervan op de hoogte stellen via het mailadres dat in het antwoord van de RSZ staat.  

De werkgevers die gekozen hebben om hun documenten enkel via hun e-box (opt in) te ontvangen, zullen deze informatie enkel via elektronische weg in hun e-box ontvangen. De andere werkgevers ontvangen deze informatie ook op papier.

Stap 3: berekening van het bedrag van de voorlopige premie, mededeling en toerekening op de rekeningen

Voor alle werkgevers die een aanvraag vóór 26 februari 2022 ingediend hebben en die de bevestiging kregen dat ze voor de maatregel in aanmerking komen, zal de RSZ het bedrag van de voorlopige premie berekenen, zoals uitgelegd.

Eind februari 2022 zullen de werkgevers die in aanmerking komen voor de voorlopige premie, op de hoogte worden gebracht van het bedrag van de premie via een elektronisch bericht in hun e-box.

De werkgevers die gekozen hebben om hun documenten enkel via hun e-box (opt in) te ontvangen, zullen deze informatie enkel via elektronische weg in hun e-box ontvangen. De andere werkgevers ontvangen deze informatie ook op papier.

Het bedrag van deze premie wordt eerst ambtshalve aangewend om de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verschuldigde bedragen te betalen die betrekking hebben op het 1ste kwartaal 2022, en vervolgens eventueel de overige aan de voormelde Rijksdienst verschuldigde bedragen, en dit met toerekening op de oudste schuld, overeenkomstig artikel 25 van de voornoemde wet van 27 juni 1969.  Indien er na de toerekening een saldo overblijft, kan de werkgever om de uitbetaling ervan verzoeken. Als de werkgever dat niet doet, zal het saldo toegerekend worden op de eerste bedragen die komen te vervallen en die aan de RSZ verschuldigd zijn.

Stap 4: berekening van het bedrag van de definitieve premie, mededeling en toerekening op de rekeningen

Voor alle werkgevers die een aanvraag vóór 16 mei 2022 ingediend hebben en die de bevestiging kregen dat ze voor de maatregel in aanmerking komen, zal de RSZ het bedrag van de definitieve premie berekenen, zoals uitgelegd.

Eind mei 2022 zullen de werkgevers die in aanmerking komen voor de definitieve premie, op de hoogte worden gebracht van het bedrag van de premie via een elektronisch bericht in hun e-box.

De werkgevers die gekozen hebben om hun documenten enkel via hun e-box (opt in) te ontvangen, zullen deze informatie enkel via elektronische weg in hun e-box ontvangen. De andere werkgevers ontvangen deze informatie ook op papier.

Het bedrag van deze premie wordt eerst ambtshalve aangewend om de aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verschuldigde bedragen te betalen die betrekking hebben op het 2de kwartaal 2022, en vervolgens eventueel de overige aan de voormelde Rijksdienst verschuldigde bedragen, en dit met toerekening op de oudste schuld, overeenkomstig artikel 25 van de voornoemde wet van 27 juni 1969.  Indien er na de toerekening een saldo overblijft, kan de werkgever om de uitbetaling ervan verzoeken. Als de werkgever dat niet doet, zal het saldo toegerekend worden op de eerste bedragen die komen te vervallen en die aan de RSZ verschuldigd zijn.

top