Stoppen met werken

In België verwacht men dat je tot je 65ste aan het werk blijft. Je ontvangt dan automatisch je pensioen als werknemer of zelfstandige. Vele mensen stoppen echter vóór hun 65ste verjaardag al met werken.

Voor bepaalde beroepen ligt de pensioenleeftijd bijvoorbeeld lager (mijnwerkers, zeevarenden, vliegend personeel). Vanaf 60 jaar heeft ook iedereen die aan de vereiste leeftijds- en anciënniteitsvoorwaarden voldoet, recht op vervroegd pensioen. Oudere werknemers die door hun werkgever ontslagen worden, kunnen in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen) terechtkomen tot ze de pensioenleeftijd bereiken.

Overlijdt je partner en moet je terugvallen op een laag inkomen? Dan heb je, onder bepaalde voorwaarden, recht op een overlevingspensioen. Dit pensioen wordt afgeleid uit de socialezekerheidsrechten van de overleden partner.

Daarnaast moeten sommige mensen hun werk stopzetten omwille van arbeidsongeschiktheid. Het Fonds voor beroepsziekten kan je bijvoorbeeld vragen een schadelijke beroepsactiviteit stop te zetten om je gezondheid te beschermen. Vanaf de stopzetting krijg je een vergoeding voor arbeidsongeschiktheid en de kans op gratis herscholing. Als je het werk stop zet door een arbeidsongeval, moet de verzekeraar van je werkgever je een schadevergoeding uitkeren, net als een vergoeding voor de medische kosten.