Hulp voor zelfstandigen in moeilijkheden

Wat is het overbruggingsrecht?

Als zelfstandige, helper of meewerkende echtgenoot kun je, onder bepaalde voorwaarden, recht hebben aanspraak maken op het overbruggingsrecht. Het gaat om de volgende situaties:

  • Faillissement;
  • Collectieve schuldenregeling (verkregen binnen de periode van drie jaar voorafgaand aan het kwartaal volgend op het kwartaal van de stopzetting van je zelfstandige activiteit);
  • Tijdelijke of definitieve gedwongen onderbreking van je zelfstandige activiteit door een natuurramp, beschadiging, brand, allergie, beslissing van een derde economische actor of gebeurtenis met economische impact;

  • Stopzetting van je zelfstandige activiteit omwille van economische moeilijkheden:

    • je ontvangt een leefloon op het ogenblik van de stopzetting of

    • in het jaar voorafgaand aan je stopzetting heb je een beslissing tot vrijstelling bekomen of

    • je kan aantonen dat je inkomen van het jaar van de stopzetting en het voorafgaande jaar onder een bepaalde drempel lag (je inkomsten mogen niet hoger zijn dan 13.939,78 euro als zelfstandige in hoofdberoep en niet hoger dan 6.147,47 euro als meewerkende echtgenoot).

Er zijn twee aspecten:

  • Je behoudt gedurende maximaal vier kwartalen bepaalde sociale rechten (terugbetaling geneeskundige verzorging, arbeidsongeschiktheids-, invaliditeits- en moederschapsuitkeringen). Tijdens die kwartalen moet je geen sociale zekerheidsbijdragen betalen.
  • Je krijgt een maandelijkse uitkering gedurende maximaal twaalf maanden.

Tijdens je volledige beroepsloopbaan als zelfstandige kan je verschillende keren een beroep doen op het overbruggingsrecht. Voorwaarde is wel dat de totale duur van het overbruggingsrecht tijdens je volledige zelfstandigenloopbaan niet langer is dan 24 maanden/8 kwartalen.

Wat zijn de voorwaarden?

Wanneer je het overbruggingsrecht wil krijgen, moet je aan alle hieronder opgesomde voorwaarden voldoen:

  • je moet onderworpen zijn geweest aan het sociaal statuut van de zelfstandigen in de loop van het kwartaal van het vonnis van faillietverklaring (in geval van faillissement), van de start van de gedwongen onderbreking of van de stopzetting (in geval van collectieve schuldenregeling of economische moeilijkheden), en gedurende de drie hieraan voorafgaande kwartalen;
  • je moet in deze periode de bijdragen verschuldigd zijn als hoofdberoep of als meewerkende echtgenoot;
  • je moet minstens vier kwartalen bijdragen effectief betaald hebben in de loop van de laatste zestien kwartalen;
  • in geval van economische moeilijkheden, moet je bovendien minstens acht kwartalen aantonen waarvoor pensioenrechten worden geopend,
  • je mag geen beroepsbezigheid uitoefenen;
  • je mag geen vervangingsinkomen genieten;
  • je moet je hoofdverblijfplaats in België hebben.

Wat moet je doen?

Je moet tijdig een aanvraag indienen bij je sociaal verzekeringsfonds. Dit moet ten laatste gebeuren vóór het einde van het tweede kwartaal dat volgt op het kwartaal van het vonnis van faillietverklaring, van de start van de gedwongen onderbreking of van de stopzetting.

Hoeveel bedraagt de uitkering?

Als je aan alle voorwaarden voldoet, dan ontvang je maandelijks 1.266,37 euro. Onder bepaalde strikte voorwaarden kan je een hoger bedrag krijgen (1.582,46 euro).