Minimumpensioen in de regeling voor zelfstandigen

Voorwaarden om een recht op het minimumpensioen te openen

Je bewijst een beroepsloopbaan van minstens 30 jaar (2/3 van een volledige loopbaan) in de regeling van zelfstandigen, werknemers en in de buitenlandse regelingen (met toepassing van de Europese verordeningen en van de bilaterale overeenkomsten).

Er wordt rekening gehouden met alle periodes van activiteit en inactiviteit in de regeling van de zelfstandigen die een recht op pensioen openen.

In de regeling van de werknemers en in buitenlandse regelingen moet elk jaar minstens 104 dagen van activiteit tellen.

Berekening van het minimumpensioen

Het bedrag van het minimumpensioen waarop je aanspraak kunt maken, wordt vastgesteld door het forfaitaire bedrag van het minimumpensioen voor een volledige loopbaan met een breuk te vermenigvuldigen. De breuk stemt overeen met de loopbaanbreuk die voor de berekening van het pensioen op grond van de beroepsinkomsten heeft gediend.

In geval van een gemengde loopbaan mag de som van de bedragen van pensioenen die toegekend zijn in de regeling van de zelfstandigen en die van de werknemers niet meer bedragen dan het bedrag van het minimumpensioen voor een volledige loopbaan. In geval van overschrijding wordt het minimumpensioen verminderd met het overschot.

Het pensioen dat berekend wordt op grond van het minimumpensioen wordt slechts toegekend als het bedrag ervan hoger is dan dat van het pensioen dat berekend wordt op grond van de beroepsinkomsten.

Raadpleeg voor de bedragen de website van het RSVZ.