Het ambtenarenpensioen berekenen

Basisberekening van het rustpensioen van een ambtenaar

Je rustpensioen wordt als volgt berekend:

1/60 x de referentiewedde x het aantal aanneembare dienstjaren

  • Voor het merendeel van de ambtenaren is de referentiewedde, vanaf 1 januari 2012, het gemiddelde van de wedden die ze hebben ontvangen tijdens de laatste tien jaar van hun loopbaan.

Voor wie 50 jaar was op 1 januari 2012, is de referentiewedde gelijk aan het gemiddelde van de wedden die de betrokkene heeft ontvangen in de laatste 5 jaar van zijn loopbaan.

  • De referentiewedde wordt vermenigvuldigd met het aantal aanneembare dienstjaren en gedeeld door 60.

Voor bepaalde categorieën van ambtenaren (leerkrachten, militairen, politie enz.) wordt die breuk van 1/60 vervangen door een andere breuk.

Raadpleeg voor meer informatie de brochure over de rustpensioenen van de overheidssector.

Beperking van uw rustpensioen

De rustpensioenen zijn beperkt tot 2 soorten maximumbedragen:

  • een relatief maximum: gelijk aan 3/4 van de wedde die dient als grondslag voor de pensioenberekening;
  • een absoluut maximum: het overheidspensioen of de cumulatie van meerdere pensioenen uit de overheids- en/of privésector (met inbegrip van het zelfstandigenpensioen) mag het absolute maximum niet overschrijden.

Voor meer informatie over de berekening van het absolute maximum kunt u terecht op de website van de PDOS.

Berekening van het overlevingspensioen na overlijden van een ambtenaar

Het overlevingspensioen wordt als volgt berekend:

60% x de gemiddelde wedde van de laatste 10 jaar van de loopbaan van de overleden ambtenaar x T/N

N = totaal van de dienstmaanden die de ambtenaar gewerkt heeft.

D = aantal maanden tussen de eerste dag van de maand die volgt op de 20ste verjaardag en de laatste dag van de maand van het overlijden, met een maximum van 480.

De breuk T/N mag niet groter zijn dan het getal één.

Uitzondering: als je 50 jaar was op 1 januari 2012, of een van de andere gerechtigden op 1 januari 2012 die leeftijd had, dan zal je overlevingspensioen berekend worden op basis van de gemiddelde wedde tijdens de laatste 5 dienstjaren.

Berekening van het overlevingspensioen van de langstlevende echtgenoot

Ben je de enige gerechtigde, dan ontvang je het volledige overlevingspensioen zoals berekend conform de basisformule.

Is er bij het overlijden van de ambtenaar ook een uit de echt gescheiden echtgenoot, dan wordt het deel dat aan de uit de echt gescheiden echtgenoot toegekend is, afgetrokken van jouw overlevingspensioen. Jouw deel mag niet kleiner zijn dan de helft van het totale overlevingspensioen.

Zijn er bij het overlijden van de ambtenaar ook wezen uit een ander huwelijk, dan wordt het totale overlevingspensioen verdeeld onder de gerechtigden.

Berekening van het overlevingspensioen van de uit de echt gescheiden echtgenoot

Je hebt recht op een deel van het overlevingspensioen dat wordt bepaald op basis van de dienstjaren tijdens het huwelijk.

Is er bij het overlijden van de ambtenaar ook een langstlevende echtgenoot, dan wordt het totale overlevingspensioen verdeeld onder de gerechtigden.

Zijn er bij het overlijden van de ambtenaar ook wezen uit een ander huwelijk, dan wordt het totale overlevingspensioen verdeeld onder de gerechtigden.

Berekening van het overlevingspensioen van wezen

Het overlevingspensioen van wezen wordt berekend volgens het aantal wezen:

  • één wees: 6/10 van het overlevingspensioen;
  • 2 wezen: samen 8/10 van het overlevingspensioen;
  • 3 of meer wezen: samen het volledige overlevingspensioen.

Is er bij het overlijden van de ambtenaar ook een langstlevende echtgenoot, of zijn er één of meer uit de echt gescheiden echtgeno(o)t(en), dan wordt het overlevingspensioen verdeeld onder de gerechtigden.

Raadpleeg voor meer informatie de brochure over de overlevingspensioenen van de overheidssector.