Oorlogsinvaliditeitspensioen

Wat is een invaliditeitspensioen?

Een invaliditeitspensioen wordt toegekend wanneer je je in een invaliditeitssituatie van minstens 10% bevindt die het gevolg is van de omstandigheden:

  • van de oorlog van 1914-1918;
  • van de oorlog van 1940-1945;

van de gebeurtenissen in Congo, Rwanda en Burundi naar aanleiding van de onafhankelijkheidsstrijd.

Toekenningsvoorwaarden invaliditeitspensioen

Voor de aanvraag van een invaliditeitspensioen moeten minstens drie voorwaarden vervuld zijn. Er moet sprake zijn van:

  • een oorlogsfeit. Deze zijn limitatief in de wet opgesomd;
  • lichamelijke schade die een invaliditeit van minstens 10% tot gevolg heeft. Het is de Gerechtelijk-geneeskundige Dienst die een advies formuleert over de oorsprong van de aandoening, het medisch oorzakelijk verband, en de graad en de duur van de invaliditeit;
  • een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen het oorlogsfeit en de aantasting van de lichamelijke integriteit.

Een reversiepensioen (overlevingspensioen) kan op aanvraag worden toegekend aan een overlevende echtgenoot. Het huwelijk moet daarvoor minstens 10 jaar geduurd hebben en de overleden echtgenoot moet een pensioen hebben genoten als burgerlijk oorlogsslachtoffer op grond van de wet van 15/3/1954 gedurende de periode van een jaar voor zijn overlijden. Enkel Belgen hebben recht op deze pensioenen.

Hoe vraag je een invaliditeitspensioen aan?

Als je door een oorlogsfeit lichamelijke schade hebt geleden met een invaliditeit van minstens 10% als gevolg, kan je aanspraak maken op een pensioen. Het bedrag dat toegekend wordt, hangt af van de graad van de invaliditeit en de aard van het oorlogsfeit.

Stuur alle bewijsstukken in een aangetekende brief die je zelf ondertekend hebt naar het volgende adres:

Federale Overheidsdienst (FOD) Sociale Zekerheid
Directie-generaal Oorlogsslachtoffers
Dienst Pensioenen
Luchtvaartsquare 31
1070 Brussel
Tel.: 02/528.91.37 of 02/528.91.17 
Fax: 02/528.91.22
E-mail: pensioen@minsoc.fed.be